Bekijk het origineel

Wanhopige taalstrijd op Canadese prairie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wanhopige taalstrijd op Canadese prairie

Francofone bevolking vecht voor culturele overleving tegen ‘Engelse’ overmacht

5 minuten leestijd

LA BROQUERIE - Aimé Gauthier weet dat hij tegen de bierkaai vecht in zijn poging de Franse taal levend te houden op de Canadese prairie. De zus en twee broers van zijn vrouw hebben hun moedertaal al opgegeven - zelfe thuis.

Maar Gauthier en zijn vrouw Lucie zijn er trots op dat ze hun vier kinderen Franstalig hebben opgevoed en dat hun kleinkinderen naar openbare scholen gaan die in handen van de Franstalige gemeenschap zijn. De Gauthiers spreken ook vloeiend Engels, een noodzaak in de noordwestelijke provincie Manitoba, waar slechts 2,3 procent van de bevolking francofoon is. Het erfgoed van de Franse ontdekkingsreizigers, jagers en missionarissen, de eerste kolonisten in deze regio, wordt echter scherp bewaakt. „Men beweert al heel lang dat we zullen verdwijnen. Hoe meer ze echter van ons afpakken, des te harder vechten we terug", zegt Gauthier.

De Franse Canadezen strijden om niets minder dan hun culturele overle ving. Tegenover elke Franssprekende wonen vier Engelstaligen in Canada en in het noorden is die verhouding 1 op 40. Van de 6,3 miljoen Canadezen wier moedertaal het Frans is, wonen er slechts 600.000 buiten de provincie Quebec.

Nauwelijks begrijpen

Hoewel Canada officieel twee talen kent, is het geen tweetalig land. Slechts 16 procent van de inwoners spreekt zowel Frans als Engels. Veel Canadezen zeggen dat hun land bestaat uit twee bevolkingsgroepen die elkaar nauwelijks begrijpen. De Officiële Taalwet uit 1969 verplicht de autoriteiten openbare diensten in zowel het Engels als het Frans aan te bieden. Overal in het land zijn de etiketten op goederen in beide talen en overheidsdiensten doen hun best ook een Franstalige woordvoerder ter beschikking te hebben. Telefoontjes in het Frans naar onder meer de gezondheidsdienst, de belastingdienst en de politie in Manitoba werden keurig doorverbonden naar een Franstalige employé.

Toch, vertelt Gauthier, spreken hij en andere francofonen vaak Engels in directe contacten met ambtenaren. „Als je in het Frans om een dienst vraagt, be handelen ze je vaak als een probleemmaker. Iedereen spreekt tenslotte Engels, dus waarom jij ook niet, is de gedachte".

In heel Canada gebruikt meer dan eenderde van de Franstaligen die buiten Quebec wonen vaker Engels dan Frans, zelfs in eigen familiekring. In de meest westelijke provincies, Saskatchewan, Alberta and British Columbia, ligt dat cijfer op 60 procent. De rechtse Hervormingspartij, die haar wortels heeft in het ‘Engelse’ westen en nu de grootste oppositiepartij in Canada is, verzet zich tegen inschikkelijkheid jegens Quebec en zegt dat het verlenen van openbare diensten in het Frans te veel geld kost. Verwacht wordt dat een nieuwe volkstelling, die in december afgerond moet zijn, zal aantonen dat de Franstalige gemeenschappen buiten Quebec, opnieuw kleiner zijn geworden, alsmede de Engelstalige gemeenschap in Quebec.

„Ramp"

De separatisten in Quebec, waar 83 procent van de bevolking Franstalig is en de wet voorschrijft dat Frans de hoofdtaai is in het zakenleven en het onderwijs, zeggen dat onafhankelijkheid voor hun provincie geen invloed zal hebben op de Franstaligen buiten Quebec. Functionarissen aarzelen om hierover te speculeren. Gauthier spreekt echter over „een ramp voor ons” als Quebec onafhankelijk wordt. Veel francofonen in de rest van Canada denken er net zo over.

Volgens Jacques Michaud, voorzitter van de federatie van francofone gemeenschappen, lijden de Franse minderheden telkens weer onder de reacties op het onafhankelijkheidsstreven van Quebec en zijn taalpolitiek. „Dat baart de gemeenschappen in Alberta en British Columbia zorgen", zegt hij over de provincies waar Franstaligen slechts 1 procent van de bevolking uitmaken.

Juridische gevechten

Michaud raakt ontmoedigd door het feit dat veel Canadezen de tweetaligheid als een probleem ervaren in plaats van als een nationaal goed. Ook is hij bezorgd over de bezuinigingen bij de publieke omroep, de Canadian Broadcasting Corporation, waardoor de Franstalige programma’s op radio en televisie worden bedreigd.

Voor geïsoleerde gemeenschappen zijn deze uitzendingen vaak het enige Frans dat ze horen. „Als we de taal niet beschermen, zal deze over enkele generaties niet meer bestaan", aldus Mi chaud.

De 25.000 francofonen in Manitoba hebben jarenlang juridische gevechten moeten leveren voor hun rechten. Tot 1890 was de provincie tweetalig. Daarna maakte de regering het Engels hier de officiële taal. Pas in 1979 werd deze wet door het Canadese Hooggerechtshof ingetrokken. In 1993 volgde een nieuw succes, toen het hof een uit 1916 stammende wet ongeldig verklaarde die Franstalig openbaar onderwijs verbood in Manitoba. De Franstalige gemeenschap kreeg het recht zijn eigen openbare scholen op te zetten. Nu zijn er zo’n twintig instituten, waar 4300 leerlingen in het Frans onderwezen worden.

In La Broquerie, 55 kilometer ten zuidoosten van Winnipeg, spreekt 90 procent van de 550 inwoners Frans. Ouders staan achter Franstalig basis- en voortgezet onderwijs, maar hebben geen bezwaar tegen de aanwezigheid van een Engelstalige lagere school. In veel dorpen met een lager aantal Franstaligen dreigt echter het gevaar dat het Frans uitsterft. „We moeten waakzaam blijven. Het is zo gemakkelijk te assimileren, omdat je omgeven wordt door Engelstalige televisie, radio en kranten", meent Gauthier.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Wanhopige taalstrijd op Canadese prairie

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken