Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Stumperen op 'n scootertje

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Stumperen op 'n scootertje

Houtense rijschool Schonenburg: Meisjes verwijten jongens dat ze graag stoer willen zijn

6 minuten leestijd

„Ver vooruit kijken, niet naar beneden kijken, blik recht voor je uit”, dreunt een man in motorpak. De knaap-op-bromfiets weet het niet zo net: hij kijkt tóch naar de grond. Direct gaat het mis. In plaats van óver de plank te rijden, schiet hij erlangs. Dát is balen!

Zaterdagmorgen vroeg. Aarzelend breekt de zon tussen de wolken door. Regen blijft vooralsnog uit. Negen jongens en twee meisjes op brom- en snorfietsen tuffen voor het politiebureau van Houten rondjes. Hoge motorgeluiden, knetterende knalpijpen en piepende remmen verraden dat de 'beestjes' hier en daar wel wat mankeren. Een politieagent -handen in de zak, kijkt toe.

Opgevoerd

De bromfietsers weten het: deze situatie is uniek. In andere gevallen zouden ze wellicht een forse boete aangesmeerd krijgen, want menig 'karretje' is opgevoerd. Alleen vandaag kijkt de politie door de vingers. Daarna kan het goed misgaan.

Ruud Verburg van de Houtense rijschool Schonenburg glimlacht. Z'n ogen volgen nauwkeurig de brommende jongelui. In opperste concentratie rijden deze over de smalle plank. De instructeur dreunt: „Kijk recht voor je uit”. Het gaat goed.

De elf scholieren doen mee aan een bromfietscursus, vertelt Ruud. De Veilig Verkeer Nederland-afdeling in Houten heeft deze in samenwerking met zijn rijschool opgezet. Doel is de brommende jeugd met verkeer en voertuig te leren omgaan.

De cursus bestaat uit twee avonden theorie en een hele dag praktijk. In de theorielessen worden de verkeersregels behandeld. Meestal blijken die diep weggezakt te zijn. De praktijkdag concentreert zich op het sturen en remmen met het voertuig. Ook dat blijkt minder simpel te zijn, dan verwacht.

„Je ziet dat sommigen wel op een brommer rijden, maar niet eens kunnen remmen”, verzucht politieagent Jan de Vries. Linke soep dus. Ruud Verburg knikt. „Ze leren hier hoe ze góéd moeten remmen. De meesten doen het met hun achterrem, maar de voorrem is stukken veiliger”.

Verkeerstechniek

Kelly, zeventien jaar, trekt gekke grimassen als hij met z'n flitsende Aprilia Asport voorbij ronkt. „Hij is niet van mij, hoor”, stelt hij gerust. Zonder moeite neemt hij de plank, draait vervolgens een bochtje, remt af en staat stil.

Onder z'n helm komt een bos krullen tevoorschijn. „Waarom ik hier ben? Ik krijg van m'n ouders een brommer, maar moest daarvoor wel de bromfietscursus volgen. Ik dacht: Waarom niet? De cursus bevalt me goed. Er is een leuke sfeer”.

Mascha, zestien jaar, volgt evenals Kelly op aandringen van haar ouders de cursus. „Voor de veiligheid, weet je. Er is pas een kennis verongelukt. Ze kwam met haar bromfiets onder een bus terecht. Ik vind het belangrijk om het verkeer onder controle te krijgen. Ook is het goed om te weten hoe je brommer werkt”.

„De meeste dingen weet ik wel”, zegt Kelly. „Het komt volgens mij vooral op de techniek aan”. Mascha denkt er anders over: „Er zijn altijd dingen die je niet weet. Ik vind de praktijklessen steengoed”.

Stoer

Ruud Verbutg van de rijschool is het roerend met Mascha eens. „Over de verkeerstechniek van de jongelui valt heel wat te zeggen. De voorrangsregels kennen ze erg slecht”.

„Het is moeilijk te zeggen of de cursus werkt”, vervolgt hij. Ruud kijkt aandachtig naar de oefenende cursisten die achten moeten draaien. „Breed kijken en doorkijken”, roept de instructeur. „Dan gaat het het beste. Ja?”

„We hebben niet het idee dat we de hele wereld kunnen verbeteren. In ieder geval komen we via de cursus wel in contact met de brommende jeugd. Ze zien de politie van de andere kant. Ze leren een hoop dingen. Het meeste weten ze eigenlijk wel, maar ze hebben er nooit over nagedacht.

Tijdens de cursus laten we ze discussiëren over bijvoorbeeld opvoeren en steeds harder gaan. De meisjes verwijten dan vaak de jongens: „Jullie vinden jezelf daardoor stoer, hè”. Ze beseffen beter dan jongens dat dit uiterst gevaarlijk is”.

„Tegenleunen”, roept de instructeur. „Houdt een constant trekkende brommer. Dan kom je het makkelijkst door de bochten heen”. Mascha, Kelly en de anderen proberen het. Maar de achtjes zijn niet bepaald eenvoudig. Houterig en met veel te grote draaien voeren ze de opdracht uit.

„Kijk”, legt de instructeur uit, „zo moet je je lichaam houden”, terwijl hij een meisje-op-Puch helpt. „Anders lukt het nooit”. Het achtjes draaien neemt nog een hele tijd in beslag.

Klap-bam

„Hoeveel remmen heeft een bromfiets?”, vraagt de instructeur. Aarzelend klinkt er: „Twee”. Een enkeling geeft het goede antwoord: „Drie”. „Wat is de beste rem?” Nu klinkt unaniem: „De achterrem”. „Mis”, roept de instructeur verontwaardigd, „Je voorrem!” Beteuterd kijken de jongelui, elkaar aan.

„De meesten vinden de voorrem eng, maar dat is-ie niet”, legt de man-in-motorpak uit. „Het begin is heel belangrijk. Doe nooit klap-bam, ik heb je. Dan heb je geen wielbelasting en blokkeert de boel. Het is aanleggen, druk opbouwen en dan doorremmen. Je kunt de voorrem dan zonder problemen helemaal inknijpen”.

De jonge bromfietsers krijgen de opdracht om met een vaartje van veertig kilometer per uur naar een bepaald punt te rijden en dan te remmen; eerst alleen met achterrem (lange remweg), dan met voorrem (korte remweg) en vervolgens met beide remmen (nog iets kortere remweg). Het verschil blijkt enorm.

Hoewel, bij menigeen werken de remmen niet goed. „Dat je ermee „durft te rijden, joh!”, roept onthutst de instructeur, nadat hij het remmen op een Puch heeft voorgedaan. In stilte wordt besloten om die toch eens na te laten kijken.

De meeste jongelui vinden het inknijpen van de voorrem ronduit griezelig. Ze doen het niet of ze knijpen in één keer, zodat de brommer gelijk blokkeert. Het hart van menigeen klopt dan slagje sneller. Zwarte 'glijsporen' tekenen zich op het wegdek af.

Reactietijd

„Hoeveel meter heb je nodig, als je met een vaartje van veertig rijdt je moet plotseling remmen?”. „Tien meter”, zegt de een. „Vijf meter”, roept de ander. Opnieuw glimlacht de instructeur fijntjes. „Nee, dertig meter”.

Stap voor stap legt hij uit, waarom de remweg zo lang is. „De stoptijd bestaat uit twee dingen: de reactietijd en de remtijd. Gemiddeld heb je één seconde nodig, eer je gaat remmen. Je bent dan 12 meter verder. Dan heb je nog 16 meter nodig voor je stilstaat. Let wel, met goede remmen”. Verbaasde uitroepen volgen.

„Met je voorrem heb je 70 tot 80 procent van je remkracht”, reageert politieagent Jan de Vries, „Rem je daarmee niet, dan kun je erop rekenen dat je, als je dertig meter verderop iets ziet gebeuren, er geheid bovenop zit”. Voor hem is het nut van de bromfietscursus wel duidelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 23 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Stumperen op 'n scootertje

Bekijk de hele uitgave van maandag 23 januari 1995

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken