Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Grabijn opent boetje over SGP-lidmaatschap

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Grabijn opent boetje over SGP-lidmaatschap

In ego-document ontbreekt theologisch-fundamentele verantwoording van vrouwenstandpunt

7 minuten leestijd

„Het vFouwenlidmaatschap is binnen de SGP een beladen woord. Maar toch heeft de partij al sinds 1984 vrouwelijke leden. Daarom behoort hun verhaal evengoed tot de geschiedenis van de SGP als al het andere (...). Dat historisch belang is eevan de redenen waarom ik dit boek geschreven heb. Het ieen eerlijk verhaal (...) zoals ik dat heb meegemaakt, en zawellicht veel duidelijkheid geven. IJdelheid is mijn drijfveer niet geweest”.

Zo begint mevrouw H. Grabijnvan Putten haar vorige maand verschenen boek “De wil het gewoon vertellen. Over vrouwenlidmaatschap van de SGP”. In 168 pagina’s geeft zij haar zienswijze en mening over haar ervaringen als lid van de SGP. Ze begint in hoofdstuk 1 in 1984 en eindigt in hoofdstuk 6 met de situatie in de SGP na Putten II. Mevrouw Grabijn heeft de gave om boeiend te schrijven. Haar boek laat zich lezen als een roman.

Maar geeft dit boek de aangekondigde duidelijkheid? Dat betwijfel ik. Het geeft informatie over wat mevrouw Grabijn in haar perceptie heeft ondergaan, wat haar in haar beleving is aangedaan. Maar dat is niet hetzelfde als duidelijkheid. Voor duidelijkheid is objectiviteit of althans hoor en wederhoor nodig. Daaraan ontbreekt het in het boek volkomen.

Is het verhaal daarom niet eerlijk? Het zal vanuit de gedachtengang van de auteur zeker eerlijk zijn, maar dat wil niet zeggen dat de anderen die in het boek worden genoemd, dat ook vinden. Daarom is het de vraag wat dit boek in grote lijnen toevoegt aan alle interviews, analyses en beschouwingen die in de loop der jaren al over het vrouwenlidmaatschap binnen de SGP zijn verschenen. Daarin heeft mevrouw Grabijn, door het toestaan van vraaggesprekken, door het schrijven van brieven en hoe al niet meer, een zelfgekozen hoofdrol gespeeld.

Scheppingsorde

De door mevrouw Grabijn binnen de SGP gevoerde strijd over openstelling van het partij lidmaatschap voor vrouwen is in feite gebaseerd op een andere visie op de plaats van de vrouw in de samenleving dan binnen de SGP gangbaar was en isIn haar cormnentaar op artikel 7 van het huidige Program van beginselen van de SGP constateert de auteur dat de scheppingsorde waarin de man het hoofd is van de vrouw, „voor het huwelijk geldt en dus niet zonder meer kan worden doorgetrokken naar de maatschappij”.

De wel erg kort door de bocht geformuleerde conclusie als zou de SGP-uitleg „een naar de man to gerichte redenering” zijn, is in haar beleving misschien wel waar, maar de legitimiteit van de SGP-interpretatie blijft daarbij intussen ook overeind. Mevrouw Grabijn zal ongetwijfeld haar bronnen hebben voor haar uitleg. Overigens vermeldt zij die niet en dus geeft ze op dit gebied ook geen duidelijkheid. Ook de SGP heeft uiteraard bronnen voor haar uitleg. Wat te denken van het boekje

“Emancipatie en Bijbel” van dr. J. van Bruggen? In het geschrift van deze vrijgemaakt gereformeerde hoogleraar is in elk geval geen spoor van overeenstemming met de uitleg van mevrouw Grabijn te vinden. Toch baseert zij juist op de theologische analyse van de vrouwenteksten in de Bijbel haar handelen. Daarom was een diepgravender verantwoording hiervan in dit boek zeker op haar plaats geweest.

Invoelingsvermogen

Mevrouw Grabijn laat zich in haar ego-document vooral kennen als een gevoelsmens. Wat in het boek minder of nauwelijks tot gelding komt, is haar invoelingsvermogen voor mensen die een andere opvatting hebben. Dat blijkt wel uit de manier waarop zij oordeelt over de beslissing van het RPF-lid mevrouw Visser-van Lente om zich terug te trekken voor de gemeenschappelijke SGP/GPV/RPF-lijst voor het Europees Parlement.

Overigens baseert de auteur ook haar principiële overtuiging voor een groot deel op haar gevoel. Hoe is anders de volgende passage te verklaren? „Vaak keek ik naar de foto van mijn vader, die kort voor mijn twaalfde verjaardag overleden was. Ik dacht aan de verhalen hoe hij zich had ingespannen de SGP op te bouwen, gloedvolle redevoeringen had gehouden en brieven schreef die nog door mensen in Zeeland bewaard werden. Vaak was gezegd dat ik in mijn spreken op hem leek”.

„Had God Zich dan vergist toen Hij mij een politieke visie gaf? Kon dat? We geloven toch in Gods voorzienigheid? Hoe zou mijn vader daar zelf over gedacht hebben? Ook hij was in zijn tijd tegen de vrouw in de politiek. Maar hij was niet star, dacht ik. Misschien zou hij nu wel anders hebben gedacht. In hoeverre was hier de wens de vader van de hoop? De foto gaf geen antwoord”. In theologisch opzicht valt er op deze redenering nog wel het een en ander aan te merken, maar dat geldt voor meer gevoelsuitingen.

Politieke visie

Blijkens deze ontboezeming dicht mevrouw Grabijn zichzelf dus een politieke visie toe. Het kenmerk van zo’n visie is dat die in strategie en tactiek altijd de consequenties overweegt van woorden en daden. Politiek is de kunst van het haalbare. Het is de vraag of dat de auteur met al haar activiteiten en interviews voor ogen heeft gestaan. Heeft zij de partij die zij zegt hef te hebben, met haar activiteiten gediend? Heeft zij de overgrote meerderheid van de vrouwen die in hart en ziel SGPminded zijn maar het lidmaatschap om voor hen principiële gronden afwijzen, met haar actie gediend?

Wat heeft de auteur uiteindelijk bereikt? Het tegendeel van wat zikrachtens haar uitlatingen beoogde. Dus valt op die politieke visie heel wat af te dingen. De partij is enorm gepolariseerd, omdat de actie van mevrouw Grabijn de even felle en soms zelfs hardere reactie van verontruste ‘Stichtings-mensen’ opriep. Gevolgen? Een bekwaam partijvoorzitter vertrok in gewetensnood; de Tweede-Kamerfractie verloor een zetel en het volwaardig partijlidmaatschap voor vrouwen is menselijkerwijs gesproken definitief achter de horizon verdwenen.

Deze kanttekeningen zijn op geen enkele manier bedoeld om alle schuld hiervan op de schouders van mevrouw Grabijn te laden. Ze mogen ook niet worden uitgelegd als een rechtvaardiging voor de acties en uiüatingen van de tegenstanders van mevrouw Grabijn binnen de SGP. Het is helaas in onze kring gebruikelijk om mensen die een slag anders denken dan wijzelf, direct en zonder omwegen in hun geestelijke staat te veroordelen (87). Maar weinigen kunnen hoofd- en bijzaken scheiden.

Niet fijnzinnig

De suggestieve manier waarop mevrouw Grabijn het gelijk van haar tegenstanders, die aan ds. G. H. Kersten volgens haar „een bijna goddelijke onfeilbaarheid” toekennen, vergelijkt met het “Gott mit uns” dat tijdens de oorlog in de gesp van de koppelriem van de Duitse soldaten stond gegraveerd, is op z’n zachtst gezegd niet fijnzinnig. Het is nooit prettig om vergeleken te worden met de ergste schurken van het westelijk halfrond, de nazi’s.

Mevrouw Grabijn schrijft in haar boek minutieus over haar gang naar de rechter om een toegangskaart af te dwingen voor de partijdag irt 1992 en over haar beslissing om als „volwaardig SGP-lid” tijdens de kamerverkiezingen in mei 1994 „overtuigd” CDA te stemmen. Die keus heeft „met haar liefde voor de SGP niets te maken”. Als ik op dezelfde manier zou schrijven als de auteur, zou ik nu als commentaar kunnen leveren dat zij in 1994 terwille van de machtsvraag in de politiek heeft meegewerkt aan het zetelverlies van de SGP.

Al met al is “Ik wil het gewoon vertellen” een prettig leesbaar boek. Door de ogen van mevrouw Grabijn bekijkt de lezer de gebeurtenissen rond het vrouwenlidmaatschap binnen de SGP. Tegelijk biedt de auteur de lezer een royale blik in haar persoonlijkheid. In essentie bevat het boek geen nieuws, hooguit waren tot de verschijning enkele details hieruit onbekend. De duidelijkheid is er niet echt door bevorderd. Door de hier en daar wat theatrale manier van schrijven worden feiten disproportioneel getekend en dus van feiten omgezet in subjectieve ervaringen. N.a.v. “Ik wil het gewoon vertellen. Over

vrouwenlidmaatschap van de SGPdoor Riet Grabijn-van Putten; uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 1996; 168 blz.; ƒ28,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 9 July 1996

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Grabijn opent boetje over SGP-lidmaatschap

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 9 July 1996

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken