Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De dominee die de boer op gaat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De dominee die de boer op gaat

Ds. Kamerbeek gaat met emeritaat na ruim 35 jaar ambtelijke dienst

6 minuten leestijd

VINKEVEEN - „Jongen, je hebt goed gepreekt, maar mag ik er wat over zeggen?” Een bijna zeventigjarige ouderling richt zich tot de dominee, die in zijn eerste gemeente staat en 29 jaar oud is. Het typeert de gemoedelijkheid in de hervormde gemeente Poederoyen-Loevestein. Ds. T. J. Kamerbeek uit Vinkeveen, die zondag met emeritaat gaat, beleefde sinds december 1960 daar m zijn eerste gemeente een fijne tijd.

De dorpsband was sterk. „Toen mijn vrouw ziek werd, informeerden de mensen van de gereformeerde gemeente net zo hard naar haar als die van de christelijke gereformeerde kerk. Er was een goede oecumene. Samen op weg in de goeie zin van het woord. Van alle drie de kerken zaten ze op de meisjes- en de vrouwenvereniging die mijn vrouw voorzat”. Eén ding was daar iets minder geslaagd: het preken bij kaarslicht op het spreekgestoelte in slot Loevestein. „Ik heb hoogtevrees tot en met”.

Op de kop af 35 jaar en zeven maanden later gaat ds. Kamerbeek met emeritaat. Zondag wordt de predikant 65 en neemt hij afscheid van zijn vijfde en laatste gemeente. Daarna gaat het predikantsechtpaar in Nijkerk wonen. „Dit betekent een hele verandering. Het is ingrijpend om geen pastorie meer te betrekken. Ik hoop nog wel te blijven preken, maar het woord komt niet meer zo naar je terug als in een eigen gemeente. Daar weet je hoe ze luisteren, wie begerig zijn”.

Nog een dag per week hier of daar wat doen, wijst ds. Kamerbeek niet van de hand. Als het maar geen vergaderingen zijn. Daar heeft hij nooit van gehouden. Wel houdt hij graag lezingen.

Een eerlijke brief

Ruim tien jaar diende ds. Kamerbeek de Vinkeveense gemeente. Als hij zichzelf op het kerkelijk erf indeelt, denkt hij „tot de rechts ortho doxe flank te moeten worden gerekend. Wij handhaven de drie stukken ellende, verlossing en dankbaarheid. Het hangt dan van de tekstkeuze af wat de nadruk krijgt”. „Sommige mensen, ook hier, zeggen: déze rede is hard. In het begin ging een enkeling weg”.

Ds. Kamerbeek typeert Vinkeveen met de woorden liberaal en geschakeerd. Toch. mag hij er de leiding van God in zien dat hij in het dorp aan’de plassen is terechtgekomen. „Zelfs als ze je prediking niet moeten, houdt God Zijn werk staande. Hij bereikt de mensen die Hij op het oog heeft”. Dit blijkt voor hem uit het feit dat de mensen onder de prediking blijven komen.

De predikant heeft steeds innerlijke duidelijkheid ontvangen wanneer een gemeente hem beriep. Als hij moest bedanken, zakte het ook helemaal weg en kwam het nooit meer terug. Niet dat het bij ds. Kamerbeek altijd vanzelf ging. Uit Hoevelaken ontving hij in de beroepingstijd een eerlijke brief. „Als u komt, komt u in een leeuwenkuil”. Toch ging de predikant. Hij kreeg van God de- tekst dat Hij bij hem zou zijn als bij Daniël.

Van de elf jaren die ds. Kamerbeek in zijn voorlaatste gemeente Hoevelaken stond, waren er enkele bij met narigheden. God bleek echter een waarmaker van Zijn Woord. „Hij heeft me zo- gesterkt. Ik heb het doorstaan in Zijn kracht”. En God ging door met het werk in Hoevelaken. Ds. Kamerbeek herinnert zich de tijd dat de kerk uitpuilde. Het kwam voor dat men zelfs in de consistorie zat.

Geboortegrond

Hoevelaken had zijn herder en leraar beroepen uit Waarder, de middelste gemeente in de rij van vijf. Daar richtte het echtpaar een mannen- en een vrouwenvereniging op. Concrete bezoeken vormden het middel waardoor het aantal kerkgangers toenam. Heel eventjes laat ds. Kamerbeek zijn bescheidenheid varen en zegt: „Mijn pastorale zijde is dus de sterkste”.

Het gezin Kamerbeek beleefde een moeilijke tijd toen hun zoontje ernstig ziek werd. Ze mochten echter ervaren dat „de gemeente van Waarder als een biddende wolk rondom de pastorie stond”.

Toen ds. Kamerbeek naar het ZuidHollandse dorp ging, kwam hij dicht in de buurt van zijn geboortegrond, Barwoutswaarder. Hij preekte vijf jaar lang in de kerk waarin hij zelf door ds. Japchen was gedoopt. Van zijn geboorteplaats herinnert ds. Kamerbeek zich echter niet veel. Toen hij zes jaar was, vertrok het kerkelijk meelevende gezin naar Zegveld. Zijn vader, hoefsmid van beroep, probeerde voor zichzelf te beginnen, maar dat lukte niet. „Hij praatte te veel en schreef te weinig”, analyseert de predikant even kort. „Het waren best armelijke toestanden”.

Pastorale hulp

Vanaf zijn zesde jaar mocht hij de begeerte ontvangen dominee te worden. In Delft ging de jonge Kamerbeek naar de mulo. Inmiddels was het arbeidersgezin via Sliedrecht in Delfgauw terechtgekomen. Daar overkwam de mulo-leerling een echte be^ proeving. „Een docent die geen kinderen had, bood aan dat ik op zijn kosten voor leraar Duits mocht leren. Ik heb het dus niet gedaan”. Zijn ouders hebben er alles voor opgeofferd dat hij naar het gymnasium kon.

In de volgende woonplaats Bodegraven leerde Kamerbeek zijn vrouw kennen. Het zou nog negen jaren duren voor het gymnasium en de universiteit in Utrecht geheel waren dooriopen en het tot een huwelijk kwam. „Geld had ze niet, maar ze heeft het bestaan opgebouwd. Zij werkte en ik studeerde. Mijn vrouw is een pastorale hulp. Ze bezoekt zieken, leeft mee met alles wat er maar gebeurt. Ik word aan alle kanten bijgestaan”.

En dat geldt niet alleen zijn echtgenote. Geroerd vertelt hij over zijn beide dochters. Hoe ze meeleven met hun vader, ‘s Zaterdags en ‘s maandags bellen ze op. „Is pa al klaar voor morgen? Hoe is het geweest?” De familieband is innig, en dat vindt het echtpaar heel bijzonder voor deze tijd. „Maar”, benadrukt de vader, „vooral ook het geestelijke, dat ze daar zo mee bezig zijn. Hoeveel domineeskinderen zijn er niet die nergens van willen weten?”

Het geestelijk leven van mensen is iets dat ds. Kamerbeek altijd heeft beroerd. En dat geldt wel in grote mate de Vorstin en haar familie. Nagenoeg iedere zondag bidt hij voor hen. „Het is mijn diepe wens dat het koninklijk huis weer tot zijn geestelijke oorsprong wordt teruggebracht en zo tot zegen van ons volk mag zijn, opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid”.

Eenvoud

De gemeente waar ds. Kamerbeek zich het gemakkelijkst bewoog, is Rouveen. En dat is niet verwonderlijk, want hij noemt zichzelf maar een gewone dominee. „Ik ben niet gepromoveerd en heb niet in de synode gezeten”. Preken is voor hem het voornaamste werk. Drie maal leverde hij dan ook een bijdrage aan de bekende prekenserie “Genade voor Genade”.

Op de voorgrond staan, daarvan houdt hij niet. Een interview? Liever niet. De eenvoud van Rouveen ligt hem dus na aan het hart. „Het zand lag bij sommigen in de huiskamer, de deur van de deel was los. De mensen zeiden: Dat zult u wel niet gewend zijn, geen vloerkleed op de grond. Ik zei dan: Ik kom niet voor het kleed, maar voor uw zielenheil. De mensen daar hadden altijd tijd. Hoe laat ze gingen melken interesseerde hen niet. Dan zat je daar gezellig met je voet op de potkachel. Ze noemden me daar de dominee die de boer op gaat”.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De dominee die de boer op gaat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's