Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De schat in de ‘synagogeschuur’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De schat in de ‘synagogeschuur’

Joodse gemeenschap in Caïro bewaarde tien eeuwen lang documenten in geniza

5 minuten leestijd

Een document. met/Hebreeuwse letters erop weggooien? Zoiets doe je natuurlijk niet. Daarvoor is de taal te heilig. Joden borgen de documenten op in de ”geniza”. Een geniza is normaal gesproken een opslagplaats van een synagoge waar joden versleten gebedenboeken en andere religieuze teksten bewaarden totdat deze begraven werden. Maar voor de geniza van de Ben Ezra-synagoge in Caïro golden andere regels.

„Ik denk aan een sneeuwbaleffect”, zegt professor Michael L. Klein, de decaan van de Hebrew Union College in Jeruzalem en een geniza-deskundige. „De joden begonnen documenten te bewaren waarop Gods naam geschreven stond, zoals delen van de Bijbel en de rabbijnse geschriften. Daarna begon men te zeggen: Hebreeuws is de heilige taal, dus alles wat in het Hebreeuws geschreven is, zoals huwelijkscontracten, scheidingsbrieven en zakelijke documenten, moet worden bewaard. Mensen moesten ook het huis leegruimen van hun ouders als die gestorven waren. Ze hadden geen tijd om de religieuze documenten van de wereldlijke te scheiden. Ze brachten alles naar de geniza. Een geluk voor ons!”

In de geniza van de Ben Ezra-synagoge in Caïro bewaarde de joodse gemeenschap tien eeuwen lang documenten. In het midden van de vorige eeuw stelde de joodse gemeen- schap de geniza open. Fragmenten vonden hun weg over de hele wereld. Twee protestantse Schotse dames kochten in 1896 een stapeltje manuscripten tijdens een bezoek aan het Nabije Oosten. Zij vroegen hun vriend, dr. Solomon Schechter van de Universiteit van Cambridge en een deskundige op het gebied van talmoedische en rabbijnse literatuur, een van de documenten te bestuderen.

De verbazing van Schechter steeg enorm toen hij zag dat dit document niets minder was dan de uit de tiende eeuw daterende Hebreeuwse versie van het boek Ben Sirach. Ben Sirach is een apocrief bijbelboek waarvan de Hebreeuwse versie verloren was gegaan. „Dit is een boek dat totaal verloren werd gewaand, maar dank- zij de geniza is nu tweederde deel achterhaald”, zegt Klein.

Stoffige inhoud

Schechter reisde naar Caïro en vond de Ben Ezra-synagoge, waar hij afdaalde in de opslagplaats. Met de toestemming van de leiders van de joodse gemeenschap om 140.000 van de 200.000 fragmenten in kisten te doen en mee te nemen. Hij liet deze op een zolder plaatsen van een bibliotheek in Cambridge. Vijf jaar lang hield hij zich bezig met de stoffige inhoud. Daarna vertrok hij naar New York om het Joods Theologisch Seminarium op te richten.

Na hem waren er nog enkele andere geleerden die de documenten bekeken. Daarna werden ze bijna ver- geten. In de jaren vijftig echter bestudeerde professor S. D. Goitein de documenten opnieuw. Hij was een specialist op het gebied van de geschiedenis van de joden in de islamitische landen. Door de bestudering van de geniza zag Goitein kans het leven van de joden in de Middeleeuwen in kaart te brengen.

Ook andere synagogen hadden genizot (meervoud van geniza, AM), maar de ontdekking in de Ben Ezrasynagoge in Oud-Caïro (Fustat) was zo overweldigend dat er eenvoudigweg over werd gesproken als ”de” geniza.

Aangezien het dit jaar honderd jaar geleden is dat Schechter de geniza ontdekte, organiseert het Israël Museum in Jeruzalem een tentoonstelling onder de titel ”De Caïro Geniza - Een mozaïek van het leven”. Dit is de uitgebreidste expositie die de Universiteit van Cambridge heeft toegestaan in het buitenland.

De teksten waren vooral geschreven in het Hebreeuws, Judeo-Arabisch en Aramees op kalfsperkament en papier. De documenten zijn een zeer belangrijke bron van kennis van het sociale, economische, politieke en religieuze leven van de mensen.

Oude liturgie

„De geniza is interessant voor allerlei geleerden”, zegt Klein, „omdat deze materiaal biedt op het gebied van onder andere de middeleeuwse joodse dichtkunst, de oude liturgie of de oude bijbelse geschriften. Of, zoals in mijn geval, voor iemand die zich bezighoudt met de targoems, de oude Aramese vertalingen van de Bijbel. Op elk gebied werden er documenten bewaard in de geniza”.

Tussen de documenten bevinden zich ook de oudste bronnen over de opkomst van de karaïeten. Deze joodse sekte verwierp, althans in theorie, de mondelinge overlevering, en accepteerde alleen de geschreven wet. Uit de documenten bleek dat ondanks de tegenstellingen tussen het karaïetisch en het rabbinaal jodendom, er goede relaties tussen beide stromingen bleven bestaan. Het huwelijkscontract tussen de karaïetische vrouw Nosia bat Moshe en de leider van de rabbinale gemeenschap, David Hanasi, staat de vrouw toe aan haar eigen religieuze gewoonten vast te houden. Binnen een eeuw zouden de religieuze leiders geen sociale en religieuze integratie meer toestaan. De scheiding tussen beide gemeenschappen werd compleet.

Een van de brieven spreekt over de kaarsen die de hele nacht brandden om de joodse gemeenschap in de gelegenheid te stellen de geschriften te bestuderen. Een moeder die klaagt over het wegblijven van haar zoon schrijft: „Zend me je versleten en vieze kleren, zodat ik mij daarover kan verblijden”. Een man belooft in een huwelijkscontract: „Ik beloof mijn toekomstige vrouw dat ik oprecht en nauwgezet zal wandelen en het gezelschap van verdorven mensen zal vermijden”.

Schechter vond tussen de stoffige manuscripten ook teksten die van groot historisch en religieus belang waren. Daartoe behoren de brieven van de grote middeleeuwse dichter en filosoof Yehuda Levi (1075- 1141) en een geschrift van de ”De Gids voor de verwarden” van de belangrijke Moses Maimonides (1135- 1204). Dit is een belangrijk filosofisch werk, waarin Maimonides ingaat op de veronderstelde tegenstrijdigheden tussen de studie van filosofie en wetenschap en het traditionele religieuze geloof. In het zogenaamde Damascusverbond wordt het gedachtengoed beschreven van een onbekende sekte. Vijftig jaar later, bij de ontdekking van de Dode-Zeerollen, bleek dat hiermee de Dode-Zeesekte of de Qumran-sekte werd bedoeld.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

De schat in de ‘synagogeschuur’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken