Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

CGJO en LCJ moeten in gesprek blijven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

CGJO en LCJ moeten in gesprek blijven

Samenwerking tussen beide jeugdorganisaties nog niet mogelijk

4 minuten leestijd

ZIERIKZEE - De christelijke gereformeerde deputaten voor het contact met de kerkjeugd betreuren het dat in hun kerken twee organisaties voor jeugd- en jongerenwerk ontstaan zijn. Maar ze zien in dat het, gelet op de verscheidenheid in de kerken, blijkbaar niet anders kon. In de praktijk is het vooralsnog niet mogelijk dat beide organisaties samenwerken.

Dit bleek gisteren op de christelijke gereformeerde synode in Zierikzee, waar het rapport van deze deputaten werd besproken op de laatste vergaderdag van de eerste synodeweek. De afgelopen drie jaar zijn er elf gesprekken geweest tussen het CGJO -de vanouds officiële kerkelijke organisatie- en de LCJ. Deze laatste organisatie ontstond vanuit de behoudende delen van de kerken en heeft ondertussen een officiële status gekregen. De gesprekken vonden plaats onder leiding van de deputaten.

Bij beide organisaties hebben de deputaten aangedrongen op correctie. Ze vinden dat bij de LCJ „het noodzakelijke accent op wedergeboorte en bekering niet ten koste mag gaan van de andere facetten van geloof en leven”. Anderzijds zouden bij de CGJO „wezenlijke elementen uit de belijdenis beter verdisconteerd moeten worden in werkmateriaal en bondsdagen”. De deputaten merken in hun rapport op dat bij de CGJO veranderingen ten goede plaatsvinden. „Er is een open oor voor kritische geluiden vanuit de kerken”. De beide organisaties staan echter te ver van elkaar „om tot vergaande samenwerking en gezamenlijke actie te komen”.

Pijn

Vanuit de synode werd herhaaldelijk benadrukt dat het eigenlijk niet zo kan zijn dat twee jeugdorganisaties in één kerk gescheiden optrekken. Ouderling D. Koole uit Rijswijk vindt dat de wil om naar elkaar te luisteren naar een zorgwekkend peil is gedaald. „Groeien de organisaties niet zo ver uit elkaar dat er nog grotere kerkelijke verdeeldheid komt?”

Ouderling G. van Brenk uit Zeist benadrukte dat tussen CGJO en LCJ niet alleen cultuur- maar ook principiële verschillen bestaan. „Uit werkmateriaal en gehouden bonds- en appeldagen blijkt dat tussen beide een wereld van verschil zit”. Hij stelde dat met de organisaties indringend en diepgaand moet worden gesproken. „Beide zeggen immers op basis van Schrift en belijdenis te willen werken?”.

Ds. A. Baars, commissierapporteur, hield de synode voor dat deze de plicht heeft er bij de organisaties op aan te dringen elkaar „op goede en geestelijke wijze” te zoeken. „Als de pijn over de verschillen gaat verdwijnen, is er iets grondig mis met ons kerk-zijn”. De deputaten kerkjeugd kregen van de synode de opdracht mee in gesprek te blijven met CGJO en LCJ en waar nodig hen van advies te dienen en aan te dringen op correctie.

Deputaten kerkjeugd vinden dat de Young Eagles Kampen voor kinderen in een behoefte voorzien. „Veel kinderen uit de breedte van de kerk gaan met deze vakantiekampen mee. We moeten dit werk kerkelijk in het oog houden”, aldus adviseur prof dr. J. W. Maris. De deputaten gaan nu bekijken in hoeverre deze kampen een plaats kunnen krijgen in hun instructie en zullen op de volgende synode met een voorstel komen.

Evangelisatie

De deputaten voor de evangelisatie waren gistermiddag aan de beurt om rapport uit te brengen en synodevragen te beantwoorden. Deputatenvoorzitter ds. J. Jonkman voerde een vurig pleidooi om te komen tot een vrijgestelde kracht, die de deputaten zal kunnen assisteren. Ds. J. Kievit, die vorig jaar met emeritaat ging, was hiervoor ook vrijgesteld. „We hebben iemand nodig die kan stimuleren en ons op de hoogte kan houden van de ontwikkelingen op het gebied van evangelisatie”, aldus ds. Jonkman. „Een kerk die niet werft, sterft”.

Ouderling D. Koole en ds. J. van Amstel vonden het niet zo nodig om weer een vrijgestelde te benoemen. „Kunnen we niet beter het plaatselijke evangelisatiewerk steunen?” aldus ds. Van Amstel. In een volgende synodezitting zal een besluit over het al of niet aanstellen van een vrijgestelde genomen worden.

De synodecommissie evangelisatie betreurt het dat zestien gemeenten geen geld afdragen voor het evangelisatiewerk. Waarom ze dat niet doen, hebben ze nooit gezegd, aldus deputaat W. van Zwol, die zelf wel bepaalde vermoedens had. Vijf van deze gemeenten ondersteunen het werk van evangelist H. Bor in Gent. Deputaat Van Zwol: „Met Gent onderhouden we broedercontacten. De ben diep onder de indruk van het mooie werk dat daar gebeurt”. Maar onjuist vindt hij het dat gemeenten van de weeromstuit hun omslag inhouden. Dit zou een van de redenen zijn waarom deputaten altijd krap bij kas zitten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

CGJO en LCJ moeten in gesprek blijven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 september 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken