Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lelystad moest aan een baai liggen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lelystad moest aan een baai liggen

Plannenmakers verw^ezen voorstellen Van Eesteren naar de prullenbak

3 minuten leestijd

Het schip buigt af, tussen Urk en de punt van de Markerwaard door. Aan het eind van de baai doemt Lelystad op: een fors uit de kluiten gewassen stad aan het Oostvaardersdiep, met zeker 100.000 inwoners, hoofdstad van het land dat Nederland aan het water ontnam.

Zo moest het worden in de visie van architect Cornells van Eesteren. Maar zo werd het niet. De Markerwaard kwam er nimmer. De Markermeerdijk loopt in rechte lijn naar Enkhuizen, zodat van een baai geen sprake is. En Lelystad bereikte lang de omvang niet die Van Eesteren het had toegedacht en waar ook de Dienst der Zuiderzeewerken begin jaren zestig nog van uitging.

De architect moet een teleurgesteld man geweest zijn. Weliswaar had hij invloed gehad op de invulling van het polderlandschap, maar zijn plan voor de Flevolandse hoofdstad ging ten onder.

Van Eesteren was een van Nederlands 'invloedrijkste bouwkundigen van zijn jaren. Hij voorzag voor de oorlog al een uitgroei van Amsterdam op het water. Het kwam er toen niet van. Vandaag noemen we het IJburg. IJburg had echter nooit gebouwd hoeven te worden als Van Eesterens plannen met Lelystad werkelijkheid waren geworden. Lelystad bleef steken op dik 60.000 inwoners. Het gemeentebestuur van Amsterdam vond dat de leegloop van deze stad niet te extreme vormen mocht aannemen. Tot diep in de jaren zestig geloofde Mokum dat het de eigen bevolkingsaanwas kon opvangen in de stadsdelen Noord en Zuidoost.

Van Eesteren wist onvoldoende steun van adviseurs en ambtenaren voor zijn plannen te krijgen. In het voorjaar van 1962 was duidelijk dat de standpunten van de ontwerper en de meerderheid van de Planologische Commissie Lelystad ver uiteenlagen. Toch ging Van Eesteren door. Medio 1964 werd zijn laatste ontwerp afgewezen en in januari 1965 werd hij, zoals hij zelf schreef, „met lof uitgeschakeld". Behalve 'Lelystad-city' kwam Foto Cord Otting ook de Markerwaard er niet. Van Eesteren werkte in 1944 al aan een ontwerp voor de ontwikkeling van het Enkhuizerzand. Vijf jaar later besloot de Dienst der Zuiderzeewerken dat het Enkhuizerzand buiten de bedijking zou vallen. Van Eesteren kon zijn werk overdoen en ontwierp een nieuw tracé voor de IJsselmeerdijk.

Eind dat jaar besloot de regering de ontwikkeling van Oostelijk Flevoland voorrang te geven. Daarmee zakte de Markerwaard vele punten op de agenda. Tegen de tijd dat Oostelijk en Zuidelijk Flevoland grotendeels klaar waren, kreeg het gebied ten westen ervan weer aandacht. De tegenstand tegen verdere inpoldering was toen inmiddels fors gegroeid en een Markerwaard is er dan ook nooit gekomen. Het bleef bij een dijk van Lelystad naar Enkhuizen. En die dijk was volgens Van Eesteren veel te recht.

Conflicten

Een reconstructie van hoe het allemaal had kunnen worden en waarom het zo niet werd, is te vinden in het proefschrift van dr. Zef Hemel over de geschiedenis van de polderprovincie vanuit stedebouwkundig perspectief. Aan de hand' van het Van Eesteren-archief in het Nederlands Architectuurinstituut kon Hemel het moeizame werk van de architect bijna van dag tot dag volgen. Zijn boek is even stevig als de beschreven materie. Zo worden de 'verschillende hoofdstukken gemarkeerd door stukken karton. Het lijvige 'werkje' verscheen op 30 september in de vierdelige serie "Cornells van Eesteren, architect-urbanist". Om nou te zeggen dat het leest als een romannetje: nee. Maar informatief is het. Wie nu per automobiel, over de langgerekte polderwegen snelt, beseft nauwelijks welke conflicten er aan de drooglegging van dit stuk IJsselmeer en het bijnamaar-toch-niet droogleggen van een ander deel voorafgingen. N.a.v. "Het landschap van de IJsselmeerpolders - planning, inrichting en vormgeving", door Zef Hemel; uitg. NAi Uitgevers i.s.m. ÉFL Stichting, Rotterdam, 1994; 322 blz.; ƒ95,-.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 27 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Lelystad moest aan een baai liggen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 27 december 1994

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's