Bekijk het origineel

Woord dat gebruikt wordt, bestaat’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Woord dat gebruikt wordt, bestaat’

Stenograaf Hofstede stelt er een eer in veel dingen te weten

5 minuten leestijd

DEN HAAG - Het kan in politiek Den Haag op een enkel woord aankomen. Heeft de minister nu wel of niet toegezd dat er extra geld komt voor de gezondheidszorg? Heeft ze daarbij wel of niet de verwachting gewekt dat het er binnen drie maanden zal zijn? Om op die vragen een antwoord te kunnen geven, wordt elk woord dat in de vergadering van de Eerste en Tweede kamer gesproken wordt, nauwkeurig in de Handelingen opgetekend Stenografen spelen daarbij een onmisbare rol.

Wie plaatsneemt op de publieke tribune van de Tweede Kamer, ziet voor-aan in de vergaderzaal een klein, vierkant tafeltje staan. Terwijl de kamerleden debatteren en interrumperen, zit een vrouw rustig en geconcentreerd te schrijven. Na vijf minuten wordt zij afgelost door een collega. De stenografen in actie. Veel gehoorde vraag: Waar is dat nu voor nodig? De debatten kunnen toch gewoon op de band opgenomen worden?

Albert Hofstede is een oudgediende bij de stenografische dienst van de Eerste en Tweede Kamer. Al in het begin van de jaren ‘60 trad hij als leerling-stenograaf bij het parlement aan. Sinds 1980 is hij coördinator. Dat betekent dat hij zich bezighoudt met het opstellen van werkroosters en het corrigeren en redigeren van de stenogrammen.

„De debatten in de Tweede Kamer worden wel degelijk ook op de band opgenomen”, legt Hofstede uit, „maar het meeschrijven door de stenografen kan onmogelijk gemist worden. Om te beginnen kan de stroom uitvallen. Iemand als staatssecretaris Terpstra zegt dan: Sorry voor het ongemak, maar over vijf minuten begin ik toch echt te praten”.

„Als je alleen een bandopname tot je beschikking hebt, kom je bij interrupties in de problemen. Twee, drie kamerleden praten door elkaar heen. Dat is van de band af niet te volgen. Als je er als stenograaf bij bent geweest, heb je gezien wie er naar de interruptiemicrofoon liepen”.

’Hoofd-computer’

Een derde reden waarom er nog gestenografeerd wordt, is dat het uitwerken van de tekst op die manier het snelst gaat. Hofstede: „Een stenograaf die meeschrijft, stopt de zaak al direct in zijn ‘hoofd-computer’. Hij voegt halve zinnen samen en vult ingeslikte woorden aan. Wie daarmee nog moet beginnen bij het afluisteren van een band, doet er veel langer over voor hij zijn tekst heeft uitgeschreven”.

Maar dan rijst een nieuwe vraag: Heeft die bandopname nog wel zin? „Jawel”, stelt Hofstede, „want stenografen kunnen de door de kamerleden gesproken woorden onmogelijk bijhouden. Bij het huidige schrijftempo van de stenografen, 200 lettergrepen per minuut, is het onvermijdelijk dat zij af en toe stukjes van een speech overslaan”. De spreeksnelheid van de volksvertegenwoordigers is de afgelopen jaren sterk toegenomen. „Vroeger ging het in de Kamer veel bezadigder toe”, stelt Hofstede. „Er werd minder vaak geïnterrumpeerd. Men sprak gearticuleerder, zeker in de tijd dat er nog geen geluidsversterkers waren. Er werd minder vanaf het papier gelezen. De eigenaardige gewoonte dat iemand vreselijk snel gaat lezen om een betoog van een kwartier in een spreektijd van vijf minuten te persen, kende men nog niet”.

Gepuzzel

Als een stenograaf zijn vijf minuten in de vergaderzaal heeft volgemaakt, is hij toe aan het uitwerken. Dan begint het gepuzzel. Voor Hofstede is dit de grote uitdaging in zijn werk. „Met de gegevens die je hebt tot een goede uitleg komen van wat een minister of kamerlid bedoeld heeft. Kromme zinnen reent maken. Ik streef daarbij naar perfectie. Ik stel er een eer in van veel dingen iets af te weten”.

Als stenograaf kun je nooit genoeg algemene ontwikkeling hebben, vindt Hofstede. Dat komt bijvoorbeeld van pas als kamerleden persoonsnamen of aardrijkskundige namen gebruiken. „Ooit was er een kamerlid dat naar onze stellige mening gesproken had over Maup van Santen. Het opnieuw beluisteren van de band leidde tot dezelfde conclusie. Bleek het uiteindelijk te gaan om een citaat van de Franse schrijver Guy de Maupassant”.

Inzicht in de politieke verhoudingen is voor een stenograaf ook belangrijk. Toen een kamerlid in de tijd van Barend Biesheuvel een bepaalde kwestie „openbarend” noemde, wist een goede stenograaf onmiddellijk dat het hier om een woordspeling ging, die tussen aanhalingstekens geplaatst moest worden. Bolkestein gebruikte tijdens de vorige regeerperiode een keer het woord „ontvriezen”. Een neologisme? Een woordspeling op de toeraalige minister van sociale zaken. De Vries? Hofstede is er nog steeds niet achter. De reactie van Bolkestein was destijds: Dat moet je maar aan mijn medewerker vragen; die heeft de tekst geschreven.

„Ik rond af’

Hofstede heeft de afgelopen 35 jaar heel wat veranderingen in het taalgebruik waargenomen. „Mijn vroegere baas ging uit van het standpunt: wat niet in het woordenboek staat, bestaat niet. Ik zie het anders. Een woord datgebruikt wordt, bestaat. Of ik dat nu mooi vind of niet. Ook uitdrukkingen veranderen. Twintig jaar geleden zou een kamerlid nooit zeggen: Ik rond af. Het was: Ik rond mijn betoog af Watje ook steeds vaker hoort: U moet zich beseffen dat... Vreselijk? Nee, dat zult je mij niet horen zeggen, maar wel constateer ik dat het taalgebruik in Nederland en in het parlement steeds meer verloedert. Allerlei grove woorden die je hier vroeger niet hoorde, worden nu gewoon gebezigd”.

Anderzijds komt het volgens Hofstede nog steeds voor dat uitdrukkingen die in de Kamer gebruikt zijn, niet in de Handelingen worden opgenomen. „Toen wijlen de heer Van Dis nog in de Kamer zat, mocht hij vanwege zijn leeftijd regelmatig de voorzitter vervangen. Hij hamerde soms sprekers af vanwege hun taalgebruik. Op zich vind ik dat een goede zaak”.

„Het kan ook te ver gaan. Dat je niet mag zeggen dat een minister liegt en dat als je het toch zegt, het niet in de Handelingen komt, vind ik archaïsch”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Woord dat gebruikt wordt, bestaat’

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken