Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Er zijn nog zo veel meneren Kwaad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Er zijn nog zo veel meneren Kwaad

M. J. Ruissen herschreef „verrassend actuele lessen” van John Bunyan

5 minuten leestijd

GOES - Een edelman wilde zijn stalknecht op een verstandige manier bestraffen vanwege diens dronkenschap. Hij beval de knecht zijn paard te laten drinken. Toen dat gebeurd was, beval de edelman het paard opnieuw te drinken te geven. Hoewel de stalknecht het paard aanspoorde, weigerde het dier. Het had genoeg. „Jij bent veel erger dan een paard”, zo zei de edelman tegen zijn knecht „Een paard drinkt alleen als het dorst heeft. Maar jij blijft drinken, ook als je al lang geen dorst meer hebt. Daardoor verknoei je je lichaam. O, beest! Jij bent vele malen dwazer dan het dier waar je op rijdt!”

John Bunyan drukte zich soms scherp en naar onze maatstaven onparlementair uit. Maar zijn lessen zijn duidelijk, vaak goed toepasbaar op de huidige tijd. “Het leven en sterven van meneer Kwaad”, geschreven door deze ‘meesterdromer’, en naverteld door M. J. Ruissen, verdient aandacht. Ook in de gereformeerde gezindte, waar oude zonden bedroevend actueel kunnen zijn. „De zonden van toen zijn de wereld nog niet uit”.

Uit diepe bewogenheid met zijn naaste schreef Bunyan “De Christenreis”. Hij probeerde zijn medemens daarin te bewegen zich af te keren van het oude zondige leven, de stad verderf te ontvlieden en de poort te zoeken die toegang geeft tot het smalle pad naar de eeuwige heerlijkheid. „Maar velen waren nog niet tot die hartelijke keuze gekomen”. Dan besluit Bunyan een nieuw boek te schrijven: “Het leven en sterven van meneer Kwaad”. Hij wil daarin het kwaad aanwijzen, maar tegelijk de mogelijkheid van behoud schrijven.

Inderdaad, het kwaad, de wet, krijgt duidelijk aandacht. In “De Christinnereis” daarentegen, dat Bunyan eerder schreef, is het juist het Evangelie dat meer op de voorgrond treedt”, zo licht de onderwijzer Ruissen toe.

Onverbloemd

Meneer Kwaad is gestorven. Twee mannen, waarvan één meneer Kwaad goed had gekend, spreken over hem. Oplettend vraagt. Wijsman antwoordt. Het boek heeft allegorische elementen. Meneer Kwaad is geen persoon die echt geleefd heeft, maar vertegenwoordigt het kwaad dat in een mens leeft. Bunyan sluit nauw aan bij de Tien Geboden en benoemt de zonden ook onverbloemd: dronkenschap, hoererij, doodslag, afpersing, liegen. De praktijk van het leven, ook in zijn dagen, stelt hij scherp aan de kaak. In de hoop dat de makkers van meneer Kwaad tot bezinning komen. Onvermoeibaar dringt de schrijver er bij onbekeerden op aan: Dient Hem, vreest Hem, Laat u met God verzoenen en houdt Zijn geboden.

Kwaad was getrouwd met een godvruchtige, rijke vrouw. Vrouwen van zijn eigen soort zouden al snel begrepen hebben dat het Kwaad alleen maar om hun geld te doen was. Verder had hij voor hen geen belangstelling; hij zocht zijn vertier wel bij de publieke vrouwen. Het vrome meisje daarentegen wist hij te overtuigen van zijn ‘liefde’. De erfenis van het meisje verdwijnt al snel in de zakken van de schuldeisers en meneer Kwaad zet zijn liederiijke leventje voort. Tot leedwezen van zijn vrouw: „Mijn liefde beantwoordde u met slagen en mishandeling”. De vrouw sterft ten slotte van verdriet. Ook meneer Kwaad sterft. Ogenschijnlijk gerust. Maar zonder berouw en daarom... zonder hoop.

Ruissen, onderwijzer aan de Koelmanschool in Goes, herschreef al eerder enkele boeken van Bunyan. Na “De Heilige Oorlog” hertaalde hij “De Christinnereis”. Deze week verschijnt “Het leven en sterven van meneer Kwaad”. Rino Visser zorgde voor knappe illustraties.

De werken van Bunyan verschenen in de zeventiende eeuw. De meeste Nederlandse vertalingen sluiten dicht aan bij het oorspronkele taalgebruik. De zinnen zijn vaak lang en hebben een ingewikkelde constructie. Voor “meneer Kwaad” gold verder dat het vrij onbekend was en nu nagenoeg niet meer te verkrijgen. „Niet velen konden kennis nemen van de unieke, waardevolle inhoud van het boek. Wel komt het voor in de verzamelde werken van Bunyan (als Slechtmens). De laatste uitgave was een getypte versie, geënt op een editie uit de vorige eeuw, waarbij de Engelse bijbelteksten direct vertaald waren”.

Passage weggelaten

De onderwijzer Ruissen zegt zo getrouw mogelijk te hebben willen hertalen, onder toeziend oog van de predikanten A. Vlietstra (Driesum) en P. de Vries (Elspeet) en R. Seldenrijk (Zeist). ,Anderzijds ben ik ervan uitgegaan dat weinigen het werk kenden. Dat gaf me minder vrijheid dan bij De Christinnereis om iets te verzwijgen. Ik wilde aanvankelijk dan ook niets weglaten. Toch bleek uit bepaalde passages dat ook Bunyan een kind van zijn tijd was. Hij beschrijft bijvoorbeeld hoe iemand door de duivel wordt weggevoerd, van wie nooit meer een teken van leven is vernomen. Hierin is duidelijk een middeleeuwse invloed merkbaar en na rijp beraad is besloten deze passage te schrappen”.

De hoofdstukken zijn, in samenwerking met de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten, voorzien van gespreksvragen. Heel belangrijk, vindt Ruissen. Misschien kan het leiden tot een gesprek zoals ook Wijsman en Oplettend dat voerden en waarbij vooral ook Gods Woord aan het woord komt.

Ramshoorn

Het boek is in de eerste plaats bestemd voor volwassenen. Maar leerlingen van de laatste klas van de basisschool moeten het ook kunnen begrijpen, aldus Ruissen. Een aantal verhalen kan verteld worden aan jongere kinderen, maar niet alles is voor hen even geschikt.

Ruissens navertelde “De Heilige Oorlog” werd uitgeven bij Den Hertog, “De Christinnereis” verzorgde Groen (Leiden), het nu verschenen boek van “meneer Kwaad” is uitgegeven door De Ramshoorn in Goes. Een eigen uitgave van Ruissen, zo blijkt. „Ik was zeker niet ontevreden over de eerdere uitgaven, maar wil graag zo breed mogelijk verspreiden tegen een zo goedkoop mogelijke prijs. In eigen beheer zal een groter bedrag overblijven voor de illustrator en voor een goed doel”.

De Ramshoorn? Het is de sjofar, die zo vaak in de Bijbel (ook onder de naam bazuin) voorkomt. Het instrument klinkt dof, maar draagt ver. Als Gods Woord werd gebracht, dan blies men op de Ramshoorn. Een nietig instrument, maar onder de zegen Gods zal het groot zijn in zijn uitwerking”.

N.a.v. "Het leven en sterven van meneer Kwaad", door John Bunyan, naverteld door M. J. Ruissen; uitg. De Ramshoorn, Goes, 1995; 185 pag.; ƒ 24,95 (na 3 juli ƒ 32,50).

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Er zijn nog zo veel meneren Kwaad

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 april 1995

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken