Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over aandelen, obligaties en dividend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over aandelen, obligaties en dividend

Met name sentimenten kunnen belangrijke invloed op koers uitoefenen

7 minuten leestijd

Produceren is het combineren van de produktiefactoren arbeid, natuur en kapitaal met behulp van de afgeleide produktiefactor ondernemerschap. Met name arbeid werkt met kapitaal samen om tot een goed resultaat te komen en om de onderneming te doen voortbestaan.

Het toenemend gebruik van machines en computers in plaats van menselijke (hoofd)arbeid noodzaakt een onderneming tot het aantrekken van vreemd vermogen. Niet elk bedrijf heeft immers voldoende geld in reserve om de technologische ontwikkelingen volledig te betalen. Niet alleen bedrijven oefenen een vraag uit naar geld. Ook particulieren lenen vaak iets om bijvoorbeeld een huis te kunnen kopen. Er is dus een grote vraag naar geld op de kapitaalmarkt.

Om aan de vraag naar geld te kunnen voldoen, moet er ook een groot aanbod zijn. Veel mensen sparen bij een bank op een spaarrekening, of ze betalen premie aan een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. De banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen zijn als het ware grote spaarpotten.

Zij moeten om aan hun toekomstig ge verplichtingen te kunnen voldoen, wel iets met dat geld doen. Daarom bieden ze het aan ondernemingen aan als risicodragend kapitaal (aandelen) of als risicomijdend kapitaal (obligaties), in de hoop met dit belegde kapitaal geld te kunnen verdienen.

Handel

Het aanbod van geld en de vraag naar geld heeft handel in geld tot gevolg. Die handel verloopt voor een groot gedeelte via een effectenbeurs. In Nederland is deze in Amsterdam gevestigd.

Via spaarrekeningen pensioenfondsen, verzekeringen, hypotheken en kredieten hebben we allemaal -vaak zonder het te beseffen- iets met de effectenbeurs te maken. We zijn allemaal wel op de een of andere manier geldschieter of aandeelhouder van bedrijven of van de Staat.

Ondernemingen kunnen op twee manieren in hun eigen vermogen voorzien:

1. Externe financiering, dat wil zeggen het plaatsen van aandelen op de effectenbeurs.

2. Interne financiering, dat is het interen op de reserves.

Wie een aandeel koopt, wordt daarmee medeëigenaar van een onderneming. De naam aandeel wijst op dit medeëigendom. Het aandelenkapitaal behoort tot het eigen vermogen van de onderneming. Dit is dus geen geleend geld. Geleend geld is vreemd vermogen. Aandelen zijn risicodragend. Maakt het bedrijf winst, dan deel je als aandeelhouder in de winst en ontvang je dividend. Omgekeerd: gaat het slecht met een bedrijf, dan wordt er geen dividend uitgekeera en in het ergste geval, als het bedrijf failliet gaat, ben je ook het in de onderneming gestoken geld kwijt.

Koerswaarde

Dividend wordt meestal in contanten uitbetaald. Dit noemen we cashdividend. Omdat ondernemingen hun geld soms liever binnen het bedrijf willen houden om hun liquiditeitspositie niet te verzwakken, keren zij het dividend ook wel uit in de vorm van aandelen. Deze mogelijkheid zal ook gekozen worden, als de liquide middelen niet voldoende zijn om dividend in geld uit te betalen. Een dividenduitkering in de vorm van aandelen is een stockdividend.

Een aandeel heeft een nominale waarde en een koerswaarde. De nominale waarde is de prijs die op het aandeel gedrukt staat. Bijvoorbeeld/2,50, ƒ 10,- of/ 100,-. De koerswaarde is de prijs, die men bereid is voor het aandeel neer te tellen. Deze prijs kan van dag tot dag veranderen en grote verschillen vertonen. Hieruit blijkt wel het risicodragende aspect van een aandeel.

Met name sentimenten kunnen invloed uitoefenen op de koers. Bij het aandeel Philips waren de verwachtingen hoog gespannen en toen de cijfers in oktober tegenvielen, is de koers ook als een baksteen gevallen. In enkele dagen ging de koers van ongeveer ƒ 73,- tot onder de ƒ 60,- per aandeel. Een verlies van zo’n 20 procent. Tegen de lage prijs gingen Koopjesjagers en institutionele beleggers weer aandelen Philips kopen. Paniek en teleurstelling hadden hun werk gedaan. Vooral particulieren waren overgegaan tot verkoop, terwijl de beroepshandel er zijn voordeel mee gedaan heeft.

Rendement

Toch is het verstandiger om als belegger af te gaan op meer objectieve gegevens zoals koers-winstverhouding of dividendrendement. Het eerstgenoemde verhoudingsgetal wordt verkregen door de winst per aandeel van een bepaalde onderneming te delen op de koers van de aandelen van dat bedrijf Als de koers van een aandeel ƒ 120,- is en de winst per aandeel, dat is de winst van het bedrijf gedeeld door het aantal uitstaande aandelen, ƒ 10, dan is de koerswinstverhouding 12.

Naarmate de koers-winstverhouding srijgt, lopen de beleggers grotere risico’s en is er meer kans op een koersdaling. Ten opzichte van andere belangrijke beurzen zijn in Amsterdam de koerswinstverhoudingen in het algemeen lager dan in het buitenland.

Het dividendrendement is het dividend gedeeld door de aandelenkoers maal 100 procent. Dit getal geeft dus aan welk rendement het aandeel ten opzichte van de huidige koers oplevert. We spreken ook wel van de intrinsieke waarde van een aandeel. Deze waarde is af te leiden uit de werkelijke waarde van de onderneming. Het eigen vermogen (bezittingen en schulden) bepaalt namelijk de waarde van een onderneming. De intrinsieke waarde van een aandeel is de waarde van een onderneming gedeeld door het aantal geplaatste aandelen.

Emissie

Bij de oprichting van een nv is de koers van uitgifte van aandelen, de emissiekoers, bijna altijd hoger dan de nominale waarde. Dit is een emissie boven pari. Een aandeel van ƒ 10,- wordt dan verkocht voor een prijs van ƒ 32,- Het verschil tussen de emissiekoers en de nominale waarde (ƒ 32,- tot ƒ 10,-) noemen we agio op aandelen. Is de emissiekoers gelijk aan de nominale waarde, dan noemen we dit emissie à pari.

Er zijn verschillende soorten aandelen. Zo zijn er preferente aandelen, prioriteitsaandelen en certificaten. Houders van preferente aandelen hebben het voorrecht als eerste dividend uitgekeerd te krijgen, voor alle andere aandeelhouders. Houders van prioriteitsaandelen hebben een grotere stem in het kapittel en mogen meebeslissen over bepaalde zaken bij de onderneming, bijvoorbeeld de benoeming van directeuren. Houders van certificaten hebben alleen maar recht op een winstuitkering.

Een obligatielening is vreemd vermogen voor een onderneming. Er wordt door de onderneming geld geleend. Door het kopen van een obligatie van een bedrijf word je schuldeiser van het bedrijf De obligatif is een schuldbewijs. Een onderneming leent geld op de kapitaalmarkt en geeft in ruil daarvoor obligaties uit.

Het risico voor de schuldeiser (obligatiekoper) is nu veel minder dan bij de aanschaf van aandelen. Bij een faillissement van de onderneming zullen uit de failliete boedel eerst de schuleisers betaald worden. Daar horen ook de houders van de obligaties bij. Omdat je met obligaties minder risico loopt, worden ze ook wel risicomijdend genoemd. Vandaar ook het beursgezegde: Met aandelen goed eten, maar met obligaties rustig slapen.

De jaarlijkse vergoeding op een obligatie, de rente, is een vast percentage dat bij de uitgifte van de obligaties bekendgemaakt is. Net als een aandeel heeft een obligatie een nominale waarde en een koerswaarde. De nominale waarde van een obligatie is een mooi rond bedrag, meestal ƒ 1000,-. Anders dan bij een aandeel wordt de koers van een obligatie niet uitgedrukt in guldens, maar in procenten van de nominale waarde. Deze koers is dan voornamelijk afhankelijk van de verhouding nominale rente van de obligatie met de marktrente en van de nog resterende looptijd van de obligatie.

Obligaties zijn leningen aan de staat of aan bedrijven die op een bepaald tijdstip tegen de nominale waarde worden afgelost. Gedurende de looptijd van de lening wordt een vast rentepercentage betaald. Het effectief rendement van een obligatie kan zich wel wijzigen. De opbrengst uitgedrukt in procenten van het geïnvesteerde bedrag noemen we het rendement.

De koers van een 7,5% obligatielening kan 104,6 zijn. Dit betekent dat een 7,5% obligatie nu ƒ 1046,- kost, terwijl de rente ƒ 75,- blijft. Het effectief rendement zal nu ƒ 75,- gedeeld door 10,46 zijn. Dat is 7,17 procent. Het effectief rendement verandert met de koers van een obligatie.

Hypotheekbank

Pandbrieven zijn obligaties uitgegeven door hypotheekbanken. Door pandbrieven te kopen, stel je de hypotheekbanken in staat aan particulieren leningen te verstrekken zodat deze een huis of bedrijf kunnen kopen. De hypotheekbank betaalt aan de pandbriefhouder een rente die lager is dan de rente die ze zelf ontvangt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Over aandelen, obligaties en dividend

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1995

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken