Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verlangen naar de zoom van Zijn kleed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlangen naar de zoom van Zijn kleed

4 minuten leestijd

Er zijn boeken die je vanaf de eerste bladzijde in je nekvel grijpen en die je na het dichtslaan een gevoel geven dat er iets in jezelf definitief veranderd is. Het klinkt wat dramatisch, maar zo dacht ik erover na het lezen van “De zoom van zijn kleed”.

Via korte, bijtende zinnen wordt de lezer geconfronteerd met de visie van Roeltje Langenberg, de auteur: de volstrekte willekeur die ziekte, dood, lijden, maar ook gezondheid, leven en geluk kenmerkt. De totale onmacht van de mens om hierop invloed uit te oefenen, is het motief van deze roman.

Even plotseling begint de roman in medias res: de hoofdpersoon is bijna 50 als ze opgebeld wordt door haar vroegere hartsvriendin, die haar meedeelt dat ze lid geworden is van een kerk. Met alle protest en logica die in de hoofdpersoon (Anna) is, probeert ze deze keus van haar vriendin onderuit te halen. Anna gaat dan eigenlijk in een soort zelfanalyse; een lange retrospectie volgt, waarin haar verleden getekend wordt. Haar biologische vader overlijdt

voor ze geboren is, haar tweelingbroertje bij de geboorte en haar stiefvader voor ze eenjaar is. Haar moeder is een verbitterde, hardwerkende vrouw, die Anna zonder liefde, maar met ijzeren principes opvoedt: vier keer per dag bijbellezen, veel en vet eten en totale afscherming van de buitenwereld. De sfeer van de kerk waarin ze opgroeit, wordt beklemmend, maar zonder spot, beschreven: „Het is moeilijk om niet in te dom

melen, want er wordt lang en langzaam gelezen op een eerbiedig zangerige toon uit zware oude boeken van Augustinus, Isaac Ambrosius, of een andere oudvader en ik begrijp er niets van. Ondertussen tikt de hangklok hard en traag, en houden de dikke, roodbruine gordijnen voor de ramen en de donkergroene luiken daarachter elk geluid, en alle licht en lucht van buiten tegen” (17).

Opgewekter

Anna wordt heen en weer geslingerd tussen hoop: -„Welk kind zou niet in die allertederste omhelzingen willen smelten en versmelten met de Allerhoogste? (...) Daarvoor zou ik best mijn hele leven zwarte kousen dragen” (21)-en vrees: „Want als je zomaar denkt dat God je uitverkoren heeft, terwijl dat niet Gods werk in je hart is” (21). Ze zoekt een andere wereld, omdat ze in die van haar moeder niet leven kan en gaat in Utrecht sociologie studeren.

Tevergeefs probeert ze zich in een opgewekter christendom thuis te voelen. Ten slotte keert ze zich van alle godsdienst af. Eigenlijk is het nut van godsdienst totaal afwezig, ze ziet het puur als een middel om de bedreigingen van het leven af te bidden door middel van offers enrituelen,een soort angstbezwering dus. Bovendien loopt ze stuk op de “doublebind”, de “no-win situatie”, zoals ze het feit noemt dat je jezelf moet bekeren en tegelijkertijd onbekwaam bent.

In deze tijd studeert ze, en woont ze samen met Wim, waardoor ze Katrina, haar jeugd-hartsvriendin, uit het oog verliest. Ze leidt een nogal rigoureus leven, waarin mannen, alcohol, eten en roken een leegte moeten vullen. Steeds vaker beseft ze: „...één hart blijft thuis en één hart gaat op reis / maar geen van twee vindt het Paradijs (Marsman) (...) Noch mijn moeder, noch ik vinden de Grote Geliefde in wiens armen we zouden hebben willen leven en sterven”.

Wanhoop

Het sterven van haar moeder en het telefoontje van Katrina, haar jeugdvriendin, waarin die meldt dat ze weer lid geworden is van een kerk. doen haar weer volledig beseffen dat haar leven een „puinhoop” is. Door diepe wanhoopgevoelens heen zet ze haar zoektocht naar „die andere God, die van liefde, nabijheid en geborgenheid, voort”. “De zoom van zijn kleed” is een aangrijpende roman. Het is het zeer persoonlijke verslag van een vrouw die door diepe wegen moet gaan om alleen het verlangen om de zoom van Zijn kleed aan te raken ook bij haarzelf te erkennen. Ze loopt op dez;e weg de nodige beschadigingen op, door de leegte te vullen met alcohol, eten en vrije seksuele contacten. Dé weg is door haar opstandige houding niet in standaard christelijke termen beschreven, wat ook zeker niet bij haar leven gepast zou hebben. Wel vind ik het niet te accepteren dat ze bij de besclirijving af en toe grove termen en enkele vloeken gebruikt. Die kunnen de mens slechts meer beschadigen.

Spiegelverhalen

De opbouw van het boek is knap. De spiegelverhalen ondersteunen de thematiek, zodat inhoud en vorm één geheel vormen. Het boek bevat prachtig beschreven hoogtepunten, zoals bijvoorbeeld de dag en nacht waarin Anna’s moeder op sterven ligt.

Daarom waardeer ik de roman, ondanks de genoemde kanttekeningen, als goede literatuur.

N.a.v. “De zoom van zijn kleed”, door Roeltje Langenberg; uitg. Kok, Kampen, 1995; 190 blz; ƒ 29,50.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Verlangen naar de zoom van Zijn kleed

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 juni 1996

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's