Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reformatorische zuil door versplintering voos

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Reformatorische zuil door versplintering voos

Jubilerend VCH denkt aan universitaire leerstoel

4 minuten leestijd

UTRECHT - „Zoals het de tragiek van de Reformatie is geweest dat de twee hoofdstromen niet in één hoofdbedding loonden samengaan, zo is het de tragiek van de reformatorisch gezindte dat ze -hoewel teruggaande tot één reformatorische wortel- uit splinters bestaat, en kerkelijk gezien niet één oriëntatiepunt heeft. Dat maakt -en ik zeg het met betrokkenheid en liefde- haar identiteit in feite voos".

Deze verzuchting slaakte dr. ir. J. van der Graaf zaterdagmiddag tijdens het eerste lustrumcongres van de vijfjarige Vereniging voor Christenhistorici (VCH), die in de bijzaal van de Utrechtse Jacobikerk werd gehouden. De algemeen-secretaris van' de Gereformeerde Bond sprak daar over "Historisch besef en de gereformeerde gezindte".

Dr. Van der Graaf onderstreepte zijn stelling met een citaat van wijlen ds. H. G. Abma, Dit voormalige SGPkamerlid zei „dat het gereformeerde uiteindelijk werd overtroffen door het gereformeerdste". Intussen devalueerde het gereformeerde ook tot het algemeen betwijfeld christelijk geloof, „en dat is ernstiger". Deze ontwikkeling heeft volgens Van der Graaf het „nominaal gereformeerde" in discrediet gebracht.

Nieuwe inhoud

De lector bepleitte daarom een nieuwe inhoud te geven aan het gereformeerde spoor. De noties van het "alleen genade, alleen de Schrift, alleen het geloof en alleen Christus" moeten volgens hem worden getransponeerd (in een andere toon gezet) van de zestiende naar de twintigste eeuw. „Want gereformeerd zijn is altijd nog gereformeerd wórden".

Dit gereformeerd worden werd door Van der Graaf geïllustreerd met opnieuw een citaat van ds. Abma: „De kerk moet veranderen om toch hetzelfde te blijven. Vrijwel niemand beroept zich namelijk consequent op het verleden. Een tijdloos beroep op de zogeheten oudvaders laat discussie over de toelaatbaarheid van hun baard vandadg bijvoorbeeld kennelijk onverlet. Die baard is wél kontekstueel bepaald".

Dr. Van der Graaf vroeg zich af of historisch besef in de gereformeerde gezindte voor een kritische noot mocht zorgen. Hij werkte dit uit naar de waardering van de 19e-eeuwse historicus Groen van Prinsterer en naar de waardering van de Reformatie.

Voor de SoW-kar

Groen van Prinsterer wordt tegenwoordig naar verschillende kerkelijke kanten „scheefgetrokken". Behalve door hervormden, afgescheidenen, dolerenden en vrijgemaakt-gereformeerden wordt Groen zelfs door Samen op Weg en de Wereldraad voor de kar gespannen.

Dit laatste gebeurt op basis van Groens pleidooi voor het „onbekrompene" van de belijdenis, terwijl het „ondubbelzinnige" van de belijdenis helemaal uit het oog wordt verloren. Dr. Van der Graaf vermoedde dat er zo veel kerkhistorie was gepasseerd, dat Groen niet meer „los verkrijgbaar" is.

Ook Calvijn wordt voor oecumenische karretjes ingezet. „Ik zeg liever dat hij een katholieke gezindheid had", aldus Van der Graaf. De gereformeerde gezindte is die gezindheid, die over de grenzen reikt, echter helemaal kwijtgeraakt.

Hij ging tijdens de vragenbeantwoording niet mee met prof. J. Douma, die tijdens de herdenking van vijftig jaar Vrijmaking parallellen had getrokken tussen de Reformatie en deze kerkscheuring. „De Reformatie was een Europese beweging, terwijl Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking nationale gebeurtenissen waren".

Die recente kerkelijke herdenkingen hadden hem erg aangesproken, zei Van der Graaf „Maar de beweging is uit de kerk. We hebben de christelijke gereformeerde herdenking gehad, de vrijgemaakte en in mijn eigen kring ook bijeenkomsten, maar intussen zijn we bij paars aanbeland".

Gebak

Verenigingsvoorzitter dr. R. Kuiper zei in de eerste lustrumrede dat de VCH geen school vormt, maar een discussiegroep. Hij riep de 320 VCHleden op de historische professie ter hand te nemen. „We kunnen wel over gebak praten, maar het gaat erom dat we het proeven".

Hij doelde op projecten bestemd voor de eigen gezindte. Zo gaat de VCH de geschiedenis van de ARP beschrijven. Ook op universitair niveau wil de VCH haar mannetje staan. Aan de verre horizon ziet Kuiper een docentschap of een leerstoel gloren, die de beoefening van geschiedenis op christelijke manier moet bevorderen. „Als wij het niet doen, wie dan wel?"

Tevens werd zaterdag het derde nummer van de Transparant-reeks, over het ontstaan van de CHU uit de ARP, aangeboden aan mr. A. Beinema, het enige thans zittende CDA-kameriid dat ooit lid was van de ARP. Dr. ir. Van der Graaf kreeg de bundel "Groen van Prinsterer en de Geschiedbeoefening".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 september 1994

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Reformatorische zuil door versplintering voos

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 september 1994

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken