Bekijk het origineel

Egypte, een economie in opkomst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Egypte, een economie in opkomst

Handelsattaché Vos ziet interesse buitenlandse bedrijven groeien

6 minuten leestijd

CAIRO - Egypte wordt een steeds aantrekkelijker land om te investeren. Dat is althans de mening van Reinout Vos, de Nederlandse handelsattadié in Cairo. Na vier jaar neemt hij afscheid van Egypte.

Toen Vos in 1993 kwam, was er in het land geen sprake van economische groei. Dat is in het afgelopen jaar sterk veranderd. Daardoor is Egypte aantrekkelijk geworden geworden voor buitenlandse investeerders, ook voor Nederlandse bedrijven. In ‘93 waren zij meer geïnteresseerd in regio’s als Oost-Europa, Azië en vooral China. Egypte is ‘in’, aldus Vos.

„Toen ik hier kwam, zat Egypte midden in een hervormingsproces. Het land zat eind jaren tachtig financieel bijna helemaal aan de grond. Egypte had grote schulden opgebouwd en kampte met een omvangrijk financieringstekort. De inflatie was uit de hand gelopen. Het land kende verschillende valutakoersen, doordat er veel zwart gewisseld werd”.

Sinds het begin van de jaren negentig werkt Egypte in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) aan een economisch hervormingsprogramma. Dat is niet zonder effect gebleven. „Egypte heeft in drie jaren z’n staatsfinanciën heel behoorlijk op orde gekregen. De inflatie nam af, de wisselkoers van de zwarte markt is verdwenen. Er is een behoorlijke deviezenvoorraad opgebouwd en men kreeg het financieringstekort onder controle”.

Eén probleem bleef bestaan: de economie wilde maar niet groeien. Volgens Vos kwam dat mede doordat de overheid nog geen begin had gemaakt met het privatiseren van de grote staats industrieën en het verlagen van de invoertarieven. „Daar is men pas naderhand mee begonnen”. Voor Nederlandse ondernemers was Egypte op dat moment nog niet interessant. Zij hadden de financiële noodsituatie van eind jaren tachtig nog in hun achterhoofd. In die periode bleven veel rekeningen bijvoorbeeld onbetaald.

Stroomversnelling

Vos vindt dat er sinds zijn aankomst veel is veranderd. „Geleidelijk aan en vooral het laatste jaar is er sprake van een spectaculaire ontwikkehng. De privatisering heeft geleid tot een stroomversnelling. Beleggers zijn geïnteresseerd geraakt in de Egyptische kapitaalmarkt en er is een enorme kapitaalstroom op gang gekomen. Egypte is op dit moment voor buitenlandse investeerders een opkomende markt. Je ziet nu dat de tekenen van herstel zichtbaar worden. De economie groeit weer, dit in tegenstelling tot vier jaar geleden. Egypte heeft nu de wind in de rug. Dat geeft ook weer ondersteuning aan het hervormingsproces”.

Egypte is goed voor investeerders. Vos vertelt dat ook Nederlandse bedrijven daarvan kunnen profiteren. „Het ziet er naar uit dat de havendiensten en overslagterminals verzelfstandigd worden en open worden gesteld voor buitenlandse investeringen. Dat is buitengewoon interessant. Egypte heeft een tekort aan capaciteit voor de overslag van goederen. Nederlandse transportbedrijven hebben zich verenigd in een platform, dat nu bezig is samen met het ministerie van verkeer en waterstaat uit te zoeken in hoeverre zij daar actief op in kunnen spelen. Dat kan wellicht op termijn leiden tot Nederlandse investeringen”. Ook voor het midden- en kleinbedrijf ziet Vos in Egypte goede mogelijkheden.

In 1995 bedroeg de Nederlandse export nog een half miljard gulden. Dat is vorig jaar toegenomen tot 800 miljoen gulden. „Dat laat zien dat Egypte dus een steeds interessantere afzetmarkt wordt voor Nederlandse bedrijven”, zegt Vos. „Dat heeft ook te maken met de veiligheid van betalingen in Egypte. We zien vrij weinig betalingsproblemen. De Egyptische invoertarieven zijn in de laatste jaren sterk verlaagd. Steeds meer buitenlandse producten worden daardoor aantrekkelijk. De ambassade bemiddelt bij het vinden van de juiste agent bij het juiste product. We krijgen daarvoor vele tientallen aanvragen per dag binnen”.

Export

Het gaat goed met Egypte, maar het land is er beslist nog niet. Er wordt nog veel te weinig geëxporteerd. „De belangrijkste inkomstenbronnen zijn op dit moment Egyptenaren die in het buitenland werken. Die hebben in de afgelopen tijd met elkaar soms wel 12 miljard gulden per jaar naar huis gestuurd. Het toerisme levert 7 miljard per jaar op, het Suezkanaal en de export van olie ieder bijna 4 miljard gulden”.

„De export is de achilleshiel van Egypte”, legt Vos uit. „Dat komt natuurlijk doordat Egypte in de jaren zestig een staatsindustrie had opgebouwd, die naar socialistisch model importvervangend was. Dat betekent dat je heel hoge importtarieven instelt om invoer te weren. De lokale industrie richt zich er tegelijkertijd op zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. Dat is een mooie gedachte, maar in de praktijk kwam het erop neer dat de Egyptische industrie niet meer met de internationale markt kon concurreren en uiteindelijk ook slechte producten leverde”.

Egypte is nu bezig die staatsindustrie af te bouwen door de importtarieven sterk te verlagen. Daarvoor in de plaats moeten marktgerichte bedrijven komen. „Dat is een proces dat veel tijd kost. De tapijtindustrie van Oriental -Weavers van Mohammed Khamis is een voor- beeld dat Egypte wel met succes actief kan zijn op de internationale markt. I Maar er moet nog veel gebeuren voor- 1 dat Egypte werkelijk, in IMF-termen, een exportgeleide economie is”.

Arm en rijk

Sinds de vredesovereenkomst met Is- raël in 1979 ontvangt Egypte jaarlijks miljarden dollars aan hulp van de VS. Die financiële bijdrage staat echter onder druk. De Amerikaanse bevolking ziet nauwelijks hoe de hulp is besteed en dat maakt het enthousiasme om de geldelijke steun voort te zetten er niet groter op.

Vos heeft de indruk dat het Amerikaanse geld in het algemeen heel goed besteed is. „De omvangrijke hulp zoals die eind jaren zeventig op gang is gekomen, is voor een goed deel gebruikt voor het vernieuwen van de infrastructuur waar Egypte op dat moment dringend behoefte aan had. Het telefoonsysteem is uitgebreid, het Suezkanaal is verbreed en verdiept, er is een elektriciteitsnet aangelegd en de riolering is verbeterd. Ik heb zelf de indruk dat juist Egypte een voorbeeld is van een land waar men met die enorme hulpstroom heel erg goed is omgegaan”.

„Het gaat goed met het land. De verschillen tussen arm en rijk zijn echter erg groot. Grote delen van de bevolking profiteren niet van de economische groei. Ook zijn er achtergebleven gebieden in Zuid-Egypte en de Nijl-delta waar het nog jaren kost om de achterstand in te lopen. Daarom blijft Egypte voorlopig nog een land in ontwikkeling”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Egypte, een economie in opkomst

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken