Bekijk het origineel

In de ruimte van de wereldkerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In de ruimte van de wereldkerk

Prof. Verkuyl: „Het Westen speelt in de zending alleen een bijrol”

6 minuten leestijd

LOENEN A/D VECHT - „Als je in mijn hart kijkt, ben ik nog altijd een zendingsman. Dat is de laatste jaren alleen nc maar vermeerderd. Ik zou niet kunnen ademen zonder in de ruimte van de wereldkerk te zijn”.

Dat zegt prof. dr. J. Verkuyl (89), die deze week 65 jaar predikant is binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland. De oud-zendingshoogleraar aan de Vrije Universiteit ziet de zendingskaart inmiddels flink veranderd. „De zending is wereldzending geworden en daar speelt het Westen nu maar een kleine rol in, zelfs nauwelijks nog die van assistentie”.

Het is ondoenlijk om in enkele zinnen het veelbewogen leven van Jo Verkuyl te schetsen: een opeenhoping van zendingsfuncties, meer dan zestig boeken, 23 jaar verblijf in Indonesië en tot op de dag vandaag regelmatig nog in correspondentie met tal van mensen over de gehele wereld. Volgende week ontvangt hij de voorzitter van de Javaanse kerken. Zijn kamer hangt vol schilderijen van vrienden uit Indonesië en China. Naar de kerk gaan kan hij niet meer. „Maar dat hoef ik niet. Ik volg via de televisie nu kerkdiensten jover de hele wereld”.

Vanaf de jeugd

Rode draad in Verkuyls leven is de belangstelling voor de zending. „Dat heb ik vanaf mijn jeugdjaren gehad. Het werd erg gevoed door mijn moe.’der. Ik was altijd een leeswolf, tot op de ; huidige dag. Mijn moeder gaf mij eens ;een boek over Von Zinzendorf en het ’’Visoen van Hermhut”. Dat heeft mij geweldig geboeid en mijn jeugd bezield”.

Tijdens zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit kwam hij in aanraking met de bekende zendingsman J. H. Bavinck. Later werd de hervormde zendingstheoloog Hendrik Kraemer zijn grote voorbeeld. „Door hem werd ik het meest beïnvloed omdat hij zo breed oecumenisch dacht en tegelijk ook veel interesse had voor wat er in Azië gebeurde”.

De tegenstelling tussen dialoog en zending heeft Verkuyl nooit begrepen. „Zending kan niet zonder dialoog. Echte zending i’s dialoog. Degenen die daarover twisten weten niets van de praktijk van de zending”, zo luidt het kortaf. Ook met de tegenstelling tussen evangelischen en oecumenischen kan hij onmogelijk uit de voeten. Hij voelt zich in dit opzicht verwant met zijn goede vriend Lesslie Newbigin, die ook gepoogd heeft beide richtingen te verbinden.

Dat typeert Verkuyl: iemand die getuigend wil bezig zijn van de enige Naam, maar evenzeer de dialoog zoekt en de aantasting van ongerechtigheid en racisme aan de kaak heeft gesteld. Prof. Verkuyl staat daarom kritisch tegenover de massale evangelisatiecampagnes è Ia Graham (die alleen gericht zijn op de ziel), maar heeft ook zijn vragen bij de Wereldraad van Kerken. Hij was aanwezig bij de oprichting ervan in 1948, maar moet zeggen dat „het elan er nu uit is”. Dat was anders in de tijd van Visser ‘t Hooft. „Er waait een antimissionaire geest door de wereld. Ik hoop dat het vuur weer wat aanwakkert. Daarom is juist het contact tussen evangelischen en oecumenischen hard nodig”.

In de oecumene der godsdiensten gelooft hij helemaal niet, vooral vanwege de daarin bestreden uniciteit van Christus. „Dit soort oecumene heeft nooit bestaan en is eigenlijk alleen maar een gedachtenspinsel van theologen. Maar het leren omgaan met andersgelovigen behoort tot het abc van de huidige wereldgemeenschap. Daarin moeten we staan als committed (betrokken, VdZ) christenen, om met Newbigin te spreken”.

Westen bijrol

Van één ding is Verkuyl overtuigd: de westerse zending speelt wereldwijd geen rol meer, of hoogstens een heel kleine rol. De zending heeft verschillende fasen doorgemaakt: die van het pionieren, de pedagogische fase, de me deverantwoordelijkheid van de zendingskerken en de huidige fase, waarin de zendingsgebieden de hoofdrol spelen en het Westen slechts „een heel kleine bijrol”.

Dat betekent niet dat Verkuyl er blij mee is dat mensen uit de derde wereld het Westen eens komen vertellen hoe zij het Evangelie moeten geloven. „Zending in het Westen, in een totaal andere context, kan alleen door de mensen zelf gedaan worden. Dat geldt ook voor China. Wij moeten in het Westen vooral meebidden en meeleven met de christenen daar. Maar voor het eigenlijke werk hebben de miljoenen Chinezen overzee hier vooral een taak te vervullen. Toen ik in Jakarta woonde, heb ik part noch deel gehad aan de opbouw van de Javaanse kerken. Onze hulp was niet nodig, was er hoogstens een van aanvullen. Dat is altijd zo gebleven”.

Ervaring wereldwijd

Prof. Verkuyl lacht als hij gevraagd wordt naar zijn plaats binnen de Gereformeerde Kerken. Het lijkt hem allemaal te kleinschalig. „Mijn ervaring is zo wereldwijd dat ik inmiddels aandacht heb gekregen voor alle denominaties en andere geloofstradities zoals de luthersen en oosters-orthodoxen. Alles is het uwe, maar gij zijt van Christus”.

Hij schreef in 1992 het boek “De kern van het christelijk geloof’, een uitwerking en eigentijdse weergave van het boekje “Credo”, „dat ik als jong mannetje schreef’. Het werd in de jaren negentig gezien als tegenhanger van de gelijktijdig verschijnende bestseller “Het algemeen betwijfeld christelijk geloof’ van VU-collega Kuitert. Verkuyl heeft zich gedistantieerd van Kuitert, wiens invloed volgens hem erg op zijn retour is. Met prof. Den Heyer is hij het totaal oneens. „Ik ben blij dat prof. Vroom op de VU uitstekend tegenspel levert”.

Prof. Verkuyl heeft er geen geheim van gemaakt dat hij ruim denkt over de verzoening. Een keuze voor de alverzoening? Lachend: „Ik neig hoe langer hoe meer naar de algemene verzoening, maar maak daar geen doctrine van. Ik kijk tegen mensen aan als degenen voor wie Christus gestorven is. Het Evangelie van der verzoening is heel diep in mijn hart doorgedrongen. Maar het is wel het Evangelie van de unieke Christus”.

En het oordeel dan, vanwege het ongeloof in Christus?

„Hoe zouden mensen geloven zonder dat hun gepredikt is? Maar ook voor degenen die in hun ongeloof sterven nadat ze de boodschap gehoord hebben, zeg ik: Het oordeel is aan God. Je moet je steeds afvragen: Hoe komt het dat mensen Christus verwerpen, welke invloeden hebben ze ondergaan, welke beleving doorgemaakt? Kraemer dacht ook sterk vanuit het Evangelie der verzoening, maar dat bracht hem tot een geweldige passie om de zendingsdrang nieuw leven in te blazen. Het een sluit het ander niet uit”.

Zending is wereldwijd gaande, zegu, maar Nederland wordt steeds meer zendingsveld. Bent u nog hoopvol gestemd voor eigen land?

„Ik blijf optimistisch. We moeten ons niet alleen richten op de traditionele kerken, maar ook gevoeligheid krijgen voor andere tradities en etnische groeperingen. Amsterdam loopt leeg, maar de kerken in de Bijlmer groeien.

Er moet veel meer aandacht komen voor buitenwesterse tradities. Onze rol als traditionele kerken lijkt uitgespeeld. Maar toch zie ik voortdurend bij jongeren een grote betrokkenheid. Ik kom die de laatste tijd steeds weer tegen. De taak van de wereldzending is nog zeer onvoltooid. De taak is nu om samen met de andere kerken en tradities in alles zes continenten deel te nemen aan de voltooiing van de kerk”. .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

In de ruimte van de wereldkerk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken