Bekijk het origineel

Heren XVII kunnen weer vergaderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Heren XVII kunnen weer vergaderen

Amsterdamse stichting blaast VOC nieuw leven in

4 minuten leestijd

AMSTERDAM - Waar vroeger de kapiteins verantwoording moesten afleggen van het reilen en zeilen van hun VOC-schip, zaten de afgelopen jaren studenten te zwoegen. Over een paar maanden bivakkeren ze niet meer in de monumentale college-zaal in het Amsterdams Oostindisch Huis.

Vanaf september is de zeventiendeeeuwse vergaderzaal van de heren XVII (17) van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) weer in oude luister hersteld. „Een uniek project”, aldus projectleider drs. G. A. N. H. Schreuder van de stichting Cultuurhistorisch Toerisme (CHT).

De in 1602 opgerichte VOC was de grootste en machtigste handelsorganisatie van Holland. Zij dreef handel met de Aziatische landen. Belangrijkste producten uit Azië waren specerijen, zijde, katoen, textiel, porselein, koffie en thee. De groei van handel en scheepsbouw zorgde voor toename van de bevolking van Amsterdam, zodat de oude stad te klein werd en moest uitbreiden.

De compagnie had nevenvestigingen in zes steden in Holland. Deze kamers -in Arasterdam, Middelburg, Hoorn, Enkhuizen, Delft en Rotterdam- opereerden zelfstandig. Ze wierven personeel en bouwden hun eigen schepen. Amsterdam was de grootste en bracht het meeste geld in het laatje. Deze kamer bouwde in bijna tweehonderd jaar 728 schepen.

De centrale directie van de VOC zetelde in Amsterdam. Dit hoofdbestuur, bestaande uit zeventien heren, bepaal den op hoofdlijnen het beleid van de Compagnie. De heren XVII vergaderden aan de Hoogstraat, in het Oostin disch Hui. In de tweede helft van de 18e eeuw liepen de winsten sterk terug. De kosten van bestuur en het bouwen. onderhouden en bemannen van de vestigingen in Azië waren enorm. De opbrengsten van de handel aren niet vol doende om de kosten te dekken. De Vierde Engelse Oorlog bracht de VOC de genadeslag toe. VOC-schepen gingen verloren, waardoor Azië onbereikbaar werd en de schulden opliepen tot zo’n 110 miljoen gulden. De Compagnie ging in 1797 failliet. Het Oostindisch Huis kwam in bezit van de Staat. Begin deze eeuw trok de Belastingdienst in het pand. In 1978 werd het eigendom van de Universiteit van Amsterdam. De belangrijkste ruimte, de vergaderzaal, werd in gebruik genomen als collegezaal.

De stichting Cultuurhistorisch Toerisme (CHT) wil deze zaal aan de vergetelheid ontrukken. Dit projectbureau, opgezet door de ministeries van economische zaken en van onderwijs, cultuur en wetenschappen, werkt al een aantal jaren aan een project om de historie van de VOC weer bij het pubhek bekend te maken. Samen met de Universiteit van Amsterdam gaat het projectbureau de vergaderzaal in het monumentale gebouw terugbrengen in de oude staat.

Projectleider Schreuder spreekt van een uniek project. De ruimte wordt ingericht naar een schets van Simon Fokke die gevonden is in het Gemeentearchief van de gemeente Amsterdam. Deze tekening is gemaakt ter gelegenheid van het bezoek van stadhouder Willem V als opperdirecteur van de Amsterdamse kamer.

„De stoelen zijn gefabriceerd naar reproducties van tekeningen, de schilderijen aan de muur zijn een kopie van authentieke schilderijen uit het Rijksmuseum. De grote ronde tafel heeft hetzelfde formaat als zijn authentieke voorganger. Je moet alleen niet onder het kleed kijken, want de tafel is gemaakt van spaanplaat”. Schreuder legt uit waarom. „We moeten het met een smal budget van vier ton doen, dus zijn we zeer praktisch ingesteld”.

Volgens Schreuder heeft de universiteit in het najaar een prachtige zaal om activiteiten te organiseren en om te verhuren. Van de vier ton die het project kost, wordt de helft betaald door de universiteit. De andere helft komt voor rekening van de stichting. Het grootste gedeelte van dit bedrag wordt gesponsord door bedrijven.

Overzicht

De zaal zal er een indruk van geven waar en op welke manier het hoofdbestuur van de VOC functioneerde. Vanaf dit najaar kan de universiteit de vergaderruimte verhuren voor evenementen. Twee dagdelen in de week is de zaal open voor publiek. Het bezoek aan deze ruimte is een onderdeel van de nieuw geïntroduceerde wandelroute in Amsterdam met als titel “Volg het spoor van de VOC”. De route is samengesteld door de CHT in samenwerking met de VVV. In totaal zijn er zes wandelingen te maken in de steden waar de kamers van de VOC waren gevestigd.

Schreuder ziet een groeiende behoefte onder toeristen aan thematische onderwerpen. „Het is een groep mensen die in een uur of twee het idee heeft toch leuk bezig te zijn geweest. Ik verwacht dat er zo’n 20.000 toeristen per jaar de route zullen bewandelen. Een zeker deel zal daarbij het Oostindisch Huis aandoen”, aldus Schreuder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Heren XVII kunnen weer vergaderen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken