Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Degene die ons tegenhoudt verklaren we de oorlog''

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Degene die ons tegenhoudt verklaren we de oorlog''

Meedogenloos treedt het regime in Soedan op tegen christenen

14 minuten leestijd

Peter Woko woont in een armoedige wijli in Caïro. Nog maar een paar jaar geleden had hij het veel beter. Hij was van 1986 tot 1989 parlementslid in de Soedan. „Ik moest in 1992 vluchten en kon daarbij mijn vrouw en vier kinderen niet meenemen". Wanhopig zegt hij: „Ik heb geprobeerd in Caïro werk te vinden. Ik ben bereid alles aan te pakken om maar aan geld te komen om de reiskosten van mijn vrouw en kinderen naar Caïro te kunnen betalen maar ik kan nauwelijks in mijn eigen onderhoud voorzien".

Peter leeft nu van wat giften van Egyptische vrienden die niet rneer dan ongeveer 150 gulden per maand bedragen. En voor zijn schamele woning moet hij al 125 gulden per maand betalen. Er is geen uitkering. Peter heeft zijn vrouw en kinderen vanaf 1992 niet meer gezien of gesproken. Behalve Peter Woko zijn vele duizenden andere mensen naar Egypte gevlucht. Zonder werk en inkomen is het bestaan in Egypte armoedig. Maar toch is dat leven beter dan een nog grotere armoe gepaard met angst in Soedan.

Leven in de Soedan is een leven in onzekerheid. Dagelijks vinden duizenden mensen de dood. De burgeroorlog heeft al miljoenen mensenlevens gekost. Nog eens vele miljoenen zijn op de vlucht geslagen. Het land zit economisch aan de grond. Miljoenen mensen zijn werkloos en volledig afhankelijk van de spaarzame buitenlandse hulp.

Het is gevaarlijk om op He regering kritiek te uiten. Maar enkele jnensen durven zich echt uit te spreken. Een van hen is oud-president Sadek el-Mahdi. Zijn democratisch gekozen regering werd in 1989 door het huidige militaire regime omvergeworpen. Sadek el-Mahdi spaart het bewind op geen enkele wijze en zegt dat het regime op tal van punten verbeteringen beloofde. „De Soedaanse economie zou verbeteren en de burgeroorlog zou worden beëindigd. Deze regering heeft hier niets van waargemaakt. Soedan is in een economisch moeras gezonken. De oorlog woedt feller dan ooit tevoren".

Britse kolonie

De burgeroorlog woedt al vanaf de onafhankelijkheid van de Soedan. Daarvoor was Soedan een Britse kolonie, waarin het zuiden en het noorden zich heel verschillend ontwikkelden. Het noorden was voornamelijk islamitisch met het Arabisch als voertaal. Het zuiden was christelijk en animistisch waar vele tientallen stammen woonden.

Het noorden was goed ontwikkeld terwijl het onderwijs in het zuiden achterbleef. Velen vinden na veertig jaar burgeroorlog dat de Soedan nooit als één land'onafhankelijk had mogen worden. Dat was een blunder van de eerste orde. Maar Soedan in haar huidige vorm is lang voor de Britse inmenging ontstaan. Tot 1820 was het Afrikaanse zuiden van de Soedan van het Arabische noorden gescheiden door een groot en vrijwel ondoordringbaar moeras. In dat jaar stuurde Egypte expedities naar het zuiden om controle over de bronnen van de Nijl te krijgen. En daarna was Zuid-Soedan voor de Arabische handelaren een bron voor ivoor en slaven. Noord- en ZuidSoedan werden sindsdien door één koloniale mogendheid bestuurd.

Een eenheid zijn die twee delen nooit geworden. En dat heeft Soedan geweten. Het noorden heeft geprobeerd de eenheid te forceren. Het zuiden wilde niet door het islamitische, Arabische noorden worden gedomineerd en zocht zelfbeschikking. Vanaf het begin van de burgeroorlog speelden godsdienstige geschillen een rol.

Ondanks alle verschillen bereikten de verschillende partijen in 1972 een overeenkomst, maar die duurde maar tien jaar. De burgeroorlog laaide, weer op toen de regering in Khartoem de islamitische wetgeving in het gehele land wilde introduceren. Voor de niet-islamitische zuiderlingen was dit onacceptab-il.

Gesprek

In 1985 werd generaal Numeiri door een staatsgreep opzij gezet. De generaals beloofden verkiezingen. Ze maakten dat waar en in 1986 kwam Sadek el-Mahdi aan de macht. Sadek el-Mahdi voerde enerzijds de oorlogsinspanningen op door de Arabische stammen in Zuid-Darfoer en Zuid-Kordofan te bewapenen, maar ging tegelijkertijd gesprekken aan met het zuiden. Dorpen werd geplunderd, mannen vermoord, vrouwen verkracht en kinderen werden in slavernij weggevoerd. De door de Britten onderdrukte slavenhandel werd daardoor weer nieuw leven ingeblazen.

Peter Woko vertegenwoordigde in die periode de politieke associatie van zuidelijk Soedan in het Soedanese parlement. Ondanks de burgeroorlog wilden de zaterdag 12 november 1994 Zuidsoedanezen toch in het parlement vertegenwoordigd zijn. Het streven was toen een federatieve staat waarbij het zuiden zelf haar eigen wetgeving zou kunnen bepalen. Als het noorden geregeerd wilde worden door een islamitische wetgeving was dat prima, zolang het zuiden maar voor een eigen niet-islamitische wetgeving zou kunnen kiezen.

Door de vertegenwoordiging in het pariement konden de zuiderlingen ook op die manier met het noorden in gesprek blijven. Peter bekritiseerde de regering van Sadek el-Mahdi voor die slavenhandel. Maar Sadek el-Mahdi was ook de man die met de partijen in het zuiden onderhandelde. Sadek el-Mahdi zegt vandaag dat zijn regering bijna een overeenstemming met de zuidelijke leider John Garang had bereikt en Peter bevestigt dat. Maar vlak voordat opnieuw een gesprek zou plaatsvinden, werd de staatsgreep van 1989 gepleegd.

Staatsgreep

Het Nationale Islamitische Front (NIF) onder leiding van Hassan Torabi had zich tegen de gesprekken van Sadek el-Mahdi met John Garang gekeerd. Het wist een aantal officieren te bewegen een staatsgreep uit te voeren, waarmee het NIP in feite aan de macht kwam. Soedan was één en het land zou door één islamitische wetgeving moeten worden geregeerd. Een compromis zoals Sadek elMahdi die zocht, was niet mogelijk.

De situatie in de Soedan was verre van rooskleurig. Maar na de staatsgreep denderde het land op alle terreinen achteruit. Het parlement werd ontbonden, politieke partijen mochten niet meer functioneren. Velen die politiek actief waren, vluchtten het land uit. Peter probeerde zolang mogelijk bij zijn gezin te blijven, maar twee jaar geleden werd de grond hem te heet onder de voeten en vluchtte hij naar Egypte.

Heilige oorlog

Het militair islamitische regime beloofde in 1989 de oorlog te beëindigen en Soedans economie te verbeteren. De wijze waarop zij deze doelen trachtten te bereiken, werd snel duidelijk. De oorlogsinspanningen werden opgevoerd, waarbij alles was toegestaan: plundering van dorpen, kruisiging van bewoners, verkrachting van vrouwen en het wegvoeren van kinderen in slavernij. Verschillende mensenrechtenrapt)orten verschenen en Soedan werd internationaal geïsoleerd. Maar ondanks de vele ooggetuigenverslagen blijft Soedan de beschuldigingen nekkig ontkennen. hwtd

De Soedanese oppositie, bestaande uit zowel moslims als christenen, is duidelijk in haar kritiek. Neem bijvoorbeeld Mekki Meddani. Hij is voorzitter van de Soedanese mensenrechtenorganisatie in Caïro en verwijt het regime dat het de burgeroorlog heeft veranderd in een religieuze oorlog door de jihad, de heilige oolog, tegen het zuiden uit te roepen.

Als men Abu Saleh, de minister van buitenlandse zaken, met deze uitspraak van Meddani confronteert, reageert hij gestoken. „Dat begrip jihad wordt volledig verkeerd geïnterpreteerd. Met de jihad wordt geen militaire oorlog bedoeld. Het is de innerlijke strijd van het goede tegen het kwade".

Maar mensen in de moskee van Khartoem gaven na de vrijdagpreek over de jihad een andere uitleg: „De jihad is de oorlog tegen de hond John Garang, de leider van de Zuidsoedanese SPLA. En alle geweld tegen die hond is gerechtvaardigd".

De strijd tegen het zuiden wordt opgevoerd: dorpen worden gebombardeerd, volksmilities worden voor de oorlog in het zuiden getraind. De oorlog kost het straatarme regime volgens westerse diplomaten in Khartoem 2 tot 4 miljoen gulden per dag. De exacte omvang weet niemand. Naar schatting is dat 60 tot 70 procent van de totale overheidsuitgaven. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan de strijd tegen het zuiden.

De strijd concentreert zich in de zuidelijke provincies Bahr el Ghazal, ZuidKordofan, Opper-Nijl, Jonglei en Westen Oost-Equatoria. Er is geen duidelijk front. De islamitische regering heeft een aantal grotere plaatsen in handen, waaronder Juba. De SPLA, het zuidelijke leger onder leiding van John Garang, heeft haar hoofdkwartier in Narus, tegen de grens met Kenia.

Verdeeld

Maar het zuiden is verdeeld. Riek Majar heeft zich met een groep afgescheiden van de SPLA en beheerst grote gebieden in Jonglei. Lam Akol is de leider van nog een weer andere afsplitsing in Kadok, ten noorden van Malakal. En tegen de grens met Ethiopië beheerst Gordon Kong met zijn troepen de regio rond Nasir. Riek Majar en John Garang hebben elkaar tot groot genoegen van de regering in Khartoem op leven en dood bestreden.

Abu Saleh en anderen wijzen met nadruk op de verschillen in het zuiden. „Zelfs al zou het zuiden onafhankelijk zijn, dan nog zouden ze elkaar bestrijden. Onze aanwezigheid in het zuiden moet vrede bfengen". Maar Abu Saleh vermeldt daarbij niet dat John Garang en Riek Majar elkaar in oktober 1993 in een gezamenlijke verklaring vonden en de onderlinge gevechten hebben gestaakt. Het beeld van het verdeelde zuiden wordt echter in stand gehouden.

In Lafon, midden in het gebied van John Garang, zit de militie van William Nwuon. Zijn geweren zijn op de troepen van Garang gericht. Aan wapens ontbreekt het hem niet. De SPLA beschuldigt William Nwuón ervan samen te werken met de regering in Khartoem. In het kader van de verdeel-en-heers-politiek van de islamitische regering is dit niet onmogelijk.

Vluchtelingen

De strijd is in de afgelopen dagen weer opgevoerd. Er wordt hevig gevochten rond plaatsen als Kapujeta en Yei. De meest verschrikkelijke verhalen doen de ronde over de dorpen Dilling en Kadugli. Mannen worden vermoord, vrouwen worden naar barakken gevoerd waar ze worden verkracht door soldaten en pas als ze zwanger zijn, mogen ze weer weg. De kinderen van moslimvaders zijn immers moslims. In grote aantallen vluchten mensen naar het noorden.

In de afgelopen tien jaar zijn meer dan 4 miljoen mensen uit de oorlogsgebieden naar het noorden gevlucht. En dat waren voornamelijk mensen uit de plaatsen die onder controle van de regeringstroepen stonden. Het leger wilde voorkomen dat mensen naar het platteland zouden vluchten, waar ze zich zouden kunnen aansluiten bij de opstandelingen.

In Khartoem waren de vluchtelingen niet welkom. Ze werden uit de stad gejaagd, de woestijn in en zo ontstonden de grote vluchtelingenkampen rond de stad Khartoem waar nu meer dan 1,8 miljoen mensen in uiterst slechte omstandigheden zitten. Het zijn niet alleen vluchtelingen die in deze kampen worden ondergebracht.

Ook andere Zuidsoedanezen werden de kampen ingejaagd. Dit overkwam ook de vrouw en kinderen van Peter Woko. Peter en zijn vrouw hadden een woning in Khartoem maar na de vlucht van Peternaar Caïro werden zijn vrouw en kinderen opgepakt en verbannen naar het kamp Mayo en daar leven ze in een lemen hut van de schamele hulp die enkele buitenlandse hulporganisaties bieden.

Platgewalst

Een westerse delegatie bezocht recent met een vertegenwoordiger van het ministerie van informatie het kamp Par es Saalam. Hun werd verzekerd dat er niets aan de hand was. „De overheid heeft alles goed onder controle. Er is voldoende water en voedsel".

VN-vertegenwoordigers zijn het hiermee volstrekt oneens. „In de kampen is tekort aan vrijwel alles: aan water, voedsel en medicijnen. De mensen sterven bij duizenden. Vooral de ouderen en de zuigelingen in de kampen is geenjang leven beschoren. En niet alleen dit. In de kampen worden regelmatig duizenden lemen noodwoningen en tenten met bulldozers platgewalst om de bewoners vooral geen gelegenheid te geven zich te vestigen. Het officiële argument is stadsplanning. Maar daar deugt niets van".

De man toont een deel van het troosteloze kamp Mayo. Lemen woningen zijn verwoest in het kader van het verbreden van de kampweg van 15 naar 100 meter. Een paar weken geleden vond er een nieuwe stadsplanningsactiviteit plaats. De bevolking van het kamp kwam in verzet en gooide stukken leem naar de bulldozers. Het leger herstelde de orde op harde wijze: acht tot tien doden en meer dan veertig gewonden.

Mensen in de kampen zijn wanhopig. Kinderen die uit de kampen vluchten, op zoek naar voedsel in de stad, worden opgepakt en in islamitische "heropvoedingskampen" geplaatst. Islamitische organisaties zoals de Daawa Islamiya bieden voedsel en medicijnen aan in ruil voor overgang tot de islam. De Daawa Islamiya ontkent dit en beweert dat de mensen spontaan voor de islam kiezen. Hoe spontaan is echter spontaan als je niets meer te eten hebt? Vluchtelingen onderweg in Zuid-Soedan. Foto Jaco Klamer

Door een systematische islamisering van de kampen hopen de autoriteiten het verzet van de zuiderlingen in het noorden te breken. Het is oorlog en in die ooriog is alles geoorloofd. De ideoloog Hassan Torabi zegt: „De islam schrijdt voort en niemand kan die tegenhouden. Degenen die dat proberen, verklaren we de oorlog".

Dialoog

Naast die oorlog preekt het regime de dialoog. „De verhouding tussen moslims en christenen in de Soedan is veel beter dan die tussen protestanten en rooms-katholieken in Europa", beweert de minister van buitenlandse zaken. En zodoende werd er enkele weken geleden een groots opgezette dialoog tussen moslims en christenen in Khartoem gestart.

De teksten van de sprekers moesten vooraf worden ingeleverd en worden goedgekeurd. De tekst van de Soedanese Raad van Kerken werd afgekeurd. De rooms-katholieke aartsbisschop Zubeir weigerde hieraan mee te doen. Het regime oefende echter veel druk op hem uit om toch te komen. Op het laatste moment kwam hij. Voor censuur was toen geen tijd meer. De bisschop legde in zijn toespraak de vinger op de gevoelige plekken. Veel sympathisanten van het regime konden dit niet hebben en jouwden hem uit.

„Een levend bewijs van de goede verhoudingen tussen moslims en christenen is bisschop Roreig", legt de minister van buitenlandse zaken uit. Deze anglicaanse bisschop is zijn rechterhand en is benoemd tot minister van staat voor buitenlandse zaken. De anglicanen in Khartoem willen echter niets van deze man weten. „Noem hem meneer Roreig, niet bisschop", klinkt het uit de mond van velen.

Zijn mede-bisschoppen zijn door meneer Roreig in verlegenheid gebracht. Ze willen zich niet over hem uitspreken. De anglicaanse aartbisschop van Canterbury durft wel zijn mond open te doen: „Deze bisschop moet zich niet met de politiek bemoeien".

Bisschop Roreig trekt zich van deze kritiek niets aan en noemt zich een pionier. „Voortrekkers worden nu eenmaal vaak bekritiseerd en dat is mij ook overkomen. Maar we moeten ons daardoor niet laten tegenhouden".

Hulpverlening

Het regime spreekt over vrede en dialoog. De talloze rapporten over schendingen van mensenrechten worden ontkend. Protesten van de Amerikaanse ambassadeur in Khartoem tegen het incident in Mayo worden afgedaan als „buitenlandse inmenging". Vluchtelingen in de Soedan bestaan niet. Dat zijn emigranten of verplaatsten ("displaced persons").

De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties krijgt daarom geen toestemming haar hulpverlening naar bijvoorbeeld de kampen rond Khartoem uit te breiden. Andere hulporganisaties, zoals de Ierse organisatie Care, wordt het werken onmogelijk gemaakt en verlaten het land. Weer andere organisaties kunnen blijven als ze rrfear geen kritiek hebben op de regering en hun hulp zoveel mogelijk via islamitische organisaties als de Daawa Islamiya laten lopen.

„We staan met onze rug tegen de muur", zegt een hulpverlener van een bekende internationale organisatie die toch niet wil dat de naam van zijn organisatie wordt genoemd. „Onze organisatie spreekt zich bij haar hulpverlening normaal altijd uit over mensenrechten. Maar als we dat hier doen, worden we het land uitgezet. De overheid zal ons werk beslist niet overnemen. De vluchtelingen blijven dan werkelijk verstoken van alle hulp". Generaal Abdelrahman Saeed vertegenwoordigt de nationale democratische alliantie in Caïro. Zijn uitspraken zijn nogal kras. „Ik waarschuw mensenrechtenorganisaties goed op te letten. We zien de voorbode van een volkerenmoord". Voor pater Boulad, directeur van Caritas Egypte, is die volkerenmoord al lang gaande. „Het regime doet niets anders dan de zuidelijke bevolking systematisch, en ik herhaal dit woord, systematisch, kapotmaken".

Wanhopig

Er is vrede nodig. De vooruitzichten zijn niet hoopvol. Voor veel Soedanezen is vluchten de enige hoop op de korte termijn. Peter Woko probeert zijn vrouw en kinderen naar Caïro te halen. De tijd dringt. Zijn oudste zoon is twintig en kan elk ogenblik voor training in de volksmilitie worden opgeroepen. En als dat gebeurt, betekent dat een training aan het front. Voor duizenden jongens betekent dat het einde.

Peter Woko en zijn vrouw zijn ontzettend bang dat ze hun zoon zullen verliezen. Peter heeft verschillende hulporganisaties benaderd om duizend gulden te lenen. Dat geld moet net voldoende zijn om zijn vrouw en kinderen via de landroute uit de Soedan te halen. Per vliegtuig is te duur. Maar Peter kan het geld niet lenen. Er zijn zoveel Soedanezen die hulp nodig hebben. Peter Woko heeft al van alles geprobeerd en is wanhopig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 12 November 1994

Reformatorisch Dagblad | 31 Pagina's

„Degene die ons tegenhoudt verklaren we de oorlog''

Bekijk de hele uitgave van Saturday 12 November 1994

Reformatorisch Dagblad | 31 Pagina's

PDF Bekijken