Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

POLSSLAG

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

POLSSLAG

4 minuten leestijd

Hoofdpijn

Hoofdpijn kan -vreemd genoeg- ook ontstaan door het langdurig gebruik van pijnstillers, zo blijkt uit een bijdrage van de neurologen dr. P. J. Koehler en L. J. Mulder in het Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde. Zij zijn respectievelijk verbonden aan het Ziekenhuis De Wever en Gregorius in Heerlen en het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam.

De zogenaamde analgetica-afhankelke hoofdpijn (AAH) kan ontstaan na dagelijks gebruik gedurende ten minste drie maanden van pijnstillers waarbij per maand ten minste honderd of meer pijnstillers worden gebruikt. Gemiddeld dus ruim drie per dag.

Koehler en Mulder beschrijven twee vrouwelijke patiënten (A en B), die per maand respectievelijk 140 tabletten paracetamol en 160 tabletten van een combinatiepijnstiller slikten. De werkzame stof was acetylsalicylzuur met in het combinatiepreparaat daarbij nog propyfenazon en caffeïne.

Patiënte A. (42) leed vroeger aan migraine. De laatste twee jaar had zij dagelijks last van hoofdpijn, die dag en nacht aanwezig was. Ze was niet misselijk. De hoofdpijn was anders dan de migraine destijds: het was een drukkende, doffe pijn, licht tot matig van ernst; Zij kon er gewoon mee doorlopen. Patiënte gebruikte paracetamol, drie à vier tabletten per dag, maar op sommige dagen ook wel meer. Zij kocht de tabletten bij de drogist. Na het slikken van een pil zakte de hoofdpijn meestal een uurtje, maar kwam daarna weer terug.

Nadat zij stopte met het slikken van de pijnstillers zakte de hoofdpijn binnen twee weken aanzienlijk. Wel kreeg mevrouw A. weer een migraineaanval. Daarvoor kreeg zij vervolgens andere medicijnen. De 'gewone' hoofdpijn kwam daarna nog maar zelden voor.

Patiënte B. (45) vertelde al meer dan tien jaar dagelijks hoofdpijn te hebben, waarvoor zij een combinatiepijnstiller slikte, gemiddeld 40 pillen per week! De hoofdpijn varieerde volgens haar van een zwaar gevoel in het hoofd tot „soms niet te doen van de pijn”.

Destijds hielp de pijnstillers goed, maar op den duur niet meer. Na onderzoek bleek er sprake te zijn van spierspanningshoofdpijn die onder invloed van de pijnstillers was veranderd in AAH. Na het staken van de pillen kwam de oorspronkelijke spanningshoofdpijn weer terug, waarvoor mevrouw B. met succes kon worden behandeld.

Volgens Koehler en Mulder leidt het chronisch gebruik van pijnstillers zelden tot hoofdpijn. Maar bij patiënten met migraine of spanningshoofdpijn ligt dit anders. Zij hebben meer kans op AAH. Beide neurologen stellen vervolgens dat dit soort hoofdpijn geregeld voorkomt, maar weinig wordt herkend. In veel gevallen is een goede behandeling mogelijk.

(Bron: Ned. tijdschrift voor Geneeskunde 52/94.)

Cara en fysiotherapie

Cara-patiënten met ernstige ademhalingsmoeilijkheden hebben veel baat bij een wekelijks bezoek aan de fysiotherapeut, zo blijkt uit onderzoek van dr. P. J. Wijkstra waarop hij vorige week promoveerde aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

Wijkstra studeerde geneeskunde en deed zijn onderzoek in het Academisch ziekenhuis Groningen bij de vakgroep longziekten. Hij onderzocht het effect van zogenaamde thuisrevalidatie gedurende anderhalfjaar bij drie groepen vergelijkbare Cara-patiënten. De eerste drie maanden kregen de patiënten van de groepen A en B een gelijke behandeling. Zij bezochten twee keer per week de fysiotherapeut en werden één keer per maand begeleid door hun huisarts en een wijkverpleegkundige.

De behandeling door de fysiotherapeut bestond uit ademhalingsoefeningen. De patiënten leerden goed uit te ademen en niet te snel ofte oppervlakkig zoals vaak gebeurt. Ook de inademingsspieren werden getraind. Daarnaast kregen de patiënten ontspanningsoefeningen en konden zij op een hometrainer thuis hun conditie opvijzelen. De huisarts zorgde voor de begeleiding, onder meer wat betreft een optimale medicatie. Tevens werd de patiënten zo nodig geleerd hoe ze goed met hun inhalatie-geneesmiddelen moesten omgaan. Nogal wat patiënten gebruiken dergelijke middelen niet zoals het moet, aldus Van Wijk.

Vergeleken met patiënten uit groep C, die niet werden behandeld, waren de patiënten uit de groepen A en B er na deze aanpak veel beter aan toe. Hun conditie was beter en hun inademingsspieren functioneerden ook beter. Het algemeen welbevinden stak ook positief af ten opzichte van de niet-behandelde groep.

Na drie maanden werden de patiënten van groep A één keer per week begeleid door de fysiotherapeut en de patiënten uit groep B nog slechts één keer per maand. Patiënten uit groep A bleven vervolgens op hetzelfde goede niveau, maar die uit groep B vielen terug. Zij scoorden, vergeleken met mensen uit groep C, alleen nog hoger met betrekking tot het algemeen welbevinden.

Redactie: W. van Hengel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

POLSSLAG

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken