Bekijk het origineel

De invloed van een oude typemachine

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De invloed van een oude typemachine

Greet van Someren-Dorenbos: „Bert slaat niet door met zijn acties, maar je moet iets doen om óp te vallen”

14 minuten leestijd

V.ader Dorenbos was een actief mens. Dat zie je in zijn linderen terug. De enige dochter uit het gezin, Greet, lan avonden lang praten om de producten van Tupperware aan de man te brengen. Haar vijf jaar oudere broer Bert luidt intussen, overal waar het kan, de noodklok over de verloedering van de maatschappij. Drs. L P. Dorenbos: „In het werk voor Schreeuw om Leven zou mijn zus, met haar talenten, goed passen”. Mevr. G. van Someren Dorenbos: „Op dit moment ben ik meer zakelijk actief, maar ik waardeer het ontzettend wat Bert doet”.

He,oe langer ze aan de praat zijn, hoe scherper het plaatje wordt. Assen, jaren veertig. In het gezin Dorenbos worden in zeven jaar tijd vijf kinderen geboren, van wie de oudste na enkele dagen overlijdt. Drie jongens en een meisje groeien op in een huis bij een zandweg, aan de rand van de stad. Bert (55) herinnert het zich nog goed. „Greet was ons kleine zusje. Ik zie haar nog in de tuin op het hobbelpaard zitten, met die prachtige pijpenkrullen”. Als Bert met zijn broers huizen van zand en bakstenen bouwde, was hij er alert op dat zij de muren niet omver gooide.

Greet (50) noemt als bijzonderheid dat zij als eerste uit het gezin naar de vrijgemaakt gereformeerde basisschool ging. „De anderen gingen naar de christelijke school in de buurt, maar toen ik zover was, was de vrijgemaakte school opgericht. Dat was een feest. De school was wel een eind uit de buurt, aan de andere kant van de stad. Je ging er elke dag op de fiets heen en bleef ‘s middags over. Voor moeder was dat een hele overgang”. Het gereformeerde onderwijs groeide door. Jaren later behoorde Bert tot de eerste geslaagden van de vrijgemaakte mulo in Assen.

Zondag

Op zondag liep het gezin gewoontegetrouw naar de kerk, die in een voormalige synagoge was gehuisvest. Greet: „Dat hoorde er helemaal bij. Na de dienst gingen we bij opa en de tantes -moeder heeft twee zussen die niet getrouwd zijn- koffie drinken, ‘s Middags wandelden we, met vader. Urenlang. Onderweg aten we doppinda’s. Aan het eind van de middag gingen we dan weer naar de kerk. Daarmee hebben we nooit problemen gehad, ook niet toen we ouder werden. Er werd nooit over gemopperd of geklaagd. Het was heel normaal”.

Bert: „Ik was een jaar of zes, toen ds. Bouma en ds. Van Bruggen, de latere hoogleraar, in Assen stonden. Op zondag -ik kon net schrijven- zat ik met een notitieboekje in de kerk om hun preken te noteren. Dat was belangrijk. Ik weet nog goed dat professor Schilder -hij was in de vrijgemaakte kerken dé man- kwam preken. Dat was iets, hè? De kerk en alles wat daarbij hoorde speelde een belangrijke rol, ook voor mij. Toen al.

Ds. Bouma spaarde postzegels, net als ik. Ik zie me nog in zijn studeerkamer op de lepenlaan zitten: postzegels ruilen. Maar dat is natuurlijk niet zo’n geestelijke herinnering. In de prediking merkte je dat de Vrijmaking nog vers was. Het begrip “ware kerk” kwam sterk naar voren. Dat beleefde je als kind ook. Thuis hadden we geen theologische gesprekken, maar het werd wel allemaal met elkaar beleefd, heel existentieel”.

Gymnastiek

„Ik kan geen moment noemen dat ik tot geloof gekomen ben. Volgens mij heb ik altijd geloofd. Ik heb er nooit aan getwijfeld, maar ben door de jaren heen alleen maar enthousiaster geworden. Voor mij is heel belangrijk geweest wat God in mijn ouders gegeven heeft. In Deuteronomium 6 staat: „Prent het uw kinderen in”. Dat betekende bij ons thuis niet: je mag niet dit en je mag niet dat”. Ook Greet bleef vooral het beeld van een plezierige en probleemloze jeugd bij. „We zijn nooit tegen onze ouders ingegaan of recalcitrant geweest? Het was thuis fijn en goed. Alles werd aanvaard zoals het ging”.

Bert memoreert dat de oude typemachine van vader, in het dagelijks leven werkzaam op het kadaster, vaak op tafel stond. Dan werkte hij voor kerkelijke commissies, de diaconie, de christelijke gymnastiekvereniging die hij had opgericht of de christelijke bond voor overheidspersoneel, waarvan hij secretaris was. „Vader typte alle notulen en brieven uit en ik bracht die met mijn broers rond, soms wel vierhonderd. Daar kregen we 2 cent per stuk voor. We kenden heel Assen. Het je inzetten voor de ander zat vader in het bloed”.

Greet: „Dat heeft hij ook tot het laatst van zijn leven gedaan. Tot op hoge leeftijd was hij actief in de kerk. Vader heeft een sterk stempel op het gezin gezet. Moeder was huisvrouw, meer op de achtergrond”. Vorig jaar is vader Dorenbos na een ziekbed overleden. „Hij kwam uit het ziekenhuis thuis om aan te sterken, maar de Heere had een andere weg met hem voor. In die laatste weken hebben we veel voor hem gezorgd. Daar liet je alles voor liggen. Je moest er zijn, voor vader”.

Indrukwekkend

De herinnering aan het overlijden ontroert Bert. „We hebben dat met elkaar heel intens beleefd. In een van de laatste gesprekjes zei vader, voorzover hij nog spreken kon, dat hij kón sterven, omdat zijn kinderen allemaal in het voetspoor van de Heere waren gegaan en ook zijn kleinkinderen. Dat gaf hem rust. Hij zei ook: „Ga in dat spoor verder”. Ik vond dat heel indrukwekkend.

Vanmorgen las ik de twee brieven van Timótheüs. Daar kom je dat ook tegen; ik heb het nog opgeschreven. Het gaat om het eenvoudige Woord. Je hebt het van je moeder gehoord en blijft daar nu gewoon bij. En als er dwaalleraars komen? Niet mee bemoeien! Zo ging het bij ons. Vader kwam uit de Hervormde Kerk, is met moeder meegegaan. Bij de Vrijmaking ging het om de leer van de veronderstelde wedergeboorte. Vader zag dat dat niet kon. Het kón natuurlijk ook niet. Ik denk dat vader er zo sterk bij betrokken was omdat zijn eerste kind jong gestorven was. Hij is dicht bij het Woord gebleven, samen mt moeder.

Het is zo belangrijk het eenvoudige Woord vanaf de wieg aan je kinderen over te dragen. Het geloof is uit het horen: zeg het, ook als je niet precies weet hoe je het móet zeggen. Zég het je kinderen, want anders gaan ze kapot”. Greet: „Dat zei vader ook altijd: het geloof is uit de prediking. Zorg dat je erbij bent, dat je niks mist. Dat is-zo. Je kunt zelf uit de Bijbel lezen en er allerlei wijsgeren en boeken bij halen, maar vader vond de prediking toch het belangrijkste”.

De doenerigheid van vader werkte in het gezin door. „Dat hebben we allemaal een beetje overgenomen”, zegt Greet. „Bert heeft dat ondernemende en onrustige ook van hem: altijd bezig zijn. Tegenwoordig wordt je soms aangepraat dat het niet goed voor een gezin is als een vader nooit thuis is. Zo hebben wij dat niet ervaren. Moeder heeft er ook nooit over geklaagd. In het weekend was vader er. De zondag was echt de zondag. Dat houden wij nog altijd aan. Je ziet in ons gezin dat het zondag is”, zegt Greet, die met haar man en twee dochters tot de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) behoort.

Haar broer („Ik voel me een slachtoffer van de kerkelijke strijd”.) werd eind jaren zestig Nederlands gereformeerd. In verschillende woonplaatsen maakte hij het mee dat een groep die zich de voortzetting van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) noemde, op zondag apart bijeenkwam. „Wij waren ineens buiten verband, wat later Nederlands Gereformeerd werd. Het dogma van de ware kerk werd uitgewerkt in de kerkelijke strijd. Ik kon daar niet aan meedoen”.

Greet: „Ik heb me er wat van gedistantieerd. In de tijd dat dit speelde, woonde ik in Voorthuizen. De manier waarop de “buitenverbanders” het daar speelden, stond mij absoluut niet aan. Daar wilde ik niet bij horen. Daarom heb ik besloten te blijven wat ik was. In die tijd leerde ik ook mijn man kennen, die van huis uit synodaal was. Hij vond in de vrijgemaakte kerk terug hoe het vroeger in de Gereformeerde Kerken geweest was. We hebben daar niet lang over hoeven praten”.

Evangelisch

Zijn baan als directeur van de Evangelische Omroep deed Bert en zijn gezin halverwege de jaren zeventig naar Hilversum trekken. „We vonden dat je gewoon in je woonplaats naar de kerk moest gaan. Een Nederlands gereformeerde kerk was daar niet. We zijn toen naar de vrij evangelische kerk gegaan, waarmee we vanuit de EO veel contact hadden. Dat is zo gebleven. Pas een paar maanden geleden hebben we ons er officieel bij aangesloten.

Ik ben, om het met de woorden van ds. J. H. Velema te zeggen, evangelisch met een gereformeerd hart. Naarmate ik in de pro-life-beweging meer contacten met rooms-katholieken kreeg, ben ik steeds reformatorischer geworden. Met pater Koopman heb ik heel wat afgelopen. Van Delft naar Den Haag liepen we met z’n tweeën een Mars voor het Leven. Verder is Piet Derksen een goede vriend van me geweest, maar hij was natuurlijk zo rooms als het maar kon. We hebben samen heel wat afgebeden, maar hebben nooit om de balk die tussen ons in zat -het dogma- heen gepraat. Ik ben wel met hem meegeweest naar de mis. Als de bel voor de eucharistie ging sloeg Piet me op de knie, zo van: „Bert, wanneer bekeer je je nu eens?” Maar Bert bleef rustig zitten.

Door die contacten ben ik gaan zien wat het katholieke dogma inhoudt. Hoe erg het is, hoe vreselijk. Maria als middelares. Dat ontkennen ze, maar het Is wel zo. Daardoor ben ik dieper gaan ervaren hoe belangrijk de Reformatie is: Sola Fide, Sola Gratia, Sola Scriptura. Ik heb het niet over de dogma’s die wij er als gereformeerden van gemaakt hebben, maar: terug naar het Woord! Het is heel sterk voor mij gaan leven dat wij, dat ik het van de genade van de Heere Jezus moet verwachten, heel dicht bij Zijn Woord moet blijven en de gemeenschap moet zoeken”.

Israël

’ Contacten binnen de EO vormden de aanleiding voor een „ontdekkingsreis door het Woord van God”. Binnen het bestuur van de omroep werd veel over Israël gesproken. „We wisselden allerlei brochures uit. Op een geven moment ben ik de profetieën gaan lezen. Als je zegt dat de beloften ten aanzien van de komst van de Messias letterlijk vervuld zijn -kom daar niet aan!- en je leest in dezelfde lijn over wat er voor de wederkomst zal gebeuren, waarom zullen die beloften dan niet letterlijk vervuld worden? We zullen ons radicaal moeten bekeren van de theorie over het geestelijke Israël. Daardoor zijn we het zicht kwijtgeraakt op de eindtijd, op de oproep om waakzaam te zijn, de dag van de Heere te verwachten en de tekenen van de tijden te zien, in ons eigen land én in Israël”.

Greet: „Ik kan daarin niet zo met je meegaan, verdiep me er ook niet zo sterk in als jij. Ook hierin blijf ik maar in de lijn zoals ik ben opgevoed. Je moet oppassen dat je niet gaat zwerven. De basis die je opbouwt, leg je ook voor je kinderen”.

Aborteurs

Zowel Bert als Greet voelt zich maatschappelijke betrokken, hoewel zich dat op een verschillende wijze uit. Bert: „Het zit er bij mij gewoon in, toen ik economie studeerde al, maar ook toen ik bij een projectontwikkelingsbureau en later bij de EO werkte. Ik heb nooit een verschil in betrokkenheid gevoeld. Wel ben ik als een kind zo blij dat de Heere het zo geleid heeft dat ik steeds dichter kom bij waar m’n hart zit. Ik vind het een geweldig voorrecht daarmee als projectontwikkelaar, want zo voel ik me nog steeds, bezig te mogen zijn.

In de top van de Evangelische Omroep trok de hele wereld aan me voorbij. Nu ben ik al weer tien jaar heel anders bezig. Met Schreeuw om Leven zit ik dichter op het grondvlak: de confrontatie met aborteurs, hoeren en tollenaars. Daarover ben ik steeds enthousiaster gevvorden. Ik zie hoe belangrijk het is bij deze dingen betrokken te zijn: het Woord in praktijk, de waarheid en liefde van God op alle terreinen van het leven toepassen. Dan roep je anderen toe: „Doe het ook!” De nood is groot. Laten we opschieten, want de Heer komt spoedig”.

Evangeliseren

Greet herkent die gedrevenheid ten dele.

„Ik ben niet zo sterk met die dingen bezig als mijn broer. Op dit moment ben ik meer zakelijk actief Daar ben ik zo ingerold. Ik vind wel dat je er naast je werk altijd alert op moet blijven om te evangeliseren waar het mogelijk is. Mensen moeten aan je manier van doen en je stijl van leven kunnen zien dat je christen bent, maar ik heb daar niet, zoals Bert, mijn werk van gemaakt. Toch gebeurt het in mijn werk soms ook dat je iets méér kunt zeggen, dat je wat dieper kunt gaan”.

Bert zoekt het vooral in publieke acties, variërend van het plaatsen van kruisen op het Binnenhof en het bij de PTT terugbezorgen van 06-nummers uit telefoongidsen. Bij dergelijke acties vindt hij zijn zus zelden aan z’n zijde. Wel assisteerde ze ooit met haar jongste dochter in een stand op de Wegwijsbeurs en werkten zij en haar man mee aan een project voor de kinderen van Tsjernobil.

Greet: „Bert zou wel graag willen dat ik voor hem ga werken. Zo ver is het nog niet, maar het is heel belangrijk werk wat hij doet. Dat weet ik zeker”.

De wijze waarop uw broer actievoert, stuit binnen christelijk Nederland nogal eens op kritiek. Wanneer denkt ü: Bert, nu sla je door!

Greet: „Ik heb geen enkele moeite met zijn manier van actievoeren. Bert slaat niet door. Dat is de behoudende, reformatorische gedachte: je moet het op een nette manier doen. Bert dóet het netjes, maar als je je stem laat horen en je wilt dat het in de krant komt, moet het natuurlijk opvallen. Als je het binnenskamers doet merkt niemand het op. Het is gemakkelijk kritiek te geven, maar dan vraag ik: Wat doe jij? Hoe val jij op, kunnen mensen aan jóu zien hoe je erover denkt? Als je geen alternatief hebt, moet je voorzichtig zijn met kritiek”.

Barricades

Bert: „Gré zou heel geschikt zijn voor ons werk. Ze is ook ontzettend goed met Tupperware. Dat is een moeilijke klus, hoor! Ze zou zo het hele land bij elkaar kunnen roepen voor Schreeuw om Leven. Absoluut. Daar zijn we hard aan toe: ledenwerving. We moeten de mensen niet langer de kans geven ervoor weg te lopen. Greet zou daar, met haar talenten en gedrevenheid, goed in passen”.

Greet: „Misschien komt het nog eens als ik m’n handen wat meer vrij heb. Ik zie best dat het belangrijk is wat meer de barricaden op te gaan. Dat wil Bert. Maar waar blijven de mensen? Je krijgt hen niet in beweging”.

Bert: „Er is wel van alles aan de gang. Het is een zegen te mogen leven in een land waarin nog zo vélen in de vreze des Heeren willen leven, maar er staan geen geestelijke leiders op”.

U wilt iedereen op de barricades hebbenmaar er zijn ook mensen die gevangenen bezoeken, zieken helpen en stervenden bgeleiden. Het leven is toch meer dan activoeren?

„Natuurlijk. Ik heb het niet over de mensen die iets doen. Nederland bestaat nog bij de gratie van biddende mensen, de kleinen in den lande. De Heere zei tegen Elia: „Ik heb nog zevenduizend overgelaten”. Maar laten we wel wezen: wie maakt zich in Nederland nog druk om euthanasie en abortus?”

Greet: „Een heel kleine groep”.

Jongste dag

Bert: „Neem de Evangelische Omroep. Na het uitzenden van de documentaire over abortus zouden ze een gigantische beweging op gang kunnen brengen die het hele land door gaat, op weg naar de verkiezingen van volgend jaar. Dat gebeurt niet. De Gereformeerde Bond maakt zich druk over Samen op Weg, samen de afgrond in is het natuurlijk, maar er gaan vandaag honderd vrouwen naar een abortuskliniek en er worden vanmorgen tientallen mensen doodgespoten. Dat zeg ik niet, dat zegt een regeringsrapport.

Er klinkt geen massale oproep van de kerkelijke leiders om te volharden en te ‘strijden. Waar zijn de Jongelingen en de Francis Schaefifers vOan deze tijd? Ze zijn er misschien wel, maar ze staan niet op”.

Greet: „Er is zo veel nood in de wereld. Het beangstigt me wel eens. Waar gaat het naartoe? Natuurlijk, naar het laatste oordeel, de jongste dag. Dat weten we allemaal. Maar wat moet er voor die tijd nog gebeuren? Bert heeft het over de aardse geestelijke leiders, maar de grootste geestelijke leider is in de hemel. Dat is God. Daarom houd je hoop. Er zal altijd wel weer iemand opstaan om de mensen wakker te maken door Zijn Geest. De duivel zal niet overwinnen”.

Volgende week deel 8 in deze serie: Kandidaat J. A. van den Berg en predikantsvrouw Pieters-van den Berg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De invloed van een oude typemachine

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken