Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ontgroeningsrite blijft onbetwist

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontgroeningsrite blijft onbetwist

Wel bezinning, geen structurele maatregelen na „indrink"-dode

5 minuten leestijd

In de studentenstad Groningen overleed dit jaar de achttienjarige Reinout Pfeiffer. De liter jenever die hij bij wijze van ontgroening moest drinken, werd in combinatie met een epileptische aanval- zijn dood. Hij stikte in zijn kussen. De studentenwereld stond op haar kop. Hier moet iets gebeuren, zo was de overtuiging.

Onthutst namen de senaatsleden van de Groningse studentenvereniging Vindicat atque Polit kennis van het overlijden van hun aspirant-lid. De vlag ging halfstok, de gordijnen van het corpshuis aan de Grote Markt bleven dicht en ten overstaan van de media zwegen de studenten in alle talen. Nu, enkele maanden later, is het voorval nog dagelijkse gespreksstof binnen de muren van het gebouw.

Commissie

Hoog tijd om aan dergelijke toestanden iets te doen. Minister Ritzen zei een gedragscode te willen, de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvK), waarbij de meeste studentenclubs zijn aangesloten, wees op de noodzaak van een landelijk debat en rector magnificus Van der Woude van de Rijksuniversiteit Groningen wenste een algeheel drankverbod tijdens ontgroeningsfeesten.

Naar goed vaderlands gebruik stel den bestuurders van de Groningse onderwijsinstellingen een commissie van wijze mannen in, die verder zou moeten onderzoeken welke stappen genomen kunnen worden. In die commissie namen naast professor dr. F. van der Woude de heren B. Paul van de plaatselijke Hanzehogeschool en mr. J. J. Vis van de Raad van State plaats.

Er moet nog een officieel gesprek komen, wel spraken de commissieleden reeds diverse malen met vertegenwoordigers van de verenigingen.

Over het contact met de studenten in deze kwestie heeft Van der Woude tot nog toe „een goed gevoel”. Dat heeft te maken met de manier waarop de commissie de problemen te lijf wil. „Het gaat ons erom een mentaliteit te creëren. Je ziet dat het niet goed gaat als je naar bijvoorbeeld het drankgebruik onder jonge jongeren kijkt”.

Machtsmiddelen wil Van der Woude in ieder geval niet gebruiken. De studentenverenigingen zijn zelfstandig. Bovendien, een machtsmiddel zou naar mijn mening eerder averechts werken”. De roep om een algeheel drankverbod tijdens ontgroeningen krijgt van hogerhand in Groningen dus maar wei nig formele kracht. De senaat, het bestuur van Vindicat, denkt daar anders over. „Wij leggen onze nuldejaars (aspirant-leden, PvO) een algeheel drankverbod op”, vertelt senaatslid Christianne Bouma.

„Binnen de sociëteit was er voor hen al zo’n verbod, maar dat geldt nu ook voor de feesten waar alcoholgebruik tot nu toe wel toegestaan was”.

Veel meer kan de senaat niet doen, denkt Bouma. De 125 corpshuizen (huizen die behoren tot de vereniging omdat er uitsluitend Vindicat-leden wonen) voeren hun eigen toelatingsbeleid. De jeneverproef die Reinout Pfeiffer moest doorstaan, was onderdeel van het beleid van zo’n corpshuis.

Toch bezint de senaat zich op een maatregel die de onafhankelijkheid van de corpshuizen raakt. „We gaan ze hierover elk jaar een brief sturen en ieder huis dat alcoholhoudende dranken gebruikt om nieuwelingen zich in te laten drinken mag ten minste twee jaar geen corpshuis zijn”.

Structurele maatregelen

Het roept de vraag op waar de echt structurele maatregelen blijven. Minister Ritzen sprak destijds toch van een gedragscode? En de Landelijke Kamer van Verenigingen wilde toch een landelijk debat?

Egbert-Jan Schutte van de LKvK houdt zich bewust op de vlakte. Hij is nog boos over hoe de media de „incidenten” van september „hebben opgeblazen”. „Er is in het Gro ningse geval helemaal geen sprake van een ontgroening”, beweert hij. „in de traditie van het bewuste corpshuis waren nog nooit “indrinkfestijnen” van deze mate. Deze keer hebben de bewoners van het huis de komst van Reinout willen vieren en daarbij nam hijzelf zijn persoonlijke verantwoordelijkheid niet. En zoiets is natuurlijk nooit met regels te voorkomen”.

Na de welhaast nationale opschudding begon de LKvK wel aan een zoektocht naar de hiaten in de organisatie van feesten en ontgroeningen. Dat leverde op dat er twee aspecten aangewezen werden die volgens de LKvK verbeterd kunnen worden. „Allereerst moet er vanuit de besturen meer begeleiding zijn bij fysieke en mentale druk op aspirant-leden. Verder moeten de verenigingen de risico’s van introductiehandelingen beter inschatten”.

Gedragscode

Een gedragscode voor ontgroeningen is bij de studenten onbespreekbaar. „Minister Ritzen deed die oproep in een emotionele opwelling”, meent Schutte. Erik van Buiten van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO), een studentenvakbond, ziet al even weinig in een dergelijke co de. Premier Kok liet al in september weten niets te zien in een gedragscode.

Ontgroening onbetwist

De ontgroening op zich blijft bij de studenten onbetwist. De Groningse rector magnificus denkt er na alles wat gebeurd is minder gemakkelijk over. „Ik vind dat we maar eens na moeten gaan of we de groentijd zo rond het jaar 2000 nog humaan kunnen noemen”, is hij van mening. „Maar ja, probeer ritueel gedrag maar eens uit te roeien”.

Schutte van de LKvK vindt een dergelijke reactie van Van der Woude „onbedachtzaam”. „Nog steeds kiezen jaarlijks duizenden studenten voor een studentenvereniging. Zij maken een introductietijd mee om de vereniging te leren kennen. Daarbij staat hun vrije wil centraal. Aspirant-leden kunnen zich altijd terugtrekken”.

Schutte wil niet eens horen van een ontgroening. „Dat fenomeen bestaat niet meer. Tegenwoordig spreken we van een introductietijd, waarbij geen selectie meer bestaat”.

Al met al is het onbehaaglijke gevoel dat nieuwe ‘incidenten’ zich ongehinderd voor kunnen doen niet weggenomen door structurele maatregelen. Tenzij een blijvende bezinning de mentaliteit zou veranderen, valt te vrezen dat een herhaling even mogelijk is.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 1997

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Ontgroeningsrite blijft onbetwist

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 1997

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's