Bekijk het origineel

„Aanslag Jeruzalem werk Hezbollah”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Aanslag Jeruzalem werk Hezbollah”

Hoofd Palestijnse veiligheidsdienst niet onder indruk eisen Netanjahoe

4 minuten leestijd

JERICHO (AP) - Op het hoofdkwartier van de Palestijnse veilighiedsdienst heerst dezer dagen een weldadige rust. Er valt weinig te bespeuren van de drukte die je zou verwachten na de zelfmoordaanslagen van vorige week. Er zitten geen arrestanten vast om te worden gehoord en niets duidt erop dat die binnenkort nog komen.

Het hoofd van de dienst, Jibril Rajoub, lijkt geenszins onder de indruk van de eisen van de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe en de Amerikaanse autoriteiten een klopjacht te organiseren op islamitische extremisten die verdacht worden van de aanslagen. „Laten we niet beginnen met dit smerige woord ‘samenwerking’ “, reageert hij duidelijk geïrriteerd als hem wordt gevraagd naar herstel van de IsraëlischPalestijnse samenwerking op veiligheidsgebied.

„Voor Palestijnen die 29 jaar van Israëlische bezetting achter de rug hebben, is samenwerking een vorm van collaboratie”, legt hij uit. „In de eerste plaats werken wij niet voor de premier van Israël”, zegt Rajoub. „Wij gaan geen witte vlag hijsen onder druk en dreigementen. Wij dansen niet naar de pijpen van de heer Netanjahoe”.

Vals paspoort

Rajoub (44), het hoofd van de gevreesde Preventieve Veiligheidsdienst die formeel actief is op de Westoever en clandestien opereert in Oost-Jeruzalem, wordt door diplomaten getipt als een mogelijke opvolger van Arafat. Hij houdt vol dat niemand weet wie de dubbele aanslag heeft gepleegd die vijftien mensen, inclusief de twee daders, het leven kostte. „Tot dusver weet niemand waar deze mensen vandaan komen”, zegt Rajoub, die in Palestijnse kringen ook bekend is onder zijn ‘oorlogsnaam’ Abu Rami. „Als er een bom is, betekent dat niet dat wij alle Palestijnen moeten arresteren”.

Rajoub zegt te geloven dat de daders -volgens Israël twee Palestijnen van in de twintig- zijn gestuurd in een poging het vredesproces te gronde te richten, e;n Netanjahoe „nam onmiddellijk maatregelen tegen de Palestijnse Autoriteit alsof wij de vijanden zijn”. Hamas, in 1996 verantwoordelijk voor een aantal zelfmoordaanslagen die zestig mensenlevens kostten, eiste in een pamflet de verantwoordelijkheid op, maar de authenticiteit daarvan is niet vastgesteld. Israël arresteerde bijna 150 Palestijnse activisten en opereert op de aanname dat Hamas erbij betrokken is.

Rajoub voert aan dat er bewijzen zijn die duiden op de betrokkenheid van buitenstaanders: in de zakken van een van de zelfmoordenaars zijn twintig Jordaanse dinar gevonden, en de labels van hun kleding zijn verwijderd. De verdenking, van zovlfel Palestijnse als Israëlische onderzoekers, gaat uit naar de Hezbollah, de met Iran verbonden Libanese militie die de Israëlische troepen wil verdrijven uit Libanon. Rajoub merkt op dat een Libanese man die banden onderhield met de Hezbollah, vorig jaar op een vervalst Brits paspoort in Israël arriveerde en zwaargewond raakte bij een bomexplosie op zijn hotelkamer. „Voorzover ik weet, en iedereen weet, probeert Hezbollah zulke aanslagen op touw te zetten”.

Rajoub wijst er verder op dat de lokale Hamas-activisten niet langer de dreiging vormen die zij een jaar geleden nog waren. „Hun lokale leiders zijn realistischer en gematigder geworden, en wij zouden ze niet opnieuw moeten straffen (...) Het is onze verantwoorde lijkheid dit soort gematigde mensen te steunen”. In maart 1996 zette de Palestijnse politie honderden activisten van Hamas en de door Iran gesteunde Islamitische Jihad gevangen.

Foto

Rajoub zegt dat het verschil tussen toen en nu komt door de houding van de IsraëUsche leiders, die het vredesproces hebben ondermijnd en met hun provocerende besluiten, zoals de bouw van joodse nederzettingen, hebben aangestuurd op hervatting van het geweld. „Toen bejegende de Israëlische regering de Palestijnse Autoriteit en voorzitter Arafat als hun partners. De huidige Israëlische regering jbehandelt de Palestijnen als vijanden”.

Hij concludeert dat de Palestijnse leiders niet tegen Hamas of enige andere oppositionele groep kunnen optreden. „terwijl wij zo worden belegerd (...), terwijl wij zo door de Israëlische regering onder druk worden gezet”. Aan de muur achter Rajoub hangt een foto van Arafat en wijlen de Israëlische leider Jitschak Rabin, met een handtekening van de laatste en de opdracht: „Voor Jibril: in vriendschap en met waardering”. Rajoub, die zeventien jaar in Israëlische gevangenissen zat en daar vloeiend Hebreeuws leerde spreken, zegt dat Arafats volgelingen de gewapende strijd hebben opgegeven. Hij spreekt beweringen van Netanjahoe tegen dat de Palestijnse politie recent aanslagen op Israëliërs heeft beraamd.

Netanjahoe moet een besluit nemen over zijn houding tegenover de Palestijnen, meent Rajoub. „Als we partners zijn, moet ons worden gevraagd wat we gaan doen. Als we vijanden zijn, denk ik niet dat hij het recht heeft ons ook maar iets te vragen”.

„De collectieve straffen, de vernedering van de voorzitter en de Palestijnse Autoriteit, ik denk niet dat dit de manier is om de Palestijnen zover te krijgen dat zij hun best gaan doen toekomstige aanslagen te voorkomen”, constateert Rajoub.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

„Aanslag Jeruzalem werk Hezbollah”

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken