Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De school van Daniël en Mohammed

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De school van Daniël en Mohammed

Roggeveen: Als wij die onkerkelijke kinderen niet opvangen, waar komen ze dan terecht?

6 minuten leestijd

Een kerkgeschiedenisles. Maarten Luther. De meester vertelt. Zoals elk jaar. Aan het einde van de dag komt de tienjarige Hilde naar hem toe. Vastberaden: „Ik wil nooit meer met m’n oma naar de kerk, want die is rooms”. Hoe is het om les te geven op een reformatorische basisschool waar Mohammed, Anoeschka en Daniël naast elkaar in de klas zitten? Piet Roggeveen uit Delft weet het antwoord.

Zestien jaar geleden kwam hij van pabo De Driestar af. Hij solliciteerde op de Prins Mauritsschool in Delft en werd aangenomen. Roggeveen (36) zit er nog steeds, zij het dat ‘zijn’ school sinds vorig jaar is gefuseerd met twee reformatorische zusterscholen. Daardoor kreeg de Prins Maurits er ineens een heleboel kerkelijke kinderen bij. Niettemin komt nog steeds 30 procent van de 350 leerlingen uit een gezin dat nergens aan doet. Daarnaast is 10 procent van de leerlingen Turks of Marokkaans.

„De school staat in, wat men noemt, een sociaal zwakke wijk: de Wippolder. Helaas leven er kinderen in probleemgezinnen, waar alcohol, werkloosheid, ruzie en echtscheiding de sfeer bepalen”, aldus Roggeveen. De Prins Maurits lijkt in veel opzichten op een doorsnee reformatorische school. De grondslag is de Bijbel en de Drie Formulieren van Enigheid, de Statenvertaling wordt in ere gehouden, de kinderen leren elke week een psalm in de ‘oude’ berijming, de juf of meester vertelt iedere dag een bijbelverhaal en begint en eindigt met gebed. Voor vier van de tien kinderen is de wereld op school echter een totaal andere dan die van thuis. Adjunct-directeur Roggeveen heeft de voorbeelden voor het grijpen. „Ik behandel in groep acht ieder jaar de Tien Geboden. Dan praat je met de leerlingen ook over het zevende gebod. Over reinheid, liefde, het huwelijk. Dat zijn woorden waarover lectuur, beeld en sfeer in de thuissituatie soms het tegenovergestelde verkondigen.

Een ander voorbeeld: Je praat met de kinderen over de zondag, Gods dag. Dat we dan naar de kerk horen te gaan. Op maandagmorgen vertelt de ene leerling over de doopdienst van zijn nichtje en de andere over z’n bezoek aan Duinrell. Er mag om beide dingen uiteraard niet gelachen worden, want een kind zou niets meer durven vertellen. Je móet er op reageren, hoe moeilijk dat ook is”.

Gevoelige snaar

Het werken op de Prins Maurits blijft voor Roggeveen een uitdaging. Ook na zestien jaar. „Je staat hier midden in het leven. Je komt met allerlei problemen in aanraking en bent soms net een maatschappelijk - werker. Vooral als je op ouderbezoek gaat. Maar ook op school. Moeders komen soms letterlijk hun verhaal bij je uithuilen. Dan wordt er iets van je gevraagd. Je hebt natuurlijk niet voor alle problemen een oplossing, maar je kunt op z’n minst luisteren. Dat is vaak al heel wat voor hen: dat er iemand luistert”.

Roggeveen is de afgelopen jaren vaak op schoolkamp geweest. „Ik vroeg dan wel eens na afloop: Wat vond je nou het leukst? Dat de meester iedere avond een praatje kwam maken bij m’n bed, zei er een. Dat was dat kind niet gewend. Op zo’n moment besef je het grote voorrecht dat wij zulke kinderen op school hebben. Je kunt hen iets meegeven, iets voor hun hele leven. Niet alleen de kinderen, ook hun ouders. Soms raak je een gevoelige snaar door op ouderbezoek alleen maar te vragen: Bidt u wel eens?”

De bijbelvertellingen van Roggeveen vragen om een juiste toon, zodat alle kinderen bereikt worden. „Je kunt niet eenvoudig en concreet genoeg zijn. Ik besteed altijd veel aandacht aan de vertaling van het verhaal naar de praktijk van alledag. Wat kunnen kinderen ermee? Welke vragen en gevoelens roept het op?”

Stiekem

Het leren van een psalm blijkt voor onkerkelijke kinderen geen probleem te zijn. „We zingen ’m iedere dag op school een paar keer en besteden veel aandacht aan de uitleg van moeilijke woorden”. Vanaf groep 6 wordt er geoefend met bijbellezen. Eén keer per jaar organiseert de Prins Maurits een bijbelthemaweek in samenwerking met een aantal Delftse kerken. De kinderen krijgen dan een leesrooster mee naar huis. „Van de reacties die kinderen geven, word je soms stil: „Ik bid wel, maar stiekem onder de dekens”. Of: „Bidden doe ik alleen als mijn vader en moeder het niet zien”. Van de schoolpopulatie is 10 procent van Turkse of Marokkaanse afkomst. Roggeveen is positief over hen. „Ze doen leuk mee, passen er helemaal bij”. Soms is het ook wel vreemd, bekent hij eerlijk. „Bijvoorbeeld tijdens de vastenmaand Ramadan. Zij eten dan niet, terwijl de rest van de klas van z’n brood zit te smikkelen”. Lastig is het soms ook. „Eén keer per week krijgen de Tiurkse en Marokkaanse kinderen onderwijs in hun eigen taal en cultuur. Je bent hen dan een halve morgen of middag kwijt”.

De Prins Maurits heeft een goede naam bij allochtone ouders. Roggeveen: „Zelfe de imam heeft zijn kinderen bij ons op school gehad. Het gebeurt wel dat er kinderen naar de islamitische basisschool in Schiedam vertrekken. Soms staan ze na drie weken weer bij ons op de stoep, want die school daar was toch minder”.

Nazorg

Niet iedereen is geschikt om op een school als de Prins Maurits te werken, benadrukt Roggeveen. Zelf wist hij destijds waaraan hij begon. Zijn eerste stage liep hij in Delft, hij ging als kwekeling met de school mee op kamp en viel in voor een zieke leerkracht. „Je moet best wel stevig in je schoenen staan. En je moet in je werk leven. Iemand die een baan zoekt van half negen tot half vier, is hier aan het verkeerde adres. Je bent vaak na schooltijd nog bezig met een stuk nazorg”. De bereidheid om je te verdiepen in andere culturen en godsdiensten is een ander vereiste, aldus Roggeveen. „Je hoeft je eigen principes niet overboord te gooien, maar je moet wel weten waarom die mensen zo denken en doen. Daarmee kweek je vertrouwen. Probeer verder iets uit te stralen, vriendelijk te zijn, een open oor te hebben. Zeker deze ouders zijn daar gevoelig voor. Ze letten op ons als personeel. Hoe gaan wij met elkaar om, hoe zijn we gekleed? Zelf lopen moeders in een lange broek, maar als een van de juffrouws dat doet, dan zie je hen kijken”.

Naast de vele problemen en teleurstellingen zijn er ook bemoedigingen, zegt de Delftse onderwijzer. „Van onze leerlingen stroomt 90 procent uit naar een christelijke school voor voortgezet onderwijs. Soms blijkt tijdens een reünie van oud-leerlingen dat er onder hen zijn die kerkelijk zijn geworden. Dat is fijn. Dat geeft aan dat het ten diepste niet ons werk is, maar Gods werk”.

Afgedwaald?

De christelijke school als evangelisatie-instituut is een gedachte die in bevindelijk-gereformeerde kring altijd van de hand is gewezen. Wat denkt Roggeveen ervan? „Ik ben het er op zich mee eens, maar je kimt in een situatie komen, zoals wij, dat het niet anders kan. Zo lang het niet ten koste gaat van je identiteit, moet je deze leerlingen opvangen. Waar komen ze anders terecht?”

Als Roggeveen dat tegen collega’s van andere scholen zegt, wordt hij soms argwanend bekeken. „Ik wil mezelf best afvragen: Ben ik na zestien jaar afgedwaald? Ik geloof het niet. Ik zou op een ‘echte’ reformatorische school goed kunnen aarden, maar het werken op deze school geeft een brok extra. Je bent zaaier, je bent heel intensief met de bijbelse boodschap bezig. Dat geeft afhankelijkheid”.

Zou Roggeveen na zestien jaar weer voor de Prins Maurits kiezen? „Ongetwijfeld. Hier les te geven is voor mij iedere dag een vreugde. Je maakt soms dieptrieste dingen mee en je moet leren daarvan afstand te nemen, maar deze school is een stuk van m’n leven geworden”.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 oktober 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De school van Daniël en Mohammed

Bekijk de hele uitgave van maandag 16 oktober 1995

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken