Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Nu Praag, morgen Den Haag!”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Nu Praag, morgen Den Haag!”

Over de wc-rol van Mussert, een oude Buick, infiltraties en andere praktijken van de

6 minuten leestijd

Wanneer een nieuw aangetreden minister van binnenlandse zaken zich bezorgd afvroeg of de Binnenlandse Veiligheidsdienst wel genoeg aandacht aan het gevaar van het rechts-extremisme besteedde, haalden de superieuren van de BVD altijd dezelfde truc uit. Ze toonden de bewindsman een rol toiletpapier.

Op het zorgvuldig bewaarde wc-papier had NSB-leider Mussert in de Scheveningse gevangenis zijn testament geschreven. Een kameraad had het document in boekenkaften naar buiten gesmokkeld, maar de toenmalige Centrale Veiligheidsdienst had het weten te onderscheppen. Met deze demonstratie van zijn alerte optreden tegen extreem rechts pakte de BVD de aarzelende minister in. Om zich vervolgens te concentreren op wat volgens de veiligheidsdienst het werkelijke gevaar voor de Nederlandse samenleving vormde: de dreiging van het communisme.

Uit het proefschrift over de BVD dat D. Engelen volgende week maandag aan de Universiteit van Amsterdam verdedigt, wordt duidelijk dat de BVD de communistische partij met alle (legale en illegale) middelen bespioneerde én bespeelde. De beschrijving van die streken maakt het omvangrijke boek net zo spannend als een jongensboek van J. B. Schuil.

”Operatie-Diepvries ”

Engelen (54) kreeg vijf jaar geleden van de toenmalige minister Dales de opdracht om in dienst van de BVD dienst te beschrijven. Hij heeft zich geconcentreerd op de werkzaamheden van de dienst tijdens de Koude Oorlog. Engelen is bij het schrijven van zijn dissertatie door een ambtelijke commissie begeleid. Van ex-directeur Doeters van Leeuwen kreeg hij toestemming om alle dossiers in te zien. De enige voorwaarde was dat hij geen namen van agenten zou noemen en geen lopende acties zou beschrijven.

Tot de wettig ongeoorloofde praktijken waarvan de BVD zich in de strijd tegen het communisme bediende, behoorden het afluisteren van CPN-leden en inkijkoperaties. Vijfentwintig jaar lang heeft de BVD de beruchte leider van de Nederlandse communisten, Paul de Groot, afgeluisterd. Zijn huis zat vol met verborgen microfoons.

Inbraken in kantoren van de CPN waren schering en inslag. Met duplicaatsleutels verschaften agenten zich toegang tot de gebouwen, waar zij hele archieven ontvreemdden om die op het dichtstbijzijnde politiebureau te kopiëren. Het materiaal werd vervolgens weer netjes teruggebracht. De BVD had zelfs een speciaal kantoor voor deze SE-acties (Surreptitious Entry).

Vooral de aldus verkregen ledenlijsten waren voor de BVD van belang. De dienst wilde precies weten wie van de CPN lid was of met het communisme sympathiseerde om deze (1800) mensen te kunnen interneren bij een aanval van het Rode Leger op het Westen. Ook “anarchisten” zoals de provo’s die in maart 1966 bij de relletjes rond het huwelijk van prinses Beatrix waren betrokken, figureerden op de zwarte lijst. ”Operatie- Diepvries” luidde de naam van deze actie, waaraan minister J. de Koning in 1987 een einde maakte.

‘Mollen’

De BVD slaagde er eveneens in om via ‘mollen’ tot alle geledingen van de CPN door te dringen. Op een gegeven moment maakten drie BVD-agenten deel uit van het partijbestuur, zaten 86 agenten in afdelingsbesturen en 24 in districtbesturen. Ook de antimilitaristische PSP werd zo geïnfiltreerd. De dienst heeft nooit tot het dagelijks bestuur van de CPN willen doordringen, omdat hij geen medeverantwoordelijkheid voor de beslissingen van de communistische top wenste te dragen.

Spectaculairder nog is de psychologische oorlogsvoering, waarbij de BVD van teleurgestelde ex-communisten gebruik maakte. Velen waren door de Russische inval in Hongarije (1956) en de stalinistische terreur aan de verhevenheid van het communistische ideaal gaan twijfelen. De BVD wist hen zover te krijgen dat zij anonieme brieven -getypt op CPN-papier met een CPN-schrijfmachine- aan het partijbestuur richtten waarin zij leider De Groot openlijk en fel bekritiseerden. Zij suggereerden dat er al een brede oppositie tegen diens leiderschap bestond.

De Groot en enkele vertrouwelingen vermoedden dat een aantal kamerleden van de CPN achter deze actie zat. Het zo gevoede wantrouwen deed bij de BVD de champagnekurken knallen: De Groot zette uiteindelijk het grootste deel van de zevenkoppige kamerfractie uit de partij. Om de kracht van de CPN te verzwakken maakte van deze BVD-actie ook de oprichting en financiering van een alternatieve communistische parij, de Socialistische Werkerspartij (SWP), deel uit.

Ondanks dit trefzekere optreden dient men er de ogen niet voor te sluiten, zo vertelt Engelen, dat Het optreden van de BVD zeker in de beginjaren niet van amateurisme gespeend was. Zo beschikte de dienst voor het schaduwen van verdachte personen over slechts drie auto’s: een nog in oorlogskleuren geverfd Fordje, een opzichtige knalrode Amerikaan en een oude Buick. Deze laatste moest niet alleen worden aangeduwd, maar verbruikte ook grote hoeveelheden olie. Dat leidde ertoe dat een achtervolgde gemakkelijk kon ontsnappen: alleen al voor een ritje Amsterdam-Den Haag moesten de BVD-medewerkers een keer stoppen om olie te verversen.

De obsessieve aandacht voor het rode gevaar was in die tijd begrijpelijk. Paul de Groot riep eens uit dat zijn communistische vrienden het Rode Leger bij een oorlog tussen het Westen en de Sowjet-Unie als een bevrijdingsmacht in Nederland zouden onthalen. Na de Praagse coup in 1948 riepen de Nederlandse communisten zelf: „Nu Praag, morgen Den Haag!”. Sindsdien beschouwde de BVD de Nederlandse communisten als kwartiermakers van het Rode Leger en schuwde hij weinig middelen in de strijd tegen de ‘vijfde colonne’. Alle communistische organisaties werden als verlengstukken van de buitenlandse politiek van de Sowjets gezien, die op de wereldheerschappij uit waren.

BVD-commissie

Alle acties en manipulaties van de BVD hadden plaats met steun van de betrokken bewindslieden. Engelen wil de BVD daarom niet als „een staat in de staat” typeren. De ministers deelden klaarblijkelijk het standpunt van staatsrechtgeleerde G. van den Bergh die in 1936 al schreef dat een weerbare democratie „machtsmiddelen van dictatuur” zaterdag 9 september 1995 mag aanwenden wanneer deze tot doel hebben om de democratie tegen de dictatuur te verdedigen.

Maar de Tweede Kamer wist van niets. Weliswaar bestond sinds 1952 een speciale commissie van de fractievoorzitters van de vijf grote partijen, maar deze had geen effectief controlerende functie. Zij beperkte zich tot de behandeling van klachten. In de praktijk was het het hoofd van de dienst dat, met medeweten van zijn respectieve ministers maar zonder dat de BVD-commissie werd ingelicht, de inzet van methoden en middelen bepaalde.

Commotie

De presentatie van het boek afgelopen dinsdag leidde tot enige politieke commotie. GroenLinks, de partij waarin de CPN samen met PPR, PSP en EVP is opgegaan, verklaarde direct dat „de werkelijkheid de stoutste fantasie heeft overtroffen”. Woordvoerster Sipkes stelde dat de BVD met zijn acties tegen de CPN „zelf de democratische rechtsorde aantastte”. Zij vroeg zich hardop af in hoeverre de huidige kamercommissie voor de inlichtingendiensten op de hoogte is van wat de BVD precies uitvoert.

Ook de huidige minister van binnenlandse zaken, VVD’er Dijkstal, toonde zich onaangenaam verrast door de onthullingen. Hij wil dat er aanvullende controle op de activiteiten van de geheime dienst komt. „Als minister weet ik niet zeker of de activiteiten op de wet stoelen en of die wetten niet worden overtreden. Ik heb geen concrete aanwijzingen dat dat zo zou zijn, maar de ministeriële controle moet sterker worden”, zei de bewindsman bij de presentatie van het boek. Hij denkt daarbij aan „een inspectieachtige instantie, onafhankelijk van de BVD”. Waarschijnlijk komt er een inspecteur naast de BVD-commissie van de vier grote partijen in de kamer, die verslag krijgen van wat de dienst onderneemt.

N.a.v. ”Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst” door D. Engelen; Uitgevery Sdu, 1995; 456 blz., ƒ 59,50.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

„Nu Praag, morgen Den Haag!”

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken