Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een leven lang leren en doceren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een leven lang leren en doceren

Joannes Juda Groen, een arts die inspiratie opdeed aan het ziekbed

7 minuten leestijd

Als jochie wilde hij ontdekkingsreiziger worden. Om zich voor de komende ontberingen te oefenen, sliep hij maanden op de grond en leefde van thee en scheepsbeschuit. Maar toen Juda Groen -in de oorlog kwam het Nederlandse Joannes ervoor- tijdens een vakantie écht het ruime sop koos, was de droom gauw over. Hij deugde niet voor het bevaren van de wereldzeeën. Zijn maag kon er niet tegen.

Maar de onbevangen nieuwsgierigheid naar het onbekende heeft hij altijd gehouden. Als internist, als voedingsdeskundige, als een van de eerste artsen in Nederland die de relatie tussen lichamelijk ziektebeeld en de geest (h)erkenden, als...

Er viel een boek over al die ‘alsen’ te schrijven. Drs. M. J. G. W van Daal en dr. A. de Knecht-van Eekelen hebben het gedaan. Een ontdekkingsreis door het leven van Joannes Juda Groen (1903-1990).

Het lijkt op het intrappen van een open deur als er van een arts wordt gezegd dat „hij in de Nederlandse interne geneeskunde bij uitstek een vertegenwoordiger was van de arts die zijn inspiratie opdoet aan het ziekbed”. Toch werd Groen in 1981 zo omschreven in de aanbevelingsbrief die leidde tot de ontvangst van de Hijmans van den Bergh-penning. Daarmee werd zijn verdienste op het gebied van de inwendige geneeskunde erkend.

Volgens sommigen was dat rijkelijk laat. Met die constatering wordt een raadsel in het leven van Groen aangeduid: waarom werd die man geen hoogleraar in zijn vakgebied? Zijn wetenschappelijk werk had dan wellicht een nóg hogere vlucht genomen dan nu al het geval was. Hij had dan niet hoeven ‘uitwijken’ naar Israël, waar hij wel een professoraat kreeg.

Psychosomatisch

Een deel van dat raadsel wordt tussen de regels van het boek door opgelost. Eigenlijk fungeert de inleiding als sleutel. Daarin wordt een voorval beschreven uit het leven van Groen dat hem heeft gestempeld. Hij kreeg in 1938 -hij was toen al internist- de opdracht twee patiënten met een echte dikke-darmzweer op te zoeken. Zij zouden worden onderzocht door een assistent van de afdeling psychiatrie. Aanleiding tot dat verzoek was een Amerikaanse studie waarin een verband werd gelegd tussen de psychische gesteldheid van een patiënt en deze darmaandoening.

Zoals een internist betaamde, nam ook Groen die publikatie voor kennisgeving aan. Wat dat betreft was de sfeer: schoenmaker, hou je bij je leest. Alleen, de geselecteerde patiënten voldeden geheel aan de beschrijving in het Amerikaanse artikel. Groen ging toen met hen praten en kwam tot de ontdekking dat „het afnemen van een medische anamnese (voorgeschiedenis van een ziekte, JAC) nog niet hoeft te betekenen dat men de ziekte ook werkelijk kent”.

Vanaf die tijd zocht Groen naar een brede benadering van een ziektebeeld. Zijn interesse voor de patiënt en diens levensverhaal werd alleen maar groter. Hij ontwikkelde een uitgebreide, systematische vraagtechniek. Inderdaad, een arts die inspiratie opdeed aan het ziekbed.

In feite werd hij zo de stimulator van een psychosomatische benadering van het ziektebeeld. Lichaam en geest kunnen in wisselwerking op elkaar reageren. Een constateerbaar ziektebeeld kan het gevolg zijn.

Reputatie

Anno 1994 klinkt dat allemaal niet zo vreemd, in 1938 was het kennelijk als een geluid van een andere planeet. Toen hij in 1947 een werkgroep voor psychosomatisch onderzoek startte, werd hem waarschuwend toegevoegd: „Je reputatie als wetenschappelijk onderzoeker zul je kwijtraken door je associatie met de psychiaters... voor je het weet, zul je geen wetenschappelijk man meer zijn”.

Het laatste van die profetie is gelukkig niet uitgekomen, maar naar eigen zeggen heeft Groens reputatie „er inderdaad onder geleden”. Zelfs in 1981 nog wordt in de al genoemde aanbevelingsbrief zuinigjes geconstateerd: „Niet minder boeiend waren de latere psychosomatische onderzoekingen”. De oorspronkelijke tekst was nog “zuurder’.

Maar Groen zette al die jaren door. Na zijn Israëlische periode (1958-1968) werd voor hem een leerstoel “methodologie van psychobiologisch onderzoek“ gecreëerd. Dat was nog een stap verder dan de psychosomatiek. Nu ging het ook om niet te beredeneren omgevingsfactoren die abnormaal gedrag bij de mens zouden veroorzaken. Met behulp van resultaten van de bestudering van dierengedrag probeerde hij een therapie te ontwikkelen. In zijn inaugurele rede: “Ken U zelve. Het mensbeeld der psychobiologische geneeskunde”, ontvouwde Groen zijn programma. Later verbreedde hij de aandacht zelfs met de oprichting van de Stichting Interdisciplinair Gedragswetenschappelijk Onderzoek. Leden van die stichting bestudeerden het menselijk gedrag vanuit diverse wetenschappen. Het doel was het welzijn van de mens te zoeken. “Een arts op zoek naar het ware welzijn”, luidt daarom de ondertitel van zijn levensbeschrijving. Daarbij moet wel aangetekend worden dat hij zijn mensbeeld baseerde op het gedachtengoed van de denker Spinoza. Het ware welzijn ging dus eigenlijk aan hem voorbij.

Onafhankelijk

Groen ontplooide zich als een onafhankelijk wetenschapper, die durfde pionieren. Zijn levensbeschrijving toont aan: hij was op vele terreinen nadrukkelijk in de voorste linie aanwezig. Zijn onderwijsgevende kwaliteiten worden geroemd, zijn weetgierigheid en daaruit voortvloeiende kennis was indrukwekkend. Misschien liet hij zich wel eens te veel gelden, soms wilde hij te veel en vergat hij afspraken of kwam te laat. Eigenlijk laat het boek de lezer verder wat in het ongewisse over zijn negatieve eigenschappen.

Juda Groen had die tomeloze werkdrift en nieuwsgierigheid al in zijn jeugd. Hij was de zoon van de diamantwerker Andries Groen, een man die veel gedaan heeft voor de emancipatie van de joodse arbeiders. Zijn moeder Grietje Kool kwam uit een middenstandsmilieu; zij kende de ‘hogere kringen”. Het echtpaar liet zijn kinderen vrij in godsdienst en politiek, maar bracht hun wel een eenvoudige joodse levenshouding bij: leef sober, wees je familie trouw, heb eerbied voor je ouders en heb toewijding voor je werk.

Juda had dat laatste wel nodig, want zijn onderwijsloopbaan, een schoolvoorbeeld van het huidige “hoger onderwijs voor allen”, was voor die tijd niet gewoon en zelfs omstreden. Het zal je maar gebeuren dat je als zeer begaafde student uit een arbeidersmilieu een openingscollege moet bijwonen waarin de hoogleraar begint met uitdrukking te geven aan zijn teleurstelling over het dalende niveau van de studenten. Hij, en in zijn kielzog nog een tweede hoogleraar, schreef dat toe aan het feit dat studenten werden aangenomen die afkomstig waren uit kringen waaruit men vroeger geen toegang tot de universiteit had.

Dat was dan aan een medische faculteit -van de Universiteit van Amsterdam- waarvan student Simon Pijpekop (de bijnaam van de schrijver Vestdijk) tegen Groen zei: „Broekkie, er komt helemaal geen wetenschap bij te pas. Het is allemaal boerenbedrog. Ze schrijven drankjes voor met allerlei kleurtjes en die stomme boeren geloven dat het helpt, maar het is niets waard”.

Groen liet zich niet ontmoedigen. Het omstreden college bracht hem tot „het onverzettelijke besluit nog harder te werken”. Hij heeft dat letterlijk tot aan de vooravond van zijn dood gedaan. De resultaten waren ernaar.

Toegankelijk

De biografen slaagden erin een ook voor leken toegankelijke levensloop te schrijven. Als een enkel in Latijn omschreven ziektebeeld van een Nederlandse naam was voorzien, had ik vlot door kunnen lezen. Hoewel, je moet de tekst soms verlaten om een terzijde met achtergrondinformatie te raadplegen. Dat is wel een overzichtelijke, maar niet een écht makkelijke methode van informatie verschaffen.

Wie die kleine ongemakken voor lief neemt, krijgt een mooi beeld van een wetenschappelijke carrière. Er is nog veel meer dan in dit artikel kon worden beschreven. Daardoor krijgt het boek haast de allure van de geschiedenis van een superman. Het lijden aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de geschokte emoties na een bezoek aan het kamp Auschwitz aan het eind van zijn leven doen ons ineens weer bedenken: Een leven lang leren en doceren, maar wel een mens met een hart. Dat hebben zijn patiënten overigens altijd al geweten.

“N.a.v. Joannes Juda Groen (1903-1990), Een arts op zoek naar het ware welzijn”, door drs. M. J. G. W. van Daal en dr. A. de Knecht-van Eekelen; uitg. Erasmus Publishing, Rotterdam; 1994; 240 pag.; ƒ 52,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 7 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Een leven lang leren en doceren

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 7 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken