Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het joodse volk verzaakte door de eeuwen zijn zendingsroeping

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het joodse volk verzaakte door de eeuwen zijn zendingsroeping

Chorin hoopt op nieuw licht over „beide delen van het verbondsvolk”

5 minuten leestijd

BAARN - „Wat Christus en zijn kerk in de wereld betekenen, daarover zijn wij het eens; niemand komt tot de Vader dan door hem. Niemand komt tot de Vader -het ligt echter anders als iemand niet meer tot de Vader hoeft te komen omdat hij al bij hem is. En dit nu is het geval met het volk Israël (niet met de afzonderlijke jood)”.

Met dit citaat uit een brief van Franz Rosenzweig aan diens neef Rudolf Ehrenburg op Grote Verzoendag 1913 is de kern aangegeven van het boek, dat de joodse publicist Schalom Ben Chorin het licht deed zien: “De verkiezing van Israël, een theologische beschouwing”.

Het gaat dan om drie grondnoties, namelijk: Israël is de verkorene bij uitstek; het gaat dan om het volk als geheel en niet om de enkeling; en het christendom heeft in de wereld een van het jodendom afgeleide plaats en roeping. Vrijelijk roept Chorin, wat het laatste betreft, ook het Nieuwe Testament te hulp, bijvoorbeeld waar Paulus in Romeinen 11 spreekt over Israël als „de beminden om der vaderen wil”, ook al zijn zij „vijanden van het evangelie”. De christelijke theologie -zo zegt hij- is zelf ook tot de conclusie gekomen, dat het verbond met Israël nooit is opgeheven en dat „onafhankelijk van het nieuwe verbond het oude verbond blijft bestaan”.

Met Rosenzweig stelt hij, dat jodendom en christendom „volkomen gelijkberechtigde partners in Godskennis” zijn. Maar liet heidendom kon het stadium van het Oude Verbond pas bereiken door de boodschap van Christus. Het grote verschil is echter, dat Israël ‘zichzelf als de lijdende Knecht des Heeren blijft beschouwen, terwijl dit voor christenen Jezus Christus is.

Roeping

In dit boek is elke zin er één. Het volk der verkiezing is verbondsvolk, een volk met eigen wetten, een volk anders dan alle andere volkeren. Die verkiezing is echter ook lastig, omdat het een bijzondere verplichting met zich meebrengt, namelijk om exemplarisch te zijn naar de volkeren toe. Met de verkiezing in de rug staat Israël de eeuwen door intussen aan twee verzoekingen bloot: de Scylla om toch te worden als andere volkeren en de Charybdis van de „nationaal-religieuze trots waarbij men zich beter acht dan andere volkeren”.

Een doorlopend verwijt in dit boek is dat Israël zijn roeping, die het vanwege de verkiezing had, de eeuwen door heeft verzaakt. Israël heeft zijn taak om een licht der volkeren te zijn niet ingezien. „Als Israël echter zijn verkiezing niet begrijpt in de zin van zending, loopt het gevaar te vervallen tot het nationalisme en het chauvinisme van andere volkeren”.

Als zodanig verwijt Chorin de joodse orthodoxie, dat het zich in zichzelf heeft opgesloten, druk is geweest aan de Wet voor zichzelf en op z‘n best erop uit geweest is inwendige zending te bedrijven, om zo jodenmensen tot hun religieuze wortels terug te brengen (Schneerson!).

Politiek

“Het land der belofte” is een apart hoofdstuk in dit boek. Duidelijk verbindt Chorin Israels verkiezing met de belofte inzake het land der vaderen, waarbij het volgens hem uniek is, dat de grenzen van een land „door goddelijke openbaring” werden getrokken. Jeruzalem (stad van Boven en van beneden) hoort ook helemaal bij die landsbelofte.

Toch spreekt hij relativerend over de politieke status van Jeruzalem. Hij pleit voor soepelheid. Gezien de verschillende godsdiensten pleit hij zelfs voor een „oecumenisch bestuur” van de „drie abrahamitische godsdiensten” over de oude stad. Als zodanig gaat Chorin minder ver in de consequenties, die Israels verkiezing voor het politieke gebeuren in het Midden-Oosten heeft, dan allerlei christelijke fundamentalistische stromingen, die als zodanig ook door de schrijver worden genoemd (onder andere de Christelijke Ambassade in Jeruzalem).

Het is, zegt hij, de taak van Israël om als volk der verkiezing de weg vrij te maken voor „de grote bedevaart der volkeren” naar Jeruzalem, zoals Jesaja, Micha en Zacharia die voorzeggen. In dit verband spreekt hij merkwaardigerwijs, met Paulus, over de christenen als „mede-erfgenamen der belofte”. Waar we zulk een verwijzing als christenen ook zouden verwachten, niet hier! Maar juist nu het joodse volk weer een eigen staat heeft, is er sterker dan ooit de mogelijkheid van „een existentiële zending”, om te zijn tot een licht voor de volkeren.

Verplichte lectuur

Voor wie zich met de grondvragen van Israël -volk, land, staat en godsdienst bezighoudt, is dit boek dunkt mij verplichte lectuur. Het is uitermate helder geschreven, zodat het breed toegankelijk is. Doordat Chorin met christenen in gesprek is, heeft hij hen ook meer te bieden dan louter een beschouwing over de joodse visie op eigen verkiezing. Met name daar, waar hij waarschuwt voor “naamchristendom”, zodat christenen zelf niet meer toegankelijk zijn voor hun eigen dogma (de Vleeswording en de Drieëenheid), toont hij aan de christenheid ook te kennen en schrijft hij ontdekkend.

Hoewel het verder boeiend is, dat Chorin spreekt over een dubbel verbond (voor joden en christenen) en dat hij het lijden van Golgotha onvoltooid acht zonder de opstanding, verliezen we niet uit het oog dat Israël toch wordt gezien als de Knecht des Heeren, die „het plaatsbekledende zoenlijden” als „een zware functie” moet dragen. En dan zeggen we met Paulus: maar nu is de gerechtigheid Gods geopenbaard zonder de wet, door het geloof in Jezus Christus. Daarmee is Israël niet buiten beeld geraakt maar wordt nieuwtestamentisch in het rechte licht gesteld.

Chorin hoopt op nieuw licht, „dat over beide delen van het verbondsvolk uit Sion straalt”. Dat hopen we met hem. Vanwege de Messias, Die in Christus Jezus tot het Zijne is gekomen, een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van het volk Israël.

N.a.v. “De verkiezing van Israël, een theologisch-politieke beschouwing” door Schalom Ben Chorin; uitg. Ten Have, Baarn; 166 pag.; ƒ29,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Het joodse volk verzaakte door de eeuwen zijn zendingsroeping

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken