Bekijk het origineel

Tropen blijven Nederlandse arts trekken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tropen blijven Nederlandse arts trekken

Cursus stoomt artsen in tien weken klaar voor hun werk in de Derde Wereld

5 minuten leestijd

AMSTERDAM (ANP) - De tropenarts van nu staat niet meer, zoals ooit Albert Schweizer deed, dag en nacht te opereren in donker Afrika. De hedendaagse tropenarts is ontwikkelingswerker. Hij of zij verleent basisgezondheidszorg (preventieve zorg), probeert samen met een lokale staf de oorzaken van de ziekten te achterhalen en weg te nemen en is manager in een ziekenhuis. Opereren is vaak niet meer z'n hoofdtaak.

Onlangs startte de honderdste "Nationale Tropencursus voor Artsen" van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Een „must" voor Nederlandse artsen die worden uitgezonden naar de Derde Wereld. Zaterdag is er ter ere van het jubileum een symposium over artsen in de tropen. '

Cursuscoördinator Jan Eshuis weet nog goed hoe het was toen hij in 1971 werd uitgezonden. „Ik kwam in Tanzania aan en mij werd gevraagd of ik een kliniek wilde opzetten voor mensen met tuberculose. Ik stond wel even met m'n oren te klapperen. Ik was arts en verwachtte patiënten te behandelen. Ik wist niet hoe ik een kliniek moest opzetten en leiden", zegt Eshuis.

„Tijdens mijn studie en ook tijdens de tropencursus lag het accent bijna helemaal op het zelf behandelen van patiënten. Preventie, basisgezondheidszorg en het leiden van een afdeling of kliniek kwamen amper aan de orde. Dat was niet primair de taak van een arts. De rol van de tropenarts is veranderd. Met het jaar in, jaar uit operen help je de desbetreffende patiënten, maar aan de oorzaak en voorkoming van hun ziekten doe je zo niets. Evenmin aan het opleiden van de lokale staf', aldus de tropenarts.

Contract

De cursus die hij coördineert, stoomt artsen in tien weken klaar voor hun werk in de Derde Wereld. De deelnemers staan meestal op het punt van vertrek. Zij hebben een contract met een hulpverleningsorganisatie op zak en moeten vaak naast het regelen van tal van praktische zaken de verplichte cursus nog volgen. Zij hebben dan al hun studie medicijnen afgerond en twee jaar gewerkt op een afdeling gynaecologie en chirurgie in een Nederlands ziekenhuis. Tijdens de cursus is er laandacht voor typische tropenziekten, behandeling met weinig of geen middelen, administratie en beheer van een ziekenhuisorganisatie en management.

Cursist nummer 1750 heeft zich inmiddels voor de opleiding ingeschreven. De lessen worden alleen gevolgd door mensen die een contract hebben via een hulpverleningsorganisatie in de Derde Wereld. De opleiding staat ook open voor andere geïnteresseerden, maar die haken meestal af door de hoge kosten.

Het gros van de mensen komt in Afrika terecht. „Daar zitten vanouds veel hulporganisaties uit Nederland. Vroeger lag de nadruk op WestAfrika (onder andere Nigeria). Nu de situatie in dat gebied is verbeterd en de landen zelf voldoende artsen hebben, is de hulp opgeschoven naar oostelijk en zuidelijk Afrika", zegt Frans Harmse, cursusbegeleider en zelf net terug uit Irian Jaya, het vroegere Nederlands Nieuw Guinea. Hij werkte daar in een lepra-kliniek.

Vacatures

Stonden in de jaren zeventig doktoren nog te dringen om uitgezonden te worden, nu kennen de hulporganisaties vacatures die niet eentwee-drie op te vullen zijn. „Het idealisme is eraf gegaan. De mensen die nu van de universiteiten afkomen, zijn zakelijker dan wij vroeger waren. Zij houden zich veel meer met de vraag bezig wat de tropenervaring hun uiteindelijk oplevert. Maar ook de instabiele situatie in Afrika schrikt af. Oorlogen, onlusten en aids maken het niet aantrekkelijk om daar voor een paar jaar naar toe te gaan. Mensen willen iets opbouwen. Als je het gevoel hebt dat de kans bestaat dat je werk door onlusten in een keer teniet wordt gedaan, gaan sommigen niet", aldus Harmse.

De periode waarvoor artsen worden uitgezonden, is de afgelopen jaren verdubbeld van twee naar vier jaar. Eshuis: „Als je alleen patiënten behandelt, maakt het op zich niet uit hoelang je ergens blijft. Anders wordt het als je van alles aan het opzetten bent in een regio. De landen die Nederlandse artsen uitnodigen, zijn ook kritischer geworden. Durven -gelukkig maar- hun voorkeur voor een periode uit te spreken". • De cursisten kiezen heel bewust voor. de Derde Wereld. „Ik was nog nooit in Afrika geweest toen ik besloot om tropenarts te worden. De mensen die we nu opleiden, hebben stage gelopen in die landen of zijn er op vakantie heen geweest. Een soort medisch toerisme dus. Zij weten ook dat ze niet de hele dag achter de operatietafel staan. De meesten willen dat ook niet meer", aldus Eshuis.

Keizersnedes

Harmse vindt dat ze in de eerste periode juist wel achter de operatietafel moeten gaan staan. „Een goede arts moet in ieder geval laten zien dat hij keizersnedes kan doen en in staat is in acute situaties te operen. Daarna kan de arts zich prima bezig houden met basisgezondheidszorg: de omgeving in en kijken wat daar met de mensen aan de hand is", zegt Harmse.

Steeds meer vrouwen gaan naar de tropen. Beide heren hebben daar, zeker als vrouwen alleen gaan, grote bewondering voor. De positie van vrouwen is in Afrika anders dan in ons land. In het werk maar ook daarbuiten zal het de vrouwen toch meer energie en moeite kosten om de plek te verwerven die hun toekomt", weet Eshuis.

De meeste artsen vertrekken voor een bepaalde periode. Degenen die daarna weer worden uitgezonden, kunnen sinds enige jaren de vervolgcursus (International Course in District Health Care) volgen op het tropeninstituut. Daarin wordt volop de kant van het management in het werk in ontwikkelingsprojecten belicht.

Eshuis: „Mensen kunnen met hart en ziel aan hun werk in het buitenland verknocht zijn, maar als de kinderen naar de middelbare school moeten, komen meestal de problemen. Dat is een keerpunt waarop artsen, evenals andere ontwikkelingswerkers, besluiten'zich weer in Nederland te vestigen. Soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Een tijdje terug had ik een arts in de opleiding die naar Afrika ging. Zijn vader was door zoonlief weer enthousiast geraakt en zit er nu ook weer. Dat is toch leuk".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Tropen blijven Nederlandse arts trekken

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 18 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken