Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beademen pasgeborene vergt veel zorg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beademen pasgeborene vergt veel zorg

Bronchopulmonale dysplasie: een complicatie bij beademing van te vroeg geborenen

7 minuten leestijd

De toegenomen behandelingsmogelijkheden voor te vroeg geboren kinderen hebben er de laatste 25 jaar toe geleid dat steeds jongere en kleinere prematuren in leven gehouden kunnen worden. De sterftekans voor kinderen onder de 1500 gram is verminderd van 70 naar 20 procent. Dat is mede te danken aan nieuwe en verbeterde beademingsmethoden. Maar een schijnbaar onvermijdelijke complicatie van die beademing is de bronchopulmonale dysplasie. "Eens beademd..., altijd patiënt!?" was dan ook het thema van een vorige week vrijdag in Utrecht gehouden symposium.

„Jaarlijks moeten er in ons land 2000 tot 3000 te vroeg geboren kinderen beademd worden. Daarvan houden 100 tot 150 kinderen een bronchopulmonale dysplasie over, kortweg BPD genoemd", zegt R. A. van Lingen. Hij is kinderarts/neonatoloog in het Sophia Ziekenhuis te Zwolle. „Dysplasie is een ziektebeeld, dat pas sinds 1967 bekend is. Er is daarom nog weinig bekend over de gevolgen op langere termijn", zegt Van Lingen. „Dysplasie betekent dat de groei niet verloopt als normaal. Eigenlijk kan dat ook niet anders bij kinderen die als nauwelijks levensvatbaar ter wereld komen. Ze hebben niet alleen problemen met hun ademhaling, maar ook met voeding en later met een ontwikkelingsvertraging".

Volgens de kinderarts/neonatoloog is BPD een moeilijk te stellen diagnose. Hij doet de volgende poging: „Het is een chronische longziekte van pasgeborenen die optreedt bij kinderen die in de eerste levensweek aan de beademing moeten en langer dan 28 dagen zuurstofbehoefte en ademhalingsproblemen houden. Op de röntgenfoto van de borstkas zijn karakteristieke afwijkingen te zien doordat het long• weefsel beschadigd is".

De vier voornaamste factoren die BPD veroorzaken zijn volgens de kinderarts: de premature geboorte, de ernstige ademhalingsproblemen, de chemische beschadiging door de giftigheid (toxiciteit) van de toegediende zuurstof en de mechanische beschadiging van de longen door hoge-drukbeademing.

Surfactant

De grote winst van de nieuwe en verbeterde beademingsmethoden is, dat veel meer te vroeg geboren kinderen in leven kunnen worden gehouden dan voorheen, ondanks dat dit bij een aantal tot een complicatie als BPD leidt. Ons land telt een tiental centra die specifiek zijn ingesteld op de behandeling van te vroeg geboren kinderen (neonaten).

„Naast de verbeterde beademingsmethoden is het ons ook gelukt om de lichaamseigen stof surfactant na te maken. Het is een stof die in de laatste weken van de zwangerschap wordt aangemaakt en die er voor zorgt dat de tongetjes van pasgeborenen zich soepel kunnen ontplooien. Bij neonaten ontbreekt die stof. Wanneer je dan gaat beademen schuren de tongetjes langs de longvliezen en raken ze geïrriteerd. Dat leidt dan weer tot problemen. Door surfactant aan een pasgeborene toe te dienen, zorg je ervoor dat de tongetjes werken zoals ze moeten werken", zegt Van Lingen.

Desondanks blijven er kinderen met BPD, omdat er nog te veel kinderen prematuur geboren worden. De ernst van deze complicatie wordt volgens de kinderarts voor een groot deel bepaald door de duur van de extra zuurstoftoediening, de concentratie daarvan en de mate van onrijpheid van de longen. „Zuurstoftoediening kent grote gevaren", aldus de kinderarts. „Geef je te weinig, dan zal de groei uitblijven. En groei betekent vorming van nieuwe longblaasjes en dus een betere longfunctie. Geef je te veel, dan veroorzaakt dat een beschadiging van de nog groeiende bloedvaten in het netvlies. Dit kan leiden tot slechtziendheid of zelfs blindheid".

Van alle kinderen met BPD overlijdt tussen de 15 en 30 procent aan acute complicaties. Na ontslag zou nog meer dan 10 procent overlijden aan andere complicaties. Op de lagere-schooUeeftijd zou nog 40 procent van de kinderen symptomen van BPD hebben.

Bij de dag

Door tal van verpleegkundigen werd tijdens het symposium aangetoond dat kinderen met BPD veel specifieke verpleegkundige zorg nodig hebben. Omdat de ziekenhuisopname vaak vele weken tot maanden duurt, is het van groot belang dat de teamverpleegkundigen goed contact hebben met de ouders en het kind, evenals met elkaar en met de andere disciplines. „Ouders hebben in betrekkelijk korte tijd al veel meegemaakt. Door onzekerheid van het beloop en de lange duur is het moeilijk voor ouders moed en vertrouwen te houden. Steeds moet er min of meer bij de dag geleefd worden", betoogden de verpleegkundigen Deiman en Van der Vlist.

Ook aan problemen met voeding, waarbij het aspect van voeden geforceerd aandacht krijgt, waardoor het kind een aversie kan ontwikkelen tegen het voeden, werd aandacht besteed. Anderen bespraken mogelijke abnormale ontwikkelingskenmerken aangaande de ontwikkeling van spraak en taal en de verstandelijke en sociale ontwikkeling. Zij maakten duidelijk dat, wanneer BPD-kinderen naar huis gaan, het belangrijk is dat ouders hun kind hebben leren observeren. Dat vraagt heel veel tijd, aandacht en geduld. Andere verpleegkundigen moesten bekennen dat ze huilden wanneer kinderen met BPD, die ze intensief hebben verzorgd, kwamen te overlijden.

Bij twee neonatologische centra wordt thans een thuiszorgprogramma uitgetest, geënt op verkorting van de ziekenhuisopname waarbij de behandeling thuis technisch wordt ondersteund.

Normen en waarden
Verkorting van de ziekenhuisopname blijkt noodzakelijk omdat het gevaar dreigt dat binnenkort niet alle prematuren meer geholpen kunnen worden. Dat leidde tijdens het symposium tot een emotionele discussie tussen verpleegkundigen onderling en tussen verpleegkundigen en artsen.

Verpleegkundige S. D. Siereveld hield een betoog over "Gevoel, normen en waarden". „Verplegen is een morele activiteit, gebaseerd op normen en waarden. Die kunnen geheel van elkaar verschillen en soms tot meningsverschillen leiden. Hierdoor kan bijvoorbeeld de samenwerking met een collega moeilijk verlopen, omdat die vanuit een heel andere levensbeschouwelijke achtergrond haar of zijn werk doet. Normen en waarden, die dus bepalen hoe het hoort, geven richting aan het denken en daarmee aan. het gedrag en het handelen. En het bespreekbaar maken van gevoelens is een voorwaarde voor deskundigheidsbevordering en een professionele verpleegkundige inbreng. Want is professioneel verplegen verplegen zonder emotie of verplegen vanuit gevoel? Goede verpleegkundige zorg is gebaseerd op normen en waarden. En omdat die normen niet vastliggen en voor iedereen verschillend zijn, zijn ze niet vastgelegd als professionele norm. Dat geeft soms problemen", aldus mevrouw Siereveld.

Keuzen

Keuzen worden gemaakt op grond van normen en waarden. Dit leidde tot een emotioneel debat. „Het is best moeilijk om een kind met de beste kansen wel te behandelen en een kind met mindere kansen niet. Een dergelijke beslissing getuigt van moed", zo luidde een opmerking uit de zaal. Van Lingen werd gevraagd wanneer hij zou stoppen met een behandeling. „Ik kan daar geen criteria ,voor geven. Als je een behandeling staakt, wat dan?", zo zei hij.

Dat er in de toekomst meer keuzen moeten worden gemaakt, is voor de kinderarts een ding dat zeker is. „We worden geconfronteerd met bezuinigingen in de gezondheidszorg terwijl je het beschikbare geld maar één keer kunt uitgeven", aldus Van Lingen. Die stelling leidde tot protest vanuit de zaal, omdat bij beslissingen rond het levenseinde geld geen rol zou mogen spelen. Zo'n beslissing dient gebaseerd te zijn op normen en waarden. Volgens anderen zou onder bepaalde omstandigheden een behandeling niet meer kunnen.

Van Lingen zei dat hij nog nooit een afweging had behoeven te maken waarbij zijn geweten in het gedrang was gekomen. „In mijn omgeving word ik vaak geconfronteerd met mensen die de reformatorische beginselen zijn toegedaan. Wanneer het dan om een prematuur kindje gaat, waarvan ik op grond van ervaring en intuïtie weet dat het instellen van een behandeling zinloos is, dan maak ik dat de ouders duidelijk. Ik betrek daar ook de pastorale zorg bij. Maar ik neem de beslissing, niet zonder dat ik er alles aan gedaan heb om mijn omgeving en die van het "kind te overtuigen van de juistheid van die beslissing. Op grond van normen en waarden kom ik zo tot een keus", aldus Van Lingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 november 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Beademen pasgeborene vergt veel zorg

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 november 1994

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken