Bekijk het origineel

Anderhalf uur over twee straten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Anderhalf uur over twee straten

10 minuten leestijd

Eduard en zijn familie willen naar oma, aan de andere kant van de stad. Zijn ouders schuiven zijn rolstoel in de gehandicaptenbus, springen in de auto en rijden achter de bus aan. Bij elke stopplaats zetten zij de auto ook stil. Stel je voor dat Eduard er hier wordt uitgezet. Wat moet zo’n vijfjarig kind dan beginnen. Na een Keulse rit door de stad komt de familie aan. De reis naar oma was een avontuur.

De verplichte sightseeing door de woonplaats van Eduard is een gevolg van de invoering van de Wet voorzieningen gehandicapten (wvg) per 1 april 1994. Deze wet beperkte de vervoersmogelijkheden van mensen met een functiebeperking fors. Al snel na de invoering klaagden gehandicaptenorganisaties steen en been over de onrechtvaardige gevolgen van de wet. Anno 199V, driejaar later, is de situatie er niet beter op geworden.

Vorig week luidde de Vereniging Spierziekten Nederland (VSN) de noodklok. In een brief aan minister Melkert wees de VSN op de ernstige problemen bij het vervoer van gehandicapten. De vereniging verwijt de minister dat hij niet voor het zomerreces met voorstellen kwam. Dit had hij wel aan de Kamer toegezegd.

Eerder bonden de Gehandicaptenraad en het Astmafonds de kat de bel aan. In mei publiceerden zij het rapport “Benauwend veel ruimte”. Dat is een inventarisatie van de klachtenlijn “Cara en Wvg”. In februari belden 400 mensen; 143 klachten werden uitgebreid opgeschreven. Dat resulteerde in 658 knelpunten: ruim vier per persoon. Ook toen bleek (het gebrek aan geschikt) vervoer een fiks probleem. v

Ruimhartiger regime

Mr. Ruud Betsman van de Vereniging Spierziekten Nederland hoort dagelijks problemen van leden die de nadelen van de Wet voorzieningen gehandicapten ondervinden. Die gelden niet alleen mensen met spierziekten, maar ook ms-patiënten, meervoudig gehandicapten, mensen met hersenaandoeningen, ja alle gehandicapten.

Vóór de invoering van de wvg, op 1 april 1994, waren mensen met een functiebeperking voor voorzieningen aangewezen op de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (aaw). Dit regime was in veel opzichten ruimhartiger dan dat van de wvg.

Neem het vervoer. Vóór ‘94 kregen gehandicapten die dat echt nodig hadden, individuele vervoersmiddelen zoals een aangepaste of een bruikleenauto. Na 1 april 1994 is dat bijna altijd uitgesloten. Gemeenten concentreerden zich op collectief vervoer. Ze sloten contracten met (regionale) vervoersbedrijven die rolstoelentaxi’s of-busjes laten rijden.

Daar moeten de gehandicapten het mee doen. Terwijl ze in een aantal gevallen geen gebruik kunnen maken van openbare vervoerssystemen. Zo kunnen patiënten met een spierziekte soms niet in de rolstoelbus. Ze hebben vaak onderweg verzorging nodig, bijvoorbeeld bij het toedienen van sondevoeding, het gebruik van een mobiel toilet, een verschoning of het afvegen van slijm. De taxi moet de tillift meenemen die sommige gehandicapten nodig hebben om van de rolstoel op het toilet te worden gehesen. Gemeenten vinden dat verzorging tijdens de rit en het meenemen van tilliften buiten hun zorgplicht valt. Waar die tillift moet blijven op de plek van het bezoek, is ook onduidelijk.

Mensen met een aandoening aan de luchtwegen kunnen soms niet tegen de parfumluchtjes van hun buurvrouw in de taxi, laat staan tegen de sigarettenrook van de chauffeur. Sociaal actieve mensen kunnen met collectief vervoer vaak nauwelijks uit de voeten. De wachttijden kunnen sterk oplopen. Bets man: „In bijvoorbeeld Rotterdam worden mensen met een handicap eerst naar een verzamelpunt gebracht. Daar moet je een tijdje wachten of er nog anderen bijkomen. Dan wordt je verder vervoerd. Soms duurt het anderhalf uur om een paar straten verder te kunnen”.

Tevergeefse aanvragen

Mensen met een handicap vragen ook nu nog een eigen vervoermiddel aan, maar die aanvragen worden meestal afgewezen. Werden in de aaw-tijd nog 1500 bruikleenauto’s per jaar uitgegeven, nu gebeurt dat bijna niet meer, „om budgettaire redenen”. De 40 miljoen gulden die voor dit doel in het gemeentefonds vloeit, blijft ongebruikt.

„Mensen reageren vaak niet op zo’n beslissing. Ze denken: De gemeente zal wel gelijk hebben”. En hoewel de gemeenten dat volgens Betsman niet hebben, krijgen ze dat gelijk de laatste tijd wel. Recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, de sociale verzekeringsrechter, ondersteunen „het beleid van gemeentelijke karigheid. Dat is triest, omdat juist in de afgelopen tijd in sommige gemeenten het besef groeide dat een bruikleenauto de enige passende voorziening kan zijn”.

Hetzelfde verhaal gaat op voor autoaanpassingen. De 25 miljoen gulden die hiervoor is gereserveerd in de gemeentelijke kassen, verdwijnt grotendeels ongebruikt in de algemene-middelenpotten.

Gemeentebordje

Gehandicapten kunnen in veel gevallen slechts reizen tot het einde van de gemeentegrens of van de ‘toevallige’ grens van de regio. Veel gemeenten staan op het standpunt dat hun zorgplicht ophoudt bij de plaats van het paaltje met het gemeenteschild, of bij de grens van de regio waarin de openbare vervoerder rijdt met wie de gemeenten een contract hebben.

Dat leidt tot absurditeiten. Een jongen met een spierziekte woont in Rotterdam. Hij wil wel eens naar zijn ouders in Berkel, zes kilometer verderop. Op de gemeentegrens moet hij uit het busje. Daar moet zijn familie hem opwachten. Tijdens de reis tot de Rotterdamse gemeentegrens zit hij zonder verzorging. Het spreekt voor zich dat bij regenachtig weer het bezoek wordt afgeblazen.

De hoogste sociale verzekeringsrechter heeft onlangs ook de opvatting van veel gemeenten bevestigd dat de zorgplicht ophoudt bij de gemeentegrens. Hij kan niet anders, meent Betsman. „Dat is de grote truc. Als gemeenten hun beleid maar goed aftimmeren in hun verordeningen hebben ze niets te vrezen. Zo’n rechter toetst alleen of de gemeente zich aan haar verordening houdt en spreekt geen oordeel uit over de noodzaak van individueel vervoer voor die patiënt”.

Ondertussen bellen gedupeerden huilend gehandicaptenorganisaties of krantenredacties. Of ze leggen hun klachten neer bij de verantwoordelijke bewindslieden, Melkert van sociale zaken en Terpstra van gehandicaptenbeleid. „Daar krijgen ze te horen: Als u niet goed bent behandeld, kunt u altijd nog naar de rechter. Maar op deze manier is rechtsbescherming een fictie”.

Gehandicapten raken in een sociaal isolement door alle beperkingen in de wvg, vindt Betsman. Wat dat betreft krijgen de bezwaarden bij de invoering van de wvg gelijk: Wij willen geen huisarrest, zeiden gehandicapten toen. Betsman: „Tegenbezoeken zijn met dit systeem niet mogelijk. Zo ontstaat vereenzaming, met name als de gehandicapte weinig sociale contacten in de omgeving heeft”.

Ingebakken

De problemen met de wvg zaten al in de ontstaansgeschiedenis van de wet ingebakken. Voordat de wvg werd ingevoerd, kregen gehandicapten hun voorzieningen bekostigd vanuit de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (aaw). „Voor de invoering van de wvg leefde de gedachte dat via de aaw veel geld werd verspild. De politiek dacht: We hevelen de gehandicapte 65-plussers over naar de wvg, maar het moet wel budgettair neutraal gebeuren. Deze maatregel vergrootte de doelgroep van de wvg. Met hoeveel wist men niet. Men nam aan dat die groep twee keer zo groot zou worden. Dus werden verschillende vergoedingen gehalveerd”.

De groep 65-plussers die gebruik maakte van de wvg was echter veel kleiner dan verwacht. Dat kwam onder meer doordat ook gehandicapte 65-plussers al profiteerden van het aaw-regime. Bovendien maken veel gehandicapte ouderen geen gebruik van de Wet voorzieningen gehandicapten omdat ze hun hand niet willen ophouden, aldus Betsman.

Overschot

Mede door het geringe aantal aanvragen blijft er veel geld, bestemd voor gehandicaptenvoorzieningen, over en dat verdwijnt meestal in de gemeentelijke pot voor algemene doeleinden. „In feite is er geld genoeg”, becommentarieert Betsman. „In de drie jaar dat de wet ‘draaide’ bleef 1 miljard gulden over. In de aanloopfase van de wet, in 1993, was 100 miljoen ter beschikking. Dat bleef grotendeels over. In 1994 wais er een overschot van 300 miljoen, in ‘95 zelfs 400 miljoen en vorig jaar weer 300 miljoen. Dat zijn officiële cijfers van de gemeenten zelf’.

Deze bedragen betekenen nog niet dat al het overige geld geheel beschikbaar was voor jard gulden beschikbaar voor de wvg; 400 de gehandicapte wereld. In 1995 was 1,2 mil ’nmiljoen werd dus niet gebruikt, maar ook nog ringskosten. „Dat betekent dat slechts de eens 217 miljoen ging verloren door uitvoe rsbesteed. Terwijl gemeenten voor al dat geld helft aan gehandicaptenvoorzieningen werd hun best zouden kunnen doen een echt goed collectief vervoer op te zetten. Dat collectieve vervoer zou mijns inziens landelijk moe eel vervoer zou moeten worden gegeven aan ten worden georganiseerd. Terwijl individu wie dat nodig heeft”.

Een ander probleem is de scheve verdeling van de wvg-gelden over de gemeenten. Deze krijgen de financiën voor gehandicaptenvoorzieningen naar rato van hun bevolkingsgroot te. Gevolg: „Sommige gemeenten komen 20 procent te kort. Andere houden 70 procent concentratie gehandicapten, of over het ge over. Bevolkingsgrootte zegt niets over de meentelijk beleid. Gemeenten die zoveel mogelijk het oude aaw-beleid willen voortzetten, krijgen geen extra middelen”.

Zo’n gemeente is Arnhem. Behalve dat de handhaafde, deed zij ook haar best een goed gemeente het aaw-beleid zoveel mogelijk systeem van collectief vervoer op te zetten. Arnhem heeft een grote groep gehandicapten binnen de gemeentegrenzen. Toch krijgt zij geen extra geld. „Dat is oneerlijk”.

Somber

Betsman is somber over de toekomst van de sociale zekerheid. „De wao is twee keer gewijzigd. De Europese Gemeenschap zorgt voor steeds meer druk op de sociale zekerheid. De politieke druk voor een liberale nachtwakersstaat neemt toe. Allerlei sociaaldemocratische beginselen van solidariteit worden losgelaten”.

De jurist Betsman werkt vanaf 1975 bij de VSN en maakte de opgang en de afbraak van de aaw mee. „In 1976 is de aaw ingevoerd, in navolging van de in de Tweede Wereldoorlog geuite gedachte voor een volksverzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Twintig jaar later wordt die weer afgebroken. Datzelfde zie je bij de Algemene nabestaandenwet en de Algemene ouderdomswet”.

Ook merkt hij de afnemende solidariteit ten aanzien van mensen met een handicap op. „In de jaren ‘70 was in de politiek veel aandacht voor emancipatie van mensen met een handicap. Nu ontstaat er een achterstand. Onder het mom van kreten als “het dragen van eigen verantwoordelijkheid” en “de beslisser betaalt”, wordt allerlei ellende over ons uitgestrooid”.

Per 1 januari volgend jaar wordt de aaw definitief afgeschaft. Ook hierbij voorziet Betsman problemen. Als de werkgever kiest om uit de pubheke sector te stappen, is de werknemer via de Temba-wet „overgeleverd aan de willekeur van de werkgever”. Blijft de werkgever in het publieke stelsel, dan valt de werknemer onder de (geprivatiseerde) wao.

Voor de onderwijsvoorzieningen van mensen met een handicap is nog niets geregeld. „Er is noch een relatie met de wao, noch is er een binding met de werkgever. Dit hangt volledig in het luchtledige”.

Landelijke aanpak

De problemen met de wvg kunnen volgens de spierziektenvereniging worden opgelost als de landelijke overheid het voorzieningenbeleid voor gehandicapten weer in eigen hand neemt. De ongelijke behandeling van gehandicapten in verschillende gemeenten dwingt daar volgens Betsman toe. „De gemeenten hebben in de afgelopen drie jaar bewezen dat ze.de problematiek niet aankunnen. Een aanlooptijd voor het onder de knie kiijgen van wetten is maximaal twee jaar. Dit heilige huisje van gemeentelijk beleid is minder belangrijk dan de rechtsongelijkheid voor burgers”.

De Vereniging Spierziekten Nederland, 5500 leden groot, hoopt dat de politiek haar signaal oppakt. „We willen kamerleden best helpen herinneren dat minister Melkert zijn toezegging voor maatregelen nakomt”, zegt VSN-voorlichter Erik van Uden. „Straks is alle aandacht gericht op de derde dinsdag in september. Wij willen niet wachten op de aangekondigde evaluatie van de wvg in het najaar. Ingewijden vertellen nu al dat die pas na het winterreces komt”.

En de tijd dringt voor veel leden van de patiëntenorganisatie. Betsman: „Een ziekte als amyotrofische lateraal sclerose duurt gemiddeld drie, vier jaar. Maar het komt voor dat een patiënt na een halfjaar of een jaar overlijdt. Als het dan een halfjaar duurt voordat de beslissing in huis is, kan betrokkene bedlegerig zijn geworden. Het is ook wel eens voorgekomen dat een patiënt bij het bekend worden van de beslissing was overleden. Als een kind met een bepaalde spierziekte niet ouder zal worden dan zo’n twaalf jaar, dringt dat besef rond het zesde a zevende levensjaar door. Dan wil het de resterende vijf jaar nog neefjes, nichtjes, opa’s en oma’s zien”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Anderhalf uur over twee straten

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken