Bekijk het origineel

Apotheker laat zich niet afschrikken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Apotheker laat zich niet afschrikken

Verbod op verkoop van marihuana wordt met voeten getreden

4 minuten leestijd

ROTTERDAM - Artsen en apothekers mogen het al sinds vorig jaar niet meer voorsdirijven, maar dat heeft op het gebruik van marihuana als medicijn sledits een tegengesteld effect gehad. „Ik krijg meer telefoontjes van belangstellenden dan ooit”, zegt G. de Zwaan van de Stidifing Patiëntenbelangen Medicinale Marihuana.

Zijn club is druk bezig het verbod te omzeilen door de oprichting, samen met het Haarlemse activiteitencentrum Willie Wortel, van de Actiegroep Cannabis als Medicijn. Het doel: de oprichting van vijftig regiocentra in het land waar patiënten, naast informatie, ook hun geneesmiddel kunnen krijgen. De oprichtingsvergadering is half augustus in Haarlem.

Ook apothekers laten zich niet afschrikken. Ze kregen deze week allemaal weer een brief van de Hoofdinspectie voor de Farmacie en Medische Technologie waarin staat dat marihuana voorschrijven voorlopig verboden is en blijft. Maar geen patiënt die tot nu toe zijn hoofd stootte.

Het Rotterdamse Maripharm, producent van medicinale marihuana, levert gemiddeld 3 kilo per maand aan in totaal 230 apothekers in Nederland. „De apothekers zeggen gewoon: De inspectie is gek”, aldus M. de Wit van Maripharm.

Andere wegen

Apothekers die wél stopten met de verkoop, vonden een andere uitweg om hun klanten terwille te zijn. „Je moet in geen enkel vak ruzie maken met de inspectie. Zeker niet als er voldoende andere wegen zijn om aan marihuana te komen”, zegt C. Wauters van apotheek Gouka in Schiedam. Dus stuurt hij sinds het verbod zijn klanten door naar de coffeeshop. Voor wie die drempel te hoog is, ‘bemiddelt’ hij. Op welke manier wil Wauters niet zeggen.

Het effect van marihuana als geneesmiddel is niet wetenschappelijk bewezen, oordeelde de Gezondheidsraad in 1996. Dan moeten we het voorschrijven ervan ook niet toestaan, oordeelde minister Borst van volksgezondheid.

Marihuana-minnend Nederland haal de maar weer eens diep adem. Wie zit er te wachten op wetenschappelijk bewijs als de kankerpatiënt zijn misselijkheid voelt afnemen na een blowtje? Als de glaucoom-lijder die barstende druk op zijn oogbol voelt afnemen? Als de aids-patiënt opeens zijn eetlust terugkrijgt na een stickie?

„Marihuana redde mijn leven”, zegt De Zwaan van de Stichting Patiëntenbelangen. Tot 1993 lag hij twee keer per jaar op een intensive-care-afdeling met een chronische alvleesklierontste king. Sinds hij marihuana ontdekte, ziet hij de binnenkant van een ziekenhuis alleen nog als hij er op bezoek is. Hij gebruikt zelfs geen andere medicijnen meer. Wat hem betreft zijn nut en noodzaak daarmee voldoende bewezen en hij aarzelt niet om die boodschap uit te dragen.

Schijnwerpers

De Wit van Maripharm en apotheker Wauters zijn niet minder overtuigd, maar schreeuwen het liever niet van de daken. Hun ervaring is dat de inspectie geen prioriteit geeft aan het aanpakken van overtreders, totdat die zichzelf wat al te nadrukkelijk in de schijnwerpers zetten.

Zo haalde Wauters in 1995 de pubhciteit als voorstander van marihuana als medicijn. Prompt kreeg hij de inspectie op bezoek, die hem sommeerde de verkoop te staken. De argumenten omschrijft hij nog steeds als „drogredenen”. Maar de omzet van de marihuanaverkoop was zo gering, dat hij er het voortbestaan van zijn apotheek lievei niet mee riskeerde.

Maripharm produceerde de grondstoi voor het geneesmiddel zelf in een Rotterdams laboratorium. In 1995 viel de politie met veertien man binnen en nam de planten in beslag. „Ruim dertig”, gniffelt De Wit. „Ze zullen wel blij geweest zijn met die supervangst”.

Nu kweekt De Wit „ondergronds”. „Ik heb geen zin om van criminelen te kopen”. In april 1997 kreeg De Wii voor het laatst bezoek van de inspectie. „We zien liever dat patiënten hun marihuana buiten de apotheek halen”, verklaarden de inspecteurs. Tot verbijster ring van W. van der Sluis, die bij hei bezoek aanwezig was.

Waagschaal

Van der Sluis is docent farmacogno sie aan de Universiteit van Utrecht er slaat in zijn lessen marihuana als geneesmiddel niet over. „Je zou zegger dat de inspectie waakt over de volksgezondheid. Het lijkt er echter meer oj dat ze die in de waagschaal stellen”. Df verkoop van marihuana aan patiëntei hoort thuis in de apotheek en nergens anders, stelt Van der Sluis. „De inspec tie voert er zelf de argumenten vooi aan. Het risico op insecticiden in he medicijn of op een virusinfectie is tocl veel groter als de marihuana niet kom van een bedrijf zoals Maripharm, da het product steriliseert?”

Hetzelfde geldt voor de kwaliteit meent Van der Sluis. „Die varieert, ja In coffeeshops. Ik constateer dat Maripharm een redelijk stabiel product Ie vert. Natuurlijk is er meer onderzoel nodig. Dat er nog geen onomstotelijl wetenschappelijk bewijs ligt over dowerkzaamheid, is absoluut geen reder om het nu niet voor te schrijven. We hebben op het recreatieve vlak zo vee ervaring met marihuana, dat verstrek king op een gecontroleerde manier geen risico oplevert”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Apotheker laat zich niet afschrikken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken