Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Trek alles uit de verpakking”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Trek alles uit de verpakking”

Ook kleding van inzamelingsacties is op de markt te koop

4 minuten leestijd

APELDOORN - „Dat heb ik op de markt gekocht”. ’t Klinkt heel eenvoudig, alsof alle kramen één pot nat zijn. Niet dus. Een aantal losse handelaren bederft het voor de vaste kern. Zij brengen tweedehands kleding aan de man zonder dat de klant er weet van heeft.

„Oneerlijke concurrentie”, noemt A. Esselink deze handel. Als voorzitter van de centrale vereniging voor de ambulante handel gaat het hem aan het hart. „De markt is een mooi kanaal voor goederen. We hebben een goede naam opgebouwd en dan komen er van die lieden die op een platte manier hun zak vullen”.

Bij de vereniging zijn enkele honderden klachten binnengekomen over deze „mensen die meestal niet uit de wereld van kooplieden komen”. De reacties komen zowel van marktkooplui als van consumenten. „We hadden van tevoren kunnen weten dat het niets kon zijn, zeggen de meeste particulieren die ons bellen. En dat is waar. Twee truien voor 25 gulden, of zelfs drie, dat kan gewoon niet”, zegt Esselink.

Een advies van de voorzitter waar niet alle verkopers blij mee zullen zijn, luidt: „Trek alles uit de verpakking. In zo’n plastic hoes ziet alles er mooi uit”. Hij raadt de marktbezoekers aan naar vaste adressen te gaan. „Mankeert er iets aan, dan kun je het altijd terugbrengen. Daar heb ik nog nooit klachten over gehoord”.

„De consumenten moeten eerlijke voorlichting krijgen. Er is een markt voor gedragen, gewassen en gestreken kleding. Dat is prima, maar dan moeten de mensen wel weten dat ze tweedehands kleding kopen”. Een bordje op een kraam bijvoorbeeld zou dat duidelijk kunnen maken.

Rechter

Volgens de wet zijn de handelaren dat niet verplicht. De enige mogelijkheid voor een consument om zijn miskoop te verhalen, is naar de rechter stappen, zegt Esselink.

Marktverkoopster Miranda Nijzink vindt het niet eerlijk dat sommige collega’s tweedehands waar aanbieden zonder dat te vermelden. „Nee, als ze het niet verplicht zijn, vind ik nog dat ze dat uit beleefdheid moeten doen. Als je bij een kringloopwinkel binnenloopt, weet je dat daar tweedehands spul ligt”.

Rond haar kraam is het vrij druk. Vooral dames van middelbare leeftijd tonen interesse voor de collectie truien en jurken. „Ons goedkoopste rek is 25 gulden. Dat is echt de bodemprijs”, aldus Miranda. „Ik snap niet hoe anderen het goedkoper kunnen doen. Ik heb het sterke vermoeden dat ze gedragen spul verkopen”.

De aanwezigheid van zo’n ‘rommelkraam’ heeft directe weerslag op haar omzet. „Dat merken wij echt. Het publiek valt op die prijs. Ze kunnen het geld maar één keer uitgeven”. Op een kleine markt in Apeldoorn heeft de firma Nijzink echter geen concurrentie. „Deze is gesaneerd. Er staat één man met sokken, één met snoep, één met vlees enzovoort”.

Rommelmarkt

De Consumentenbond weet ook niet goed raad met de handel in tweedehands goed op de reguliere markt. „Normaal mag je ervan uitgaan dat kleding nieuw is, tenzij duidelijk staat aangegeven dat het om gedragen goed gaat. Of het artikel moet zo goedkoop zijn dat je kunt veronderstellen dat er iets aan de hand is. Als je een rommelmarkt oploopt, weet je dat er tweedehands spul te koop ligt. In een winkel mag je verwachten dat alleen nieuwe dingen in de schappen liggen”.

Uit gesprekken met handelaren weet de voorzitter van de vereniging voor de ambulante handel dat veel van de kleding afkomstig is uit inzamelingsacties van de Zak van Max, het Leger des Heils en Humana. Dat verbaast Esselink. „Vrachtwagens vol komen naar de markt. Ik ken mensen die hun kostuum netjes gestoomd naar het Leger des Heils brengen. Zij verwachten dat minder bedeelden binnenkort van hun kleding genieten. Ik geloof wel dat het geld dat het Leger voor de kleding krijgt, ergens aan ten goede komt”.

De woordvoerster van het Leger des Heils begrijpt de verbazing niet. „Ik dacht dat het bekend was wat wij met de kleren doen. Als mensen ernaar vragen, vertellen we dat ook gewoon. Maar niet iedereen vraagt ernaar”.

Kiloprijs

„Eenderde van de kleding gaat rechtstreeks naar de sociale winkels en wordt daar verkocht of weggegeven aan de allerarmsten. We houden tweederde over. Dat gaat naar een sorteerbedrijf. Wij krijgen daar een kiloprijs voor. Het geld steken we in onze nietgesubsidieerde projecten”.

Dat mensen uiteindelijk hun eigen kledingstuk weer op de markt kunnen aantreffen, valt dus niet onder de verantwoordelijkheid van het Leger des Heils. „Wij kunnen moeilijk achterhalen waar de partij heengaat. De slechte dingen gaan volgens mij naar de poetsdoekenindustrie”, aldus mevrouw Van der Leij.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 april 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

„Trek alles uit de verpakking”

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 april 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken