Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Z-Afrika zingt zowel het Nkosi als Die Stem

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Z-Afrika zingt zowel het Nkosi als Die Stem

Oude tegenstelling tussen Xhosa-lied en Van Langenhovens gedicht is tanende

7 minuten leestijd

JOHANNESBURG - Zuid-Afrika, eeuwenlang een verdeeld land, heeft talloze nationale hynines gekend. Zelfs nu het land sinds 27 april 1994 onder president Nelson Mandela is verenigd (althans in naam), worden er bij officiële gelegenheden telkens twéé volksliederen gespeeld. Maar eigenlijk zijn het er drie.Want naast het Xhosa-lied “Nkosi, sikelel’ iAfrika” wordt het ankshed, m van rika”, in fris Engeln. a zingt altijd frikaansijn ige siederik „ Xhosa onen zijn ong

’ up/Usike’ihla zegen or ons gebed en zegen ons. Refrein: Daal af, oh Geest/ Daal af, oh Geest/ Daal af, oh Heilige Geest.)

Het is een tekst waarmee de christelijke De Klerk geen enkele moeite heeft, ook al was “Nlcosi” tot enkele jaren geleden het vrijheidslied van zwart Zuid-Afrika in de strijd tegen de apartheid. “Nkosi” werd in 1897 geschreven door Enoch Sontonga, onderwijzer op een methodistische zendingsschool bij Johannesburg. Onbekend is wie de muziek heeft gecomponeerd.

Overigens is het voor Mandela, die slecht Afrikaans spreekt, evenmin gemakkelijk om “Die Stem” mee te zingen, ook al omdat verwijzingen naar bijvoorbeeld typisch Afrikaander ossenwagens voor hem geen prettige herinneringen zullen oproepen: Uit die blou van onse hemel/ uit die diepte van ons see/ Oor ons ewige gebergtes/ waar die kranse antwoord gee./ Deur ons ver-verlate vlaktes/ met die kreun van ossewa/ ruis die stem van ons geliefde,/ van ons land Suid-Afrika. Ons sal antwoord op jour roepstem/ ons sal offer wat jy vra:/ Ons sal lewe, ons sal sterwe/ ons vir jou, Suid-Afrika.

Wilhelmus

In het dagboek van Jan van Riebeeck, die namens de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1652 Kaap de Goede Hoop betrad, maakt hij regelmatig melding van het zingen van het “Wilhelmus”. Dat gebeurde elke dag twee keer, bij het hijsen en het strijken van de compagnievlag. Daarmee volgde hij dp aanwijzingen van de VOC, die erop stond dat het Nederlandse volkslied (geschreven in 1568) op alle overzeese vestigingen werd gespeeld. Dat duurde tot 1795, het jaar waarin de Engelsen voor het eerst bezit namen van de Kaap en er uiteraard het “God save the King” introduceerden.

Die eerste Britse bezetting duurde slechts enkele jaren, maar in 1806 keerden de Engelsen terug in Zuid-Afrika, dus het Britse volkslied vierde hoogtij. Overigens tot groot ongenoegen van de Afrikaander Boeren. In de geraadpleegde literatuur kan men niets vinden over de manier waarop zwarte Zuid-Afrikanen in de vorige eeuw op het Britse volkslied reageerden. Maar de Afrikaners, die in de vorige eeuw in twee Boerenrepublieken verbleven. Transvaal en Oranje-Vrijstaat, zochten naarstig naar alternatieven en leunden daarbij zwaar op Nederlandse melodieën.

“Wien Neêrlandsch bloed” van H. C. Tollens (melodie van J. W. Wilms) werd tot laat in de negentiende eeuw door de Boeren als hun volkslied gezongen. Tegen die tijd hadden de Boeren de gesproken Nederlandse taal dusdanig aangepast, dat zij de hoog Nederiandse woorden niet meer begrepen. In “Het ZuidAfnkaansche Tijdschrift” verscheen in 1878 een tekst in het Afrikaans onder de titel “Zuid-Afrikaansche Volkslied” (Tollens gewijzigd), maar dat bleek geen succes te zijn. Ook al omdat de Afrikaanse intelligentsia, die veelal aan universiteiten in Nederland had gestudeerd, wilde blijven vasthouden aan het Nederlands en niet aan het Afrikaans.

Er ontstoi)d dan ook een tweespalt tussen deze “Hollandse” Boeren en hun Afnkaanstalige landgenoten. In Transvaal koos men als volkslied “Wij leven vrij” (geschreven doorM. J. Brand van Cabauw). Het lied, bestaande uit zes coupletten, was meer dan veertig jaar populair onder de Transvalers en bleef zelfs na de Eerste Vrijheidsoorlog, het eerste treffen tussen Boer en Brit in 1881, als Transvaals volkslied bestaan. Men had de tekst wel aan het Afrikaans en de omstandigheden aangepast, onder de aanhef Transvaal is vrij!

Sukkelen

Intussen had de Transvaalse regering echter besloten dat het van oorsprong Nederlandse lied (geschreven door Catharina Felicia van Rees) “Kent gij dat volk vol heldenmoed” voortaan als officieel volkslied zou worden gezongen. Het bleek een treffer te zijn. Het lied wordt nog altijd gezongen op bijeenkomsten van extreem rechtse groeperingen, zoals de Afrikaner Weerstand Beweging. Het vervult in de ogen van veel Afrikaners de rol die “Nkosi” indertijd onder zwarten vervulde: een verzetsdaad, tegen het bewind van Nelson Mandela.

Ook de Oranje-Vrijstaat richtte zich in de vorige eeuw tot de Nederlandse taalschat om een volkslied aan te schaffen. Het werd “Heft, burgers, ‘t lied der vrijheid aan”, geschreven door H. A. L. Hamelberg en gecomponeerd door W. F. G. Nicolaï. De regering van Oranje-Vrijstaat was bepaald vooruitstrevend toen men ene Thomson opdracht gaf dit lied ook van een Engelse tekst te voorzien.

Na de totstandkoming van de Unie van Zuid-Afrika (1910), toen de twee vroegere Boerenrepublieken en de twee Britse kolonies Natal en de Kaap werden samengesmeed, werd het wat betreft het volkslied sukkelen.

Het “God save the King” bleef onveranderd hét volkslied van geheel Zuid-Afrika. Duidelijk was echter wel dat de Afrikaners hier niet mee instemden en er werden dan ook allerlei pogingen gedaan ook een Afrikaanstalig nationaal lied van de grond te krijgen.

Dat bleek een moeilijke opdracht, zoals onder meer blijkt uit het feit dat een prijsvraag om een mooi lied te schrijven, georganiseerd door het “Genootskap van Regte Afrikaners”, liefst 222 ideeën opleverde. Even dacht het genootschap dat “Waar Tafelberg begin” de hoofdprijs moest krijgen. Een onbegrijpelijk besluit, want de woorden waren ingewikkeld en de muziek ongeïnspireerd. De Afrikaners weigerden dan ook dit lied te zingen, waarna het Genootskap zijn keus liet vallen op “Afrikaners, landgenoten”, nota bene op de muziek van “Deutschland, Deutschland über alles”. Ook deze schlager verdween in de prullenbak.

Bedevaartplaats

Voor de Afrikaners kwam de oplossing met een door C. J.. Langenhoven geschreven en door ds. M. L. de Villiers van muziek voorzien gedicht, “Die Stem van Suid-Afrika”. Het werd voor ‘t eerst gezongen in 1936 en het bleek een onmiddellijk succes. Het zou tot 1957 duren voordat het als het enige volkslied van Zuid-Afrika officieel werd erkend. Dat was het jaar waarin Zuid-Afrika onder premier Hen drik Verwoerd uit het Britse Gemenebest stapte, nadat deze landengroep de apartheid had veroordeeld.

Intussen bleek bij zwart Zuid-Afrika “Nkosi” het antwoord te zijn op wat zij beschouwden als een koloniaal volkslied, kenmerkend voor de apartheid en de onderdrukking. Het door de apartheidspolitiek gecreëerde thuisland Transkei proclameerde zelfs in 1963 Nkosi tot zijn volkslied, als een daad van verzet tegen het apartheidsgezag. .

Het graf van de schrijver van “Die Stem”, Langenhoven, die in 1932 in de Kaapse plaats Oudtshoom overleed, is voor veel Afrikaners een bedevaartplaats. Enoch Sontonga (overleden in 1901 of 1902) ligt „ergens” .op het gemeentelijk kerkhof van Johannesburg begraven. Onder de apartheid werden hier alle graven waar zwarte inwoners ter aarde werden besteld, „opgeruimd”. Men heeft de plaats waar de stoffelijke resten van talloze zwarten in een massagraf werden ondergebracht, gelocaliseerd en er zijn plannen om er een gedenkteken ter ere van Sontonga aan te brengen.

Nog steeds zingen sommige zwarten “Nkosi” als een soort protest tegen de vroegere apartheid en de huidige blanke economische dominantie. Bij alle officiële gelegenheden moeten volgens de wet “Nkosi” en “Die Stem” klinken. Tijdens een recent bezoek van president Mandela aan een Kaapse school bracht het schoolkoor “Nkosi” ten gehore en liet het “Die Stem” achterwege. Mandela stond daarna boos op en zei: „U kent het nieuwste volkslied niet. Door niet “Die Stem” te zingen, pleegt u een misdrijf. Wij proberen eenheid in ons land te brengen”. De Klerk laat zich ook in dergelijke bewoordingen uit als zijn blanke toehoorders verzuimen “Nkosi” te zingen. Als dat dan alsnog gezongen wordt, is De Klerk zowat de enige die de woorden uit z’n hoofd kent...

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1996

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Z-Afrika zingt zowel het Nkosi als Die Stem

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1996

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken