Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

B. ankieren voor een betere wereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

B. ankieren voor een betere wereld

10 minuten leestijd

Sparen is weer in. Niet alleen flippo’s en zegeltjes van Esso, maar ook harde guldens. Financiële makelaars stropen de markt af met lucratieve spaarconstructies, die het persoonlijk vermogen ten koste van de belasting spekken. Toch zijn er die bewust hun vermogen of een deel ervan tegen een lager rendement wegzetten. In nul voor een ideële meerwaarde. Bankieren voor een betere wereld.

Een hersenspinsel van luchtfietsers. Dat was kort samengevat de algemene opinie toen de Ecumenical Development Cooperative Society van start ging. Ideaal van de oprichters was de economische ondersteuning van de armen in de wereld, door het verstrekken van leningen. Een innerlijke tegenstrijdigheid, vonden de critici. De armen hebben geen luis om dood te drukken.

Twintig jaar later heeft de praktijk het tegendeel uitgewezen. Het aandelenkapitaal van de internationale EDCS is gestegen tot 135 miljoen gulden, voornamelijk afkomstig uit Duitsland en Nederland. Bij het vierde lustrum kan met harde cijfers worden aangetoond dat 50 miljoen gulden is terugbetaald. Door straatarme boertjes en vissers uit de Derde Wereld. Mensen die je naar bancaire maatstaven geen cent zou geven.

Wereldraad

Het idee werd in 1968 geboren, tijdens de Algemene Vergadering van de Wereldraad van Kerken in Uppsala. Het investeringsbeleid van de aangesloten kerken, met name in Amerika en Duitsland, liet volgens de Wereldraad veel te wensen over. Het principe moest niet alleen met de mond maar ook met de portemonnee beleden.

Zeven jaar later werd na een periode van voorbereiding EDCS opgericht. Voor hen die willen “investeren in gerechtigheid”. Bij de directe doelgroep sloeg het initiatief niet aan. Kerkelijke penningmeesters voelden er niets voor om de toevertrouwde penningen in gevaar te brengen.

Individuele kerkleden waren positiever. In verschillende landen ontstonden steunverenigingen, die particulieren motiveren om te beleggen in aandelen EDCS.

De aandelen kosten 500 gulden of 250 dollar. Jaarlijks wordt slechts 2 procent dividend uitgekeerd. Het gaat de aandeelhouders niet om het financiële rendement. Ze voelen zich aangesproken door de thema’s van het conciliair proces —gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping— en willen die idealen ook praktisch gestalte geven.

Steunverenigingen

Sinds vorig jaar wordt EDCS gerund door mr. Gert van Maanen, voormalig topman van de ING-bank. De komende jaren verwacht hij met name in Europa een belangrijke toestroom van kapitaal. Nu is aangetoond dat EDCS geen droom nastreeft, komen langzamerhand ook de kerken over de brug.

De algemeen directeur benadrukt overigens dat de alternatieve bank niet in de eerste plaats in termen van geld denkt. “Uit Gabon kregen we 24 dollar 58. Daar hebben vijfhonderd mensen aan bijgedragen. Dan zeuren we niet, maar verhogen we het bedrag tot 250 dollar, zodat die mensen een eigen aandeel hebben. Ga je naar de Duitse kerken, dan ligt het verhaal natuurlijk anders. Daar moet je je niet met 100.000 mark het bos in laten sturen”. Bewust is ervoor gekozen om de invloed van de leden, voornamelijk kerken en steunverenigingen, niet afhankelijk te maken van het ingebrachte vermogen. De Nederlandse steunvereniging NVOC met haar 25 miljoen gulden heeft één stem, de protestantse kerk van Zaïre met haar ene aandeel ook. “Als iemand een goede gedachte heeft, wordt die niet beter wanneer hij meer aandelen bezit”.

Projecten

Van het geld gaat 80 procent rechtstreeks naar projecten. De meeste projectpartners zijn coöperaties van kleine boeren. Voor het verstrekken van leningen beneden de 50.000 dollar werkt EDCS samen met lokale coöperatieve banken. Om kredietaanvragen te kunnen beoordelen en projecten te begeleiden, zijn overzeese kantoren gesticht. “We geven niet alleen leningen”, verklaart Van Maanen, “maar voelen ons ook verantwoordelijk voor het verdere verloop”.

Voorop staat dat projecten economisch levensvatbaar zijn. Verder moeten ze ten goede komen aan de armen. Ook de gevolgen voor het milieu worden meegenomen in een beslissing tot kredietverstrekking. Levensbeschouwing speelt als criterium geen rol. De prioriteit die Paulus in Galaten 6:10 aangeeft, is Van Maanen niet alleen onbekend, maar acht hij na lezing ook irrelevant voor het werk van ECDS. “Doorslaggevend is voor ons dat elk mens geschapen is naar Gods beeld”.

Donororganisaties

Het vanuit Amersfoort opererende investeringsfonds bekostigt inmiddels projecten in 66 landen; 90 procent ervan is succesvol. Om klappen op te vangen, is in de 9 procent rente die wordt gevraagd een lening-verliespercentage van 4 procent ingebouwd.

Hoewel het op het eerste gezicht onbehoorlijk lijkt om aan armoedzaaiers geld te lenen, is het volgens Van Maanen op termijn zinvoller dan het verstrekken van giften. ‘Door geld te schenken, creëer je een afhankelijke relatie en ondergraaf je het eigen initiatief en verantwoordelijkheidsgevoel van mensen. Giften kunnen economische projecten vergiftigen. Het geeft mensen een gevoel van eigenwaarde als ze hun lot in eigen handen kunnen nemen”.

Na jaren van soms scherpe kritiek erkennen ook donororganisaties als Cebemo en ICCO dat het concept van EDCS voordelen heeft. Het afgelopen jaar is zelfs een stuk samenwerking tot stand gekomen, mede op advies van minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking. Van Maanen verwacht dat over vijf jaar 40 procent van de projecten van EDCS in samenwerking met donororganisaties gefinancierd zal worden.

Duurzaamheid

Een zelfde ontwikkeling is te zien bij Triodos Bank in Zeist, die dit jaar haar vijftiende verjaardag viert. In 1994 introduceerde de ‘groene’ bank in samenwerking met het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos) het Noord-Zuid Plan, ter ondersteuning van bedrijven en projecten in de Derde Wereld. Triodos neemt de bancaire taken voor haar rekening, terwijl Hivos verantwoordelijk is voor de inhoudelijke kant van het werk. Bij een aantal projecten verzorgt EDCS de begeleiding ter plaatse.

Triodos Bank werd in 1980 opgericht door een aantal vooraanstaande personen in antroposofische kring, onder wie Rudolf Mees, telg uit een bekende bankiersfamilie. In tegenstelling tot EDCS is het een echte bank, met het bekende assortiment aan spaarrekeningen. Alleen de rentepercentages liggen wat lager. Daar staat een immateriële meerwaarde tegenover. Bedrijven en projecten die door Triodos gefinancierd worden, hebben niet alleen economisch perspectief, maar produceren bovendien op een duurzame en menswaardige wijze. Belangrijke items voor Triodos Bank zijn milieubehoud, mensenrechten en energiebeheer.

Windfonds

Het balanstotaal van de bank zal dit jaar de 300 miljoen overschrijden. Het geitewollen-sokken-imago is verdwenen. Triodos staat er gezond voor en biedt een goed produkt. “Het ideële inspireert het zakelijke en het zakelijke ondersteunt het ideële”, vat directeur Peter Blom samen. “Het gaat ons erom dat zowel spaarders als ondernemers niet alleen oog hebben voor rendement op korte termijn, maar ook leren denken in termen van duurzaamheid”.

Voor de spaarders zijn de mogelijkheden in de achterliggende jaren aanmerkelijk verbreed. Naast de spaarrekeningen zijn beleggingsfondsen ontstaan. Als eerste het biogrond-beleggingsfonds, ten bate van de ecologische en biologisch-dynamische landbouw. In 1994 werd het Windfonds gestart, voor beleggers in windenergie. De belangstelling is groot, mede door het succes van windpark Roggeplaat. Het aandelenkapitaal is in korte tijd gestegen tot 10 miljoen gulden. Steeds meer Nederlanders zien brood in wind.

Groenregeling

Via het orgaan Triodosbericht worden spaarders en beleggers op de hoogte gehouden. Het is een bewust publiek, dat wil weten wat er met het weggezette geld gebeurt. Deze groep groeit snel, is de ervaring van Blom. “De individuele verantwoordelijkheid wordt vandaag veel meer ervaren dan twintig jaar geleden”.

De achterban van Triodos Bank is al lang niet meer beperkt tot antroposofische kringen. Opvallend is wel dat de middengroep van de samenleving, zowel qua leeftijd als welstand, sterk ondervertegenwoordigd is. Mensen van middelbare leeftijd met een gemiddeld inkomen worden dermate in beslag genomen door de financiële zorgen des levens, dat ze niet toekomen aan bezinning op de ethische aspecten van vermogensbeheer.

Wellicht verandert de situatie nu de overheid de bewuste spaarder gaat bevoordelen. Sinds 1 januari is de fiscale groenregeling van kracht. Rente en dividend over beleggingen in groene projecten zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting. Blom verwacht dat vooral Triodos Bank daarvan zal profiteren. Elke concurrent kan geld voor groene investeringen aantrekken, maar de bank in Zeist heeft een voorsprong als het gaat om de beoordeling van kredietaanvragen. “Het probleem is niet het vinden van geld, maar van goede projecten”, weet de directeur van Triodos.

Stimulans

In reformatorische kring houdt maar een enkeling zich bezig met de vragen rond ideëel bankieren. Een uitzondering is bedrijfseconoom drs. Ton de Jong. Na een korte loopbaan als krediet-analist op het hoofdkantoor van de Rabobank stapte hij over naar PPM Stimulans, een participatiemaatschappij zonder winstoogmerk.

Evenals Triodos Bank werd Stimulans in 1980 opgericht. Initiatiefnemers waren maatschappijkritische paters capucijnen. Inmiddels hebben ruim dertig roomskatholieke congregaties en enkele pro testantse diaconieën geld in de stichting gestoken. Doelstelling is het stimuleren van werkgelegenheid en democratisering in het Nederlandse bedrijfsleven. Momenteel neemt Stimulans deel in zo’n twintig, sterk uiteenlopende bedrijven.

De drie adviseurs van Stimulans proberen, vanuit verschillende levensbeschouwelijke achtergronden, dit doel te realiseren. De een is rooms-katholiek, de ander humanist, de voormalige Rabo-man calvinist. Vanaf het begin van zijn studie gaat de belangstelling van De Jong uit naar de ethische kant van zijn vakgebied en de vertaling van bijbelse principes naar het economisch handelen op lokaal en mondiaal niveau.

Inhaalslag

In haar participaties richt Stimulans zich niet primair op het behalen van een maximaal rendement, maar op het creëren van werkgelegenheid en het verbeteren van de kwaliteit van arbeid. Het laatste wordt onder meer bewerkt door het stimuleren van een goed sociaal beleid, milieubewustheid, inspraak en werknemersparticipatie. Wanneer Stimulans zich na verloop van tijd terugtrekt uit een bedrijf, worden de aandelen bij voorkeur aan het personeel verkocht.

In zijn vrije tijd probeert De Jong in eigen kring een bijdrage te leveren aan de bezinning op economisch terrein. Onder meer als hoofdbestuurslid van de RMU, columnist van het RD en bestuurslid van het Studiecentrum van de SGP. Het is een zaak van lange adem. “In evangelische kringen leeft dit onderwerp sterker. Voor een deel is dat te verklaren uit de nadruk in deze kring op de praktische levensheiliging. Ook speelt mee dat daar in het verleden op economisch-ethisch gebied heel weinig bezinning is geweest. Momenteel zie je een soort inhaalslag, waarbij concreet wordt nagedacht over de oprichting van een christelijke bank ten dienste van evangelisatie via de moderne media”.

Christelijke bank

Op zichzelf beoordeelt de reformatorische bedrijfseconoom het initiatief positief. Wel betwijfelt hij of zo’n bank, als die er zou komen, reformatorische spaarders zal trekken. Een groot deel van de gereformeerde gezindte staat afwijzend tegenover evangelisatie via tv. Ook rond de inhoud van de boodschap zullen onmiddellijk vragen rijzen.

Dat pleit voor de oprichting van een reformatorische variant. Spaargeld zit er voldoende in de gereformeerde gezindte. Miljarden, rekent De Jong voor. “En we dragen heel nadrukkelijk verantwoordelijkheid voor dat vermogen, dat de Heere ons geschonken heeft. Nu staat het bij banken, die er steeds meer dingen mee doen waar je als christen niet achter kunt staan. Denk aan de financiering van genetische manipulatie, de amusements- en filmindustrie, abortusklinieken en ga zo maar door”.

Dat neemt niet weg dat hij over de realisering van een reformatorische bank somber gestemd is. “Om twee redenen. In de eerste plaats vanwege de mentaliteit van de hedendaagse reformatorische spaarders. Men ervaart duidelijk de roeping om een deel van de inkomsten en ook de opbrengsten van vermogen weg te geven. Maar over de belegging van het vermogen zelf wordt nauwelijks nagedacht. Dan geeft de hoogte van het rendement de doorslag. Kijk maar hoe een Koersplan van Spaarbeleg aanslaat in onze kring. Een tweede probleem ligt aan de kredietzijde. Er moeten voldoende bedrijven en projecten zijn waar je het geld volgens de eigen criteria kunt uitzetten”.

Consumptiepatroon

Een haalbaarder optie is een reformatorische variant van EDCS. Bij alle sympathie die De Jong voor deze organisatie heeft, is zijn bezwaar dat een missionaire spits ontbreekt. “Het bieden van bestaansmogelijkheden aan de arme wordt doel in zichzelf. In dat opzicht heb ik meer waardering voor organisaties als Woord en Daad en ZOA, maar daar ontbreekt vaak weer de stimulering van het plaatselijk ondernemerschap, waardoor je mensen duurzame ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

Je zou dat element kunnen versterken door een eigen beleggingsfonds, waarbij je nauw gaat samenwerken met deskundigen van verwante zendings- en ontwikkelingsorganisaties. De vraag is wel, of je voldoende toevoegt aan EDCS om de oprichting ervan te rechtvaardigen. Het belangrijkste argument is dat je een betere ingang hebt bij de eigen gezindte. En aan de uitgavenkant kun je aansluiten bij organisaties die ook oog hebben voor het geestelijke heil van mensen”.

Voor De Jong is met name het laatste element van wezenlijk belang. “Maar wil zo’n initiatief kans van slagen hebben, dan zal het denken over bezit in reformatorische kring sterk moeten veranderen. En het consumptiepatroon. Je kunt niet aan de ene kant investeren in economische activiteiten in de Derde Wereld en aan de andere kant wat schamper doen over Max- Havelaarkoffie”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

B. ankieren voor een betere wereld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken