Bekijk het origineel

Duitsers, Tsjechen en Aziaten aan de Prinsengracht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Duitsers, Tsjechen en Aziaten aan de Prinsengracht

„Een piano koop je niet op een industrieterrein tussen keukenshowrooms en bouwmarkten”

8 minuten leestijd

In de verte steekt de gele kroon van de Westertoren boven de groene bome n uit. Over de Pri nsengracht passeren waterfietsende Japanners, vol bewonderi ng voor de sfeer van zo’ n Amsterdamse gracht. Het zal ongetwijfeld i n hun rei sgi dsen vermel d staan: veel van deze statige gebouwen waren vroeger i n gebrui k als pakhui s. Aan een zo’ n gevel - vroeger een graan-, tabaks- en pakhui shangt een groot ui t hangbord i n de vorm van een vl eugel . Een kl ei ner ui t hangbord maakt reclame voor’ een bi ermerk. Het lijkt een merkwaardige combi nat i e, maar Cristofori blijkt een veel zi jdi g bedrijf.

Mooie naam voor een pianohandel: Cristofori. Dat klinkt deftig. De naam is een hommage aan de Italiaanse instrumentenbouwer Bartolomeo Cristofori, die in 1709 het eerste hamerklavier construeerde. Zijn pianoforte was de voorloper van de moderne piano en daarom prijkt zijn naam buiten op de gevel en siert zijn afbeelding binnen de Weense salon.

Iemand die door de brede openslaande deuren de trap opgaat, komt in een gebouw waar de eeuwen op hem neerzien. Zware balken torsen de last van jaren. Ze zijn gescheurd en gehavend, maar ze ogen solide. Het past alles wonderwel bij de opgestelde instrumenten, die er een nog mooiere uitstraling door krijgen. In zo’n ruimte passen natuurlijk alleen akoestische piano’s en vleugels, geen digitale. „Ik moet er niet aan denken dat je hier van die jengelende dingen hebt staan”. De afkeer in de stem van directeur Yvar Monasch is duidelijk hoorbaar.

Snijtafel

Eigenlijk verbaast het je niet achter in zo’n pand een ruime restauratiewerkplaats aan te treffen. Ooit begon Cristofori als restauratieatelier. Voor Monasch is dit atelier nog steeds het zenuwcentrum van het bedrijf, „daar ontleen je je kwaliteit aan”. Aan de klanten kan precies duidelijk worden gemaakt wat een piano of vleugel inhoudt. Tot op het bot worden ze ontleed. Op de snijtafel blijft ten slotte slechts de achterkant van de piano over, of, als het om een vleugel gaat, de onderkant. Daar is de restaurateur dan ook meteen bij het meest wezenlijke onderdeel van het instrument: de klankbodem. Van levensbelang voor het moderne hamerklavier, maar kwetsbaar. Een rondgang langs de diverse ontmantelde pronkstukken die onder handen genomen worden, laat dat duidelijk zien. De jaren en de door de centrale ver warming veroorzaakte droogte hebben hun werk gedaan en de klankbodem is gescheurd. Daar begint de restauratie. Elk scheurtje wordt minitieus gedicht zodat de bodem weer in z’n geheel kan klinken en de trilling van de snaren kan worden versterkt en gestuurd. Zo krijgt het instrument z’n eigen karakter. Overigens is het herstellen van de klankbodem, hoe belangrijk ook, slechts een onderdeel van het hele restauratiewerk. Er blijken heel wat onderdelen in zo’n vleugel te zitten die na jaren intensief gebruik wel eens aan vervanging toe zijn. Dat realiseert de koper die het pand aan de Prinsengracht betreedt om een nieuw instrument te kopen zich natuurlijk niet. Hij heeft zich hoogstens verbaasd over het feit dat een pianohandel zich op deze locatie kan handhaven. Alleen al de eigen parkeerplaatsen direct voor de ingang zullen de firma een lieve duit kosten. In de binnenstad van Amsterdam is een parkeerplaats immers goud waard.

Filosofie

De verklaring voor deze locatie is volgens directeur Yvar Monasch tweeledig. Er is een economische reden, namelijk dat ér in het pand meer dingen gebeuren dan alleen het verkopen van piano’s en vleugels. Er is ook een idealistische reden. In de filosofie van Monasch koop je een piano niet op een industrieterrein tussen keukenshowrooms en bouwmarkten. Zo’ n aankoop is immers een emotioneel gebeuren. Daar neem je de tijd voor, daar moet de sfeer voor zijn. Dan moet je na het bespelen van een aantal instrumenten rustig de grachten eens langs kunnen lopen of op een terrasje over een eventuele aankoop kunnen nadenken.

Dat de aankoop na één bezoek totstandkomt, is overigens wel een zeldzaamheid. Monasch vertelt van mensen die soms maandenlang om de paar weken terugkomen om allerlei instrumenten te bespelen. Er is immers nogal wat keus. Neem alleen al de kast. Dat de meeste mensen zich een piano alleen glimmend zwart kunnen voorstellen, noemt Monasch onwetendheid. Zelf vindt hij de gefineerde kasten met een mooie houtstructuur veel meer bij het instrument passen. Hij toont een piano die, in een heel lichte ahornkleur gefineerd is. „Zo wordt het een veel mooier meubelstuk, dat past bij de rest van de in richting”. Toch is de kast meestal niet doorslaggevend voor de klanten. Pas bij het ruimere budget worden kleur en vorm een punt van overweging. Eerst komt de klank en ook dan valt’ er al genoeg te kie

Wbrdt het een Tsjech, een Duitser of een Aziaat? Dat heeft alles te maken met persoonlijke smaak. De Tsjech speelt wat zwaarder, omdat er wat goedkopere mechanieken gebruikt zijn. De klank is echter warm en de tonen vloeien mooi samen. De romanticus wordt erdoor geraakt. Een Duitser speelt meestal wat lichter en klinkt wat helderder. De tonen zijn meer afzonderlijk te onderscheiden. Dat kan bij studie belangrijk zijn. De Aziaten gaan daarin nog een stap verder. Die zijn soms ronduit fel. Ze doen het bij Cristofori niet zo goed als de Duitsers en de Tsjechen. Soms is de prijs het enige argument om een Aziatische piano aan te schaffen.

Die prijs speelt natuurlijk een belangrijke rol. Ieder die een pianohandel binnenstapt, heeft een bepaald budget te besteden. Dat is lang niet altijd toereikend voor een vleugel van boven de honderdduizend gulden. Dan kan het soms aantrekkelijk zijn om zo’n goedkope Chinese piano te kopen. Die ziet er best uit en klinkt nog aardig ook. De constructie is prima, aldus Monasch, maar met de gebruikte materialen is het meestal minder gesteld. Het hout is vaak te jong, zodat het nog werkt. Bovendien is de nauwkeurigheid waarmee de mechaniek in elkaar gezet is nogal eens een probleem. Voor Monasch is het duidelijk: in zo’n geval kun je beter een goede gebruikte piano kopen. Die is over vier of vijfjaar nog evenveel waard, terwijl de Chinese in prijs gekelderd zal zijn.

Aanslag

Dat soort overwegingen met de klant doornemen, is voor Yvar Monasch een boeiende bezigheid. In welke prijsklasse de klant een instrument zoekt, is daarbij niet zo belangrijk. Degene die een dure vleugel komt kopen, weet meestal wel wat hij wil en het geld is daarbij geen probleem. Dat ligt anders bij de ouders met kinderen die de zaak binnenstappen. Zoon of dochter „ wil graag piano spelen, maar zo’n instrument is toch een flinke aanslag op je budget. Zulke mensen zullen beginnen bij de instrumenten van rond de tweeduizend gulden of ze zullen kiezen voor het systeem van huren met recht van koop. Maar ook die beslissingen moeten zorgvuldig genomen worden. Soms hoeft Monasch daarbij niet meer te doen dan observeren, een andere keer moet het koopproces begeleid worden of zelfs gestuurd. Er zijn mensen die geen beslissing kunnen nemen, die moet je wel eens in de richting van een paar instrumenten sturen om de keuze te vergemakkelijken. Bij andere klanten kun je volstaan met wat verschillen tussen de instrumenten op een rijtje te zetten, waarna ze zelf aan de slag kunnen. „Een enkele keer komt het voor dat er iemand komt spelen en even later zegt: Die wil ik. Dat zijn voor ons de moeilijkste klanten, want als hij later ontevreden is over zijn aankoop hebben wij het altijd gedaan. Natuurlijk probeer je in zo’n geval een oplossing te zoeken, want een ontevreden klant is dodelijk. Ik heb liever dat klanten zich goed laten adviseren, dat voorkomt later problemen”.

Concertzaal

De relatie met de klant wil Cristofori ook na de aankoop graag in stand houden, „de klant is tenslotte je beste reclame en je kwaliteitscontrole”. Daarvoor blijken de andere functies van het gebouw aan de Prinsengracht zeer geschikt. Op de bovenste verdieping is een concertzaal, waar bijna wekelijks concerten plaatsvinden. Parketvloer, gestoffeerde banken langs de wanden, hanglamp in Jugendstil en om het compleet te maken: de portretten van Beethoven en Schumann aan de wand. Een mooie zaal, waarin het licht voornamelijk door de dakvensters naar binnen valt. Bij binnenkomst valt het direct op dat ook de klank van de zaal goed is,

Cristofori nodigt hier, naast meesterpianisten, onder anderen jonge, veelbelovende musici uit om te komen spelen. Dan snijdt het mes aan twee kanten: de musici doen podiumervaring op en Cristofori kan zijn relaties een goed concert aanbieden. Misschien heeft het mes zelfs nog wel meer kanten. De zaal kan, evenals de Weense salon op de begane grond, ook gebruikt worden voor bruiloften, diners, seminars, enzovoort. In de pauze van de concerten is het hele pand open, zodat het publiek op de lagere verdiepingen kan naspelen wat zojuist ten gehore is gebracht. En misschien blijkt dan wel dat die Bösendorfer hier toch weer mooier klinkt dan het instrument thuis. Daar moeten we eens over gaan praten...

Volgende week deel 3: Muziek Hakkelt, Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Duitsers, Tsjechen en Aziaten aan de Prinsengracht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken