Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De echo van het oude Nubië

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De echo van het oude Nubië

11 minuten leestijd

Sinds de tijd van de kruisvaarders in Europa lireeg Nubië een magische reputatie. Verschillende reizigers berichtten in de Middeleeuwen over een christelijk koninkrijk ten zuiden van Egypte. Dat koninkrijk ging in de veertiende eeuvf ten onder en na de vijftiende eeuw waren er waarschijnlijk geen christenen meer. Maar de echo van dat oude christelijke Nubië bleef tot op de dag van vandaag klinken.

Buiten dat heeft Nubië nog een ander imago. Het vormde ten zuiden van Egypte, zo’n 700 jaar voor Christus, een machtig koninkrijk. De inwoners bouwden onder leiding van hun zwarte farao’s prachtige piramides en lieten fraaie kunstwerken na. Een tentoonstelling in de Nieuwe Kerk van Amsterdam geeft daar tot 1 februari 1998 een indruk van. Binnenkort wordt in Assoean in Egypte een Nubisch museum geopend.

Met de aanleg van de Assoeandam (dertig jaar geleden) ging er veel van het oude Nubië verloren. Het museum besteedt bijvoorbeeld aandacht aan het leven van de Nubiërs voor de bouw van de dam. Ze leefden vooral van de visvangst in de Nijl. Voor de geschiedenis van het christelijke Nubië is in het museum aanmerkelijk minder belangstelling.

Duits ziekenhuis

Daarentegen besteedt het Duitse lutherse ziekenhuis van Assoean wel aandacht aan het oude christelijke Nubië. Zo’n honderd jaar geleden stichtten Duitse zendelingen dit ziekenhuis omdat ze juist vanwege de christelijke geschiedenis van de Nubiërs die Nubiërs weer met het Evangelie wilden bereiken. Daarom begint mijn zoektocht naar het oude christelijke Nubië ook daar. Gerhart Lauche, de jonge lutherse predikant van het ziekenhuis, vertelt vol enthousiasme over het verleden van de Nubiërs. Hij laat z’n persoonlijke bibliotheek zien waar hij alles heeft wat over de Nubiërs was te vinden. „Zie je dit boek hier? Dat is een boek van Giovanni Vantini over het christendom in Sudan”, vertelt hij trots. „Hij is ook bij ons geweest toen hij z’n onderzoek voor zijn boek deed. Toen het gereed was, kreeg ik een door hem getekend exemplaar.

Fellucca’s ligg

Vantini is trouwens niet de enige onderzoeker die bij ons is geweest. We hebben hier veel meer wetenschappers op bezoek gehad”. Vantini schreef zijn boek ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van bisschop Daniel Comboni in 1981. „Sindsdien geldt het boek als het standaardwerk over de kerk in Sudan”, vertelt Lauche. „Vantini wilde met zijn boek de huidige kerk in Sudan laten zien dat het christendom in Sudan lang voor de komst van westerse zendelingen in de 19e eeuw is ontstaan. De kerstening van Nubië had al in de vijfde eeuw plaats. Nubië was een van weinige landen buiten het Romeinse rijk die het christendom aannamen. Het christelijke geloof heeft daarmee in Sudan heel oude wortels”. De Nubische kerk bestaat niet langer. Er zijn al honderden jaren geen Nubische christenen meer. Wel zijn er ruines van kerken en kloosters. Ook zijn er fraaie fresco’s gevonden van Christus, de apostelen en de heiligen. „We zijn moslims, maar elke Nubiër weet dat we vroeger christenen waren”, vertelt Nada Mustafa, een Nubische onderzoekster in Cairo. „Mijn familie komt uit Dongola, Sudan. Dat was vroeger de hoofdstad van het Nubische koninkrijk. Daar zijn nog overblijfselen terug te vinden uit die tijd”. Voor Nada Mustafa is het christelijk geloof iets historisch. Het heeft voor haar geen bijzondere betekenis. „Net als voor christelijke Egyptenaren de gods dienst van de farao’s geen waarde meer heeft. Het is een fase in de geschiedenis van een volk die voorbij is”. Lauche denkt daar heel anders over. Hij zou de Nubiërs juist graag weer met hun christelijke verleden confronteren.

Zending

De meeste Nubiërs kennen hun eigen geschiedenis maar slecht. Zo zijn er nauwelijks Nubiërs die weten dat een Nubische koning in de zesde eeuw het byzantijnse rijk om zendelingen vroeg om hen in het christelijk geloof te onderwijzen.

Dat verzoek kwam juist in een tijd dat er tussen de kerken onderling heftig werd gevochten over het al dan niet accepteren van de besluiten van het concilie van Chalcedon, dat in het jaar 451 plaatshad. De verschillen over de formulering van de natuur van Christus tussen de westerse en oriëntaalse kerken op het n Chalcedon hebben de kerhet bot verdeeld.

Tijnse keizers wilden ter wille van de eenheid in het rijk dat iedereen de besluiten van dat concilie zou accepteren. Christenen in Egypte, dat toen nog deel uitmaakte van het byzantijnse rijk, weigerden dat. Ze werden daarom enorm vervolgd waarbij waarschijnlijk honderdduizenden christenen om het leven kwamen.

Toen de Nubiërs om christelijk onderricht vroegen, was zelfs het byzantijnse hof verdeeld. De byzantijnse keizer Justinianus (482-565) wilde zijn onderdanen de besluiten van het concilie van Chalcedon opleggen. Daar was zijn vrouw Theodora, die in het geheim met de anti-chalcedonianen sympathiseerde, het niet mee eens. Het gevolg was dat het Nubische verzoek om zending met twee delegaties werd beantwoord.

Moslims

De eerste delegatie accepteerde de besluiten van het concilie van Chalcedon (451), terwijl de tweede delegatie daar juist tegen was. In Nubië ontstonden twee kerken: een chalcedonische die onder het gezag stond van de byzantijnse patriarch van Alexandrië en een nietchalcedonische die ressorteerde onder het gezag van de koptisch-orthodoxe patriarch van Alexandrië.

De eerste moslims wisten onder hun legeraanvoerder Amr ibn al-As Egypte in het jaar 641 te veroveren. Dit omdat zij hulp kregen van de kopten die de gehate Byzantijnen liever zagen verdwijnen. Zij hadden hen immers eeuwenlang onderdrukt.

Maar bij Assoean werd het leger van Amr ibn al-As gestopt. De Nubiërs hadden niet onder het gezag van de Byzantijnen geleefd en wilden hun vrijheid behouden. Na de Arabische verovering van Egypte werd de met het byzantijnse rijk verbonden chalcedonische patriarch verbannen. Zo kwam de hele Nubische kerk onder het gezag van de Koptisch-Orthodoxe Kerk van Egypte.

Belastingen

In de daaropvolgende eeuwen zagen de kopten de Nubiërs vaak als hun verdedigers. Vlak voor de val van de dynastie van de omayyaden in 750 werd de koptische patriarch gearresteerd. Het was in die tijd gebruikelijk dat de kerkelijke leiders de belasting onder de christenen voor de islamitische heersers moesten innen. Hoe ze dat deden, was hun zaak.

De patriarch was niet meer in staat de steeds hoger wordende belastingen te innen. Dus werd hij in hechtenis genomen. Dat ging de christelijke Nubiërs echter te ver. Koning Cyriacus van Nubië eiste van de gouverneur van Egypte dat hij de patriarch zou vrijlaten. De gouverneur weigerde. De koning marcheerde toen met zijn leger tot aan de poorten van Foestat (oud-Caïro) waar de gouverneur was gezeteld. Pas toen de islamitische leider zag dat hij de Nubiërs geen verzet kon bieden, liet hij de patriarch gaan. Daarop keerden de Nubiërs naar hun land terug.

Kruisvaarders

In de eeuwen die volgden, groeide Egypte in rijkdom en kracht. In de tiende, elfde en twaalfde eeuw gingen steeds meer Nubiërs in Egypte werken. Tijdens het einde van de periode van de dynastie van de fatimiden in de twaalfde eeuw waren er alleen al 50.000 Nubiërs die dienst hadden genomen in het Egyptische leger. Behalve dat waren er vele tienduizenden die elders in Egypte een baan hadden gevonden. De Egyptenaren vertelden de Nubiërs veel over de islam. Het merendeel van hen werd moslim en er ontstonden in die tijd de eerste moskeeën in Nubië die door diegenen waren gesticht die weer vanuit Egypte naar hun land waren teruggekeerd.

In de twaalfde eeuw werd Egypte herhaaldelijk door kruisvaarders aangevallen. Zij hoopten dat, als zij Egypte vanuit het noorden zouden aanvallen, de christelijke Nubiërs tegelijkertijd het zuiden van Egypte zouden binnenvallen.

De Egyptische sultan steunde tot dan toe vooral op de islamitische Nubiërs in zijn leger. Vanwege de dreiging van de kruisvaarders kreeg hij versterking van een Koerdisch leger waar ook Saladin deel van uitmaakte, die echter snel het commando van die legereenheid wist over te nemen.

Het klikte niet tussen de Nubische en Koerdische legereenheden. De Nubische commandant schreef daarom in het jaar 1172 een brief aan de kruisvaarders waarin hij voorstelde gezamenlijk Saladin uit de weg te ruimen. De comman dant vroeg de kruisvaarders vanuit de havenstad Damietta Egypte binnen te vallen. Saladin zou ze proberen te stoppen en de Nubiërs zouden vanuit Cairo Saladin in de rug aanvallen. De brief werd onderschept en de Nubische legerleider werd vermoord.

Dat lokte een opstand van het Nubische legeronderdeel uit die de Koerden met bruut geweld onderdrukten. Saladins kracht groeide en maakte een eind aan de dynastie van de fatimiden. Saladin bouwde in de jaren die volgden de beroemde citadel van Cairo, het indrukwekkende verdedigingswerk dat ook vandaag nog bewondering afdwingt. Na de versterking van de eigen positie in Egypte veroverde Saladin Jeruzalem op de kruisvaarders.

Saladins broer Shams el-Dawla trok met een legereenheid naar Nubië. Hij nam de stad Ibrim in. Nubië werd niet veroverd omdat Saladin daar geen mili tair of economisch belang bij had. Wel leden de Nubiërs enorme verliezen en wisten zich daar niet meer van te herstellen.

Nieuwe kruistocht

Na een vrede van honderd jaar was het weer oorlog. Koning David van Nubië nam in 1272 de Egyptische havenstad Aydhab in. Het is niet onwaarschijnlijk dat dat in overleg met de kruisvaarders gebeurde. Op de zevende oecumenische synode in 1274 werd immers besloten dat alle christelijke koningen en prinsen in een nieuwe kruistocht zouden participeren. In 1275 plunderden de Nubiërs de stad Assoean.

In Dongola, de hoofdstad van Nubië, brak in deze jaren een conflict uit over de troonopvolging. Een van de Nubische prinsen ging naar Cairo en vroeg de steun van sultan Baybars, die maar wat graag van de gelegenheid gebruikmaakte om een leger met deze prins, die moslim was geworden, mee te sturen en hem met geweld op de Nubische troon te zetten.

Dat was het begin van het einde. Decennia van intriges en strijd om de troon volgden. Steeds meer Nubische leiders werden mosUm om steun van Egypte te krijgen. Vijftig jaar na de plundering van Assoean had Nubië haar onafhankelijkheid verloren. Nog weer honderd jaar later waren er waarschijnlijk geen christenen meer.

Nubië vandaag

Rond het jaar 1520 reisde de Portugees Francisco Alvarez door Nubië. Hij berichtte dat de Nubiërs hun christelijke geloof hadden verloren, maar nog geen moslim waren geworden. Het christendom in Nubië, schrijft Vantini in zijn standaardwerk, is verdwenen door het gebrek aan religieuze leiders en christelijk onderricht. „Wat is er van die geschiedenis nog terug te vinden?” vraag ik de Duitse dominee Lauche. „Niet veel”, antwoordt hij. „Egyptisch Nubië is door de Assoeandam sinds 1965 onder water gelopen. De Nubiërs zijn door de Egyptische autoriteiten in nieuwe dorpen rond Assoean en bij Qom Ombo, 50 kilometer noordelijker, gevestigd. Er is daarom weinig meer te vinden van historisch Nubië. Dat bevindt zich vooral in Sudan. Er zijn bij opgravingen in Dongola en andere steden fantastische vondsten gedaan”. Een Egyptische taxichauffeur neemt me mee naar wat Nubische dorpen bij Qom Ombo. De dorpen blijken buiten de oude vruchtbare Nijlvallei te liggen. Behalve de donkere gelaatskleur van de bewoners valt er niets specifieks Nubisch te ontdekken. De gebouwen zijn eentonig.

Op straat drinken wat mannen thee. Ik schuif me bij hen aan. Het blijken Egyptenaren te zijn. „Wil je iets over het oude Nubië weten? Dat moet je aan Mustafa vragen”.

Mustafa is een onderwijzer die de oude Nubische dorpen nog heeft gekend. „We leefden toen naast het water. Er werd gevist en het land was rijk. Toen kwam de dam en we moesten weg. De regering bood ons een stuk land om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Dat was woestijngrond, net buiten de Nijl vallei. Dat was een hard bestaan. Duizenden zijn toen omgekomen. Velen zijn Foto RD, H.J. Visscher ook weggetrokken naar Caïro om daar werk te vinden. Egyptisch Nubië bestaat niet meer”.

Zijn verhaal is triest. Een oude man komt bij ons zitten, maar hij wil niet praten. „Hij heeft te veel meegemaakt”, legt de onderwijzer uit. Nubiërs zijn in Egypte direct te herkennen aan hun donkere gelaatskleur. Ze hebben hun eigen taal. „Veel jongeren spreken die niet meer”, vertelt Nada Mustafa. „Veel oudere Nubiërs proberen nog aan hun eigen cultuur vast te houden door jongeren aan te moedigen met Nubiërs te trouwen, maar ook dat gaat achteruit”, licht de onderzoekster toe. „Nubiërs gaan steeds meer deel uitmaken van de hen omringende Arabische cultuur”. De echo van het oude Nubië wordt daardoor steeds zwakker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

De echo van het oude Nubië

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken