Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Barbecuen in het Beloofde Land

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Barbecuen in het Beloofde Land

Gewone “tioel” door Israels natuurgebieden boeit ecotoerist niet meer

10 minuten leestijd

Tegenwoordig banen veel ecotoeristen zich een weg door natuurgebieden. Elke voetstap wordt duizenden malen gekopieerd. Ook Israël kent een groeiende toeristenstroom naar mooie plekjes in de natuur. De Hermonberg wordt overwonnen, Galilea herontdekt en de wonderschone vissen in de wateren nabij Eilat worden door vele duikers bezocht. Door middel van voorlichting en controle wordt geprobeerd het natuurtoerisme in goede banen te leiden.

„Wat doen zij hier”, denk ik als ik bij het begin van mijn tocht door Nachal Kelach op de Karmel bij Haifa twee oudere vrouwen met een rugzak aantref. Wadi’s (droge rivierbeddingen) mogen dan mooie natuurgebieden zijn, de paden er doorheen zijn toch allerminst geschikt voor een rustige en ontspannen wandeling. Je moet vaak bukken om boomtakken te ontwijken. Soms glij je langs rotsblokken naar beneden om het volgende pad te bereiken. En voorzichtigheidis geboden bij het springen van het ene rotsblok naar het andere, zonder je voet te verstuiken.

Nadat ik het eerste deel van het traject alleen heb afgelegd, besluit ilcop de dames te wachten. Na een rustpauze van twintig minuten komen de “wadilopers” lachend op me af. „Atah ajef, nachon?” (Jij bent moe, nietwaar?) „Mah pitom?” (hoe dat zo?), antwoord ik quasi-verongelijkt. De twee natuurtoeristen vertellen dat ze elke sabbat een trip maken. „Meestal gaan we met een groep. De Vereniging voor de Bescherming van Natuur in Israël, SPNI, organiseert tussen oktober en april trips, ’s Zomers gaan we op eigen houtje. Wel zo leuk, want dan kunnen we zelf ons tempo bepalen. De groep loopt soms zo snel dat er nauwelijks tijd is om rond te kijken. We komen voor de natuur,-niet voor een hardloopwedstrijd”, zeggen ze gekscherend.

Betonnenjurk

De Karmel vormt slechts een onderdeel van Israels rijke cultuur en natuurlijk landschap. Haar woelige geschiedenis Itaat meer dan duizenden jaren terug. Tatrijke relicten in het landschap weerspiegelen de invloeden van vele culturen. Het land dat op het kruispunt ligt van drie verschillende geografische en klimatologische zones, heeft een enorme variatie van natuurverschijnselen -op een gering oppervlakdie ook in andere werelddelen voorkomen. Tussen het met sneeuw bedekte Hermongebergte op de Golanhoogvlakte tot aan de diepe blauwe wateren van de Golf van Eilat openbaart zich een rijk geschakeerd landschap van bossen en woestijnen, bergen en ravijnen, rivieren en meren, duinen en moerassen. Israels ecosysteem kent meer dan 3300 planten- en 900 diersoorten.

Er wordt tegenwoordig in Israël veel aandacht besteed aan de bescherming van natuurgebieden. Dat was in de beginjaren van de staat wel anders. Het land moest worden opgebouwd; er moest voortgang worden gemaakt. De titel van een bekend liedje uit die periode weerspiegelt de tijdgeest: “Labsjech simlat beton wemelet”, kleed het (land) met een betonnen jurk en cement. Er waren maar weinigen die aandacht schonken aan de ecologische gevolgen van bouwactiviteiten voor het natuurlijk landschap. Weinig mensen verzetten zich tegen de komst van industrie in natuurgebieden.

Toerisme

Actieve lobby door idealisten leidde in 1961 tot de totstandkoming van de Wet Kanowitz. Deze wet, die strenge eisen voor het milieu bevat, voorzag ook in de oprichting van een aantal nationale parken en natuurreservaten. De definitieve status van deze gebieden werd vervolgens in 1963 in een wet vastgelegd.

Behalve de noodzaak tot bescherming werd gewezen op de grote rol die de natuurreservaten zouden kunnen gaan spelen in de toeristenindustrie. Die voorspelling is uitgekomen. „De laatste twintig jaar is een sterke toename waarneembaar van het aantal Israëlische reizigers naar natuurreservaten. Zo’n 15 à 20 procent van de Israëlische bevolking neemt zo nu en dan deel aan de door ons georganiseerde excursies”, zegt Ron Ilan van de SPNI trots.

Was in de jaren zestig het picknicken zeer populair, de huidige toerist „gaat op tioel” (trektocht). De SPNI biedt hem vele alternatieve reizen om het land vanuit een ander perspectief te ontdekken. De “ecotours” variëren van korte trips naar interessante plekjes tot tweewekelijkse natuurtochten door het hele land.

Schade

Wie is de ecotoerist? Is het de natuurliefhebber? De milieuactivist? De avonturier? Of de zonaanbidder die dagenlang op een natuurstrand in de zon ligt te bakken? Milieu-experts en ecologen zijn het nog niet met elkaar eens wat onder deze ‘nieuwe’ toerist moet worden verstaan. In een kleurrijke folder presenteert het Toeristisch Bureau van de SPNI zijn trips als het ware ecotoerisme. Het levert een belangrijke bijdrage aan de bescherming van Israels nationale cultuur en schoonheid.

De Amerikaanse ecoloog prof Lieberman, werkzaam aan de universiteit van Haifa, bekijkt het anders. Volgens hem bestaat de ecotoerist niet. „Je moet kijken naar de activiteiten van de toerist in relatie tot zijn omgeving. De badgast die netjes via de aangelegde paden naar het strand loopt en daar gaat liggen, zal weinig kwaad doen. Een wandelaar die daarentegen de duinen doorkruist, zal het duinlandschap schade toebrengen. Van belang is dus dat de toerist weet wat wel en wat niet mogelijk is in natuurgebieden”, zo doceert Lieberman.

Liefde

Als milieuorganisatie houdt de SPNI zich bezig met voorlichting over natuurbescherming aan burgers in het algemeen en toeristen in het bijzonder. Onder het motto “Je kunt niet iets beschermen tenzij je het koestert en je kunt niet iets koesteren tenzij jejiet goed kent”, trachten SPNI-gidsen zo veel mogelijk mensen te betrekken bij de problemen van de natuur.

Ron Ilan over de educatieve excursies: „We richten onze aandacht met name op de jeugd. We hebben 26 veldscholen in Israël. De Karmel Veldschool in Haifa organiseert voor kinderen van de basisschool drie tot vier maal per jaar een excursie in het gebied van de Karmel. We laten hen zo kennismaken met de basiskenmerken van dit gebied dat dicht bij hun woonplaats ligt, maar voor velen nog onbekend is. Met middelbare scholieren trekken we wat verder rond. We onderwijzen hen over de aanwezige flora en fauna. We hopen dat zij de kennis aan hun ouders overdragen en hen stimuleren de natuur in te duiken”.

Land platgewalst

‘Gewone’ tochten boeien velen echter al lang niet meer. Uitdagingen, het ongewone wordt gezocht: bergbeklimmen, grotondcrzoeken, diepzeeduiken. De uitvoering van deze activiteiten levert vaak de grootste problemen voor het landschap op. Hoe tracht de SPNI deze ontwikkeling te sturen? Ilan: „Vele activiteiten worden door ons zelfgeorganiseerd. De deelnemers worden goed geïnstrueerd. De meesten zijn al vanaf hun jeugd actief in navigatieclubs van de SPNI. Hier leren wij hen de “ins and outs” van overlevingstochten, bergbeklimmen, nachtelijke expedities enzovoorts. Wadi’s schoonmaken en bescherming van zeldzame planten zijn andere werkzaamheden die wij de jeugdige avonturiers onderwijzen”.

Alle goede voorlichting en educatie ten spijt kan ecotoerisme al snel ontaarden in massatoerisme, met alle gevolgen vandien. De Banyas, een natuurgebied op de Golanhoogvlakte, wordt door toeristen platgewalst. En tijdens Lag Ba Omer (een joodse feestdag) trekt heel het land erop uit om te gaan barbecuen, soms op plekken waar het niet gewenst is.

„Het is een probleem”, erkent Ilan. Schade aan het landschap veroorzaakt door toeristische activiteiten zijn nog niet veel onderzocht. De vragen die we onszelf moeten stellen, zijn: wat willen we conserveren en hoe? Moeten we de natuur aan haar lot overlaten of moeten we zelf het heft in handen nemen?”.

Controle

Het Departement van Natuur Reservaten (NPA) is nauw betrokken bij problemen van toeristische activiteiten voor landschapsconservering. „We proberen de toeristenstroom te controleren”, zegt bioloog Zeév Koeler. „Delen van reservaten waar de draagcapaciteit, het maximaal aantal toeristen dat een natuurgebied kan ontvangen, wordt overschreden, trachten we te ontlasten. Een goed voorbeeld vormen de Soreq-grotten in de heuvels van Judea. De aanwezigheid van mensen kan hier het proces van stalactieten- en stalagmietenyorming (opgeloste kalksteen) verstoren. Door het aantal bezoekers te beperken, blijft het door de mens uitgeademde kooldioxide dat de druipstenen aantast, beperkt. Bovendien hebben we de voetpaden zo aangelegd dat de stalagmieten niet kunnen worden betast”.

Sinds 1963 oefent de NRA controle uit over de natuurgebieden in Israël. Het land kent 373 natuurreservaten. Slechts 171 daarvan hebben tot nu toe, na een lang proces van identificatie, definitief de status van natuurreservaat gekregen. Ze zijn officieel opengesteld voor het grote publiek. Allerlei voorzieningen moeten de schade aan het landschap door toeristen beperken. Zo zijn op zorgvuldige wijze voetpaden uitgezet en gemarkeerd. Hierbij is onder andere rekening gehouden met de veiligheid, het schoonmaken en niet in de laatste plaats met de invloed op het landschap. Tot op heden zijn vier- a vijfduizend kilometer van de paden voorzien van routebordjes.

Bouwactiviteiten

De invloed van het toerisme op het landschap blijft niet beperkt tot louter en alleen het rondtrekken. Er worden accommodaties gebouwd om de reizigers langer „vast te houden”. Zo beginnen bijvoorbeeld de inwoners van de traditionele Arabische en Druzische dorpen in het mooie groene Galileese landschap, in Noord-Israël, langzaam de mogelijkheden van het toerisme te ontdekken. De fraai op berghellingen gesitueerde dorpjes worden met name door buitenlandse reizigers gezien als een stukje folklore. Wat is mooier dan een verblijf in een exotisch dorpje als Pekiin? Plaats is er genoeg. Binnen de Arabische bouwtraditie worden de huizen met het oog op de toekomst gebouwd. Vele huizen hebben lege etages bestemd voor de kinderen als die eenmaal getrouwd zijn. In de tussentijd kunnen de etages functioneren als onderkomens voor toeristen.

De NRA tracht samen met de inwoners van de Druzische dorpjes Hurfeish, Pekiin en Bet Jann in Galilea de ontwikkeling in goede banen te leiden. „De dorpen liggen gunstig, aan de rand van het natuurreservaat Har Merom. We willen echter voorkomen dat er gebouwd wordt in het natuurreservaat”, zegt Koeler. „Het kwetsbare ecosysteem duldt geen ongecontroleerde bouwactiviteiten. Maar zolang de ontwikkelingen hand in hand gaan met de natuur, kan het zeer rendabel zijn. Uiteindelijk is natuur het produkt dat moet worden verkocht, en dus moet worden beschermd”.

Idylle

Het spanningsveld tussen natuur en toerisme is groot. Onlangs schreef reisjournalist Rainer Schauer over toeristische activiteiten naar verre streken met de laatste restjes ongerepte natuur. De ware ecotoerist, aldus Schauer, kan beter thuis blijven, omdat hij anders vernietigt wat hij zelf aanbidt: de idylle.

Moet Israël dan maar zijn natuurreservaten sluiten omwille van de natuur? „Neen”, meent Ilan. „De stabiUteit van ecosystemen kan door invloeden van menselijke activiteiten niet langer meer worden gegarandeerd. Israël kent bovendien geen stukjes ongerepte natuur meer. En de vraag die ik al eerder naar voren bracht, is of we de natuur haar gang moeten laten gaan of dat we juist moeten ingrijpen. In het gebied van de Karmel bijvoorbeeld heeft de NRA de natuur vrijspel gegeven door het grazen van vee te verbieden. De beplanting is zo dicht geworden dat de zeldzame Madonna-lelie op sommige plekken is verdwenen, omdat de bloem te weinig licht kreeg. Het voordeel van toeristische paden is dat het ons juist de gelegenheid geeft het gebied te betreden, te controleren en waar nodig is in te grijpen. Overigens moeten wij, de ecotoeristen, toch kunnen blijven genieten van natuurschoon. Het gevoel van welbehagen dat we ondervinden als we door de natuur lopen, is toch juist een van de redenen dat we haar willen beschermen?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Barbecuen in het Beloofde Land

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken