Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Regime Iran, overal onberekenbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Regime Iran, overal onberekenbaar

Geestelijke leidslieden in Teheran ‘gijzelen’ eigen burgers en buren

10 minuten leestijd

Een explosieve situatie in het binnenland én revolutionair gewroet over de grenzen: de Islamitische Republiek Iran doet de laatste weken weer negatief van zich spreken in de internationale media. Of dienen we deze alarmerende westerse berichtgeving te relativeren? Een vraaggesprek met Raoul Motika, een man die het machtsbereik van de mollahs al jaren ter plaatse verkent.

Welke persoonlijke band hebt u met Iran ?

„Kort na mijn gymnasiumtijd en vervulling van de dienstplicht ben ik over land op weg naar India door Iran gereisd. Dat was 1984. Toentertijd onderhield ik mij nog met de plaatselijke bevolking door Duits of Engels te spreken. Sinds die krappe twee weken interesseert het land me.

Tijdens mijn studie geschiedenis en cultuur van het Nabije Oosten bracht ik één jaar in Teheran als gaststudent door. Op uitnodiging van de Raad voor de Islamitische Culturele Revolutie. Tevoren leerde ik al Perzisch aan de Universiteit van München. Het eerste halfjaar in de Iraanse hoofdstad volgde ik een aanvullende taalcursus en daarna wijdde ik mij aan de Iraanse geschiedenis. Als reisleider probeer ik elk jaar een keer richting Teheran te gaan. In ’95 lukt me dat niet. Voor de rest houd ik me via de Iraanse pers op de hoogte”.

Is er wellicht sprake van een specifiek Iraans volkskarakter?

„Een moeilijk te beantwoorden vraag omdat Iran in feite een veelvolkerenstaat is. Slechts ongeveer 50 procent van de totale bevolking mag je tot de Farsi, dat wil zeggen de Perzischtaligen rekenen. De andere helft bestaat onder anderen uit Azerbeidzjanen, Toerkmenen, Baloetsjen, Koerden. Deze volksgroepen hebben natuurlijk hun onderscheiden culturen.

Beperk je je tot ‘het’ volkskarakter van de Perzen, dan valt een fundamenteel wantrouwen jegens de Staat op. Perzen schermen hun privé-sfeer af tegen het publieke leven. Uitvloeisel hiervan is dat burgers zich in het openbaar volkomen anders opstellen dan thuis. Let wel, een traditie van eeuwen! Vergeet niet dat het Nabije Oosten honderden jaren lang niet anders dan despotische regimes kent. Die ervaring stempelt vanzelfsprekend deels het volkskarakter”.

De dagen van de sjah…

Bespeurde u in persoonlijke contacten met Iraniërs soms ook enig heimwee naar het bewind van de sjah?

„We mogen één ding niet over het hoofd zien: de revolutie had in 1979/’80 plaats. Tot voor kort was Iran een van de landen met het hoogste geboortencijfer. Het gevolg is een gemiddeld zeer jonge bevolking. Zeker de helft is beneden de achttien. Veel burgers hebben, kortom, geen of zeer vage herinneringen aan het tijdperk van de sjah.

Die periode wordt overigens vandaag de dag deels ook geromantiseerd. Velen die in de woelige revolutiedagen samen met de studenten optrokken tegen het bewind van de sjah erkennen dat nu als een grote fout. De resultaten van de revolutie hebben hen buitengewoon ontgoocheld”.

Bottelarij aan huis

Hoe zwaar drukt de hand van de opvolgers van ayatollah Khomeini op de Iraanse samenleving? Of weten de burgers die te ontwijken in ‘nissen’?

„Kijk, in principe is het een dictatuur. Je kunt het landsbestuur ook als een totalitair systeem typeren. Het regime poogt alle levensterreinen te controleren. De religie van de islam is daarvoor als machtsinstrument uitermate geschikt. Zij regelt het alledaagse leven tot in de details. Denk aan haar verbod op kaartspel, alcoholgebruik.

Het regime heeft door dit beleid grote delen van de bevolking tegen zich in het harnas gejaagd. Het draait hier niet om puur politieke zaken, maar om het dwingend voorschrijven van een leefpatroon. Na de shock van de revolutiejaren -massa-executies en massale vervolgingen- zijn maar bitter weinig mensen meer actief in de politiek.

Ondertussen neemt men het ervan, dat wil zeggen lapt men de religieuze voorschriften eenvoudigweg aan de laars. Heel veel families bottelen zelf wijn of destilleren particulier sterkere dranken. Reservoir tegelijk voor een levendige handel. Opium schuiven komt evenzeer voor, idem het luisteren naar westerse rockmuziek. Gesnapte overtreders wachtten strenge straffen”.

Stinkende pleister

Hoe nauwlettend zien de “pasdaran” op de strikte naleving van de islamitische leefregels toe?

„De grootste dreiging voor lieden die niet loyaal zijn aan het regime gaat momenteel veeleer uit van de islamitische comités. De ”pasdaran” zijn inmiddels officieel opgegaan in het reguliere leger. Die integratie dateert al van de Golfoorlog. Vroeger fungeerden de ”pasdaran” inderdaad als ideologische waakhonden.

Het optreden van de islamitische comités is nagenoeg onvoorspelbaar. Elk jaar ontketenen ze wel een, twee, drie campagnes. Tegen vrouwen bijvoorbeeld die hun hoofddoek te veel naar achteren dragen. Die worden dan op klaarlichte dag weggeplukt van de straat, afgeranseld of voor een tijdje vastgezet.

Je kunt deze situatie enigszins met die van de Sowjet-Unie onder Stalin vergelijken. De machthebbers gedragen zich echt onberekenbaar. De normale burger is uiteindelijk helemaal aan de willekeur van het staatsapparaat overgeleverd, zij het dat de spreekwoordelijke oosterse corruptie hier een pleister op de wond vormt. Een totalitair regime in het Nabije Oosten is door zijn ineffectiviteit relatief lichter te dragen dan bijvoorbeeld het min of meer identieke nazi-regime in Duitsland”.

‘Slapende agenten’

Wat Teheran dus officieel verbiedt, gebeurt mede dankzij steekpenningen toch in de privé-sfeer…

„De uitkomst van een zorgvuldige scheiding van privé-leven en openbaar conformisme. Iraniërs die tijdens demonstraties luidkeels „Dood, dood aan Amerika!” schreeuwen, heffen binnenshuis het glas en laven zich en passant aan Amerikaanse popmuziek. Zij zien hun zoons ook bij voorkeiur aan universiteiten in de States studeren”.

Dat is ook mogelijk?

„Zeker. Veel Iraniërs vertoeven buiten de landsgrenzen. Hetzij als politieke ballingen, hetzij om puur economische redenen. Dit gegeven verklaart het grote aantal contacten, het levendige personenverkeer tussen het Westen en het vaderland. Teheran is ook niet karig met het verstrekken van beurzen voor een buitenlands studieverblijf. Hier aan de Universiteit van Heidelberg vormen de Iraniërs naar mijn weten de op een na grootste buitenlandse studentengroep.

Onder hen bevindt zich ook de categorie van ‘slapende agenten’. Nuchterheid is geboden! Stellig informanten van Teherans geheime diensten”.

Ontgoocheling, geen oppositie

Onlangs keerde professor Steinbach, directeur van het Deutsches Orient-Institut in Hamburg, van een conferentie in Teheran terug. Hij schildert een dreigend, duister beeld. „De binnenlandse situatie in Iran heeft zich de afgelopen maanden aanzienlijk toegespitst. Economische misère, ontgoocheling over ongerechtigheid en corruptie hebben een explosief stadium bereikt. (…) Bijna dagelijks ontploffen er bommen in het land. De daders blijven spoorloos”. Deelt u zijn somberheid?

„Het staat buiten kijf dat de ontgoocheling in Iran buitengewoon groot is. Dit ongenoegen brak vorig jaar baan in ettelijke ‘hongerdemonstraties’. Echt verhongeren doen de mensen niet. Dat protest keerde zich meer tegen sociale misstanden. Vandaag escaleert de toestand onmiskenbaar. Het effect is een verscherping van de maatschappelijke spanningen.

Anderzijds ontbreekt het Iran aan een deugdelijk georganiseerde oppositie die in staat is de massa tegen het regime te mobiliseren. Bovendien reageert het bewind keihard op elk glimpje van politiek verzet. Zodra iemand daarbij gesnapt wordt, staan strenge straffen tot op het doodvonnis te wachten.

De enige, semi-legale oppositie, de Vrijheidsbeweging waarvan wijlen Bazargan tot voor kort voorzitter was, is intussen ook steviger aan het regime gebonden. Haar nieuwe voorzitter verkeerde jarenlang op zeer vertrouwelijke voet met ayatollah Khomeini. Enige politieke oppositie van betekenis mogen we van de Vrijheidsbeweging niet verwachten.

Daarentegen duchten de machthebbers beslist het toenemen van ongecoördineerde stedelijke onlusten. Punt is of het maatschappelijk draagvlak van het regime door zulke volksuitbarstingen zal versmallen. Zijn basis bestaat behalve uit de geestelijkheid immers vooral uit de nieuwe laag van armen in de grote steden. Teheran kan deze bevolkingsgroep louter door staatssubsidies achter zich houden. Lukt dat, dan maakt een staatsgreep tegen de heerschappij van de mollahs geen schijn van kans.

Veeleer voorzie ik een langzame terugtrekking van de geestelijkheid uit het dagelijkse landsbestuur. Zij laat het lostrekken van de economisch en sociaal vastgelopen staatskar gaarne aan andere politici over.

De ideologische pijlers van het regime lijken in elk geval nog niet aangetast. Recent is de zoon van Khomeini, Achmed, overleden. Honderdduizenden namen deel aan het openbare rouwbetoon. Een teken van massale steun voor de regering, zij het van de kant van burgers die direct van dit regime profiteren”.

Ontwrichting buurstaten

In hoeverre gaat er van de Islamitische Republiek Iran gevaar uit voor haar buurstaten, voor de mondiale veiligheid? In The Wall Street Journal kwamen de afgelopen twee weken waarschuwende en relativerende stemmen aan bod.

„We moeten duidelijk onderscheid maken naar regio. Nemen we bijvoorbeeld de nieuwe onafhankelijke Centraalaziatische staten (voormalige Sowjetrepublieken) aan de noordgrens onder de loep, dan dreigt geen onmiddellijk gevaar van de kant van Iran. Teheran bedrijft daar juist een zeer voorzichtge, pragmatische politiek, die het wederzijds belang dient.

Deze strategie sluit overigens geen steun uit aan lokale islamitische krachten. Een beleid dat op de langere termijn mikt, in de hoop eens geestelijk verwante regimes in het zadel te helpen.

De situatie in het zuiden oogt totaal anders. Ik doel op de Golfstaten. Op het grondgebied van de meeste bevinden zich sji’itische minderheden. Vanaf eind jaren zeventig, begin jaren tachtig poogt Teheran deze groepen als instrument van het eigen buitenlands beleid in te schakelen. Het doel is duidelijk: het aan de macht brengen van een revolutionair regime naar Iraans model. Bijvoorbeeld in Bahrein.

Nergens heeft deze infiltratie succes geboekt. De regimes aan de Arabische, respectievelijk Perzische Golf zijn behoorlijk stabiel. Ze hebben zich in een Samenwerkingsraad van de Golfstaten (GCC) verenigd. Een voorzorgsmaatregel tegen eventuele agressie van Irak én Iran. De vrees van de dominotheorie -valt één staat, dan volgen onvermijdelijk de andere- in de Golfregio is ondanks alle alarmkreten niet bewaarheid. Twee factoren verklaren deze ontwikkeling: de sociale politiek van de regimes houdt de bevolking rustig en de Golfstaten zijn in doorsnee soennitisch, geen aanknopingspunt voor het sji’itische Iran.

Daarbij komt dat de Arabische bevolking door de eeuwen heen gevoelsmatig bitter weinig opheeft met de Perzen, de Iraniërs. Mocht zij al overhellen naar een islamistisch regime, dan absoluut niet onder de suprematie van Teheran!

Kijken we naar het concrete frictiepunt van de eilanden in de Straat van Hormoez, dan verschuift het perspectief weer. Iran voert daar een politiek die helemaal wortelt in het beleid van de sjah: het behalen van strategische voordelen. Daartoe dienen de bezetting, de bewapening en het opeisen van deze eilanden. Naar de maatstaven van het internationaal recht staat Teheran zwak in dit geschil, maar Iran beschikt wel over de sterkste vloot in de Golf. Een uitgangspositie die telt”.

Arabieren versus Perzen

U repte zoëven over de kloof tussen Arabieren en Perzen. Vanwaar die sentimenten van afkeer?

„Het is een wederkerige weerzin. Tot in de kringen van Iraanse geestelijken, gelovige moslims, tref je een extreem negatieve beeldvorming van Arabieren aan. De Arabieren hebben Iran in de 7e eeuw veroverd, vernietigden een bloeiende Perzische cultuur. Die stormloop verhinderde niet een latere Perzische renaissance met dichters als Ferdousi, Hafez. Arabieren gaan in Perzische ogen door voor een sprinkhanenplaag uit de woestijn. Lieden die op een laag beschavingsniveau vegeteren.

Omgekeerd vinden Arabieren Perzen hoogst aanmatigend. Lui die zich een uitverkoren volk wanen, maar in werkelijkheid vanaf de 16e eeuw tot een sekte, het sji’isme, zijn verworden. De Perzen staan min of meer buiten de islam. Ketters, meer niet”.

”Islamisme in één land”

Hoe reëel is de westerse idee van twee politieke stromingen, facties in het machtsspel in Teheran? Radicalen, ”hardliners” versus gematigden, pragmatici?

„De opkomst van Rafsanjani tot staatspresident komt neer op de overwinning van de idee van “islamisme in één land”. Een politieke lijn die zich niet in eerste instantie richt op een internationale islamitische revolutie, maar juist streeft naar een binnenlandse stabilisering.

Je moet niet met je hoofd tegen een muur oprennen, redeneren de zogenoemde pragmatici in Teheran. Hun nuchtere motto luidt: Een verstandig intern economisch beleid completeren met westerse connecties. In het andere geval snijdt Iran zichzelf van de wereldwijde economische en wetenschappelijke ontwikkingen af.

De tegenkrachten van deze koers, de zogenoemde radicalen, stellen andere prioriteiten. De internationale islamitische revolutie plus inheemse ideologische puurheid is voor hen nummer één.

Op het terrein van de buitenlandse politiek botsen deze stromingen. Een kanttekening: de gematigden zijn niet tegen het steunen van islamisten in andere landen. Dit programmapunt achten zij echter van secundair belang”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Regime Iran, overal onberekenbaar

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken