Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Confucianisme wil zedenleer en niet een religie zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Confucianisme wil zedenleer en niet een religie zijn

Chinezen combineren verschillende richtingen

4 minuten leestijd

TAIPEI - „Het confucianisme is geen religie. Het is een vorm van onderricht. Confucius maakte een grondige studie van de Chinese cultuur en bracht de beste elementen by elkaar. Iedereen respecteerde hem". Chen Li-Fu, de 94-jarige voorzitter van de Confuciaanse vereniging op Taiwan (een broze man maar nog helder van geest) zegt het met nadruk.

In zijn lange leven heeft hij heel vrat meegemaakt. Zelf zegt hij dat hij 95 is, maar dat extra jaar komt door de aparte wijze waarop Chinezen hun leeftijd berekenen. Chen Li-Fu is geboren in 1900. Dat vras nog ten tijde van het Chinese keizerrijk.

Driemaal buigen

In die tijd was het confucianisme de toonaangevende levensbeschouwing in China. Voor de lessen op school begonnen, moesten de leerlingen Confucius eer bewijzen door driemaal te buigen. Dat is nu voorbij. Uiteraard in communistisch China, maar ook op Taivran, waar men de band met het verleden meer in ere houdt. Zo werd in de jaren vijftig op Taiwan de Confuciaanse vereniging opgericht door de toenmalige Chinese president Tsjang Kai Sjek.

De huidige jeugd respecteert het confucianisme niet meer zo als vroeger het geval was, zo moet Chen LiFu toegeven. Ze hebben tegenwoordig op school zo veel vakken, dat er weinig tijd meer overblijft om de leer van Confucius te bestuderen. „Maar in gezins- en familieverband wordt nog wel de nadruk gelegd op de confuciaanse waarden. Daar leren de kinderen hoe ze een goed mens moeten zijn".

Confuciaanse waarden werden en worden door de Chinezen veelal gecombineerd met tauïstische en boeddhistische geloofsopvattingen en praktijken. Die drie richtingen sluiten elkaar niet uit. Het tauïsme kenmerkt zich door allerlei magische praktijken, feesten en pseudo-natuurwetenschappelijke opvattingen, waaruit men als het ware een keuze kan doen. Het boeddhisme wordt niet door al zijn aanhangers als een geloof gezien.

Voorouderverering of in ieder geval respect voor de ouderen is een wezenlijk onderdeel van de Chinese cultuur. Wie de hoge leeftijd van de top van de Chinese communistische partij in ogenschouw neemt, kan constateren dat ook in communistische kring die gedachte nog doorwerkt. En dat de Confuciaanse vereniging een voorzitter heeft die de leeftijd der zeer sterken reeds aanzienlijk heeft overschreden, is ook niet toevallig.

Goden en geesten

In het moderne Taiwan neemt het traditionele geloof in goden en geesten af De voorzitter van de Confuciaanse vereniging betreurt dat echter niet. Het confucianisme is vooral een zedenleer. Confucius, die leefde in de zesde en de vijfde eeuw voor Christus, ontkende het bestaan van goden en geesten niet, maar heeft zich er weinig over uitgelaten.

Toen een student hem vroeg over de geesten en de dood, was zijn antwoord: „U bent zelfs niet in staat de mens te dienen, hoe zou u de geesten willen dienen? U bent niet eens in staat het leven te begrijpen, hoe zou u de dood kunnen begrijpen?"

Tussen het confucianisme en het christendom ziet Chen Li-Fu niet zulke grote verschillen. Het confucianisme kent echter geen hemel en geen hel. „Wij hoeven geen goede werken te doen om in de hemel te komen. Het eren van onze ouders geldt voor ons ook niet als een goddelijk gebod, maar als een zedelijke plicht".

Kerkgang

Tijdens zijn studie in de VS (in Pennsylvania studeerde hij voor mijnbouwkundig ingenieur) kwam hij vrij intensief met het christendom in aanraking. Hij was toen in huis bij kerkelijk meelevende christenen. Een jaar
lang ging hij met hen mee naar de kerk. Blijvende gevolgen heeft die kerkgang echter niet nagelaten.

Aan zending doet het confucianisme niet, al is de boodschap van Confucius
volgens Chen Li-Fu ook voor westeriingen relevant. Hij realiseert zich dat in de moderne industriële maatschappij de confuciaanse waarden onder druk staan. Het belang van het individu overheerst daar. De stabiliteit 'van het gezin is niet meer zo groot als in de agrarische maatschappij het geval was. De grootfamilie is uit elkaar gevallen en het is zelfs moeilijk om de gezinnen bij elkaar te houden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1994

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Confucianisme wil zedenleer en niet een religie zijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1994

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken