Bekijk het origineel

Leren nadenken over je toekomst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Leren nadenken over je toekomst

Daan zette zich twee jaar in voor studentenvereniging Siberië

12 minuten leestijd

Daan Bijl (26) is weer neergestreken aan de BeatrixJaan in Putten. De afgelopen twee jaar woonde hij in Omsk, in het beruchte Siberië. In deze stad wonen maar liefst 1,3 miljoen mensen. Hij studeerde er Russisch, en stond de plaatselijke christelijke studentenvereniging, de CCCX,. met visie en advies bij.

De studentenvereniging waar Daan op bezoek was, ontstond na de afbraak van het communisme. Daarvoor was het voor studenten verboden om met elkaar de Bijbel te lezen of er ook maar over na te denken. Daan: „Er moeten in zo’ n jonge studentenvejreniging veel wielen worden uitgevonden. Advies en visie vanuit gevestigde Nederlandse christelijke studentengroepen, zoals waar ik uitkom, kan de Rijssen helpen. Aan de andere kant heb ik ook veel van de Rijssen kunnen leren”.

Ervaring en initiatief

„Ik hoorde van een Engelse stafmedewerker van IFES, de International Fellowship of Evangelical Students, waar ook mijn studentenvereniging in Enschede bij was aangesloten, van de mogelijkheid om naar Siberië te gaan. Het idee hield me bezig. Ik was bezig met het afronden van mijn studie elektrotechniek.

Op mijn studentenvereniging, de Reformatorische Studentenkring (RSK), had ik geleerd zelfstandig de Bijbel te lezen en te bidden. Ik was actief geweest in mijn vereniging, onder andere met het organiseren van bijbelstudiekampen en -conferenties. Een aantal jaren was ik bijbelkringleider. De tijd dat ik zelf zo’n kring bezocht, is erg belangrijk geweest voor mij. Ik kon dus het belang ervan inzien. Er werden stevige gesprekken met me gevoerd. Daarna mocht ik namens IFES gaan”.

Voorbereidingen en afwegingen

„Toen ik me over Siberië beraadde, had ik de keuze tussen een mooie aio-plek aan de Universiteit van Twente en de onzekerheid van studentenwerk in Siberië. Mijn vader was, geloof ik, niet zo gelukkig met mijn idee om naar Siberië te gaan. Hij had het aardig gevonden als ik ergens een fatsoenlijke baan kreeg. Evengoed heeft hij me deze twee jaren met gebed en ook financieel ondersteund”. Daan grijnst breed: „Misschien typeert het mij dat ik niet meer zo goed weet wat mijn ouders van mijn keuze vonden.

Mijn voorbereidingen verliepen nogal chaotisch. Ik wist niet eens of ik was geslaagd voor mijn opleiding. Toen ik wegging, moest ik de laatste beoordelingen nog krijgen”. Weer een grijns, nu wat verlegen. „Ze waren het al een beetje gewend, dat ik rare dingen deed. Als twaalfjarige reisde ik zonder moeite alleen met mijn OV-kaart naar Rotterdam Centraal Station en ontdekte van daaruit per trein heel Nederland. Op m’ n zestiende ging ik alleen op vakantie naar Frankrijk.

Siberië... ik vond het idee wel aardig, maar wist absoluut niet waar ik heenging. Ik haalde uit de bibliotheek boekjes over het land. Ik wist dat er nog een Nederlander in Siberië zat, en dat er weinig mensen waren die er naartoe wilden om de christelijke studentenverenigingen te helpen. Ik ben ervan overtuigd dat de leiders, die zich in die verenigingen ontwikkelen, voor de toekomst van de kerk en de staat Rusland enorm belangrijk zijn. En dat zelfs het kleine beetje dat ik wist, hen zou kunnen helpen”.

Maffia

„Toen ik net was aangekomen met mijn Duitse teamlid, die met hetzelfde doel als ik naar Omsk was gegaan, besloot ik met hem in een studentenhuis te gaan wonen. Binnen twee maanden kregen we bezoek van een Russisch-Duitse tolk. Hoewel wij die niet besteld hadden, wilde ze wel geld van ons zien. Zo niet, dan wilden we misschien wel met haar ‘vrienden’ op de gang praten...

We hebben het toen wel even benauwd gehad. Met spoed hebben we een ander appartement gezocht en daar onze intrek genomen. Sindsdien zijn we niet meer lastiggevallen. Met de steun van de diaconie van de hervormde gemeente in Putten is dat andere appartement gefinancierd”.

Niet alleen studeren

De ideeën die jonge mensen iii hun studietijd meekrijgen, bepalen vaak de koers van hun latere leven. „Je studietijd geeft gelegenheden om na te denken over je leven, en het doel ervan. De Rus verschilt daarin niet van de Nederlander”. Volgens Daan Bijl is het belangrijk dat in die tijd de christelijke levensovertuiging als een optie wordt aangeboden. „Ik schrik ervan als ik ontdek dat sommige mensen niet goed over hun leven hebben nagedacht.

Laatst las ik in het jaarboek van Intermediair een interview met ene Yda Wiechers. Een vrouw die een prachtbaan heeft en al heel wat van de wereld heeft gezien. Ze vroegen haar: „Wat is je beeld van de hemel?” Zegt ze: „Met een catamaran op een drijver”. En op de vraag: „Als iemand je zou zeggen dat morgen de wereld vergaat, wat zou je vandaag doen?”, antwoordt ze: „Er vandoor gaan met een paar vrienden”. De verbijstering is van Daans gezicht te lezen.

„Hier, de vraag: „Wat is je levensdoel?”: „Intens leven en intens genieten”. Hij legt het jaarboek neer. „Ik vraag me dan af: wat is intens?” Hij pakt het boek weer op en tuurt door de tekst. „Deze vraag: „Wat is je grootste kick?’. Ze zegt: „Volstrekt onverwacht in bizarre situaties belanden”. Ik verbaas me daarover. Als ze niet over de dood heeft nagedacht, zal dat laatste zeker gebeuren. Het laat me sprakeloos, dat professionele, gestudeerde en succesvolle mensen niet eens goed hun eigen leven hebben beschouwd.

Veel studenten weten niet waarom ze studeren, of waarom ze leven. Veel jongeren gaan studeren omdat ze later veel geld gaan verdienen. Meer is er niet. In Rusland was het vroeger zo dat je studeerde en vervolgens een baan kreeg toegewezen. Nu studeer je en heb je een grote kans daarna werkloos te worden. De vanzelfsprekendheden verdwijnen”.

Siberische aanpak

„Ik heb de inslag om alles te willen organiseren. In het begin, toen ik net in Siberië was, wilde ik het zelf doen, maar dat ging niet. Ik sprak nog geen Russisch. Later, toen ik wel Russisch sprak, had dat wel gekund, maar wist ik intussen beter. De nadruk ligt in het Westen op zelf doen: zelf dingen gaan organiseren, zelf mensen bezighouden. Maar de aanpak van de studentenwerkers in Siberië is van het begin af aan anders geweest.

Ik had in mijn eigen vereniging veel ervaring met organisatie, maar de waarde daarvan bleek beperkt. Ik was niet in Siberië om het voor de Rijssen op te knappen, maar om hun te leren organiseren en hen te motiveren. Dat vraagt om andere vaardigheden. Ik denk dat ze wel wat aan me hebben gehad. Ook omdat ik als refo-jongetje al een leven in de kerk heb gezeten, en er daarnaast heel wat persoonlijke bijbelstudie op heb zitten. Dan heb je zeker gaven waarmee je anderen verder kunt brengen.

Een van mijn activiteiten was het houden van een-op-eenbijbelstudies met een aantal studenten. Onze vereniging in Omsk bestond uit ongeveer dertig studenten. Twee van hen hadden een christelijke achtergrond. De rest was tijdens de studie tot geloof gekomen. Deze studenten zijn voor mij tot voorbeeld geweest in hun enthousiasme en hun openheid. De manier waarop ze over Christus spraken... Dat was ik niet zo gewend in Nederland. Ten minste, niet in mijn kerk. Ik wil daarmee niet zeggen dat alle Rijssen zo waren, maar ik heb het daar wel meer meegemaakt”.

Kerst

„De studentenvereniging werd geleid door een bestuurtje, een “Sowjet”. Mijn taak kwam neer op het vragen stellen aan’ deze leiders. Ze kwamen bijvoorbeeld niet op het idee om met Kerst iets te organiseren. Dus stelde ik de vraag: „Wat zullen we gaan doen met Kerst?” Dan kwamen er allerlei creatieve ideeën. Wat ze moesten leren was dat Kerst een aanleiding kan zijn om iets te gaan doen. Ze moesten op het idee worden gebracht: Daar kunnen we iets mee.

Vervolgens bleek men reuze creatief in het verzinnen van dingen. Ik stelde dan weer de vragen, die hen verder deed denken dan het komen met ideeën. Ze zou den bijvoorbeeld een picknick organiseren, een lezing houden. Alles over vier maanden. Maar als je er geen vragen over stelde, was het twee weken voordat het zover zou zijn nog steeds een goed idee en was er verder niets gebeurd”.

Via zendingsorganisatie

„Ik vind het lekker om te stressen, onder druk hard te werken. In Siberië kon dat niet. Ik moest mezelf bezighouden. Er is niemand die je aan het werk zet. Dat geldt denk ik in het algemeen voor zending. Je kunt gemakkelijk gaan zitten en niets doen. Daarom is het zo goed dat je contact houdt met mensen van een zendingsorganisatie, zodat je iemand verantwoording schuldig bent en andere mensen medeverantwoordelijk zijn voor jou.

Het is goed dat er mensen zijn die een vinger aan de pols houden en jou vragen stellen. Ik heb dat enorm gemist, omdat ik niet direct vanuit mijn kerk werd uitgezonden of via de Gereformeerde Zendingsbond. Ik had er geen idee van hoe dat zat. Ik heb nog steeds niet het idee dat ik zendeling ben geweest. Mijn plaats in Omsk wordt nu overgenomen door een christelijk gereformeerde student van mijn Enschedese studentenvereniging. Zijn zendingsbureau wil hem graag ondersteunen en heeft ook al een kerk voor hem gevonden, die hem wil ‘adopteren’. Ik ben er blij om dat hij die support krijgt. Nog voordat hij vertrekt is zijn financiering rond en hoeft hij zich dus over geld geen zorgen meer te maken. Die steun vanuit een kerk heb je echt nodig. Een studievriend uit Enschede zorgde voor de lay-out en verspreiding van mijn nieuwsbrief onder mijn supporters. Ik had e-mail, fax, telefoon en natuurlijk een postbus. Het is bemoedigend te merken dat men je niet vergeet als je bent vertrokken. Mijn vriendenkring was vrij uitgebreid. Ik merk dat ze de afgelopen jaar niet veel kleiner is geworden. Ik denk dat ik zelf te weinig van me heb laten horen, vooral het laatste jaar”.

Dagelijks Siberisch leven

„Ik viel op in Omsk. Ik ben 1,93 m lang en dat past niet in een Russische stadsbus. Ik moest altijd in de ruimte onder het noodluik staan. De trolleybus was ook erg laag, en als ik mijn Russische bontmuts op had te laag. Het was altijd te druk om te fitten.

In die twee jaar dat ik er zat, is er veel veranderd in Omsk. Twee jaar geleden kostte mijn maandkaart voor de bus nog zo’n vijf gulden. Het is opgelopen naar vijftien gulden. Die prijsstijgingen gelden ook voor brood, telefoon en porto. De gemiddelde Rus verdient .zo’n 300 gulden per maand. Ze kunnen moeilijk rondkomen en hebben moeite met het marktdenken.

In het begin was ik uren bezig met boodschappen doen. Ik wist niet waar’ik wat halen moest, wat het precies was, en wanneer het er weer was. Af en toe komen er treinladingen met Duo-Penotti binnen, en dan waren de markten er weer van vergeven, tot het op was. Een continue aanvoer kennen ze er niet zo, al begint dat te komen. Bij de slager kun je geen biefstukje kopen, zoals in Nederland. Ze hebben gewoon een stuk beest en daar hakken ze ter plekke een stuk vanaf. De hompen vlees worden op de toonbank gesmeten.

In mijn tweede jaar was er opeens een geldautomaat, een fastfoodrestaurant en een supermarkt. Vooral aardig voor de nieuwe Rijssen die bulken in het geld. Intussen hebben Coca-Cola-koelkasten een plaatsje veroverd naast de kiosken en de kraampjes op de markt. Wanneer de kraampjes vertrekken, blijven de koelkasten gewoon staan. Verbazingwekkend. Pepsi en Cola bestormen de Russische markt. Ondanks de magere lonen groeit het aanbod, maar het is voor de meesten veel te duur. Ze kunnen er alleen maar naar kijken. De lucht in de stad was vervuild door een olieraffinaderij. Het klimaat was door de kou minder vochtig. Het waaide niet veel en ‘s zomers is het warm in Siberië. De temperaturen variëren van min veertig graden in de winter tot plus veertig graden in de zomer”.

Kater

„Volgens zendingsrapporten zouden er enorm veel mensen in Rusland bekeerd zijn. Wanneer je kijkt wat er van die massa’s in de kerken zit, moet je de conclusie trekken dat er een hoop niet is beklijfd. Daar zijn verklaringen voor.

Toen het communisme viel, dachten de Rijssen niet: „Nu mag ik zelf wat gaan denken”. Het communisme had de mensen al zo lang verteld wat ze moesten denken, dat ze nu naar anderen gingen luisteren. Het werden onder andere de christenen die de mensen vertelden wat ze moesten gaan denken. Net na de val van het communisme was er een enorme interesse in wat het christendom was, want vroeger was het er nooit. Intussen is er veel scepsis, afstand, ontstaan. De Rijssen worstelen nu met de kater van geen werk en geen salaris hebben. De levensverwachting van een man in Rusland is 53 jaar. Er is een sterfteoverschot.

Geloof maakt nu ook deel uit van de algemene desillusie. Sommige kerken leggen te veel nadruk op genezingen, en dat het allemaal wel goed zal komen. Rusland is een omgeving die zich leent voor een ‘stilmaar-wacht-maar-alles-komt-goed’-evangelie. Dat is niet eerlijk naar de Rijssen toe. Het is een deel van het christendom, en het hoort erbij, maar het moet wel in het perspectief blijven staan van waar het christendom echt om gaat. Christus staat centraal, en niet ik, ook niet mijn welzijn. De Russische baptisten hebben dat beter begrepen. Zij neigen echter veel naar- het ons ook bekende: „We hebben het hier allemaal slecht op aarde, het zal straks pas beter zijn”.

Het grote gebrek was visie: waar zijn we mee bezig en waar doen we het voor? Mijn taak was om te blijven uitleggen: „Dit is studentenwerk, dat is daar- en daarom belangrijk, en als we nou willen dat onze universiteit en onze stad meer gelovigen zal krijgen, wat hebben we dan nodig?” Leiders moeten weten waaraan ze bou

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Leren nadenken over je toekomst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken