Bekijk het origineel

Een zakenman en kopen zonder geld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een zakenman en kopen zonder geld

Jubilerende ds. H. Jonker (70): „We raken de geloofsleer kwijt...”

7 minuten leestijd

BARNEVELD - „Als zakenman moest ik naast de mensen gaan staan om mijn producten te verkopen. Totdat God daar een streep onder zette en ik Zijn roepstem mocht volgen. Toen werd Jesaja 55 mijn boodschap. Komen en kopen. Maar nu zonder geld. Voorheen bouwde ik aan een klantenkring. Nu aan de gemeente”.

De zeventigjarige ds. H. Jonker herdenkt vandaag dat hij een kwarteeuw geleden in Randwijk tot hulpprediker werd bevestigd. Deze getallen wijzen op een late roeping. Zesendertig jaar oud was Hendrik Jonker toen God hem apart zette en riep tot Zijn dienst. God sprak door middel van Lukas 24 vers 47: „En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken”. „Door de liefde die God in mijn hart uitstortte, wilde ik direct wel gaan preken. Gelukkig is dat niet gebeurd. Ik moest nog veel leren.

Even later ben ik naar Utrecht gegaan om met de professoren te spreken. Ik dacht dat men daar wel van mijn roeping tot predikant af zou weten. Ik deed mijn verhaal. Het antwoord was: „Je hebt een gezin met vijf kinderen. Dan komt er van studeren weinig terecht”. Daar ging ik mee naar huis. Soms was ik moedeloos en dacht ik inderdaad te stoppen. Maar dat ging niet. De Heere brak het oude af, zodat er geen weg terug was. Vervolgens ben ik de weg gegaan van catecheet-hulpprediker. Deze weg bleek achteraf de juiste te zijn”.

Gunnend

„De tekst waarmee ik werd geroepen tot het predikantschap is.altijd de bron geweest voor de prediking. De boodschap van de vergeving van zonden moet tot alle hoorders komen. Een predikant weet nie? wie uitverkoren zijn. Daarom moet het aanbod van de genade tot de hele gemeente uitgaan. Hij moet gunnend over de mogelijkheid van verlossing preken. Aan de andere kant blijft staan dat het je leven kost om van genade te leren leven. Al het onze moet overboord.

Juist het onderwerp van rechtvaardigmaking en heiligmEÜcing houdt me de laatste tijd veel bezig. In onze tijd bestaat hierover veel verwarring. Velen beginnen bij een deugdzaam leven en noemen dat heiligmaöng. Van daaruit concluderen ze dat ze voor God rechtvaardig zijn en zijn ze blij. Maar het is te vrezen dat ze Christus nooit echt nodig kregen voor hun schuld.

De nood van de kerk is, denk ik, dat we de geloofsleer kwijtraken. Waar ik het meest aan lijd, is dat de orde des heils vaak niet meer functioneert. Je moet geloven, hoor je overal. Maar op grond van de Schrift begin ik met de wedergeboorte. Er moet een wonder Gods in ons leven plaatsvinden. Ook het verbondsmatige denken is tegenwoordig erg geliefd. Maar hoe werkt God Zijn verbond uit? Als hun onbesneden hart gebogen wordt, zal Ik aan Mijn verbond gedenken, lees ik in de Bijbel.

Ook de welvaartseconomie verslaat in de kerken haar duizenden, ‘s Zomers gaan we drie weken op vakantie. We zijn twee weken bezig met de voorbereidingen, twee weken praten we erover na en als we niet uitkijken hebben we zeven weken lang nauwelijks iets gedaan om de Bijbel te onderzoeken”.

Niet ontmoedigd

„Steeds meer raak ik ervan overtuigd dat het niet goed gaat in de kerk. Of ik ontmoedigd ben? Echt niet hoor. Gods heilsplan staat boven al deze zorgelijke ontwikkelingen. Omdat de uitverkiezing er is, gaat God ook in deze tijd door met Zijn werk. Wel is het nodig de nood van de tijd te verstaan.

Vooral het onderwijs in de geloofsleer is zo hard nodig. Leerkrachten op de scholen moeten de kinderen eenvoudig vertellen dat ze een nieuw hart moeten krijgen. En tijdens de catechisatieles zal een catecheet naast de jonge ren moeten gaan staan en hun eenvoudig vertellen hoe ellendig we zijn buiten God. We gdén niet verloren, maar we zijn verloren. Maar dan moeten we ook gunnend over de verlossing spreken. Niemand is voor God te slecht.

Ook in de prediking hebben we het eenvoudige onderwijs zo nodig. Het mag wel iets hebben van het catechetisch onderricht. Op een duidelijke wijze moeten de brede en de smalle weg en de uitkomst van beide wegen voorgesteld worden. Zoals de Heere Jezus dat deed in Matthéüs 7. Wel loop je het gevaar dat je preek als al te dogmatisch wordt bestempeld. Toch denk ik dat dit de weg is om de kerk richting te geven.

We kunnen er bevreesd voor zijn dat in de komende jaren op veel plaatsen de liturgie zal veranderen. Er moeten dan wat gezangen uit de liedbundels bijkomen. En de preek moet korter. Deze evangelisch getinte kerkdiensten zullen veel aantrekkingskracht hebben, terwijl de kerken waar Schrift en belijdenis centraal staan, leger zullen worden”.

Drie mannen

Ds. H. Jonker diende de gemeente van Randwijk vijfjaar als hulpprediker. „Randwijk was ruim vier jaar vacant. In materieel en geestelijk opzicht was het een arme gemeente. De kerk was nodig aan een restauratie toe, maar er was geen geld. Over het geestelijk leven werd nauwelijks gesproken. Toen ik bezig was met de studie voor hulpprediker kwam de kerkenraad van Randwijk in Veenendaal op bezoek om te vragen of ik er wilde helpen. Ik heb het ervaren als in de geschiedenis van Petrus en Cornelius. Zie, drie mannen zoeken u. Zo ben ik naar Randwijk gegaan en de Heere heeft daar wonderen willen werken. Er kwam een geestelijke opleving in de gemeente en ook is de kerk gerestaureerd.

Toen ik een tijdje in Randwijk stond, kwam de consulent, ds. W. B. A. Smits van Hemmen, op bezoek. Broeder Jonker, zei hij, we liadden gedacht, u moet ook maar de sacramenten bedienen. De bevoegdheid krijgt u van ons. De Pro vinciale Kerkvergadering van Gelderland, waarvan ds. Smits scriba was, heeft een uitzondering gemaakt en gaf mij de bevoegdheid om nieuwe lidmaten te bevestigen, de sacramenten te bedienen en ambtsdragers te bevestigen. In mijn tweede gemeente Lekkerkerk werd ik via overgangsbepaling 277e predikant”.

Opnieuw beginnen

„Ook in mijn derde gemeente Nijkerkerveen was ik betrotten bij de restauratie van het kerkgebouw. Er stonden teilen in de kerk, omdat het dak lekte. Maar ook hier was niet genoeg geld voor de restauratie en daarna het bouwen van een nieuw kerkelijk centrum. Toch is het geld er gekomen. Wanneer de kracht van de prediking doorzet, gaan doorgaans ook de beurzen open. Niet alleen op materieel, maar ook op geestelijk terrein was er een opbloei. De Heihge Geest werkte in dorre doodsbeenderen. Er kwam nieuw leven en tevens was er een doorwerking in het geestelijk leven, zodat er wasdom was in de genade.

Kootwijk was mijn laatste gemeente. Eigenlijk was de gemeente veel te groot voor één predikant. Ik raakte daar overwerkt en ben in 1989 met vervroegd emeritaat gegaan. De afscheidspreek ging over 2 Korinthe 12 vers 9: „Mijn genade is u genoeg”. En het was genoeg.

Na mijn emeritaat heb ik de kleine hervormde buitengewone wijkgemeente van Vianen bijgestaan in het pastoraat. In de komende tijd hoop ik de bwgemeente van Apeldoorn, waarvan ds. G. D. Kamphuis binnenkort afscheid neemt, te helpen als bijstand in het pastoraat. Het was ons gebed opnieuw een gemeente te mogen helpen. Het telefoontje vanuit Apeldoorn kwam als een verrassing. Noem het een gebedsverhoring. Ik mag nu weer opnjeuw beginnen. Tenslotte is het mij een grote vreugde om zondag aan zondag in de verschillende gemeenten het eeuwige Evangehe van Jezus Christus en die Gekruisigd te verkondigen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Een zakenman en kopen zonder geld

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken