Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"Kniel-boetieks" in opmars in Afrika

Handel in tweedehandskleding neemt hoge vlucht, ten koste van lokale industrie

4 minuten leestijd

HARARET (IPS) - In heel Afrika heeft de handel in tweedehandskleding een hoge vlucht genomen. De bevolking is blij met het ruime aanbod, omdat zij zich de hoge prijzen van nieuwe kleding niet langer kan veroorloven. Maar de lokale kledingindustrie kan nauwelijks het hoofd boven water houden.

„Tien naira", „twintig naira", klinkt het onder handelaars en klanten die in de stapels nachtponnen, overhemden, broeken en andere kleren staan te graaien die op de betonnen vloer liggen van een "kniel-boetiek" op de Tejuosho-markt in het Nigeriaanse Lagos.

De stalletjes worden kniel-boetieks genoemd omdat de klanten er moeten neerknielen of ver voorover moeten buigen om tussen de stapels kleding op de grond iets van hun gading te zoeken. In heel Afrika zijn dergelijke verkooppunten' van tweedehandskleding te vinden. Duizenden balen gebruikte kleren uit Nederiand, Duitsland, Frankrijk en Italië worden maandelijks door Afrika geïmporteerd. Oorspronkelijk werd de kleding door hulporganisaties ingezameld om te verdelen onder de armen en vluchtelingen in Afrika. In Zimbabwe gingen de ruim 100.000 Mozambikaanse vluchtelingen echter beter gekleed dan de lokale bevolking. De Zimbabwanen hadden er bovendien wel wat geld voor over om ook zulke kleren te hebben, en de handel was geboren. De vluchtelingen begonnen voor een zacht prijsje aan lokale bewoners de geschonken tweedehandskleding te verkopen.

De handel in gebruikte kleding, nu een lucratieve business in veel Afrikaanse landen, trekt werklozen aan maar ook beroepsmatig geschoolden, zoals de Nigeriaanse onderwijzeres Adenike Omotara. „Aangezien de regering ons niet regelmatig een salaris kan uitbetalen, heb ik mij op deze handel gestort. Ik koop de kleren op, ik was ze en herstel ze, en verkoop ze dan aan mensen in de ministeries", zegt zij.

Aan klanten hebben de Nigeriaanse verkopers van gebruikte kleding bepaald geen gebrek. De inflatie is officieel 80 procent over zes maanden maar volgens niet-officiële bronnen 600 procent. Daardoor zijn de prijzen van nieuwe kleren zo sterk gestegen dat zij nu buiten het bereik van veel Nigerianen vallen.

De hyperinflatie, dalende inkomens en devaluatie hebben hetzelfde effect gehad in de Afrikaanse landen die op aandringen van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) structurele aanpassingsprogramma's hebben ingevoerd.

In Zimbabwe bijvoorbeeld hebben de netto inkomens het laagste punt in twintig jaar bereikt. Veel inwoners hebben dan ook gedwongen hun toevlucht genomen tot gebruikte kleding, die voor slechts een tiende van de prijs van nieuwe kleding van eigenaar verwisselt.

Warenhuis

Het aanbod op de markten voor gebruikte kleding is even uitgebreid als een goed gesorteerd warenhuis: maatkostuums, ondergoed, zakdoeken, overhemden, bloesjes, broeken, jurken, rokken, beha's, bedlinnen en onderhemden. Zelfs de middenklasse komt regelmatig snuffelen tussen de gebruikte kleren. Er wordt dan flink gegraaid in de hoop op confectie van bekende merken en mode-ontwerpers, omdat men die voor een hoge prijs kan doorverkopen aan boetieks.

De nationale textielindustrieën beginnen de gevolgem van de florerende handel in tweedehandskleding te voelen. In Kenia is de Kisumu-katoenfabriek, een staatsbedrijf, inmiddels gesloten.

„We kunnen de concurrentie niet langer aan. Het is niet dat onze produkten van slechte kwaliteit zijn. Voor de tweedehandskleding hoeven geen heffingen betaald te worden, en wij moeten dat wel", zegt Kisumu-directeur Anil Shuh.

Hetzelfde lot treft de kledingindustrie in buurland Tanzania. „Ik kan de nieuwe kleren aan de straatstenen niet meer kwijt, want de mensen hebben liever tweedehandskleren", zegt Janpath Patel, eigenaar van een kleine kledingfabriek in Dar es Salaam.

Binnenzak

„Wij hebben steun van de regering nodig om onze industrieën te laten voortbestaan", aldus Iddi Simba, voorzitter van de Confederatie van Industrieën in Tanzania. Textielfabrieken produceren momenteel minder dan 50 procent van hun capaciteit vanwege de import van gebruikte kleding.

Volgens kledingfabrikanten in heel Afrika zouden hun regeringen de handel in tweedehandskleding moeten stopzetten of terugdringen om hun industrieën te beschermen. Maar tot nu toe hebben zij weinig steun gekregen. „Wat gebeurt, is normaal. Door jarenlang een monopolie te genieten lieten de textielindustrieën de teugels vieren en dachten zij de markt in hun binnenzak te hebben", zegt Musalia Mudavadi, de Keniase minister van Financiën. „Die beschermde plaats willen zij nu terug. Maar wij zullen als regering niet op ons besluit terugkomen om de markt voor investeerders open te stellen. Wij willen de bevolking beschermen en niet een geselecteerd groepje".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken