Bekijk het origineel

Hevige regenval, maar toch op de fiets

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hevige regenval, maar toch op de fiets

Op klimmetje naar Vézelay gebruikt city-biker slechts twee van de 21 versnellingen

6 minuten leestijd

„Een morgen regen / houdt de pelgri m ni et tegen”. Een Franse vol kswi jshei d di e vanocht end i n bar-restaurant “Les De ux Comperes” over tafel gaat. We zi tten aan de koffie i n het kl ei ne plaatsje Mont real i n Bourgondi ë. Voorl opi g houdt de regen ons wél tegen. Gerukki g, ni et heel de dag!

De bedoeling was op de fiets Yonne, het noordelijkste departement van het district Bourgondië, te doorkruisen, op zoek naat natuurschoon en cukuurgoed. Via de organisatie Loisirs Accueil Yonne, gezeteld in Auxerre, staat er in Montreal een aantrekkelijke fiets klaar. De hevige regen drijft ons eerst de twaalfde-eeuwse kerk binnen. Het godshuis hoorde ooit bij een kasteel, dat in 1789 verwoest werd. Drie markante stadspoorten herinneren wel aan vroeger.

De kerk bevat de nodige bijbelse voor stellingen, gemaakt door twee broers, die ook zichzelf hebben afgebeeld. De een eet, de ander drinkt. Het tafereel is het logo geworden voor het restaurant van Montreal, “Les Deux Comperes”, de twee handlangers.

Vestingstadje

De stichting Loisirs Accueil Yonne, zoiets als “Yonne op je gemak bezoeken”, biedt de vakantieganger een kanten-klaar product aan. In zes dagen kan het departement vanaf de fiets bezien zijn: na de overnachting in een hotel wordt de bagage nagebracht. De toerist rijdt zelf tussen de twintig en bijna vijftig kilometer, waarbij ruimschoots gelegenheid is op bepaalde plaatsen langer te blijven. Het product, waarvan vooral Duitsers, Belgen, Fransen en Nederlanders gebruikmaken, is in 1995 op de markt gebracht. Veel Fransen zijn in het weekend op de fiets te vinden.

Deze morgen blijft: regen ons tegenhouden, al zijn we dan geen pelgrims. Vanachter de ruitenwissers bekijken we het landschap tussen Montreal en Avallon, een vestingstadje dat ooit een belangrijk militair bolwerk was. Nu niet weer koffie in een of andere bistro, maar een bezoek aan het kledingmuseum! Ik moet dan heus een forse drempel over, maar eerlijk is eerlijk: datgene wat getoond wordt, is zeker de moeite waard. Het museum toont een doorsnee van de kleding tussen 1750 en 1950, inclusief bijbehorende attributen. Een hemelbed uit 1760, hoeden van twee honderd jaar oud, een zwarte jurk uit 1890, een kostuum uit 1760 met baleinen, originele babyflesjes en met veren gevulde pofmouwen, wie het verhaal achter deze voorwerpen hoort, luistert aandachtig toe.

City-bike

Net buiten Avallon ontmoet ik op mijn bord tonijn in tomatensaus en zalm in mosselsaus. De maaltijd is nog niet ten einde, als Jean-Claude Raby, directeur toerisme van het departement Yonne, opmerkt dat er „voldoende blauwe lucht is om een onderbroek voor een politieagent van te maken”. Niet veel later zijn we op de Place De Gaulle, in het centrum van Avallon. De fiets kan beklommen worden!

Op mijn Scott, een city-bike met 21 versnellingen-, hobbel ik over de oude keitjes op weg naar de stadspoort. Direct voorbij de stadswallen zet de afdaling in, wat op het natte wegdek niet vanzelfsprekend goed gaat. Avallon ligt prachtig mooi op een geïsoleerde, granieten rots, die als een boegbeeld tussen twee kloven uitsteekt, aan de noordelijke rand van het natuurpark de Morvan. Voer voor kunstschilders!

We rijden langs het riviertje de Cousin, door een schilderachtige vallei. Het frisse groen geurt, terwijl de zon voorzichtig door het gebladerte dringt. De natuur, net opgefrist, doet zich gelden. We zijn op weg naar Vezelay, het bedevaartsoord. Een oude graanmolen, harmoniërend met zijn omgeving, doet ons in de remmen knijpen. Dit beboste kloofdal biedt meer schoons. Een simpele houten brug kan je aandacht al pakken.

Het eerste dorpje dat we passeren, is Pontaubert, waar we het twaalfde-eeuwse kerkje negeren. Liever mijmeren we even op de stenen brug, het oog op een kleine waterval in de Cousin. Aan de oever een wilde kersenboom. De klim naar het centrum van het plaatsje is zo venijnig, dat we van de fiets moeten.

We nemen de weg naar Menades, zes kilometer verderop. Op het grasland dromen witte “charoUes”, de koeien van deze streek. De wilde zwammen die in de berm staan, vormen met een glas rosé een Frans ontbijt. Ik denk al fietsend aan de man die ooit zei dat je als mens op de fiets je beperkingen leert: niet het ontspannen wandelen, niet het geriefelijke autorijden, maar zelf de strijd aangaan met weer en wind. Al vallen weer en wind nu erg mee, die ogenschijnlijk kleine klimmetjes zijn niet te onderschatten.

Als op zo veel plekjes in Frankrijk harmonieert de natuur met de bebouwing.

Een oude stal, wat bomen, een hek, grasland, de bestrating, ze vormen een geheel waarvan je je onderdeel weet. Ondertussen is mijn bidon leeg. Aan de lunch gemaakte grappen over het meenemen van witte wijn komen boven, maar lessen geen dorst. Menades wordt gedomineerd door een prachtige, kleine, romaanse kerk. Het dak is met mos bedekt. Voor „de kerk staat een stenen washuis. Een drinkbak voor dieren en een houten sneeuwschuiver zijn de meest opvallende attributen in dit slapende Menades. Dit Franse gehucht moest in 1918 om acht inwoners rouwen. “De gemeenschap van Menades herdenkt zijn kinderen”, herinnert een plaquette aan “la grande guerre”, de grote oorlog. Op de weg naar Tharoiseau plukken we menige braam. Jean-Claude Raby belooft prachtige wilde bloemen als we Vezelay naderen.

Het is een extra stimulans op een stuk waar we alleen aan de eerste twee van de 21 versnellingen wat hebben. Niet ver voor het dorpje zien we Vézelay op de top liggen. Het eerste klooster, in de negende eeuw gebouwd, werd door de Vikingen verwoest, waarna op de top -goed verdedigbaarde basiliek St. Madeleine neergezet werd, een van de grootste cultuurschatten van Bourgondië. Volgens een legende zouden de beenderen van Maria Magdalena door een monnik naar Vézelay gebracht zijn. Omdat Maria bekend stond als boetvaardig zondares, wisten vele middeleeuwers geen beter pelgrimsdoel dan naar deze plaats.

Wijnvelden

De kerk ligt op afstand te midden van veel gele velden: sinds 1973 bevindt zich hier 60 hectare wijngaard. Zes kilometer van Vézelay staan we bij het “kruis van mijn vreugde”, het hoogste punt in deze streek. Het in de twaalfde eeuw opgerichte kruis wilde de pelgrims bemoedigen dat het bedevaartsoord nabij was. Ondertussen klimmen wij nog even naar Tharoiseau. In dit vlek doe je de verrassende ontdekking dat er zelfs een gemeentehuis is! Maar helaas, slechts geopend op woensdag van half zes tot half zeven. In ieder geval komt hier de overheid naar de burger toe. „Mooi licht”, roept mijn reisgenoot, wijzend op de dalende zon boven de heuvels van Vézelay. Op deze klim wordt het me echter bijna zwart voor de ogen. Na elke stijging volgt evenwel een daling, zodat je snel herstelt. De laatste kilometer voor de hereniging met onze bagage gaat het weer regenen. Geeft; niet, ons lichaam is toch al nat. En, zeker voor de poorten van Vézelay geldt: Geen regen houdt de pelgrim tegen!

Meer informatie over Bourgondië: Maison de la France, Prinsengracht 670, 1017 KX Amsterdan;; tel. 0900-1122332 (ƒ 1 p.m.), fix 020-6203339; over de organisatie “Loisirs Accueil Yonne”: 1-2 Quai de la République, F-89000 Auxerre, Frankrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Hevige regenval, maar toch op de fiets

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken