Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Academici: weer naar school!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Academici: weer naar school!

Notitie schetst belang van universitair geschoolde docenten

7 minuten leestijd

Tal van wegen liggen open voor middelbare scholen die op zoek zijn naar nieuwe docenten. Lerarenopleidingen én universiteiten bieden potentiële leraren op allerlei vakgebieden, van verschillende niveaus. Maar niet alle wegen leiden naar Rome. Tussen afgestudeerden van lerarenopleidingen en academisch geschoolden blijken in de praktijk verschillen te zitten. Volgens de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) is het met name voor vwo-leerlingen goed een wetenschapper voor de klas te hebben. In de praktijk blijkt de belangstelling van academici om het onderwijs in te gaan echter tanende. Tijd voor een waarschuwingssignaal.

De drs.’en, dr.’s, ir.’s en profs willen andere, betere banen. Het lesgeven wordt overgelaten aan docenten met een lerarenopleiding. Dit scenario schetst de KNAW in de notitie ”Het belang van universitair gevormde docenten in het vwo”. In het rapport, dat vorige week aan minister Ritzen van onderwijs, cultuur en wetenschappen is aangeboden, pleit de Akademie ervoor dit werkelijkheid te laten worden. Een tekort aan lesgevende academici moet voorkomen worden. Ze komt met een aantal voorstellen over de brug om het onderwijs als werkplaats aantrekkelijker te maken: snellere manieren om een lesbevoegdheid te halen, minder lesuren en kleinere klassen bijvoorbeeld.

In de ogen van de KNAW is het voor vwo’ers in de bovenbouw noodzakelijk universitair opgeleide leraren als voorbeeld voor de klas te hebben. Hoewel de meeste academici direct van de universiteit komen, en de didactische kneepjes van het vak dus veel minder goed onder de knie hebben dan hun collega’s met een mo-lerarenopleiding, zijn ze volgens de KNAW juist uitermate geschikt om vwo’ers les te geven. Hun manier van denken en werken kan de leerlingen een voorbeeld zijn voor een wetenschappelijke loopbaan.

Dieper

„Ik denk dat academici de zaak vakinhoudelijk wat fundamenteler uit kunnen leggen”, beaamt ir. J. van Dijke, biologieleraar aan het Van Lodensteincollege in Amersfoort. Hij wil leraren zonder universitaire graad niet te kort doen, maar academici „kunnen wel dieper op de wetenschappelijke basis ingaan”. †Vwo’ers willen altijd meer achtergronden weten. Als je geen antwoord weet op hun vragen, komt wetenschappelijke scholing van pas omdat je dan met de leerlingen kunt meedenken en kunt meezoeken”. De leerlingen worden volgens hem zo voorbereid op de wereld van de universiteit en de manier waarop daar colleges gegeven worden.

Ook in de ogen van K. Fahner, adjunct- sectordirecteur van de bovenbouw van het vwo op de Pieter Zandt-scholengemeenschap in Kampen, is dit een voordeel. Hij plaatst er echter wel een kanttekening bij: „Ik denk dat een universitair opgeleide docent ook té academisch bezig kan zijn. Hij kan er moeite mee hebben het niveau van vwo 4, 5 en 6 op te pakken. Hij geeft dan als het ware les op academisch niveau, terwijl de leerlingen nog bezig zijn met de voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs”. De ene docent zal meer moeite hebben met de overstap van het wetenschappelijk onderwijs naar het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs dan de andere, vermoedt Fahner.

Ontgelden

Momenteel moet iedere academicus die het onderwijs in wil na zijn studie eerst een post-doctorale lerarenopleiding van een jaar volgen om een lesbevoegdheid te halen. Het aantal afgestudeerden die dit aanvullende jaar op het ogenblik volgen of willen gaan volgen, is te laag om in de toekomst de academici van nu te vervangen, vreest de KNAW. Vooral de technische vakken moeten het ontgelden. Wiskunde scoort met 21 procent nog het hoogst, maar met name voor biologie (4 procent), scheikunde (3 procent) en natuurkunde (5 procent) voorziet de Akademie problemen.

Volgens de rector van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, drs. A. D. Werdekker, is het ook voor klassieke talen moeilijk een academicus als leraar te vinden. „Op ons gymnasium heeft bijna iedere docent een academische titel”, schat hij, „maar het heeft ons wel veel moeite gekost om alle vacatures te vervullen. Vooral voor wiskunde en economie, maar ook voor klassieke talen, mijn eigen vak”.

Drempel

Heeft het onderwijs dan zo weinig te bieden, dat de meeste academici voor een ander werkveld kiezen? Het KNAW weet enkele oorzaken aan te wijzen voor de verminderde belangstelling. Het aantal leerlingen per klas (gemiddeld boven de dertig) is bijvoorbeeld te hoog en de 28 lesuren per week zijn moeilijk te combineren met vergaderingen, voorbereidingen en dergelijke.

Ook de inkomsten zijn een drempel: Lesgeven verdient in het begin veel minder dan de meeste andere functies. Dit maakt het leraarschap vooral voor technisch geschoolde academici onaantrekkelijk, want zij kunnen direct na hun doctoraal in het bedrijfsleven veel meer verdienen. „Als de economie weer aantrekt, is het bedrijfsleven voor academici natuurlijk helemaal aantrekkelijk”, denkt rector Werdekker.

De maatschappelijke status van docent hangt daarmee samen. „Vroeger had een leraar veel meer aanzien”, weet biologieleraar Van Dijke. „Nu zijn de mensen geëmancipeerder, ook in onze gezindte. Als je nu leraar wordt als je gestudeerd hebt, vragen ze: Had je niets anders kunnen doen? Heb je daarvoor gestudeerd?”

Een andere oorzaak voor de dalende interesse van academici om voor de klas te gaan staan, is volgens Van Dijke dat de didactiekopleiding studenten een jaar extra kost. „Ik zie afgestudeerde collega’s vaak aarzelen omdat ze het verdienen dan een jaar moeten uitstellen”.

Borreljaar

Het lesgeven zelf zal ook niet veel universitair geschoolden stimuleren om de weg naar het voortgezet onderwijs in te slaan, denkt de biologieleraar. Het omgaan met de leerlingen, het orde houden, . het vechten om gemotiveerdheid en inzet kosten soms zo veel moeite, dat het lesgeven „geen pretje” is. Problemen die de leerlingen thuis kunnen hebben, worden bovendien steeds meer op school afgewenteld en leggen zo een grotere verantwoordelijkheid bij de docent.

Hier wreekt zich vaak het gebrek aan didactische scholing. Biologieleraar Van Dijke kostte het begin van zijn loopbaan als docent veel energie. Toen hij (twintig jaar geleden) zoötechniek studeerde aan de Landbouwhogeschool in Wageningen, werkte hij enkele uren per week op de scholengemeenschap Guido de Brés in Rotterdam. Hij kreeg naast zijn opleiding wel een aantal lessen didactiek, maar „het lesgeven ging niet zo geweldig”, herinnert hij zich. „Het overdragen van de stof en het orde houden verliepen allemaal heel moeizaam, want ik was er niet goed op voorbereid. Maar het eerste jaar is altijd een „borreljaar”. Toen ik afgestudeerd was en op de Lodenstein terechtkwam, ging het al stukken beter”.

Om deze moeizame startperiode te verlichten en om het beroep van docent aantrekkelijker te maken, heeft de KNAW een paar chirurgische ingrepen ontworpen: minder lesuren (20 in plaats van 28), kleinere klassen (hooguit dertig leerlingen) en het recht op „sabbatsverlof”, een werkonderbreking van een jaar om zich te laten bijscholen aan een universiteit.

„Voor de zwaarte van het leraarschap kunnen dit soort voorstellen wel een belangrijke rol spelen”, denkt Van Dijke, „maar of ze doorslaggevend zijn voor een academicus die voor de keuze staat om leraar te worden of niet, vraag ik me af”.

Niet alleen het lesgeven zelf, ook de weg ernaartoe moet vergemakkelijkt worden, vindt de KNAW. Voor promovendi, assistenten- en onderzoekers-inopleiding (aio’s en oio’s) moet er bijvoorbeeld een speciale lerarenopleiding worden opgericht, waarin ze in korte tijd hun lesbevoegdheid kunnen halen. Ook voor academici die al ervaring hebben opgedaan in een andere werksector moet een aparte, praktijkgerichte opleiding in het leven worden geroepen. Leraren met een tweedegraadsbevoegdheid, die geen les mogen geven in de bovenbouw, zouden een doorstroomprogramma aan de universiteit moeten kunnen volgen, zonder dat ze hoeven te stoppen met werken. De laatste mogelijkheid is weliswaar niet voor academici bedoeld, maar door docenten aan het wetenschappelijk onderwijs te laten ruiken, hoopt de KNAW dat zij ook een andere aanpak krijgen.

Als deze opleidingsfaciliteiten geboden worden, lopen academici in de ogen van Van Dijke en van Werdekker eerder warm voor het leraarschap dan wanneer er alleen veranderingen in de klassengrootte en in het taakstelling van de docent doorgevoerd worden.

Van Dijke ziet nog een andere mogelijkheid. Het post-doctorale jaar waarin afgestudeerden nu een lesbevoegdheid moeten halen, zou een andere invulling moeten krijgen voor de vakken waarin een tekort aan academisch geschoolde docenten heerst. „Ze zouden dan yoor een halve week op school moeten zitten en voor de andere helft een baan moeten hebben die geldt als stage. Het extra jaar op school werkt nu als een te grote belemmering”.

Werdekker voegt aan de voorstellen van het KNAW een beter salaris toe. De hoeveelheid die beginnende academici in het onderwijs nu krijgen, mag in zijn ogen best opgekrikt worden. Hij noemt de hoogte van het salaris „onbeschaafd laag”, als hij het vergelijkt met dat van wetenschappers in het bedrijfsleven.

Op zijn prioriteitenlijst staat ook een betere begeleiding van nieuwkomers. „Toen ik aan het eind van de jaren zestig klassieke talen studeerde, had ik speciale colleges gekregen waarin ik de foefjes van het lesgeven leerde. Nu krijgen studenten dat niet meer. Daarom zie ik hier soms uiterst capabele docenten op de bek gaan, omdat ze die foefjes niet kennen. En als je voor een klas eenmaal onderuit gegaan bent, is het moeilijk om weer overeind te komen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 mei 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Academici: weer naar school!

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 mei 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken