Bekijk het origineel

„Ouders horen wel eens een piepje”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Ouders horen wel eens een piepje”

Uiteenlopende reacties op uitslagen RD-enquête over computerspelletjes

6 minuten leestijd

„De schrik slaat je om het hart”, zegt de één. „Het valt me mee dat de meeste jongeren geweldsspelletjes afwijzen”, vindt de ander. Drie reacties op de uitslagen van de enquête over computerspelletjes die deze krant afgelopen zaterdag publiceerde.

„Onthutsend”. C. Kruijning, sectordirecteur aan Scholengemeenschap Pieter Zandt, is geschrokken van de uitslag van het RD-onderzoek. Vooral het feit dat één op de zes reformatorische jongeren wel eens een gewelddadig computerspel speelt, heeft hem aan het denken gezet. „De schrik slaat je om het hart als je leest dat veel jongeren zich inlaten met spellen waarin duivelse machtenvoorkomen”.

Wat Kruijning verder opvalt, is dat „maar liefst” 10 procent van de reformatorische jeugd wel eens een speelhal bezoekt. „Ik wist dat somrtiige jongelui daar wel eens binnenlopen. Nu blijkt dus dat een aanzienlijk aantal jongeren zonder blikken of blozen een automatenhal binnenstapt”.

Strijd

Opvallend is dat vbo-3-leerlingen vaker dan derdeklassers mavo, havo en vwo het spel Doom (dat het bestaan in de hel nabootst) spelen. Ook zien de vbo’ers minder kwaad in Doom (zie grafiek). Hoe dat te beoordelen? „Ik moet oppassen met mijn woorden, maar ik denk dat vbo’ers sneller naar spanning zoeken. Ze zijn minder doordrongen van de gevaren van computerspellen”, aldus Kruijning, voorzitter van een landelijke commissie vanuit de reformatorische scholen die zich buigt over de informatie- en communicatietechnologie.

Voor Kruijning is het „een strijd” om jonge scholieren te wijzen op het gevaar van sommige computerspellen. „Hoe kun je concreet afdalen naar het niveau van de jongelui? Daar denk ik best vaak over na. Leerlingen van de onderbouw zeggen al snel: Kijk nou eens, daar heb je weer zo’n predikantfiguur”.

Plaats computer

Niet alleen de school, ook overheid, kerk en ouders moeten zich inzetten om de jeugd op de gevaren van de computerwereld te wijzen. Kruijning noemt als aandachtspunt de plek van de computer in huis. „Ik vind dat brugklassers en tweedeklassers geen eigen computer op hun kamer hoeven te hebben. Bij de wat oudere scholieren ligt het anders. Die moet je een stuk verantwoordelijkheid geven. Maar ouders moeten zich blijven bemoeien met wat hun kinderen doen achter het beeldscherm”.

Kopje koffie

Ds. M. Aangeenbrug, hervormd predikant te Bameveld, is actief binnen Reformatica, een stichting die het gebruik van de pc in kerk, gemeente en pastorie bevordert. Hem is opgevallen dat sommige Kiorma.- torische jongeren weinig kwaad zien in gewelddadige computerspellen. Toch valt het hem mee dat eenzesde van de jongeren wel eens een gewelddadig spel speelt. „Verreweg de meeste jongelui zijn dus tegen gewelddadige computerspelletjes. Dat doet me goed. Vergeet niet dat veel reformatorische jongeren even sterk aan wereldse invloeden blootstaan als niet-christelijke jongelui. Daarmee wil ik absoluut niet zeggen: Schuif de problemen maar onder tafel. Integendeel”.

Bij 88 procent van de leerlingen staat thuis een computer. Het apparaat is vooral in gebruik als bron van amusement, zo leert het RD-onderzoek. „De gereformeerde gezindte heeft de pc veel gemakkelijker geaccepteerd dan de televisie. Kijk, over de tv hebben we nooit open en eerlijk gepraat.’ De discussie werd gevoerd in termen als “kast des duivels” en zo. We hebben nu de computer, maar daarbij beseffen we nauwelijks het onderscheid tussen goed en kwaad”.

Ds. Aangeenbrug: „Of het verantwoord is om tijd met spelletjes achter de computer door te brengen? Dan stel ik een tegenvraag. Is de krant lezen verantwoord? Of een kopje koffie drinken? Da’s ook ontspanning. Zulke dingen horen bij het leven. Natuurlijk moet je de juiste verhouding weten. Het klopt niet als een jongen veertig uur per week bezig is met computerspelletjes”.

De kerk moet de vinger leggen bij „goddeloze” computerspellen, zegt ds. Aangeenbrug. „Deze dingen moeten bespreekbaar zijn tijdens catechisatie, in het kringwerk, maar ook thuis”.

Er is een groep ouders die niet weet waar de Enter-toets op het toetsenbord zit.

Dat is waar. Maar dat is niet zo erg. Ouders hoeven niet op de hoogte te zijn van Windows of DOS. Als ze maar in gesprek zijn met hun kinderen. Nu is het vaak zo dat vader en moeder geen flauw benul hebben van wat hun kinderen doen. Ze horen wel eens een piepje, of wat gerammel, maar daar blijft het bij”.

Het louter en alleen verbieden van computerspellen „werkt niet”, betoogt de Bameveldse predikant. „Er moet iets tegenoverstaan. De kerk heeft als taak en roeping om op een opbouwende manier multimedia te benaderen”.

Mythe

De directeur van de Vereniging Bijbel en Onderwijs, R. H. Matzken, is „niet verbaasd” over het feit dat een groep reformatorische jongeren geen kwaad ziet in gewelddadige spellen als Doom. „De enquête-uitslag ontkracht de mythe dat ons soort volk zich niet inlaat met dergelijke dingen”. Hij noemt het „zeer opmerkelijk” dat bij 88 procent van de reformatorische leerlingen thuis een computer staat. „Dat percentage is stukken hoger dan het Nederlands gemiddelde”.

„Ik heb niets tegen goede computerspellen, maar je moet wel bedenken dat kinderen verslaafd kunnen raken aan denkspelletjes als Mijnenveger, voetbalgames en skelterraces. Een computer geeft kinderen een kick, en volwassenen vaak ook”.

Gevaar

Niet alleen in geweldsspellen, ook in andere (avontuurlijke) games signaleert Matzken een „sluipend gevaar”. Hij noemt dat gevaar de geleidelijke verandering van paradigma (denkkader). „In een aantal spellen wordt een magisch-mytisch sprookjesachtig wereldbeeld opgeroepen.

Waarin goede machten de kwade machten bestrijden. Wat is nu het grote gevaar? Dat het unieke van de verzoening van Christus en het soevereine van God worden uitgevlakt. De mens moet kiezen voor de goede machten. Die opvatting gaat lijnrecht tegen de Schrift in”.

Matzken wijst er op dat sommige computerspellen kinderen aanzetten tot kwaad. „Een kind doet dingen na. Dat blijkt overduidelijk uit de ontwikkelings psychologie. Als een vierjarig jochie op de computer beesten doodt, bestaat de kans dat-ie dat op zijn achtste in het echt doet. En dat-ie op z’n veertiende kinderen mishandelt. Bij de meeste jongelui zal het niet zo ver komen, maar bij een aantal wel”.

Schatten

Des te opvallender is het, zo is Matzken van mening, dat er in christelijke kring „nauwelijks aandacht is” voor dergelijk imitatiegedrag bij kinderen. „Ik heb deze dagen het pas verschenen boek “Kinderspel, mensenwerk” gelezen van onder meer de bekende pedagoog prof. dr. Wim ter Horst. Een boek over christelijk geloof en pedagogiek. D’r staan geen verkeerde dingen in, maar het speelt niet in op deze tijd, het boek had twintig jaar geleden ook geschreven kunnen zijn”. Voor christen-pedago gen ligt er wat de invloed van computerspellen op kinderen betreft een terrein braak, stelt Matzken.

„De enquête van deze krant zou een vervolg moeten krijgen. Een team van bijvoorbeeld deskundigen van de hogescholen in Gouda en Ede zou zich hierop verder moeten bezinnen”.

Ook Matzken wijst erop dat alleen een verbod van kwalijke spellen de jeugd niet verder helpt. „De jeugd is op zoek naar vermaak, begrijpelijk.. De apostel. Paulus spreekt echter in de brief aan de Kolossenzen over schatten van wijsheid en kennis in Christus. Daar moeten we de jongeren mee boeien”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

„Ouders horen wel eens een piepje”

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 2 september 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken