Bekijk het origineel

„Dagelijks een multivitaminepil 5

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Dagelijks een multivitaminepil 5

Drs. G. Schuitemaker ziet voeding als belangrijkste pijler orthomoleculaire geneeskunde

11 minuten leestijd

Elke dag een multivitaminepil voor iedere Nederlander. Dat is volgens apotheker drs. G. E. Schuitemaker, directeur van het Ortho Institute in Baam en hoofdredacteur van het Ortho Magazine, niet zozeer een ideaal ds wel een noodzaak. De Nederlandse voorvechter van de orthomoleculaire geneeskunde vtijst in dit verband op een TNO-studie waarin werd aangetoond dat de consumptie van onmisbare voedingsstoffen als ijzer, selenium, koper en vitamine A bij veel Nederlanders onder de norm ligt Ook als zij keurig eten volgens de richtlijnen van de Voedingswijzer. Een bezoek aan het Ortho Institute in Baam.

Het gesprek is nog maar net begonnen of Schuitemaker schuift Linus Pauling naar voren. Of hever gezegd: een fraai bronzen beeldje van deze bekende Amerikaanse geleerde en voorvechter van vitamine C, die in 1994 op 93-jarige leeftijd stierf. Zaterdag 5 oktober wori^t het beeldje, zo is de bedoeling, in Utrecht uitgereikt tijdens een lustrumbijeenkomst ter gelegenheid van het tiende congres van de Maatschappij ter bevordering van de Orthomoleculaire Geneeskunde (MBOG). Wie deze eerste orthomoleculaire trofee uit handen van Schuitemaker zal ontvangen, moet nog even geheim blijven.

Hippocrates

Orthomoleculair -het begrip werd in 1968 in het blad Science geïntroduceerd door Pauling- bestaat uit twee samengevoegde woorden. “Orthos” is een Grieks woord met de betekenis van: goed, juist, recht, gezond. “Moleculair” wijst op de moleculen waaruit al wat stoffelijk is, bestaat.

Op de vraag naar de wortels van de orthomoleculaire geneeskunde geeft Schuitemaker lachend als antwoord: „Dan moeten we terug naar Hippocrates. Deze arts uit de Griekse oudheid stelde al: Uw voeding is uw geneesmiddel. Uw geneesmiddel is uw voeding".

Een twintigste-eeuwse vertegenwoordiger van de orthomoleculaire geneeskunde vormt naast Pauling de Canadese ‘nutrionist’ en psychiater Abram Hoffer. Ondanks zijn hoge leeftijd voert hij een eigen praktijk en houdt hij lezingen en puliceert ook nog artikelen. Hoffer kreeg al in de jaren vijftig bekendheid door zijn bewering dat met hoge doseringen vitamine B3 bij schizofrene patiënten goede resultaten waren te beha len. De Canadese psychiater onderbouwde zijn stelling overigens met de resultaten van dubbelbhnd, door placebo’s gecontroleerd onderzoek.

Voeding

De orthomoleculaire geneeskunde wordt volgens Schuitemaker vaak vereenzelvigd met vitaminepillen, maar dat is een vertekend beeld. „Het belangrijkste is een goede voeding. Dat gegeven komt in al onze geschriften terug. Pas in tweede instantie komen eventuele toevoegingen van vitamines, mineralen en spoorelementen aan bod".

Schuitemaker stuit hier wel op een probleem en wijst op TNO-onderzoek waarvan de resultaten in 1994 bekend werden. Daaruit blijkt dat zelfs Nederlanders die keurig eten volgens de richtlijnen van de bekende Voedingswijzer van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding te weinig binnenkrijgen van bepaalde nutriënten. Genoemd worden: ijzer, selenium, koper en vitamine A. Verder is bekend dat ook de jodiumvoorziening nog steeds marginaal is. Schuitemaker vindt deze gegevens verontrustend.

„Er zijn bovendien veel Nederlanders die helemaal niet zo gevarieerd eten en de norm dus (lang) niet halen. Ik denk dat we daar allemaal bij horen. Want wie eet er precies volgens de norm? En dan zijn er ook nog andere factoren die een rol spelen. Rokers, pilgebruiksters, volwassenen met veel stress, zwangeren, bejaarden, jongens en meisjes in de groei en mensen die worden blootgesteld aan luchtverontreiniging of andere milieubelastende stoffen hebben een grotere vitaminen-, mineralen-, en spoorelementenbehoefte dan anderen".

Voedingsnormen

Ook ten aanzien van de voedingsnormen zelf heeft Schuitemaker zijn bedenkingen. „De zogenaamde aanbevolen dagelijkse hoeveelheden (adh’s) van voedingsstoffen zijn nog altijd gebaseerd op wat minimaal nodig is en niet op wat optimaal gewenst is. Zo is de norm voor vitamine C, 70 milligram per dag, gebaseerd op het voorkomen van scheurbuik. Dat wetenschappelijk model voldoet tegenwoordig echter niet meer. De relevante vraag is: Hoe hoog moet de norm dan wel zijn? Daar kan helaas nog niemand een zinnig antwoord geven, ook ik niet. We zullen voorlopig moeten roeien met de riemen die we hebben".

Ondanks de wetenschappelijke onzekerheden stelt Schuitemaker ten aanzien van vitamine C dat 70 milligram per dag in ieder geval onvoldoende is. „Je ziet bij mensen die dagelijks 1000 milligram vitamine C of meer slikken dat hun immuunsysteem wordt geactiveerd. De bewegelijkheid van lymfocyten (witte bloedlichaampjes, WvH) wordt groter, het aantal T-lymfocyten neemt toe en de aanmaak van interferon gaat omhoog".

Maar wordt die overdosis vitamine C niet gewoon uitgeplast en heeft zo’n vitamine-C-opname dan wel zin? „Het eerste is voor een deel waar, het tweede niet. Vitamine C wordt door het lichaam zelf niet gemaakt. Als je ziek bent, onder stress staat, of blootstaat aan verontreinigende stoffen in de lucht (uitlaatgassen, roken) of door bijvoorbeeld amalgaamvullingen in de kiezen, neemt de behoefte aan vitamine C toe en plas je minder uit. Dat is in onderzoek aangetoond. En dat mechanisme geldt voor meer stoffen". De bewering dat grotere hoeveelheden vitamine C zouden leiden tot nierstenen, is volgens Schuitemaker achterhaald. „Het is in de wereld gekomen door een onderzoek waarin een laboratoriumfout was gemaakt. Ook vanuit de epidemiologie blijkt dit gegeven bezijden de waarheid. Miljoenen Amerikanen slikken hogere doseringen vitamine C. Zij hebben niet méér last van nierstenen dan anderen. En geloof maar dat daarop is gelet".

De directeur van het Ortho Institute verwijst verder naar een studie in de VS waarvoor gedurende vele jaren onder zo’n 120.000 gezondheidswerkers onderzoek is gedaan naar onder meer de inname van vitamine E en de sterfte aan hart- en vaatziekten. De groep die het minste vitamine E binnenkreeg, werd ver, geleken met de groep die dagelijks zo’n 100 milligram binnenkreeg. In die laatste groep kwamen veel minder hart- en vaatziekten voor dan in de eerste. Ook lag de sterfte lager. „Die 100 milligramden krijg je echt nooit uit je voeding. Daarvoor ben je aangewezen op een vitaminepil. En dan gaat het alleen nog maar om vitamine E. Dat is tevens de zwakte van het onderzoek. Het had veel beter kunnen worden gecombineerd met vitamine C en betacaroteen (een voorloper van vitamine A), vitamine B2, selenium enzovoorts".

Vitaminepil

Behalve het nuttigen van goede voeding adviseert Schuitemaker om elke dag een multivitaminepil te slikken. In die zin wijkt hij af van de aanbevelingen van de officiële instanties. „Op grond van wat we nu weten uit dier-experimenteel onderzoek, epidemiologisch onderzoek en grote klinische studies, is mijn advies op hoofdlijnen: eet gevarieerd en goed, dus veel verse groente en fruit en meer vis dan vlees(waren). Wees matig met suiker en ‘vet en eet zo min mogelijk snacks, gebak en ander snoepgoed. Neem daarnaast dagelijks een goede multivitaminepil die naast vitamines ook mineralen en spoorelementen bevat. Slik tevens een extra vitamine C-tablet. Dat doe ik zelf ook".

Wat Schuitemaker onder een goede multivitaminepil verstaat en wat die ten minste aan stoffen moet bevatten, is te lezen in zijn “Gouden boekje voor de gezondheid, alles over vitamines, mineralen en voedingssupplementen” (uitg. Tirion, 95blz.;/14,90).

De directeur van het Ortho Institute denkt dat zijn advies om een multivitamine plus extra C te slikken beter is voor de gemiddelde Nederiander dan de aanbeveling van de Beraadgroep Voeding van de Gezondheidsraad dat het wel goed zit met de vitamientjes als je elke dag je adh’s maar binnenkrijgt.

Relativerend laat Schuitemaker er direct op volgen dat hij dat makkelijk kan zeggen omdat hij in een an dere positie zit dan de wetenschappers uit de Beraadgroep Voeding van de Gezondheidsraad. „Jk vergelijk het rnet de mensen uit het comité dat de Elfstedentocht organiseert. Voordat zij het ijs vrijgeven zijn er al vele honderden die op het parcours schaatsen. Toch is het dan nog niet geschikt voor de massa die bij de Elfstedentocht het ijs opgaat. Daar kijkt het comité naar. De schaar mezelf bij die eersten die het parcours al verkennen voordat het groene licht voor de schaatstocht er is. Die eerste schaatsers kunnen echter wel goed de zwakke plekken overzien en daarover rapporteren".

Artsen

Schuitemaker zou graag zien dat elke arts in navolging van Hippocrates goede voeding als uitgangspunt nam voor zijn therapie. „De gemiddelde (huis)arts heeft echter nauwelijks oog voor voeding. In zijn opleiding wordt er ook weinig tot geen aandacht aan besteed. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat er in de spreekkamer weinig over voeding wordt gesproken. En laten we eerlijk zijn: er is ook niet veel tijd voor. Een gemiddeld consult duurt vijf a tien minuten, precies genoeg voor de huidige farmacotherapeutische aanpak met medicijnen. Een voorbeeld: als een patiënt zich met hoofdpijnklachten meldt bij zijn arts, krijgt hij een pijnstiller voorgeschreven. Artsen vragen in zo’n geval niet naar de voedingsgewoonten en de spijsvertering in zijn algemeenheid. In de huidige ‘bedrijfsvoering’ zou dat ook moeilijk kunnen. De tarieven zijn er niet op ingesteld". Orthomoleculaire artsen en therapeuten werken volgens Schuitemaker altijd met voedingstherapie en extra vitamines. Bij hart- en vaatziekten worden bijvoorbeeld “antioxidanten” voorgeschreven: vitamines (onder andere A, C en E) en mineralen die in staat zijn agressieve zuurstofdeeltjes (zogenaamde vrije radicalen) weg te vangen, waarvan bekend is dat ze schade kunnen toebrengen aan de vaatwand. Ook bij het ontstaan van kanker spelen deze radicalen waarschijnlijk een rol van betekenis. Bij de behandeling van kwaadaardige aandoeningen wordt in de orthomoleculaire geneeskunde eveneens royaal gebruikgemaakt van vitamines, mineralen en spoorelementen. De schadelijke rol van de vrije radicalen bij tal van ziekten staat overigens ook in de reguliere geneeskunde momenteel sterk in de belangstelling.

Brugfunctie

Schuitemaker hoopt dan ook dat de orthomoleculaire geneeskunde een brug kan gaan vormen tussen de alternatieve behandelwijzen en de reguliere geneeskunde. „Wij gaan uit van het holistische principe: heel de mens moet behandeld worden en niet slechts een orgaan of een stoornis. Magnesium, om een voorbeeld te noemen, werkt zowel in je grote teen als in je bovenkamer en je hart. Dit holistisch,^ uitgangspunt hebben wij gemeen met vele alternatieve behandelwijzen.

Anderzijds hebben wij onze wortels volledig in de natuurwetenschappen: in de scheikunde, de natuurkunde en de biologie. Waar de reguliere geneeskunde moeilijk overweg kan met homeopathie en acupunctuur omdat het zo moeilijk is wetenschappelijke bewijzen voor de werking aan te voeren, is de orthomoleculaire geneeskunde veel acceptabeler".

Schuitemaker wijst op het orthomoleculaire jaarboek. Het bevat jaarlijks een geactualiseerde versie van gedegen („peer-reviewed") onderzoeken uit internationale medische tijdschriften die wijzen op de effecten van vitamines, mineralen en spoorelementen op gezonden en zieken. „Artsen zien die tijdschriften niet of lezen ze niet uit tijdgebrek en hun eigen vakbladen besteden aan dit soort onderzoeken weinig of geen aandacht. Zo lopen ze dus belangijke informatie mis".

Schuitemaker selecteert sinds 1983 systematisch onderzoeksresultaten op voedingsgebied en maakt daarbij onder meer gebruik van de internationale medische databank Medline waarvan op cd-rom maandelijks een geactualiseerde versie wordt aangeboden.

„Als je artsen zo’n jaarboek laat zien, gebaseerd op regulier-wetenschappelijk onderzoek, dan realiseren ze zich dat er een heel gebied is waarin ze zich zouden moeten gaan verdiepen".

Onder jonge artsen neemt de belangstelling voor het thema voeding, gezondheid en ziekte volgens Schuitemaker toe. „Maar het gaat nog te langzaam. Het probleem is dat het allemaal zo eenvoudig is. Wat is er nu simpeler om te zeggen: eet gezond, eet meer fruit, groente en volwaardige producten. Die boodschap wordt nis in de preventieve sfeer al | wel uitgedragen, maar niet in de curatieve sfeer, dus als mensen ziek zijn. Natuurlijk is een behandeling met goede voeding voor een kankerof een hartpatiënt niet het enige dat moet gebeuren en moet je er ook de beperking van inzien. Het gaat tenslotte om het laatste stadium van ernstige aandoeningen met een lange aanloop. Maar dat mag geen reden zijn om te zeggen dat de rol van voeding dan ineens is uitgespeeld en dat wat de patiënt eet geen betekenis meer zou hebben voor het verloop van het ziekte. Het tegendeel is het geval".

Foliumzuur

Als recent voorbeeld van positieve ontwikkelingen noemt Schuitemaker de foliumzuuradviezen voor (aanstaande) zwangeren ter voorkoming van neurale buisdefecten, zoals een open ruggetje bij de vrucht. „Maar het heeft wel lang geduurd. Al veertig jaar geleden verscheen daarover de eerste wetenschappelijke informatie. In het begin van de jaren tachtig publiceerden twee Britse onderzoekers een waardevolle studie waaruit opnieuw het preventieve effect bleek. Toch duurde het nog tot half in de jaren negentig voordat de gegevens waren vertaald naar de praktijk van alledag. En nu is inmiddels bekend dat niet alleen foliumzuur, maar ook de vitamines B6 en B12 bij het voorkomen van neurale buisdefecten een belangrijke rol spelen. Maar het zal wel weer jaren duren voordat dit gegeven doordringt in de officiële adviezen".

En passant wijst Schuitemaker op het gegeven dat Tjij pilgebruiksters een verlaagde spiegel van foliumzuur, B6 en BI2, is aangetroffen. Als zij stoppen met het slikken van de pil omdat ze zwanger willen worden, lopen ze dus mogelijk extra risico’s.

Grote vlucht

Wat volgens de directeur van het Ortho Institute binnen enkele jaren waarschijnlijk een grote vlucht zal gaan nemen, is de combinatie van de vitamines B6, B12 en foliumzuur voor ouderen bij de preventie en behandeling van onder meer concentratiestoomissen, geheugenveriies, dementie, gevoelsstoomissen en de)ressies. „Er zijn daarmee in Engeand, de VS, Zweden en Zuid-Afrika opvallende resultaten behaald die wetenschappelijk helemaal zijn uitgekristalliseerd. Met een eenvoudige bloedtest van. een bepaalde stof in het bloed (homocysteine) kan worden aangetoond of iemand tekorten heeft, dus de praktische toepassing ligt binnen handbereik. Moet je eens kijken wat een impact alleen al die drie vitamines in deze vergrijzende maatschappij kunnen hebben voor de gezondheidszorg".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

„Dagelijks een multivitaminepil 5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1996

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken