Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EXTRA PARLEMENTAIR

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EXTRA PARLEMENTAIR

Krokussen

3 minuten leestijd

Terwijl tere krokussen tussen de regenvlagen en zonnestralen door hun schamele best doen het deftige Haagse Lange Voorhout paars, geel en wit te tinten, zit minister Zalm een paar meter verder om de hoek aan het Korte Voorhout te cijferen. Gebogen over de balans over 1993- Want ’t is al weer tijd voor de Februarinota. Daarin maakt de minister van financiën telken jare de voorlopige balans op over het jaar waarvan de Doeken bijna twee maanden eerder zijn gesloten.

Zo moet Zalm nogal wat nota’s schrijven. Een boekjaar begint wat nota’s betreft altijd op de derde dinsdag van september van het jaar ervoor. Dan dient de minister die over ons geld gaat de “Nota betreffende de toestand van ’s Rijks financiën” in.

Die nota staat bekend als de Miljoenennota. Hoofdstuk voor hoofdstuk doet de minister van financiën daarin uit de doeken hoeveel hij -samen met zijn collega-ministers- van plan is uit te gaan geven. Zo-veel voor verkeer en waterstaat, zus-veel voor onderwijs, x-veel voor defensie en y-veel voor vul verder maar in. Dat is natuurlijk een hele papierbrij. En dan te bedenken dat er ooit een minister was (mr. C. Th. baron van Lynden van Sandenburg) die het tot twee keer toe (1882, 1883) klaarspeelde alle cijfertjes van de Miljoenennota uit zijn hoofd op te dreunen. Tot op de halve cent. En zonder haperen.

Maar ja, de bedragen die in de Miljoenennota genoemd worden, inmiddels Miljardennota, zijn niet meer dan ramingen, een begroting dus. En zoals dat zo vaak gaat met ramingen: die zitten er nog wel eens naast, meestal eronder. Dan klopt de begroting dus niet.

De eerste indicatie dat de ramingen er wel eens naast zouden kunnen zitten, krijgt de Tweede kamer in het voorjaar van het jaar waarover het gaat. Uiterlijk op 1 juni namelijk moet de minister. Zalm dus, de Voorjaarsnota naar de Kamer sturen. Dat staat zo in de Comptabiliteitswet. In die Voorjaarsnota moeten alle wijzigingen ten opzichte van de eerdere Miljoenennota worden opgesomd, inclusief de betekenis van die veranderingen voor het voorgenomen beleid. De bedoeling is dat de Kamer daar nog voor ze op zomervakantie gaat over kan delibereren.

Het vervolg op de Voorjaarsnota is de Najaarsnota. Die ziet het daglicht op z’n laatst op 30 november. Oók in die nota worden de nadere wijzigingen in de lopende begroting op een rijtje gezet. Niet iedere gulden natuurlijk, want Financiën kijkt niet op een gulden, maar alleen alle wijzigingen boven de 50 miljoen. Boven de 50 miljoen meer dan begroot in de Miljoenennota dus...

Wanneer een kalenderjaar eenmaal is afgesloten, is het eerste sluitstuk van dat jaar de zogenaamde ‘voorlopige rekening’. Die moet Zalm voor 1 maart bij bovenmeester Deetman inleveren, en aangezien dat tot op heden nagenoeg altijd in de laatste week van februari gebeurde, wordt die voorlopige rekening de “Februarinota” genoemd. Zalm zwoegt er nu daarom op, zodat mag worden aangenomen dat de Kamer volgende week het eerste overzicht van de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten over 1994 in handen krijgt.

Is de kous hiermee af? Neen het. De begrotingscyclus is pas (afge)rond met de “slotwetten”. Die slotwetten heffen alle bestaande verschillen tussen de allereerste ramingen en de definitieve rekening op, nadat ook de Algemene Rekenkamer en de departementale accountantsdiensten hun zegje hebben gezegd en hun schrijfje hebben geschreven. Knikken de Kamers daar ten slotte “ja” op, dan pas is minister Zalm gedechargeerd. De krokussen op het Lange Voorhout zijn dan echter al lang weer uitgebloeid. Hoogstens verwelken er op het Malieveld dan nog een paar vergeelde munten van de judaspenning.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

EXTRA PARLEMENTAIR

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken