Bekijk het origineel

Pensioen (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pensioen (III)

3 minuten leestijd

Wie als werknemer werkt, kan naast een aow een aanvullend pensioen opbouwen. Een werkgever is over het algemeen aangesloten bij een pensioenfonds of heeft een andere pensioenregeling getroffen voor zijn werknemers. Een aanvullende pensioenregeling maakt deel uit van de arbeidsvoorwaarden. Meestal betaalt de werkgever de premies voor het aanvullend pensioen. Soms betaalt de werknemer ook een deel, maar dit verschilt per bedrijf.

In Nederiand is een werkgever niet verplicht om een pensioenregeling voor zijn werknemers te treffen. Voor ongeveer 80 procent van alle werknemers in Nederland is een regeling getroffen voor aanvullend pensioen. De meeste pensioenregelingen gaan ervan uit dat een werknemer zijn pensioen in veertig jaar opbouwt. Veel pensioenregelingen zorgen na 40 dienstjaren voor een pensioenuitkering (aanvullend pensioen inclusief de aow) van 70 procent van het laatstverdiende loon. Per jaar wordt dan 1,75 procent van het pensioen opgebouwd.

Niet iedereen bouwt een aanvullend pensioen op. Zelfstandigen bijvoorbeeld werken niet in loondienst, maar er zijn ook bedrijven die geen pensioenregeling hebben. In die gevallen kan een particuliere pensioenverzekering afgesloten worden. Deze verzekering wordt ook nogal eens afgesloten door mensen die in het verleden te maken hebben gehad met een pensioenbreuk. Naast een verzekering zijn er andere manieren om wat voor de oude dag opzij te leggen.

De gevolgen van een pensioenbreuk kunnen sinds 8 juli worden verzacht. Wie na die datum van baan verandert, heeft het recht om zijn pensioen mee te nemen naar de nieuwe werkgever. Maar wie werkloos, arbeidsongeschikt raakt of vrijwillig stopt met werken, loopt mogelijk toch nog een breuk in de pensioenopbouw op. In deze gevallen kan namelijk de deelname aan een pensioenregeling worden gestopt. Voor wie een breuk heeft opgelopen, kan het geen kwaad om te informeren of de waardeoverdracht van opgebouwde pensioenrechten nog mogelijk is.

Tot 8 juli waren veel deeltijdwerkers uitgesloten van deelname aan een pensioenregeling. Deelname aan de meeste pensioenvoorzieningen was tot die tijd alleen mogelijk als een minimumaantal uren werd gewerkt of als men boven een bepaalde loongrens zat. Met name vrouwen waren van deze voorwaarden de dupe omdat velen van hen parttime werken en dus geen aanvullend pensioen konden opbouwen. Sinds 8 juli kunnen ook deeltijdwerkers deelnemen aan een aanvullende pensioenvoorziening. komt voor belastingaftrek voor een individueel af te sluiten pensioenverzekering.

De meeste aanvullende pensioenen dienen overigens niet alleen voor de oude dag van de deelnemer. Deze pensioenen kennen ook een nabestaandenpensioen voor de echtgenoot of echtgenote en soms zelfs voor een (ongehuwde) partner. Dit nabestaandenpensioen gaat in op de eerste dag van overlijden van de verzekerde en wordt vervolgens levenslang aan de echtgenoot, echtgenote of partner uitgekeerd. De hoogte van dit nabestaandenpensioen wordt afgeleid van het te bereiken ouderdomspensioen en is vaak gelijk aan 70 procent daarvan. De hoogte van het nabestaandenpensioen wordt ook bepaald door de leeftijd waarop iemand oVerlijdt. Wie jong overlijdt, heeft weinig pensioen opgebouwd, dus zal de uitkering aan zijn nabestaande lager zijn. Iemand die het volledige pensioen heeft opgebouwd en dan sterft, laat een hoger pensioen na. BV

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 augustus 1994

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Pensioen (III)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 augustus 1994

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken