Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„We dienen nog waakzamer te zijn”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„We dienen nog waakzamer te zijn”

4 minuten leestijd

(Vervolg van pag. 1)

Klager mr. Cordia vindt de redenering van de rechtbank merkwaardig. „Het komt er op neer dat ik een hetze tegen Holman had moeten ontketenen. Pas als ik de column in onze krant had afgedrukt en onze lezers had opgeroepen te reageren, zou er sprake zijn geweest van belediging van een groep mensen. Daarmee degradeert de rechtbank artikel 137c tot een zuiver klachtdelict. Dat heeft de wetgever nooit bedoeld”.

Verder wijst Cordia erop dat hij weliswaar als individu aangifte heeft gedaan, maar dat hij behoort tot een grote groep christenen. De brief was dus afkomstig van iemand die deze groep op dat moment vertegenwoordigde.

Faliekant oneens

Ook officier van justitie mr. H. J. de Graaff is het faliekant oneens met de overwegingen in het vonnis. „Het gaat er niet om of mensen zich beledigd voelen, maar of ze beledigd zijn. De vraag of de aangesproken groep wel of niet op de achterste benen staat, doet er niet toe. Ik had ooambtshalve, dus zonder de aangifte, kunnen vervolgen”.

Als voorbeeld noemt hij het blad van de voetbalclub dat schrijft geen negers toe te laten omdat die stinken. „Dan zou ik onmiddellijk vervolging instellen, ook al zou dat blaadje door geen enkele neger worden gelezen. Ik weet zeker dat de rechter in zo’n geval tot veroordeling overgaat”.

De Graaff had gistermiddag dan ook weinig tijd nodig om in hoger beroep te gaan. Hij twijfelt er eigenlijk niet aan of het gerechtshof de redenering van de rechtbank van tafel zal schuiven. „De rechtbank heeft een norm gehanteerd die niet door de wetgever is aangelegd. Een belangrijk punt is dat de uitlatingen van Holman zijn gepubliceerd in een krant. Dat is een openbaar medium. Een krant kan in principe door iedereen gelezen en gekocht worden”.

Memorie van antwoord

Mr. W. J. E. Hendriks, die optreedt namens de 77 beledigde partijen in het proces, begrijpt evenmin hoe de rechtbank tot haar overwegingen is gekomen. Hij citeert uit de Memorie van antwoord die de regering bij de behandeling van artikel 137 aan de Tweede Kamer stuurde: „Niet alleen op aangifte van de gediscrimineerden zelf maar ook op aangifte van anderen en eventueel ambtshalve (dus door Justitie zelf, red.) zal een strafvervolging kunnen worden ingesteld. Ik (de minister, red.) zie dan ook niet het gevaar dat groepen die zelf niet snel de hulp van het strafrechtelijk apparaat inroepen, het slachtoffer van onverdraagzaamheid zullen worden”.

Anders gezegd: Of de aangesproken groep reageert of niet, doet niet terzake. Hendriks: „De vrijspraak is een vrijbrief geworden, niet alleen voor Holman maar ook voor anderen”.

Teleurgesteld

„Geen rechtsbetrachting maar rechtsverkrachting”, zegt een diep teleurgestelde Frits Tieleman. De Amsterdamse politie-inspecteur had zich als beledigde partij in het proces gevoegd, maar zijn symbolische vordering van één gulden werd door de rechtbank afgewezen.

„De redenering van de rechtbank komt erop neer dat je als columnist iedereen voor rotte vis mag uitmaken als de beledigde partij het maar niet leest of pas een halfjaar later. Ik kan me niet voorstellen dat dit vonnis in hoger beroep overeind blijft”.

Hij noemt als voorbeeld Janmaat die in zijn partijblad aanzet tot discriminatie van buitenlanders. „Als een Turk of Marokkaan dan niet meteen naar de rechter gaat, zou hij zijn recht hebben verspeeld. Dat lijkt me sterk”.

Hij heeft uit het vonnis wel de les getrokken dat „wij als christenen heel alert moeten zijn. We dienen nog waakzamer te zijn”

Onaangenaam

Holmans advocaat, mr. J. Italianer, vindt het jammer dat de rechtbank niet aan de inhoudelijke vraag is toegekomen of Holman zich nu wel of niet beledigend heeft uitgelaten over christenen. „Ik denk dat wij het ook dan gewonnen hadden”, vermoedt hij.

Holman zelf had geen ander vonnis verwacht. „Zoveel vertrouwen heb ik nog wel in het Nederlandse rechtsbestel”. Hij heeft het proces als hoogst onaangenaam ervaren, maar dat zal niet van invloed zijn op zijn columns. „Ik laat me hierdoor niet weerhouden. Denk niet dat ik me van de wijs laat brengen door een paar mensen die brieven schrijven”.

Vorige week schreef Holman dat hij zich schaamt en nooit meer een proces wenst, omdat hij er niet tegen kan. „Hierdoor is het een en ander bereikt”, concludeert mr. Hendriks, „hoewel hij zijn excuses nog niet heeft aangeboden”.

Hendriks stelt Multatuli, op wie Holman zich. met zijn uitlating over „christenhonden” beriep, ten voorbeeld. „Deze heeft echter breedvoerig zijn .spijt betuigd. Wellicht bereikt Holman nog eens dat hij net zo ver als Multatuli komt”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

„We dienen nog waakzamer te zijn”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken