Bekijk het origineel

Internet-actie voor straatboy Engelber

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Internet-actie voor straatboy Engelber

Hoge Commissaris voor de Rechten van het Kind zou geen overbodige luxe zijn

6 minuten leestijd

APELDOORN - Van de nmn honderd miljoen straatkinderen op de wereld bevinden zich er veertig nüyoen in Latijns-Amerika. Om te overieven werken ze in erbarmelijke omstandeden. Sommen zijn nauwelijks ouder dan een zueBng, anderen zyn veteranen in hun generatie van zestien.

Ze oogsten koffiebonen, bananen; ze verkopen bloemen, handenarbeid en etenswaar. Dat is dan in het gunstige geval. In het slechtste geval raken ze verzeild in een circuit van maffia, drugs en dakloosheid.

Over het verschijnsel kinderarbeid is de afgelopen jaren het nodige te doen geweest. Een veelgehoorde mening is dat er niets op tegen is dat kinderen een handje meehelpen. In arme landen is hun inzet vaak nodig om het gezinsinkomen wat op te laikken. De Guatemalteekse econoom Lucy MartmezMont zei in dit verband in de Wall Street Journal dat een importverbod op door kinderhanden gemaakte producten duizenden banen naar de knoppen helpt. Ze voorspelde dat bedrijven dan onherroepelijk de derdewereldlanden zullen verlaten, precies de landen die hun best doen om saneringen door te voeren en schulden af te lossen.

Het gaat in de discussie juist om de excessen van kinderarbeid. Onder welke condities werken kinderen? Zo zijn de Guatemalteekjes die koffiebonen plukken voor Starbucks Coffee in Seattle, blootgesteld aan pesticiden, onvoldoende water en slechte behuizing. Gekker wordt het, als je bedenkt dat de kop koffie die een Amerikaan op een terras nuttigt, anderhalve dollar kost, ongeveer het dagloon van een hele Guatemalteekse familie in de koffiepluk.

Lichtpuntjes

Door het werk hebben onderen geen tijd om naar school te gaan. Dat heeft op de lange termijn tot gevolg dat het einde,van hun carrière al in zicht is: geen vaardigheden en goede opleiding betekenen feitelijk het einde van een carrière. Vandaar dat een gedegen schohng ook zo belangrijk wordt geacht.

In Midden-Amerika zijn er lichtpuntjes te ontdekken op het gebied van kinderarbeid. Zo heeft Costa Rica recent de arbeidswet veranderd. De 150.000 kinderen tussen de 12 en 17 die in dit land werken, worden nu beter beschermd. Er staat bijvoorbeeld in die wet dat kinderen hun opleiding mogen afmaken en dat ze geen werk mogen doen in ongezonde en gevaarlijke condities.

Maar Costa Rica is een parel in Cen traal-Amerika en daarbij is een wet een papieren tijger als ze niet wordt nageleefd. Naar schatting leven in de buurlanden van Costa Rica grote delen van de bevolking beneden de armoedegrens, 50 procent in El Salvador, 68 procent in Honduras en 71 procent in Guatemala. Juist in deze milieus worden kinderen eropuit gestuurd om te bedelen of spullen te verkopen.

Deze landen, waar de ergste problemen als burgeroorlog voorbij zijn, kampen met de naweeën ervan. Een ervan is, dat ze in de vergetelheid raken, terwijl steun voor structurele hervormingsprogramma’s eerder wenselijk is. Daardoor kon in Honduras veel blijven bestaan wat niet door de beugel kan, aldus een organisatie die met kinderen werkt. Jonge criminelen werden bijvoorbeeld opgesloten met geharde mis dadigers van de leeftijd van hun (groot) ouders. In de cellen ontstonden situaties waarbij kinderen werden gemarteld door oudere medegevangenen. Nadat een juriste dergelijke wantoestanden ontdekte en wereldkundig maakte, werd de regering op de vingers getikt wegens het toelaten van schending van kinderrechten. Overeenkomstig de strekking van artikel 122 van de Hondurese grondwet zou Tegucigalpa beter moeten weten. De internationale druk resulteerde erin dat er in Honduras detentiecentra voor jongeren zijn gekomen.

Het is niet alleen kommer en kwel in Midden-Amerika, aldus Bruce Harris van Casa Alianza, een organisatie die straatkinderen opvangt in enkele Centraal-Amerikaanse landen. „In het algemeen genomen ontbreekt er zo iemand als een Hoge Commissaris voor de Rechten van het Kind”. Het merendeel van de Midden-Amerikaanse landen is wel lid van de VN en heeft de conventie voor de rechten van het kind geratifieerd, maar wie oefent er controle uit, vraagt Harris zich af.

Hij is niet de enige die zijn verontrusting uitspreekt. In 2025, zo meldden statistici, zal 20 procent van de kinderen in stedelijke gebieden wonen. Dat betekent vier op de tien kinderen. „Wordt het geen tijd dat we ons over deze ontwikkeling zorgen maken?”

Internet

Harris boekte vooralsnog op een kleinschalig niveau succes in de strijd tegen misbruik van kinderen. Zo zijn er de afgelopen week honderden e-mailboodschappen bij de Guatemalteekse president Alvaro Arzü binnengekomen. Alle meldingen dringen er bij Arzü op aan dat hij een onderzoek instelt naar de verschrikkelijke schietpartij rond twee straatkinderen door particuliere agenten. „Casa Alianza heeft Alvaro Arzü het doelwit gemaakt van een Internet-aanval”, aldus Harris.

Het gaat allemaal om een straatjongen met de naam Engelber. Hij stond te bedelen voor een pizzeria in Guatemala-stad toen een bewaker van het restaurant hem te verstaan gaf dat hij moest ophoepelen.’Maar de honger had Engelber zodanig in de greep, dat hij weigerde. Engelber bleef zijn hand ophouden om een pizza van de aan overgewicht lijdende klanten te bemachtigen. Een agent werd de knaap zo beu, dat hij Engelber in zijn rechterarm schoot. Daarmee schoot de man ook rechtstreeks in het hart van Casa Alianza, dat meteen de noodklok luidde over Engelber.

Het nieuwe, onconventionele wapen van Casa Alianza heet dus Internet. Casa Alianza creëerde een zogenaamde Rapid Response List op haar homepage. Enkele uren na de boodschap hadden al 5000 mensen op diverse continenten gereageerd en bij staatshoofd Arzü aangedrongen op een onderzoek.

„De autoriteiten gingen de mailings lezen en begrepen dat een slecht imago in het buitenland consequenties zal hebben voor Guatemala als ze niet op de beschuldigingen ingaan”, verklaart een tevreden Harris. „Ze hebben dus ogenblikkelijk een onderzoek ingesteld”.

Casa Alianza heeft het achterliggende jaar vruchtbaar gewerkt met Internet, vertelt Harris. Zo werd er eerder dit jaar aan de bel getrokken via Internet na moord op drie kinderen in het Hondurese San Pedro Sula. „Functionarissen kwamen bij ons vragen wat er aan de hand was”, weet Gustavo Escoto, de juridisch coördinator van Casa AWanza in Honduras. „Zonder internationale druk zouden ze deze kwestie nimmer hebben onderzocht”.

Bij elkaar lopen er in Honduras en Guatemala vierhonderd aanklachten tegen mensen die straatkinderen hebben mishandeld. Zeven ervan liggen op de tafel van de Inter-Amerikaanse Commissie van Mensenrechten. De aanklacht luidt: marteling van en moord op kinderen.

Harris heeft dan nog geen Hoge Commissaris voor de Rechten van het Kind, maar wel een mechanisme als Internet. „Als we het geïnstitutionaliseerde geweld tegen kinderen kunnen tegengaan, is elk middel geoorloofd. Dat moet ook wel. Want als we niet inventief genoeg zijn om de wereld ervan te overtuigen dat moord op kinderen moet stoppen, dan rest er slechts één oplossing en dat is: meer begraafplaatsen aanleggen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Internet-actie voor straatboy Engelber

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken