Bekijk het origineel

In Betuwse boomgaarden staat nog één jamfabriek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In Betuwse boomgaarden staat nog één jamfabriek

Bij de klant blijft aardbeienjam favoriet

4 minuten leestijd

DODEWAARD - TientaUen bedrijven vielen af, jamfabriek Geurts bleef. In de Betuwe, als enige in zijn soort. Jaarlijks gaan 10 miljoen potten jam, appelmoes en vruchten op siroop de deur uit

Op een tafel in de directiekamer van Geurts Conservenfabrielc staan zeker twintig kleurige potten jam uitgestald. Sommige zijn geopend, al dan niet met een lepel erin. „We hebben net een hele proeverij achter de rug”, lacht directeur D. Geurts. „Je moet smaken soms aanpassen, anders loop je achter. We krijgen er doorlopend nieuwe jamrecepten bij”.

De computer in Dodewaard heeft ten minste 300 verschillende recepten opgeslagen. Aardbeienjam blijft veruit favoriet. „Die vormt ongeveer de helft van de productie”, zegt Geurts.

Stoofpot

Jaarlijks produceert de Dodewaardse jamfabriek -25 werknemers- 3000 ton conserven. In 10 miljoen potten. Deze middag glijdt een onafzienbare rij potten appelmoes richting pallets. Appels ‘malen’, suiker toevoegen, deksel draaien: zo’n beetje het hele productieproces gaat volautomatisch. Moderne machines vervangen mensenhanden. Tot en met het stapelen van de producten op de pallets toe.

De jamfabriek in Dodewaard dateert van rond de eeuwwissehng. Het was Geurts’ opa (en naamgenoot) Dirk Geurts die in 1904 een boerderij met boomgaard kocht. Na verloop van tijd maakt hij op een met kolen gestookte stoofpot stroop, appelmoes en jam. Net na de oorlog, in 1946, neemt de vader van de huidige directeur het roer over, in 1987 krijgt Geurts zelfde touwtjes in handen.

In de Dodewaardse fabriek -landelijk gelegen, vlak bij de snelweg- werken voor het grootste deel mensen uit het Betuwse dorp. En dat doen ze met voldoening, zegt Geurts. „’t Is hier gemoedelijk. We denken hier niet alleen aan productie, productie. Veel mensen werken hier heel lang. We hebben al verscheidene veertigjaarjubilea achter de rug’\

Knokken

De Betuwse jamfabriek als enige overgebleven in de ‘boomgaard van Nederland’. Vroeger was dat anders. Na de oorlog verdienden tientallen jamen appelstroopfabrieken goed geld. Maar het ene bedrijf na het andere legde het loodje. „Dat wij zijn blijven bestaan, is denk ik een zaak van flexibiU teit”, zegt directeur Geurts. De laatste jaren is er voor miljoenen geïnvesteerd in moderne apparatuur, waardoor de productie met evenveel mensen bijna is verduTjbeld. Vorig jaar bedroeg de omzet zo’n 15 miljoen gulden.

Behalve Geirrts is er nog één jamfabrikant in Nederland: Hero De Betuwe in Breda, met een vijfdubbele afzet de grootste. Verder zijn een paar buitenlandse aanbieders actief op de Nederlandse markt, zoals het Belgische Materne en het Duitse Zentis. ‘t Is soms knokken op de jammarkt, zegt Geurts. „Niet elk jaar heb je een positief rendement. De winsten zijn soms heel beperkt. Maar over het geheel genomen is er groei”.

Ecojam

Er zijn tijden geweest dat de Nederlander meer van het goedje at dan nu. In ieder geval probeert de Dodewaardse jamfabriek voortdurend nieuwe markten te ontdekken, zegt Geurts. Neem ecojam, broodbeleg dat niet bespoten is met chemische bestrijdingsmiddelen. Het vormt ongeveer 10 procent van de productie. „Meer dan hooguit 15 procent zal dat niet worden”, verwacht Geurts.

Het grootste deel van de jam van Geurts Conservenfabriek belandt in potvorm in de schappen van Nederlandse supermarkten. Het bedrijf presenteert zich in een aantal Boni-winkels met een eigen merk, maar verreweg de meeste jam wordt verkocht onder deprivate labels van de grote supermarktketens.

Voor een deel gaat jam in containers de deur uit. Naar grossier die het spul bijvoorbeeld gebruiken om er yoghurt mee te versieren. Pakweg 15 procent van de afzet gaat de grens over.

Wie denkt dat de Dodewaardse fabriek de grondstoffen naast de deiir, op de Betuwe, kan plukken, zit ernaast. Verreweg de meeste aardbeien komen van over de grens, uit Oost-Duitsland.

In die streken viel de regen de afgelo pen maanden met bakken uit de lucht. Oogsten mislukten. Daardoor kampt de jamindustrie met een tekort aan grondstoƒfen. Voor de buitenlandse aardbeien moet Geurts daardoor soms dubbel zo veel neertellen. De klant zal dat merken, aldus de directeur. „Ik denk dat een pot jam in oktober zo’n twee dubbeltjes duurder wordt”.

Vanuit de 30 hectare fruitboomgaarden die de jamfabriek in de Betuwe be-, zit, worden alleen de kersen (de bomen beslaan 16 hectare) gebruikt voor de jamproductie. Soms loont de pluk de moeite niet eens, zoals dit jaar toen er slechts een paar ton aan kersen van de bomen kwam. „Dan kun je het plukken beter aan de vogels over laten”.

In de hete zomermaanden kampt de Dodewaardse fabriek met wespen. Er is ook zo veel zoetigheid. Een hoogst enkele keer komt het voor dat er een wesp in een pot jam belandt. „Dat is niet voor de volle 100 procent uit te sluiten. We proberen de insecten naar buiten te lokken door op afstand van de hallen een hoopje zoetigheid neer te leggen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

In Betuwse boomgaarden staat nog één jamfabriek

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken