Bekijk het origineel

Gegeven en genomen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gegeven en genomen

9 minuten leestijd

Nog geen 24 weken was ze zwanger van de tweeling. „Niet levensvatbaar”, luidde het oordeel van de verpleegkundigen toen ze met weeën in het ziekenhuis belandde. Robert en Thera van Laar blikken terug. Op de bewuste avond en nacht. En op de begrafenis, die ze niet hadden willen missen.

Naar de regel van de wet waren de ouders niet verplicht de lichamen te begraven. „We wilden op een gepaste wijze afscheid nemen van de tweeling. De verpleegkundige in het ziekenhuis legde uit wat de mogelijkheden waren en vertelde ook wat er met de lichamen zou gebeuren als we besloten de afwikkeling aan het ziekenhuis over te laten”. Robert en Thera zijn de verpleegkundige dankbaar-,voor, de voorlichting en begeleiding tijdens deze moeilijke dagen. ‘’ “

Vorige week bleek dat niet alle ziekenhuizen hiermee zorgvuldig omgaan. Thera schrok toen ze hoorde van het voorval in Goes. Artsen van het Oosterscheldeziekenhuis zouden een echtpaar in 1993 hebben beloofd het lichaam van een doodgeboren meisje van negentien weken te cremeren. In werkelijkheid ging het naar Afvalverwerking Rijnmond. „Ik begrijp niet dat zoiets gebeurt”, zegt Thera.

Zij is niet de enige die zich afvraagt hoe zulke zaken anno 1997 mogelijk zijn. De advocaat van de getroffen ouders, mr. R Dingemans, noemt het beroepsblindheid. Juridisch gezien valt de artsen niets te verwijten. De verplichting van begraven of cremeren geldt alleen voor vruchten die ouder zijn dan 24 weken. Blijft overeind dat de artsen hun belofte aan de ouders niet nakwamen. „We bieden de ouders nu allerlei kansen om zaken rond het afscheid te regelen”, laat de raad van bestuur van ‘Goes’ weten.

De advocaat vreest dat de in de publiciteit gekomen voorvallen het bekende topje van de ijsberg vormen. In een brief vraagt hij minister Borst van volksgezondheid, welzijn en sport maatregelen te nemen voor een humaner beleid. De eerste stap die het departement aankondigde, is een onderzoek naar de gang van zaken door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Ongevormde klomp

Prof. dr. W H. Velema „vindt het nogal ; wat” om een foetus bij het afval te deponeren, terwijl crematie was beloofd. „Het is emotioneel zo’n teer onderwerp. Ik zou graag zien dat het ziekenhuis piëteitsvol met de vrucht omgaat. We moeten een weg zoeken tussen absolute nonchalance en overdreven aandacht, afgestemd op het stadium van de zwangerschap. Vier weken is iets anders dan 24”.

“Ik wil voorkomen dat iemand zich schuldig voelt doordat men het anders heeft gedaan dan anderen. We moeten de verschillende situaties niet overtrekken. Iedereen beleeft dit weer anders. Ik kan me voorstellen dat ouders een vrucht van twintig weken willen begraven”, zegt de Apeldoomse emeritus hoogleraar.

„Het is altijd belangrijk afscheid te nemen, maar dat moet fysiek-somatisch wel mogelijk zijn. Er moet iets zijn om af

scheid van te nemen. Ik denk even aan de ongevormde klomp uit Psalm 139. Veel ouders zouden die niet in hun handen willen houden”. In de huidige praktijk vindt prof. Velema geen aanleiding om te pleiten voor strakkere wetgeving. „Als ouders bij de artsen maar navraag kunnen doen. Een goed ziekenhuis respecteert de wensen van de ouders”.

Opstanding

Het ziekenhuis waar Thera van de tweeling beviel, is er zo een. Na overleg met de verpleegkundige -besloot het echtpaar tot begraven. Ook achteraf bezieir vindt Robert dat de beste keus. „We kunnen nu ergens op terugkijken. En als ik aan de toekomst denk, aan de opstanding der doden, dan zou ik geen bevredigend gevoel hebben als ik niet wist dat de kindjes in het graf lagen” De tijd die het echtpaar kreeg om te beslissen was kort. Alles ging in een stroomversnelling.

valse hoop zou koesteren. De tweeling „Ik was voor het eerst zwanger. Het liep allemaal volgens het boekje. Na 23 weken kreeg ik op een avond spontaan weeën. Ik ben toen met spoed naar het ziekenhuis gebracht. De weeënremmers hielpen even. De ontsluiting was al zeer ver. ‘s Nachts kwamen de weeën weer opzetten. Zet je gedachten erop dat het niet goed kan gaan, zei een verpleegster. Toen was het voor mij duidelijk: Dit gaat absoluut niet. In een mum van tijd was ik van beiden bevallen. We kregen het advies om de tweeling namen te geven. Dat hebben we niet gedaan. We wilden vernoemen en dat leek ons heel pijnlijk. Het bijzondere aan onze situatie is dat wij kunnen praten over “de tweeling””. Het tweede kindje heeft zelfs nog gehuild. De verpleegkundige had Thera daarop voorbereid, zodat ze geen leefde nog geen uur. „We konden bijna niet zien of ze nu leefden of niet. Het waren geen mooie volgroeide kindjes. heel erg en was heel Hun huidje glom ze blauw. Ze dun. Daardoor zagen waren 34 centimeter lang en wogen elk 750 gram. We voelden dat we ouders waren geworden, maar konden niet zorgen. Dat geeft een heel leeg gevoel”.

De tweeling leefde nog geen uur

Verdoezelen

In het verleden gebeurde het veel vaker dat de ouders het doodgeboren kindje niet te zien kregen. Gynaecologe in ruste mevrouw A. C. van Beest kan hierover uit ervaring praten. „Een vrucht van vijftien weken is een compleet mensje, alleen klein en niet levensvatbaar. Daar hebben we in het verleden te weinig oog voor gehad. We verdoezelden dat, vingen het op in een doek en lieten de ouders niet kijken”.

„Dat heeft in meer dan een uitzonderlijk geval tot grote problemen geleid. Ouders hadden hun kindje niet gezien en konden het verdriet over het verlies niet concretiseren. Daarom hebben sommige ouders hun doodgeboren kindje laten tekenen of schreven het kindje soms na twintig jaar nog een brief. Zo kon hun verdriet een plekje krijgen”.

Van de verpleegkundigen heeft mevrouw Van Beest geleerd dat het wegstoppen, het verdoezelen van het doodgeboren kindje geen oplossing is. „Zij werden met de emoties na afloop van de bevalling geconfronteerd, omdat zij de ouders in het moeilijkste uur terzijde stonden. Wij gynaecologen gingen weer verder met het andere werk. Wij zagen de moeder pas veel later weer”.

„Later ben ik gaan vragen: Wilt u het kindje zien? Het is voor de verwerking van het verdriet goed dat ouders het kindje vasthouden. Sommigen geven het kindje ook een naam. Dat zou ik zeker adviseren als de moeder het kind heeft gevoeld. Ze heeft er dan een band mee. Vergeet ook niet dat ouders tegenwoordig al in een vroeg stadium via een echo het kindje kunnen zien. Dan moet je het bij een miskraam niet zomaar wegmoffelen. Natuurlijk zijn er wel de bekende mitsen en maren. Als het vrachtje al enkele weken voor de geboorte is overleden, kun je het vaak niet meer laten zien”.

Openheid over wat er met het dode li chaampje zou gebeuren, was er niet. „De meeste ouders vroegen er ook niet naar. We zeiden dat het ziekenhuis “passende maatregelen” nam. Feitelijk, en dat klinkt hard, kwam het bij het andere menselijk materiaal in een speciale afvalbak, waarna het werd vernietigd. Als ouders daarom vroegen, werd het geboren kindje begraven. Dat kwam echter heel sporadisch voor”, vertelt de gynaecologe uit Bosch en Duin.

„Wij krijgen ontzettend veel medeleven”

Vaten

Jarenlang ging het materiaal van ziekenhuizen en laboratoria naar Afvalverwerking Rijnmond. Sinds medio 1994 verwerkt een speciaal bedrijf dit afval. Ziekenhuis Afval Verwerkingsinstallatie Nederland (Zavin).

Met het materiaal rommelen is niet mogelijk. „De vaten hebben een eenmalig sluitend deksel. Wij kunnen dat niet openen. Zouden we dat wel doen, dan is de container blijvend beschadigd”, legt de directeur uit.

G. van den Berg, directeur van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV) vindt de manier waarop ziekenhuizen met foetussen omgaan verwerpelijk. „Ze moeten behoorlijk omgaan met de ontzielde lichamen. Dat kan heel eenvoudig door een overeenkomst met de gemeente te sluiten over een apart gedeelte van de begraafplaats dat bestemd is voor kinderen”.

„De hele gezondheidszorg leunt sterk aan tegen de mondige patiënt. De ouders moeten vragen wat er met het kind gebeurt, als ze het in het ziekenhuis achterlaten. Zij kunnen voorwaarden stellen. Ik denk dat ieder redelijk denkend arts daarmee rekening houdt, al is hij dat voor de wet niet verplicht. De Wet op de lijkbezorging laat het aan de ziekenhuizen over wat zij doen met de vruchten die nog geen 24 weken oud zijn.

Deze wettelijke bepaling vindt Van den Berg erg willekeurig gekozen. „Er zit geen principieel verschil tussen 23 en 24 weken. Voor ons heeft het alleen een andere gevoelswaarde. We kunnen de vrucht herkennen als mens”.

Stilte

De kinderen van Robert en Thera waren duidelijk als mens te herkennen. Toch zag het echtpaar ervan af om hun eigen broers en zussen de gelegenheid te geven afscheid te nemen en de begrafenis bij te wonen. „Ze zouden gigantisch schrikken”, vermoedt Robert. Zijn vrouw twijfelt of ze hetzelfde zou beslissen als ze weer voor de keuze werd gesteld. „Als ze het kindje hebben gezien, kunnen ze misschien beter aanvoelen wat het is. Wij krijgen ontzettend veel medeleven. Dat doet ons goed. Dan leer je je vrienden kennen. We mogen verdrietig zijn. We hebben nooit meegemaakt dat ze zeiden: Nu moet het over zijn. Dat lijkt ons zo erg. Sommigen vinden het moeilijk om op bezoek te komen, maar ze zetten die stap toch. Ze zeggen: Ik weet eigenlijk niet wat ik moet zeggen. Maar dat geeft niets. Stilte is soms heel goed”.

De tweeling ligt op een begraafplaats met een apart gedeelte voor kinderen. Robert heeft het kistje naar het graf gedragen. Drie jaren zijn daarna verstreken. Anderhalf jaar geleden werd er een gezonde dochter geboren.

Robert en Thera zullen de tweeling nooit vergeten. Vragen over de ziel van de kin deren blijven in het hart leven. Een pasklaar antwoord is er niet. Samen bidden ze om een berastend hart in plaats van een gebalde vuist. „De Heere heeft gegeven en genomen. In Gods handen. daar zijn ze veilig”.

De namen van Robert en Thera van Laar zijn om privacyredenen gefingeerd.

Volgende week gaan wi j „ naar lanleiding van de bij het echtpaar levende vragen, nader in op theologische overwegingen rondom de menselijke ziel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Gegeven en genomen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken