Bekijk het origineel

Een oud stadhuis achter een nieuw gezicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een oud stadhuis achter een nieuw gezicht

Johannes van Westenhout voorzag Briels raadhuis van indrukwekkender gevel

5 minuten leestijd

De eerste rijksbouwmeester kwam uit Den Briel en was de zoon van een fabriek. Die twee zaken worden duidelijk tijdens een wandeling in Historisch Museum Den Briel langs leven en werk van de Brielse architect Johannes van Westenhout (1754-1823), over wie momenteel een expositie in het museum is ingericht.

Van Westenhouts vader, David, was in 1771 als timmerman nauw betrokken bij de verbouwing van de Noordsluis. Johannes leerde in die tijd het vak van zijn vader. David werd in 1774 „stadsfabryck”, een soort directeur gemeentewerken. Hij kon zijn oude ambacht blijkbaar echter moeilijk loslaten, want een paar maanden later werd hij vermaand zijn nering op te geven om belangenverstrengeling te voorkomen. De eerste opdracht die zijn zoon

Johannes kreeg, was in 1775 het maken van een plattegrond voor de Sint-Catharijnekerk, waarbij hij alle graven moest intekenen ten behoeve van het grafregister. Vervolgens ontwierp hij in 1777 een preekstoel en doophek voor dit bedehuis. Hij toonde zich een zoon van zijn tijd: zijn ontwerpen waren, eenvoudig en rechtlijnig, overeenkomst de Lodewijk XlV-stijl, die heel anders was dan de krullen en tierelantijnen van het rococotijdperk. Dezelfde stijl hanteerde de jonge Van Westenhout in de jaren 1780-1785 in het interieur van de hervormde kerk te Rockanje.

Johannes was in 1777 bouwopzichter geworden bij F. L. Gunckel, die een nieuwe vleugel voor het stadhouderlijk hof in Den Haag moest ontwerpen. Later vond de Tweede Kamer in deze vleugel vele tientallen jaren onderdak. Gunckel beïnvloedde Van Westenhout met zijn voorliefde voor Franse architec tuur. Samen ontwierpen ze in 1785 een nieuw bibliotheek- en universiteitsgebouw voor Leiden.

Nieuw gezicht

In zijn eigen woonplaats zijn tot op de dag van vandaag de sporen te zien die Johannes van Westenhout er naliet. Aan de Markt, het bescheiden plein in hartje Den Briel, stond een stadhuis met een renaissancegevel. Er pal tegenover werd in 1789 de Hoofdwacht gebouwd (mogelijk was het een ontwerp van Van Westenhout) en bij dat pand viel het stadhuis een beetje in het niet. Bovendien was het gebrekkig onderhouden.

Daarom kreeg Van Westenhout opdracht een nieuwe fagade voor stadhuis en burgerwacht te ontwerpen. Hij bouwde in de jaren 17911794 een statige zandstenen voorgevel, die zonder minderwaardigheidscomplex de aanblik van de Hoofdwacht kon verdragen. Ook een deel van het dak werd vernieuwd en er kwam een nieuwe klokkentoren.

Van Westenhout was geen .ver nieuwend architect. Hij bouwde gewoon zoals ‘men’ bouwde. Zo kreeg ook het Brielse stadhuis de Lodewijk XlV-stijl: rechte lijnen, een strakke symmetrische vormgeving, geometrische vormen en de nadruk op het midden van de gevel. Beneden grote brokken natuursteen, op de eerste verdieping slanke, hoge ramen en daarboven halfhoge ramen. Zo bouwde men,, zo bouwde hij. Op de gevel bracht Johannes het stadswapen aan, met daarop een mens met een paardenlichaam. “Libertatis primitiae” melden duidelijke letters.

In het leger

Van Westenhout werd kapitein-ingenieur in het leger en was vanaf 1793 “Direkteur-Generaal van ‘s Lands Fortificatiën”, maar nam twee jaar later, na de omwenteling, samen met een aantal andere genie-officieren ontslag omdat hij niet voor het Fransgezinde bewind wilde werken. Bij welke bouwprojecten hij betrokken was, is niet of nauwelijks te achterhalen en evenmin wat hij na zijn ontslag deed. In 1802 kwam hij toch weer in dienst van het departement van oorlog. Ook andere orangisten keerden in deze tijd terug in hoge functies. Het volgende jaar tekende hij de sterrenwacht in Leiden.

Weinig jaren later was hij “Inspekteur-generaal van ‘s Rijks gebouwen”, feitelijk de eerste rijksbouwmeester. In die tijd ontwierp hij in 1809 samen met A. van der Hart en J. Th. Thibault een reconstructie voor de Leidse stadswijk die in januari 1807 door de ontploffing van een kruitschip verwoest was. Honderden huizen in de buurt van het Rapenburg waren weggevaagd en er waren 151’doden en zo’n tweeduizend gewonden gevallen. Het plan van de drie architecten werd niet uitgevoerd en pas in 1850 werd het gapende gat gevuld.

In 1810 nam hij opnieuw ontslag. Nog weer eens een jaar later kwam hij, na zijn tweede huwelijk, terecht op Herengracht 120 in Amsterdam. Daar woonde hij tot zijn overlijden op 25 november 1823. Hij werd in de Grote of St.-Jacobskerk van Den Haag begraven bij zijn eerste vrouw. Zijn zoon David (1789-1812) was predikant te Blauwkapel bij Utrecht, maar stierf heel jong.

Gevangene

In het stadhuis, achter Van Westenhouts gevel, zit nu de VVV. Een glazen doorgang biedt toegang tot het museum, dat gevestigd is in de waag uit 1623, die tevens dienst deed als stadsgevangenis. Een cel is nog intact en als je er binnenstapt, heet de stem van een gevangene je welkom. Ongevraagd doet hij zijn belevenissen uit de doeken. De bekraste muren zitten achter het glas.

Den Briel was de stad van Jan Pieterszoon Coppelstock, een eenvoudig veerman die samen met zijn stadje beroemd werd doordat hier de opmars van de geuzen begon. Ze kwamen Den Briel binnen door de Noordpoort, waarvan de fundamenten in 1922 opgegraven zijn. Natuurlijk besteedt het museum daar aandacht aan. Daarnaast wordt ook een twintigste-eeuwse overstroming in beeld gebracht, niet alleen door foto’s, maar ook door een heuse deur met een heuse vloedplank ervoor.

Tot 21 september is in het museum de expositie over Van Westenhout (de eerste die ooit over hem gehouden is) te bezichtigen. De tentoonstelling “Plan ter verbeeteringe...” bevat schilderijen, bouwfragmenten en een enkele maquette, maar vooral ook originele potloodtekeningen van Van Westenhout en zijn tijdgenoten. Voor bezoekers is een brochure beschikbaar. Het museum is van dinsdag tot vrijdag van 10.00-17.00 uur geopend en ‘s zaterdags van 10.0016.00 uur.

Dat Van Westenhout een van de belangrijkste architecten van zijn tijd was, is niet wijd en zijd bekend, omdat de periode rond 1800 in de architectuurgeschiedenis volgens de organisatoren van de expositie weinig aandacht krijgt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Een oud stadhuis achter een nieuw gezicht

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken